Een reactie plaatsen

Er is geen reden om het niet te doen

Sporten vind ik een lastig dingetje. Als ik er een gesprek met iemand over heb zeg ik altijd lekker recalcitrant dat ik er een uitgesproken hekel aan heb. Men reageert dan soms wat giechelig, ietwat geschokt, want sporten is goed! Sporten moet! En heel eerlijk gezegd vind ik dat laatste ook wel een beetje. Waar het misgaat tussen mij en sport is namelijk niet dat ik de noodzaak van het bewegen niet zie. Bewegen is goed en van bewegen ga je je absoluut lekkerder voelen. Mijn probleem met sport is dat het altijd zo hetzelfde is, dat je er tijd voor vrij moet maken en last but not least: dat overal competitie bij komt kijken. 

Om met dat laatste te beginnen: het boeit mij totaal niet of iemand ergens mee wint. Ik denk dat het komt omdat ik door mijn vier jaar oudere broer ben getraind in het verliezen. Bij elk spel wat wij als kind speelden was hij vanzelfsprekend de beste, want ouder. Dus als iemand wint of ergens beter in is? Prima! Het is ze van harte gegund, steek de vlag uit, koop een taart, maar ik ben niet onder de indruk.

Dan probleem nummer twee: als je echt wat aan het sporten wilt hebben zal je routine moeten inbouwen. Twee tot drie keer per week moet je ongeveer hetzelfde doen om er voordeel van te hebben. Routine vind ik saai. Zo saai dat ik bij elke sport waar ik aan begin na een paar maanden mezelf er naar toe sleep en na een half jaar weer afhaak. Want daar komt probleem nummer drie om de hoek kijken: voor saaie dingen is het moeilijk om tijd vrij te maken. Het is dus niet zozeer de weerzin tegen sporten. Als je me mee vraagt op een kanotocht, een stuk fietsen of in de bergen wandelen, ben ik je vrouw, maar vraag het me niet om dat op wekelijkse basis te doen.

Ondanks al mijn weerzin tegen regelmatig sporten is het wel noodzakelijk om het lijf in vorm te houden. Mijn werkzame leven breng ik voor 99,9% achter een beeldscherm door. Er zijn zelfs klussen die  ik zo leuk vind dat ik me er totaal in verlies en dan zelfs vergeet dat ik wel eens pauze moet nemen of dat er zoiets bestaat als lichamelijke functies. Daar wordt een mens stijf van en dat leidt weer tot allerlei pijntjes. Bovendien ben ik groot fan van Erik Scherder die ons voorhoudt dat we allerlei nare kwalen en ziektes buiten de deur kunnen houden wanneer we maar niet stil blijven zitten. Dus als ik mijn werk en mijn hobby’s, die zich ook op de vierkante meter afspelen, wil blijven volhouden moet ik met mijn toges van mijn stoel komen. 

Sinds een jaar heb ik daarom een half uur yoga, gemixt met andere grondoefeningen in mijn ochtendritueel ingebouwd. Dat gaat goed. In ieder geval op de dagen dat ik werk. Opstaan, katten voeren, koffiezetten, oefeningen doen, douchen etc. Elke ochtend weer. Saai, maar niet echt een moment dat er iets anders mogelijk zou zijn. Het wil in het weekend nog wel eens misgaan. Dan zijn de opties om iets anders en veel leukers te kunnen doen eindeloos en het ochtendritueel niet zo strak. Maar toen ik me er weer eens op betrapte dat ik mijn snor wilde drukken gooide ik mezelf toch maar weer op de yoga-mat en begon soepeltjes aan de dag omdat ik dacht: er is nu echt geen geldige reden om het niet te doen.

Een reactie plaatsen

De toekomst van het genderloos werken

Onlangs deelde ik een filmpje op LinkedIn waarin ik een oproep deed voor meer vrouwen in de IT. Dat was naar aanleiding van de constatering dat er bij mijn nieuwe werkgever nauwelijks vrouwen werken. Het ligt niet zozeer aan de werkgever maar meer aan dat vrouwen nog steeds zwaar ondervertegenwoordigd zijn in de IT. Zeker als we het hebben over de wat meer technische beroepen. Volgens de laatste cijfers van het CBS is het aandeel vrouwen in de IT 16,3%.

Is dat erg? Ja, dat is erg! Wanneer de helft van de bevolking niet vertegenwoordigd is in een beroepsgroep kan die beroepsgroep geen vertegenwoordiging zijn van de bevolking. Er is geen evenwicht. Dit geldt overigens ook voor beroepsgroepen waar er een oververtegenwoordiging is van vrouwen, zoals de zorg.

Het is ook erg omdat we in ons denken nog steeds vastzitten in het man-vrouw dualisme waarbij er meer waarde aan masculiniteit wordt toegekend. Neem het verschil in salariëring tussen de verschillende beroepsgroepen. Beroepen waar van oudsher meer mannen in werken worden verreweg beter beloond dan die waar meer vrouwen in te vinden zijn. Kijk naar de termen die gebruikt worden in beroepen: ‘Meester’ straalt toch wat meer autoriteit uit dan ‘Juf’. Ik zou dan ook willen pleiten voor genderneutrale beroepsnamen.

In mijn oproep beperkte ik mezelf ook tot mannen en vrouwen. Maar wat ik het mooiste zou vinden is als we naar een maatschappij gaan waar alle mensen ongeacht hun genderidentiteit zich in alle beroepsgroepen thuis zouden voelen. Ik vrees dat dat voorlopig nog te veel gevraagd is. Zolang we nog kinderen van baby af aan al socialiseren als jongen of meisje hebben we daar nog een wereld aan te winnen. Het zijn onbewuste mechanismen die zo diep geworteld zijn dat we niet in de gaten hebben dat we het doen. 

Het begint al bij het vaststellen van de zwangerschap: zou het een jongen of een meisje zijn? We houden gender reveal parties. En wanneer de baby er is drukken we een meisje nog steeds een pop in de handjes en doen we wilde spelletjes met het jongetje (zie dit experiment). Ouders die het anders willen doen en hun kind geen vaste waarden willen opleggen omtrent hun sekse kunnen nog steeds rekenen op kritiek.

Het is aan het wrikken en bewegen. In mijn jeugd kende ik slechts één man die openlijk homoseksueel was op TV. Tegenwoordig laat de LHBTQI gemeenschap flink van zich horen. Er zijn steeds meer rolmodellen die zich niet als man of vrouw identificeren. We hebben nieuwe aanspreekvormen erbij. Toegegeven, ook voor mij is het wennen om die/hen te gebruiken omdat ook ik mijn hele leven het duale denken ingepeperd heb gekregen. Maar als we het man/vrouw-denken kunnen loslaten zal dat iedereen de ruimte geven om gewoon mens te zijn zonder etiketje of waardeoordeel en zal iedereen zich vrij voelen om welk beroep dan ook te kiezen.

Een reactie plaatsen

De angst dat je niet alles kunt doen

Op een luie, lome dag, wanneer mijn lief en ik moe zijn, hebben we meestal zin in maar een paar dingen. De dag beginnen in bed met koffie en koekjes en de dag eindigen met eten bestellen, daar een veel te dure maar heerlijke wijn bij drinken en een film kijken. Daar tussenin bezoeken we dan graag kringloopwinkels. In onze woonplaats zijn er genoeg om er een hele middag mee te vullen.

Mijn lief duikt direct op de boeken en alles wat met fotografie te maken heeft, van objecten om te fotograferen tot lenzen. Voor mij is de kringloopwinkel een goudmijn aan plantenpotjes voor mijn aanwassende binnentuin en spullen voor één van mijn vele creatieve liefhebberijen en alle projectjes die nog in mijn hoofd zitten die Ooit Op Een Dag uitgevoerd gaan worden.

Aan zeker tachtig procent van al die projecten zal ik nooit beginnen of wel begin maar nooit afmaak. Om de simpele reden dat er niet genoeg uren in een dag, week, maand, jaar of überhaupt een mensenleven zit. Zoals een therapeut ooit aan mij vroeg of ik alles wel zou kunnen doen als ik mij negen keer kon klonen en ik alleen maar zachtjes en enigszins teleurgesteld nee kon schudden.

In de kringloop moest ik bij ons laatste bezoek dan ook weer met pijn in mijn hart het zoveelste prulletje, waar ik wel weer een creatieve bestemming voor had, laten liggen. Mijn lief wees mij erop dat ik last van FOND had. Als antwoord op mijn vragende blik zei hij: “fear of not doing”. We dachten dat hij dit zojuist zelf had verzonnen en vonden het een briljante vondst. Maar na wat gegoogle kwam ik erachter dat het een serieuze term is. Na de FOMO (fear of missing out) is de FOND een ding.

FOND is het onrustige gevoel dat je van alles zou kunnen maar simpelweg niet alles kúnt doen. FOND en FOMO kunnen elkaar overigens ook behoorlijk in de weg zitten. Want als je ook nog eens met je snoet overal bij wil zijn én alles wil doen, wanneer moet je dan slapen? Vermoeiend hoor.

Mijn omgeving heeft er soms best last van dat ik niet zo goed niks kan doen en zelfs de katten vinden mijn lief vaak leuker omdat die wél een hele middag kan zitten lezen zodat ze op zijn schoot kunnen kruipen. Toch zie ik het niet als een slechte eigenschap dat ik altijd bezig ben. Er zijn gewoon veel te veel leuke dingen om te doen! Tegenwoordig word ik eerder blij van de dingen die ik wel kan doen en niet meer ongelukkig van alles wat ik niet kan doen. Dus ooit had ik FOND, toen werd het DOND (disappointment of not doing) en tegenwoordig is het toch meer AOND (Accepting of not doing) of misschien wel HOD (Happiness of doing). En ondertussen droom ik lekker verder over alles wat er nog meer mogelijk is.

2 reacties

Onthulling: Ik ben niet perfect!

Er is iets waar we allemaal in meer of mindere mate last van hebben: cognitieve dissonantie. Ofwel een verschil tussen hoe iemand handelt ten opzichte van de overtuigingen van die persoon. 

Om maar meteen met de zeer aanwezige billen bloot te gaan kan ik zeggen dat ik mijzelf nog niet lang geleden daarop betrapte toen ik vol schaamte aan een collega bekende dat ik mij een slag in de rondte bestelde op AliExpres. De collega liet een zucht van verlichting ontsnappen omdat ze ontdekte dat ik toch ook gewoon maar een mens ben die soms stomme dingen doet. Voor mij weer een eye-opener. Graag presenteer ik mij als wereldverbeteraar maar ik had niet door dat het soms druk legt op de mensen om me heen.

Mijn verzamelwoede op AliExpres en aanverwante sites had een oorzaak. Zoals altijd had ik me weer eens in een aantal hobby’s tegelijk gestort en om het budgettair een beetje in de hand te houden was ik op zoek naar betaalbare materialen. Die vond ik daar in overvloed en voor een prikkie. Voor ik het zelf in de gaten had kwam er wel elke dag een pakje binnen met macramé-touw, poppenhuisspullen, kralen, borduurspullen en natuurlijk kleding. Het was verslavend, voelde alsof ik jarig was want je weet nooit wanneer iets bezorgd wordt en soms was ik gewoon vergeten wat ik besteld had.

Tijdens het gesprek met mijn collega drong tot me door wat ik had gedaan. Ik, die altijd strijdt voor gelijke rechten, tegen slavernij en het uitbuiten van mens en dier is. Ik, die zich meer dan zorgen maakt over de toekomst van de planeet en daarmee de mensheid. Ik bestelde goedkope, slecht geproduceerde rommel uit China, Korea en weet-ik-veel-waar. Plastic troep die ongetwijfeld gemaakt was door uitgebuite mensen of misschien zelfs kinderhandjes.

Een mooi voorbeeld van het één zeggen en het ander doen. In mijn hoofd rechtvaardigde ik het eerst nog maar toen ik het eenmaal hardop had uitgesproken kon ik er niet meer omheen. Voortaan zou ik mijn klikhandje bedwingen en op zoek gaan naar duurzame alternatieven. Dat betekent een flinke aanpassing in mijn uitgavenpatroon maar ik kan mijzelf niet meer recht in de spiegel aankijken als ik niet iets meer mijn best doe.

Toch voelde het gek dat ik daar zo was ingestonken. Want als veganist zie ik één van de beste voorbeelden van cognitieve dissonantie dagelijks om mij heen. Ik ken namelijk heel veel lieve, mooie mensen die gek zijn op (huis)dieren, tegen dierenleed zijn en zeer bezorgd zijn om het milieu, maar die toch anderen betalen om dieren in het verschrikkelijke systeem van de bio-industrie te laten leven en vervolgens te laten vermoorden. Die het verband niet leggen tussen ‘het stukje vlees’ op het bord of het glas melk en de uitbuiting van varkens en koeien. Die link heb ik al wel eerder gelegd en ik merk dat anderen mij daarom soms als de vervelende vegan ervaren. Ik vertegenwoordig de belichaming van de dissonantie tussen het handelen en de overtuiging op het gebied van dierenleed. Vandaar de opluchting van mijn collega toen bleek dat ook ik niet perfect ben.

Voor een ieder die het tot nu toe volgehouden heeft om dit stuk te lezen en nu een beetje ongemakkelijk op een stoel aan het schuiven is heb ik nog een geruststellende boodschap. Het gaat namelijk niet om een enkeling die in alle opzichten perfect leeft. We hebben ze nodig hoor, die mensen die ons op fouten wijzen maar daar gaan we de wereld en onszelf niet mee redden. Het gaat om kleine stappen: elke keer dat je bewust de fiets pakt in plaats van de auto, elke keer dat je voor een plantenburger kiest, elke keer dat je de verleiding weerstaat om toch dat toffe goedkope shirt te kopen. En vooral elke keer dat je het aandurft om je eigen acties onder ogen te zien en er wat mee doet.

Tot slot wil ik jullie de aanleiding om het hier over cognitieve dissonantie te hebben niet onthouden. Het voorbeeld hiervan waar ik zelf enorm om moest lachen kwam ik van de week tegen: Een man die met een sigaret in zijn mond vertelde dat hij geen vaccinatie tegen corona wilde hebben omdat je niet weet  wat het op lange termijn doet en misschien wel een chip of stoffen bevat waarmee er controle over ons brein plaats gaat vinden. In een sigaret zitten naast nicotine, een flink aantal stoffen die verslaving in de hand werken, die het brein in slaap sussen en het lichaam ontvankelijker maken om er meer van te willen. Over manipulatie en brein controle gesproken. Daarnaast weten we van sigaretten heel goed wat ze op langere termijn aanrichten. Maar hey, als ex-roker weet ik maar al te goed hoe je die kennis onder tafel veegt wanneer je nog volop in je verslaving zit.

Waarvoor steek jij je kop in het zand?

Een reactie plaatsen

De kleine rode kater en de tetanusinjectie

Het begon zo rustig. Het was vrijdagochtend. De wekker ging en ik werd wakker in de wetenschap dat ik nog een paar uur moest werken en ‘s middags vrij zou zijn dus mijn hoofd werkte direct op volle toeren. Wat zou ik met die heerlijke vrije middag doen? Beetje opruimen en schoonmaken in de hoogste versnelling. Boodschappen doen, zodat wanneer vriendlief weer thuis zou komen na een paar dagen weggeweest te zijn, we niets meer meer hoefden te doen in het weekend. Alleen maar lekker eten maken en genieten van elkaars gezelschap.

Zoals altijd lag er een kat bovenop me. Dit keer was het Bowie, een grote, lompe, lieve, boeren kater. Jaffa kwam er ook bij. Ooit werd hij zo genoemd vanwege het sinaasappelmerk. Jaffa is namelijk een rode kater. Chili of Dynamiet was toepasselijker geweest. Want zo lief als hij kan zijn, zo fel en bazig is hij ook. Bovendien ken ik geen kat die zo bezitterig en jaloers is als hij. Een gevecht tussen Bowie en Jaffa dreigde dus ik wilde ze beiden van mij afgooien. Wat er precies gebeurde weet ik niet eens meer, zo snel ging het. Maar het volgende moment hing Jaffa als een draakje aan mijn arm met zijn tanden tot aan het tandvlees in mijn hand. 

Schreeuwend van de pijn wierp ik het kleine stukje explosief van mij af. Het beestje rende weg en ik rende hem in mijn blootje achterna om hem te pakken, wat natuurlijk niet lukte en misschien ook maar beter was. Furieus als ik was had ik niet in de gaten dat ik hevig bloedde. Toen ik omkeek zag ik wat ik had aangericht.Van de slaapkamer tot de keuken en vandaar naar de huiskamer lag een bloedbad. Knalrode spetters zaten tegen deuren en keukenkastjes. Het zag eruit als een scène in een film van Quentin Tarantino. Iets bij zinnen gekomen ruimde ik de troep op en ik kan zeggen dat bloed opruimen niet zo simpel is als films ons doen geloven. Verdomd moeilijk spul om weg te poetsen. Ik zou het niet goed doen als moordenaar die zijn sporen moet uitwissen.

Nou word ik als huisgenoot van vier mini tijgers wel vaker gekrabd of gebeten maar het verliep nu toch wat anders. Om 10:00 uur waren mijn hand en pols twee keer zo dik en ik belde de huisarts om te vragen of dat kwaad kon. De assistente vroeg nog net niet: “wat denk je zelf, idioot?”. Ik moest direct langskomen en ik prees mij gelukkig dat ik dat lopend af kon want de pijn was inmiddels zo erg dat fietsen of autorijden er niet meer in zat. Het was maar een wandelingetje van 15 minuten en de zon scheen.

Bij de huisarts kreeg ik antibiotica en een tetanusprik voorgeschreven. Die moest ik wel even bij de apotheek gaan halen en dan terugkomen om de injectie te laten zetten. Weer een wandelingetje van 15 minuten heen en 15 minuten terug. Geen probleem, wat extra beweging kon geen kwaad. Het wandelingetje terug moest nog even op zich laten wachten want de arts had nog een verklaring bij het recept moeten sturen. Tetanusinjecties blijken een schaars goed te zijn. Dus na eindeloos wachten en heen en weer gebel, gemail en tussendoor naar huis lopen om toch nog wat te werken, kon ik pas terug met de injectie op zak. Bij de huisartsenpraktijk trof ik alleen de stagiaire. Ze durfde de prik niet te zetten want dat had ze nog nooit gedaan en de huisarts zou pas een paar uur later weer aanwezig zijn. Omdat ik niet zo een zin had om haar proefkonijn te zijn riep ik grootmoedig: “Geen probleem, ik kom wel terug als de arts er is” en was al bij de deur voordat ze er erg in had. Daar ging ik weer. Einde van de middag kon ik weer terug en na in totaal twee uur heen en weer wandelen kreeg ik dan eindelijk de Tetanusinjectie.

Van mijn gezellige vrije middag is niks meer terecht gekomen. Dus nu zit ik in een rommelig huis, met een lege voorraadkast en een hand als een opgeblazen siliconen handschoen. Wijze levensles: Een ongeluk zit soms in een klein rood katje.

Een reactie plaatsen

Invloed met impact

Mijn mailbox vulde zich deze week met reclame. Niet dat het een nieuw gegeven is. Het laatste jaar heb ik vrijwel alles wat ik wilde kopen, behalve de wekelijkse boodschappen, online besteld. En doodmoe van alle cookies en voorwaarden die er geaccepteerd moesten worden heb ik wel eens te vaak hier en daar een vakje aangeklikt dat ik beter ongevuld had kunnen laten. 

De inhoud van de reclamemails irriteerde me wel meer dan normaal. Dat is ook niet nieuw. Elk jaar rond deze tijd valt het me weer op dat bedrijven schaamteloos internationale vrouwendag gebruiken om hun producten te verkopen. Helaas wordt het weggezet als een soort moederdag of een ‘lekker verwendagje voor jezelf’.

Waarom dat kwalijk is, is omdat het afleid van de werkelijke boodschap. Het roept de gedachte op of het nog wel nodig is om vrouwendag in stand te houden. Om nog maar te zwijgen van de mannen die roepen wanneer het dan een keertje mannendag is. 

Internationale vrouwendag heeft elk jaar een thema. Dit jaar is het: invloed met impact. Een fijn positief thema waar iedereen iets mee kan. Veel mensen vragen zich af wat voor een invloed ze nou werkelijk hebben. Laat staan invloed wat ook nog eens een enorme impact zou hebben. Maar we hebben meer invloed dan we denken. De manier waarop we onze kinderen opvoeden, iemand aanspreken op gedrag of foute grapjes of onze eigen blinde vlekken durven te onderzoeken heeft heel veel impact.

Wanneer je daarmee dwars tegen de heersende norm in gaat kan dit soms voelen als vechten tegen de bierkaai. Je bent al snel een zuurpruim wanneer je niet lekker mee lacht om het zoveelste denigrerende schoonmoedergrapje. Zelfs door het schrijven van dit stukje kan ik weggezet worden als zeikwijf. Dat moet dan maar. Al plant ik in mijn hele leven maar een paar zaadjes in hoofden van enkelen, het gaat invloed en  impact hebben. Want elke keer dat we met elkaar besluiten om het anders te doen breidt de olievlek van invloed zich uit.

De invloed van reclame hoef ik niet toe te lichten. Het zou bedrijven sieren om in plaats van het zoveelste make-upje of badschuimpje tegen korting aan te bieden, hun invloed aan te wenden om echt impact te maken op het gebied van vrouwenrechten. Wend de winst die gemaakt wordt door de vercommercialisering van deze dag eens aan om vrouwen een betere positie in de wereld te geven. Verkoop voor mijn part iets bij de boodschap die je uitdraagt: “Hier heeft u uw vrouwenrechten en zal ik de blender erbij inpakken?”

Internationale vrouwendag is nog steeds nodig. Zolang vrouwen nog niet in elke bedrijfstak meedoen, zolang vrouwen nog niet de helft uitmaken van de politiek, zolang meisjes en jongens nog met een ander wereldbeeld opgevoed worden en het overgrote deel van de vrouwen zich te vaak niet veilig voelt is het nodig. Laat mij maar eens meemaken dat het niet meer nodig is. Ik ben de eerste die de vlag zal uithangen. Maar zolang die dag er nog niet is zal ik op de (schriftelijke) barricaden blijven staan. Lekker ruikend door een parfum uit de aanbieding. Dat dan weer wel. 

1 reactie

Nederigheid

Nederig

Op de socials zie ik vaak van die ‘inspirerende teksten’ langskomen. En hoewel ik daar normaal gesproken van smul, valt me de laatste tijd iets op waar ik me een beetje aan begin te ergeren. Het is het woord ‘humble’. Be humble, oftewel wees nederig. Hoezo zou dat goed voor je zijn. Ik krijg er de kriebels van. Nederig zijn brengt je geen steek verder. Bij dankbaar kan ik me nog wel wat voorstellen. Maar ook dat vind ik een jeukwoord wanneer het om dingen gaat waar ik zelf toch wel degelijk invloed op heb gehad. Misschien is het een allergie die ik uit mijn opvoeding heb meegenomen. Mijn vader kwam uit een gereformeerd gezin en had daar een enorme hekel aan elke vorm van religie van overgehouden. “Een god bedanke voor het brood wat op me bord legt? Daar heb ik GVD (hij vloekte flink) heel wat meters over de grond voor motte kruipe (hij was woningstoffeerder)”. 

Denk niet dat ik arrogant ben. Verre van dat. Ik ben blij met alles wat goed gaat in mijn leven. Maar ik geloof nu eenmaal meer in geluk hebben en toevalligheden, gecombineerd met wat je zelf veroorzaakt. Mijn wiegje heeft toevallig in een goed land gestaan. Het gezin waarin ik ben opgegroeid was gelukkig een warm nest en ik heb een goede start gekregen. Wanneer iemand iets voor mij betekent of mij een kans geeft ben ik diegene natuurlijk dankbaar. MIjn ouders ben ik zeker dankbaar. Maar een algemene dankbaarheid vind ik een beetje raar. 

Nederigheid zou je kunnen vertalen naar dat je niet alles zomaar voor lief neemt. Datgene wat je vandaag denkt te hebben kan morgen niet meer van jou zijn. De dood van geliefden heeft mij geleerd dat je je de ene minuut nog onoverwinnelijk kan voelen en de volgende minuut de bodem onder je hele bestaan weggeslagen kan zijn. 

Maar voor mij heeft nederigheid de klank van kleinhouden. Je hoofd niet boven het maaiveld uitsteken, gewoon maar meedoen met de rest en je kont vooral niet tegen de krib gooien. En ik ben mezelf dankbaar dat ik daar niet aan mee doe. In die zin moeten we niet nederig zijn maar juist zelf nadenken, opstandig zijn en wanneer het nodig is de derriere met een flinke zet tegen de krib gooien. Het is goed voor een mens om het maaiveld te overzien. Wel handig om je koppie zo nu en dan in te trekken wanneer de maaimachine langskomt maar iedere keer dat je dat doet versterkt dat je nek. 

Dus wat nou nederig? Dat zullen we nog wel eens zien!

1 reactie

Lockdown blues

Het is kwart over zeven. Ik loop naar buiten. Om kwart over acht heb ik in Harderwijk een afspraak voor een coronatest en ik wil niet te laat komen. Gelukkig werk ik bij een organisatie die een eigen teststraat heeft anders had ik langer moeten wachten en nog verder moeten rijden voor een test. Buiten staat een groep mensen in het donker te wachten. Een beetje vreemd, maar ik kijk niet zo snel meer op van gekke situaties sinds ik in het centrum van Almere woon. Daar gebeurt bijna op dagelijkse basis wel wat.

Wat er aan de hand is wordt al snel duidelijk. Een wat oudere man komt naar buiten en de groep begint happy birthday to you te zingen. Ontroerd als ik ben zing ik even mee met het kippenvel dik op de armen. Het lied gaat moeiteloos over in een andere taal, die ik niet versta. Wat ik wel versta is de intentie: geen verjaardag kunnen vieren maar wel laten merken dat de jarige niet vergeten wordt. Ook versta ik het verlangen erachter. Het verlangen om weer samen te kunnen zijn. Mijn dromen gaan over lange tafels vol met eten en heel veel mensen eromheen. Het doet soms fysiek pijn om geen gehoor te kunnen geven aan mijn gastvrijheid.

Met gemengde gevoelens ga ik op weg voor mijn afspraak. Sinds een dag of twee heb ik een raar hoestje en afgezien van zorgen om mijn eigen gezondheid ben ik bezorgd om de mensen om mij heen. Als het corona is, wie heb ik dan besmet? Ook voel ik warmte. Het koor heeft dat in mij losgemaakt. Maar bovenal heb ik een beetje de blues. De lockdown blues.

2 reacties

Een-sterke-onafhankelijke-vrouw-die-geen-man-nodig-heeft

Een wekelijkse blog bijhouden lukt mij al heel lang niet meer, Na de scheiding is mijn leven flink veranderd. Plotseling was ik mijn eigen kostwinner geworden en werkte ik meer uren dan ik ooit gedaan had, er moest een paar keer verhuisd worden, huizen ingericht worden. Ik had het er maar druk mee. Opeens moest ik alles alleen doen. Het huishouden, dieren verzorgen, administratie, klusjes, noem maar op. Niet dat ik me zielig voelde. Het was ‘empowering’ om maar even een Engelse term er in te gooien. Het voelde krachtig en prachtig. Want naast alles betalen kon ik nu ook alles bepalen. Hoe ik leef, wat ik eet, welke keuzes ik maak, hoe ik mijn huis inricht. Niet dat de vader van mijn kinderen zo een tiran is, verre van dat, maar wanneer je al heel jong samen bent gaan wonen is er op het laatst geen onderscheid meer tussen mijn en dijn.

Naast dit alles was ik ook nog op zoek naar de liefde. Want hoe een-sterke-onafhankelijke-vrouw-die-geen-man-nodig-heeft ik ook ben: mijn huid verlangde naar huid, mijn keukenkunsten verlangden naar iemand die dat waardeerde, mijn gekke en serieuze invallen hadden een toehoorder nodig. Je kunt praten tegen katten maar hun antwoorden zijn beperkt.

De drukte verdrong mijn creativiteit. Mijn liefde voor schrijven leek verdwenen te zijn. Geen inspiratie meer. Angst om ervoor te gaan zitten. De drempel werd te hoog. De beren stapelden zich op de weg op en ik vond mezelf terug met eeuwig mijn telefoon in mijn hand. Grappige filmpjes kijken, reageren op reaguurders en interessante artikelen delen op de socials. Het bracht mij niets dan afleiding. Afleiding van wat mij zoveel meer brengt.

De liefde heb ik weer gevonden. Na een, op zijn zachts gezegd, interessante tijd van tinderen en daten, ontmoette ik de man waarmee ik het volgende avontuur aanga. Een creatieve geest die mijn creativiteit stimuleert. Samen maken we plannen. Ik schrijf weer. Misschien publiceren we ooit nog wat samen, wie weet. Hij brengt mij rust en zet me aan tot denken. Stimuleert mij om mijn ideeën om te zetten in daden. Begrijpt het wanneer ik in een ‘flow’ zit waardoor ik tijd en eten vergeet. Het gebeurt hem zelf ook, dat ontroert me.

Ja, ik ben een-sterke-onafhankelijke-vrouw-die-geen-man-nodig-heeft maar ik vind het verdomd heerlijk om mijn leven en huis te delen met deze lieve man.

2 reacties

De dag dat mijn moeder geen Olie van Olaz meer gebruikte

“Zal ik je haar borstelen?”, vroeg ik. Met haar ogen dicht knikte ze van ja. Niet meer in staat om nog geluid voort te brengen. Zachtjes borstelde ik het zachte korte haar van mijn moeder en ging weer tegenover haar zitten. De borstel legde ik weer terug en ik pakte het potje Olaz crème op. “Wil je dit op?” Vermoeid schudde ze haar hoofd. 

Zolang als ik me kan herinneren gebruikte ze Olaz als dagcrème. Door haar steevast nog aangeduid met ‘Olie van Olaz’ hoewel het merk al diverse naamsveranderingen onderging. Ze ging de deur niet uit zonder die crème, poeder op haar wangen, roze lippenstift en haren en wenkbrauwen keurig gekamd. IJdel tot aan haar laatste dagen. 

Dat juist die dag haar laatste zou zijn kon ik op dat moment nog niet weten maar dat het niet meer lang zou duren voordat het voorbij was, zoveel was wel duidelijk. Ze was ziek en kon nauwelijks nog ademhalen.

Die ochtend kwam ik tegelijk met de verzorgende binnen die mijn moeder kwam wassen en aankleden. Om haar niet voor de voeten te lopen deed ik de afwas en maakte ik alvast thee met één klontje suiker, zoals ze dat altijd had gedronken. De verzorgende zei: ”Uw dochter is er ook”, waarop ik mijn hoofd om de hoek stak. Haar gezicht klaarde op, er verscheen een brede glimlach en voor het laatst zag ik haar zachte bruine ogen helder van herkenning en blijdschap over mijn komst. Een beeld wat ik de rest van mijn leven met mij mee zal dragen. 

Het wassen en aankleden hadden het uiterste van haar gevergd. Praten was haar teveel dus ik vulde de tijd met gebabbel over van alles en nog wat. Zo liet ik haar mijn nieuwe schoenen zien en vertelde haar dat ik die voor mijn verjaardag had gekregen. “Ik ben vergeten je te bellen met je verjaardag,” zei ze. “Ja“, zei ik: “het is voor het eerst dat ik geen kaartje van je kreeg maar je hebt nu even wat anders aan je hoofd” Het deed haar verdriet. Ze had altijd kaarten gestuurd. Bij elke levensgebeurtenis was er een kaart, ondertekend met: Liefs, Mam en de naam van het dier wat ze op dat moment in huis had genomen. 

‘s Middags kwam het appje: Mam overleden om 14:25 en ik huilde. Niet om haar dood. Ze was 93 en heeft een mooi leven gehad. Ik huilde omdat ik het erg vond dat haar laatste dagen zo moeizaam waren geweest, Ik huilde van opluchting dat het voor haar voorbij was. Maar ook maakte het een reeks van gevoelens los over mijn eigen sterfelijkheid en die van mijn geliefden. Ik huilde om de kaarten in het zo herkenbare handschrift die ik nu nooit meer zou ontvangen van de enige persoon op de hele wereld die ik Mama mocht noemen. 

Mijn tranen drogen. We hebben afscheid kunnen nemen van elkaar en ik heb er vrede mee. En als er een hiernamaals is dan hoop ik dat mijn moeder herenigd wordt met mijn vader met wie ze zo kon lachen.

%d bloggers liken dit: