Zaterdagochtend. Ik loop achter mijn katten aan naar beneden. De grootste praat onophoudelijk: “prrrt prrt”. “Prrrt prrt,” zeg ik zachtjes terug terwijl ik bijna over hem struikel. Het ochtendritueel. Zoals altijd gaat mijn gedachtenstroom in de hoogste versnelling aan: katten voeren, koffie zetten, vaatwasser aanzetten, vanavond bami eten en morgen? Pannenkoeken? Boodschappenlijstje maken voordat ik vergeet dat het katteneten op is. Mijn arm doet pijn, verkeerde werkhouding en ook nog eens verkeerd gelegen, aangekomen, ook verkeerd, dan toch liever geen pannenkoeken?
En dan tussen al mijn gepieker over dagelijkse dingen floept mijn moeder mijn gedachten binnen. Het doet een beetje pijn als ik eraan denk hoe weinig geduld ik met haar had. Het gevoel dringt op altijd te weinig te zijn. Te weinig aandacht voor mijn oude moeder, te weinig genoten van de tijd dat mijn kinderen klein waren. Lijk ik op mijn vader? Achteraf had hij het altijd leuk gehad. Op het moment zelf was daar dan niet zoveel van te merken geweest.
Mijn dode zuster komt ook nog even langs. Ik keek altijd tegen haar op. Ze was in mijn ogen zoveel wijzer, een gids, maar hoe ouder ik word en dezelfde fases van het leven doormaak als zij, besef ik dat je van binnen altijd dezelfde blijft. Het kind, de onzekere puber, de jonge moeder, het zit nog steeds in je. Zo moeten mijn moeder en zus zich ook gevoeld hebben. Zij waren twintig zoals ik twintig was, veertig als veertiger, enz… en, als ik de gezondheid van mijn moeder heb meegekregen, hoop ik ook ver boven de negentig te worden. De tijd dat ik, net als zij, misschien vaak eenzaam zal zijn met alleen het gezelschap van een kat. “Prrrt, prrt.” Onder het gerimpelde vel, was ze nog steeds diezelfde persoon. Maar wie ziet je nog echt, als je oud bent?
De maatschappij ziet oude mensen als een apart soort. Op de sociale media gaan filmpjes rond van grijsaards die aan het dansen zijn en daar moet iedereen dan om lachen. In het uitgaansleven of op festivals wordt je als middelbaar mens ook al vaak raar aangekeken of, lief maar ook heel erg, er wordt tegen je gezegd: “wat goed dat u dit nog doet!”. Maar de waarheid is dat je niet opeens een ander mens wordt met het verstrijken van de tijd. Er gaat niet opeens een knop om waardoor je alleen nog maar met een glaasje cognac in de hand naar klassieke muziek wil luisteren. In je hoofd ben je altijd dezelfde. Waarschijnlijk, als het mijn lief en mij gegund is om samen bejaard te worden, zetten wij dan af en toe nog steeds snoeiharde metal aan en maak ik met mijn stramme lijf coole dansmoves.
Het leven zit maar gek in elkaar. Alles komt op een tijd dat het er moet zijn maar alles komt ook op een tijd dat je er te weinig bij stil kan staan. De hectiek van een jong gezin maakt dat je soms het gevoel hebt niet genoeg te hebben genoten van de tijd dat de kinderen nog klein waren. Je ouders worden oud en krakkemikkig in een tijd dat je zelf nog volop in het dagelijks leven staat. De mantelzorg moet je er maar even bij doen. Ook al ben je moe of kom je niet aan jezelf toe. Dóór moet je! Wat zou ik er niet voor over hebben om nog met mijn doden te kunnen praten. Ik heb nog duizend vragen voor ze. Tijd kun je helaas niet terugdraaien. Wat wel kan is genieten van vandaag. Mijn levende lieverds vertellen hoe ik nu geniet van hun bestaan en blijven dansen.

Ontdek meer van Scillie
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Mooi verhaal! Pas nog het filmpje bekeken met mijn opa, waar je ouders ook opstaan, jouw vader met een hondje op schoot. Nu zijn wij bijna van die leeftijd, en ja, ik voel me nog steeds dezelfde als die tiener van toen.
LikeGeliked door 2 people