1 reactie

Het systeem en de foutloze maatschappij

In mijn mailbox kreeg ik een berichtje. Of ik even via een linkje een bedrag van 54 euro wilde overmaken aan een mij onbekend bedrijf, Credios, vanwege een onbetaalde nota van Famed, de instantie die normaal gesproken de rekeningen van mijn tandarts int. 

De nota had ik echter nooit ontvangen en zoals we allemaal weten, kun je beter niet zomaar op linkjes klikken die je in je mail ontvangt. Dus ik ging eerst maar eens een rondje bellen. Het bleek inderdaad dat ik een nota van mijn tandarts niet had betaald. Dat kwam omdat ik een foutje heb gemaakt: ik heb nooit een adreswijziging doorgegeven aan mijn tandarts. 

Vergeten, stom, maar daar is een verklaring voor. Het afgelopen jaar was voor mij een verwarrende en zeer vermoeiende tijd waarin ik een poosje geen echte eigen plek had en twee keer verhuisd ben. Een tijd waarin ik door een dal ben gegaan, verdrietig ben geweest en daarna mezelf, het plezier in het leven en de liefde heb hervonden. Een jaar vol ups en downs dus. En ik, die altijd in control is, was even niet alert geweest. Kan gebeuren toch?

Je verwacht dat wanneer je dat uitlegt aan: Credios (het incassobureau), Famed (de financieel dienstverlener) en de tandarts dat er met een hand over het hart wordt gestreken. Zeker omdat ik nog nooit een nota van mijn tandarts onbetaald heb gelaten. Maar nee, ‘het systeem’ liet dat niet toe. Het systeem kon mij wel direct als dubieuze debiteur noteren. Het systeem zorgde ervoor dat ik (foei! wanbetaler!) mijn eerstvolgende tandartsbezoek direct bij de assistente moest afrekenen. Het systeem kon er (anno 2019) niet voor zorgen dat Famed mij op tijd een mail stuurde met een signaal dat ik een nota niet had betaald want die doen alles alleen per post. Het systeem kon er wel voor zorgen dat Credios mij wel via de mail kon vinden alleen mochten die mij weer geen informatie verstrekken over de nota vanwege de AVG-wet. Ik begreep dat ik niet tegen het systeem op kon, drukte op het linkje en betaalde voor iets waarvan ik nu, een week verder, nog steeds niet weet waarvoor het precies is.

Mijn nieuwe stek is een heerlijk appartement. Een klein nadeel is dat het in een gebied ligt waar het betaald parkeren is. Zelf heb ik daar een vergunning voor en voor mijn bezoek heb ik een app waardoor zij minder hoeven te betalen. In die app voer je het kenteken in en hopla, het wordt van je tegoed afgeschreven. 

Natuurlijk wilde mijn zus even mijn nieuwe woning komen bekijken. Zij parkeerde haar auto en ik voerde het kenteken van haar auto in wat zij mij opgegeven had. Goed geregeld, toch?

Helaas, mijn zus had een foutje gemaakt, even niet goed opgelet. Ze had de letters van haar kenteken per ongeluk omgedraaid aan mij opgegeven. Dus toen ze weg wilde rijden zag ze dat ze een boete van 64 euro kon gaan betalen. Zij gaat nog bezwaar maken en ik hoop dat ‘het systeem’ toelaat dat het teruggedraaid kan worden omdat hier overduidelijk een menselijke fout is gemaakt. Maar ik vrees het ergste.

Natuurlijk zijn het geen onoverkomelijke bedragen en zijn het maar voorvallen waar je niet te lang bij stil moet staan. Mijn zus en ik kunnen ook na het betalen van onze boetes nog eten kopen. Maar het voelt zo onrechtvaardig. Wij zijn brave burgers. We kleuren over het algemeen keurig binnen de lijnen. We zijn geen oplichters, wanbetalers, profiteurs, beunhazen of criminelen.

We zijn mensen en maken stomme, lullige, kleine en gekke fouten. Maar dat mag niet. Mensen die foutjes maken worden gestraft. Direct en heel hard. Wij maken fouten in een tijd waarin het goed met ons gaat en we vrolijk door het leven vlinderen. Maar geloof me, wanneer het niet zo goed met je gaat dan maak je meer fouten en dan komt het nog harder aan wanneer je er dan zo voor wordt gestraft. En laten we wel zijn, niemand ontkomt aan een tijd waarin het wat minder gaat. Iedereen maakt wel eens iets mee waarvan hij uit zijn doen is en even niet zo scherp. Shit happens to everybody.

We leven in een tijd waarin ‘het systeem’ alles bepaald en niet de menselijke maat wordt gehanteerd. Dat maakt dat we allemaal onder hoogspanning leven. Dat hebben we misschien niet altijd in de gaten maar let maar eens op. Voortdurend zijn we bezig in ons hoofd: Heb ik dit of dat betaald, rijd ik niet te hard, heb ik mijn bonnetje bewaard of heb ik een abonnement op tijd afgezegd. Want hoed je voor een kilometer te hard, een dag, een uur, een minuut te laat of te vroeg.

Het levert de gelukkigen die sterk in hun schoenen staan al stress op. Laat staan de mensen die het leven wat minder goed aan kunnen. Het is niet zo gek dat er veel mensen afhaken of onderaan de maatschappelijke ladder belanden. Ik prijs me gelukkig met een gezond verstand, met het feit dat ik me nu goed voel en met lieve familie en vrienden om me heen. Maar wat nou als je niet zoveel geluk hebt? Hoe ga je je handhaven in een maatschappij die van je eist dat je perfect bent? 

Kunnen we niet nu en hier een ‘MenselijkeMaat-knop’ inbouwen in ‘het systeem’?

Advertenties
Een reactie plaatsen

Sportief

Na een hernia, vorig jaar, adviseerde een fysiotherapeut mij om naar de sportschool te gaan om weer een beetje sterker te worden en om de stress beter aan te kunnen. Ik lachte hem nog net niet midden in zijn gezicht uit. Sporten? Ik? Pfff, echt niet! Yoga deed ik wel al een paar jaar en dat moest maar voldoende zijn. Af en toe een wandeling, goed, dat deed ik ook wel en ik ben wel altijd actief in mijn vrije tijd maar sporten om het sporten daar heb ik altijd een grote hekel aan gehad. Om nog niet te spreken over die vieze kleedkamers met die permanente zweetlucht. Dat bleef ik ook nog een poosje luidkeels verkondigen aan iedereen die het maar wilde aanhoren.
Mijn dochter was inmiddels wel begonnen met trainen bij een sportschool en ik zag haar sterker en fitter worden. Ze ging ook steeds gezonder eten en deelde recepten en tips over gezonde voeding met mij in plaats van andersom. Ook moedigde ze me tijdens één van onze bezoekjes aan de H&M aan om zo een strakke, glimmende sportbroek te kopen. Want, zo zei ze, als je dat aan doet voel je je meteen al onoverwinnelijk en sportief.
Langzaamaan speelde ik met de gedachte om het toch misschien eens te overwegen om naar zo een zweethal te gaan maar het bleef bij een gedachte. Dat ik mijn lichaam vaker in beweging moest zetten dan dat ene uurtje yoga in de week stond buiten kijf maar dat kon ik toch ook wel thuis doen? Niet dus! Ik nam het me steeds voor maar op één of andere manier bleef mijn yogamatje maar opgerold in de hoek staan en de zeldzame keren dat ik het ding uitrolde en er op ging liggen was ik binnen de kortste keren afgeleid. Zag ik daar nou stof onder mijn bed liggen? En die kast moest ook eens nodig opgeruimd worden! De katten vonden het ook reuzegezellig dat ik op de grond lag.
Intussen werd de gedachte steeds sterker dat ik het best eens kon proberen om te gaan fitnessen, ik kon toch een maandabonnement nemen? Als ik het dan echt stom zou vinden dan kon ik er nog vanaf. Ook zag ik een uitzending waarin hoogleraar Erik Scherder uitlegde hoe bewegen invloed heeft op je vermogen om met stress om te gaan, juist in een week waarin ik wat gespannen was van iets wat zich op mijn werk voordeed. Het gevoel dat ik met dingen wilde gooien of ergens tegenaan wilde schoppen doemde op. Dus schopte ik mijzelf maar naar de Fit for free.
Twee keer in de week ga ik nu en het heeft een verslavend effect op me. Ik durf het bijna niet te zeggen maar ik vind het oprecht fijn om mezelf af te beulen op die apparaten. Mijn dochter heeft gelijk. Zodra ik mijn glanzende spandexje aantrek en op mijn nieuwe sportschoenen richting sportschool fiets voel ik mij sterk en stoer en wanneer ik mijn trainingsschema heb afgewerkt en weer huiswaarts ga betrap ik mezelf erop dat ik een brede glimlach op mijn gezicht heb en me lekker voel. Thuisgekomen bekijk ik mezelf in de spiegel en denk serieus dat ik al iets van buikspieren ontwaar, wat natuurlijk volkomen kul is na vier keer mijn nieuwe thuis bezocht te hebben.
Toch is er wel iets veranderd, mijn houding? Mijn eigenwaarde? Hoe dan ook: ik kom er nu niet meer mee weg om te roepen dat ik niet sportief ben. Dus begeef ik mij twee keer in de week tussen de fitgirls, de alfa-spierbundels die zichzelf na elke dumbbell-lift checken op spieraanwas en ik geniet van het wij-gevoel wat er heerst onder de fitten der aarde. Met mijn dochter als inspiratiebron. Wie had dat ooit gedacht toen ik haar twintig jaar geleden voor het eerst in mijn armen hield.

2 reacties

Liefdevol scheiden

Mijn ex en ik leven nu alweer ruim een half jaar gescheiden. Met opzet zeg ik ‘leven’ want voordat je officieel gescheiden bent, ben je nog wel even bezig. Om nog maar te zwijgen over de kosten die het met zich meebrengt. Je bent duizenden euro’s verder als je besluit ieder weer je eigen weg in het leven te willen volgen. Simpelweg omdat je ooit een contractje hebt getekend waarin je belooft als paar door het leven te gaan. Iets wat we toentertijd gedaan hebben omdat we alles goed geregeld wilden hebben voor het jongetje wat al in mijn buik aan het groeien was. Het had niets met romantiek te maken. Ik behoor niet tot de vrouwen die dromen van een glamour-trouwerij. Sterker nog, ik werd al bloednerveus bij het idee.

Officieel waren we 23 jaar getrouwd maar we waren al 33 jaar samen. Dat is een groot deel van ons leven waarin we veel hebben meegemaakt. Misschien wel te veel, het is zeker niet altijd een roze wolk geweest. Maar terugkijkend hebben we het ook heel goed gehad. Zo goed, dat we elkaar niet helemaal kwijt willen raken. Onze levens gaan een andere kant op. We ontmoeten nieuwe mensen, nieuwe liefdes en ontdekken nieuwe kanten van onze persoonlijkheden maar onze vriendschap blijft overeind. Wat ons betreft kan dat ook niet anders. We hebben zoveel gedeeld. We hebben twee prachtige kinderen op de wereld gezet. En bovenal waarderen we elkaar nog steeds om wie we zijn. Zelf ben ik daar erg blij mee.

Toch begrijpt niet iedereen dat. En zo snel als er oordelen geveld werden over onze scheiding, hoor ik nu hier en daar geluiden dat ‘men’ het raar vindt dat wij nog zo goed met elkaar omgaan. Het hoort niet! Het past niet in een hokje! Je hoort als exen een hekel aan elkaar te hebben. Je hoort elkaar in de haren te vliegen. Je hoort elkaars spullen woedend uit het raam te flikkeren en elkaar ‘die lul’ of ‘die trut’ te noemen. Nu ben ik al heel wat jaren zo ver dat ik een teflonlaag om mij heen heb, waardoor ‘wat-men-vindt’ direct weer van mij afglijdt maar het houdt mij wel bezig. Waarom wordt er liever gezien dat je elkaar de tent uit vecht?

Maar hoe zou ik een hekel kunnen hebben aan één van de liefste personen in mijn leven? Iemand met wie ik intens mooie momenten en intens verdrietige momenten heb meegemaakt. Iemand van wie ik elke vierkante millimeter van zijn huid ken. Hou ik nog van hem? Ja, en dat zal ik altijd blijven doen. En hij ook van mij, Dat is een zekerheid waarop wij beiden kunnen bouwen. Dat is een zekerheid die met geen contract vast te leggen is. We houden van elkaar zoals vrienden voor het leven dat doen. We gaan alleen niet meer als geliefden door het leven. Dat is alles.

Ik ervaar het als een geschenk dat we het angstvallig vasthouden hebben kunnen loslaten, waardoor we de verzuring, die langzaamaan in ons samenzijn binnensloop, hebben kunnen tegenhouden. Wie dit alles niet snapt moet eens diep bij zichzelf van binnen kijken wat hem of haar zo stoort aan onze manier van doen. Want in wat voor een hokje iemand ons ook wil stoppen. Wij zullen daar nooit in gaan. En elk paar wat besluit niet meer samen door het leven te gaan gun ik eenzelfde liefdevolle scheiding.

 

Uitgelichte afbeelding bij dit bericht is van Delphine Devos: https://www.flickr.com/photos/devosdelphin/3418388055

12 reacties

Scheiden

Het is lang geleden dat ik iets geschreven heb. Mijn stroom aan woorden, mijn weloverwogen zinnen: ze waren opgedroogd, weggevaagd, kwamen niet meer uit mijn vingers. Sterker nog: de teksten kwamen niet eens meer in de buurt van mijn vingers. Dat kwam omdat mijn hoofd te vol zat. Te vol met gedachten over één van de grootste en engste beslissingen in mijn leven tot nu toe. Te verdoofd door eindeloos gepieker en te lamgeslagen door de vele heftige gesprekken met de-man-die-ooit-mijn-lief-was.

De beslissing is inmiddels genomen. Hij en ik hebben besloten om ieder ons eigen weg te gaan. Het is een goede beslissing. We leefden al enige tijd onder hoogspanning en daar gingen we aan ten onder. We wilden beiden niet dat het zou eindigen, hebben van alles geprobeerd maar als de liefde er niet meer is dan zijn de verschillen, die je ooit zo leuk vond bij elkaar, onoverbrugbaar geworden.

We waren 33 jaar samen en dat is iets wat je niet zomaar opzij schuift. We hebben samen veel meegemaakt en doorstaan. Beproevingen zoals de dood van geliefden, ziekte en mankementen maar we hebben samen ook twee prachtige kinderen gekregen en naar een volwassen leven mogen begeleiden. Hij en ik waren altijd een team, Sjors en Sjimmie, Suske en Wiske, Kwik en Flupke, wij tegen de wereld. Het doet heel veel pijn om dat team op te breken. Te erkennen dat je uit elkaar gegroeid bent. Het doet pijn om te beseffen dat je soms zo terugverlangt naar dat, wat er al een poosje niet meer was.

Het is tegelijk heerlijk en beangstigend om voortaan alleen te zijn. Heerlijk omdat ik nu de rust heb waar ik naar verlangde. Ik geniet van mijn vrijheid en ook al zit ik negen van de tien keer thuis met een kat op schoot, het gevoel dat er een wereld aan mogelijkheden voor me open ligt is fijn. Het is ook precies dat, wat het beangstigend maakt. Er is van alles mogelijk maar wat wil ik nu eigenlijk? De voorspelbaarheid die ik zo benauwend vond gaf het leven wel kaders. Die kaders ben ik kwijt. Het automatisch aanvullen van elkaar ben ik kwijt. De hiaten in je eigen karakter komen pas goed aan het licht als de ander ze niet meer als vanzelfsprekend opvult. Met die hiaten zal ik wat moeten doen. Uit de homp klei die mijn leven nu voorstelt zal ik iets moeten boetseren. Dat kost tijd maar dat gaat me lukken, dat gaat de-man-die-ooit-mijn-lief-was ook lukken. Daar ben ik van overtuigd.

We gaan als beste vrienden uit elkaar, komen nog regelmatig bij elkaar over de vloer en kunnen nog steeds met elkaar lachen en huilen. Dat is een groot geschenk en ik hoop van harte dat wanneer we hoogbejaard zijn, we nog steeds bij elkaar op de koffie komen en met een zachte blik naar ons gezamenlijke verleden kijken.

Nu er alleen nog even aan wennen dat ik de-man-die-ooit-mijn-lief-was, mijn ex ga noemen.

Een reactie plaatsen

Genieten

Laatst was ik naar een drum and bass feest. Er draaide een DJ waar ik tot voor kort nog niet van gehoord had maar mijn kinderen vroegen mij mee dus heb ik mij “in-geluisterd” en ik ging. Hoe ik het een nacht lang moest gaan volhouden wist ik nog niet maar wie niet waagt, wie niet wint.

Het bleek heerlijk om weer eens een hele nacht te dansen en bier te drinken. Iemand aaide mijn haar en zei: “ik hou van je haar” en ik had  zelfs aandacht van een hele jonge knul, die het zich waarschijnlijk nooit meer zal kunnen herinneren dat hij iemands moeder probeerde te versieren aangezien zijn schotelgrote pupillen deden vermoeden dat de beste jongen aardig strak stond van één of ander pilletje en het dus niet meer helemaal helder zag. Ondanks dat was het best leuk om even iemands MILF te zijn.

Na afloop liepen we het laatste stukje terug naar de flat waar mijn dochter woont terwijl het al licht begon te worden. “Goh!”, zei ik: “Het is heel lang geleden dat ik het licht heb zien worden na een nacht uitgaan”. “Kinderen zetten je leven on hold”, merkte mijn zoon op. “Dat is waar”, zei ik: maar je ziet dat als je kinderen volwassen worden, je gewoon de draad weer op kunt pakken.”

Wat ik hem op dat moment vergat te vertellen is dat het natuurlijk zo is dat je naar mijn mening niet meer zomaar alles kunt doen wanneer je kinderen van jouw zorg afhankelijk zijn. Het is ook waar dat je door de zorg voor jonge kinderen vaak zo moe bent dat je er niet aan moet denken om je ‘s avonds nog in de make-up te hijsen en de deur uit te gaan op een tijdstip waarop je normaal gesproken al een uur je hoofd op het kussen hebt. Maar wat ook waar is, is dat het je op dat moment niet uitmaakt. Mijn kinderen zijn meer dan gewenst en ik heb ze met veel liefde naar de volwassenheid begeleid. Dat we nu samen naar evenementen gaan had ik nooit kunnen vermoeden en is zo bijzonder.

Het werkt bevrijdend om weer dingen te doen die je deed toen je twintig was maar nu zonder de onzekerheden die het jonge leven met zich meebrengt. Je zou kunnen denken dat ik in een midlife crisis zit of dat ik angstvallig wil vasthouden aan het jong zijn. Maar zo zie ik dat niet. Van een crisis is hier zeker geen sprake en hoewel ik het verouderen echt niet altijd leuk vind, vier ik ook mijn leeftijd en is er geen angstvalligheid te bekennen.

Nee, het is meer een kwestie van genieten en alles uit het leven halen zolang het nog kan. De generaties hiervoor konden er nog vanuit gaan dat ze na hun pensioen nog van alles konden gaan doen maar die illusie heb ik al lang niet meer. Misschien moet ik straks nog tot mijn zeventigste door blijven werken. Wie weet hoe ik me tegen die tijd voel. Misschien heb ik er over een paar jaar de zin en energie niet meer voor om naar concerten en festivals te gaan. Om nog maar te zwijgen van enge ziektes die zomaar onaangekondigd voor je deur kunnen staan. De tijd om te genieten is nu en hier.

En zo doen we allemaal wel eens dingen waardoor je het gevoel hebt dat je nog leeft zolang je niet dood bent. De één gaat opeens motorrijden, de ander gaat surfen of verliest zich in een andere sport en ik, ik trek mijn sneakers aan en dans nog even door.

 

4 reacties

Yente en de Dood

Drie keer, tijdens de vijftien en een half jaar dat je bij me was, heb ik je uit de handen van de Dood weten te redden. Nu heb ik je zelf aan de Dood aangeboden. De Dood klopte aan. Een half jaar geleden maakt hij zijn komst al bekend maar ik deed alsof ik het niet merkte. Nu kon ik er niet meer omheen. “Je weet toch waar ik voor kom?” vroeg hij. Ik zei: “Ja, maar ik wil het niet”. “Nee, “zei de Dood: “Niemand wil het maar het moet toch.” “Waarom toch?” vroeg ik. ”Honden zijn nou eenmaal niet gebouwd op een langer leven. Ze heeft weinig gevraagd en alleen maar gegeven en nu is ze op,” zei de Dood: “Het is tijd dat je haar nu haar rust geeft. Je bent me drie keer te slim af geweest en ik heb dat zo gelaten. Ze was er zelf ook nog niet klaar voor maar dat is ze nu wel.”

Ik boog het hoofd en gaf je ziel mee aan de Dood. “Zeg me dan op zijn minst waar ze naar toe gaat. Naar het Nirwana? De hemel? Dat heeft ze wat mij betreft wel verdiend. Waar gaan onze geliefden naar toe als ze met jou meegaan?“ De Dood antwoordde zacht: “Als ik je dat vertel dan moet ik jou ook meenemen, dat wil je toch niet? Het is jouw tijd nog niet.”

Hij glimlachte, verdween zo stil als hij was gekomen en nam jouw zieltje mee.”Zorg goed voor haar,” fluisterde ik door mijn tranen heen. Ik bleef achter met het lichaampje waar jij niet meer in zat. Het lijfje dat weldra zou afkoelen, dat mij niet meer warm zou houden als het buiten koud was en dat mij niet meer vrolijk tegemoet zou komen springen als ik even weg was geweest. Een overbodig omhulseltje wat ik aan de aarde terug heb gegeven.

Dag Yente, dag klein, lief hondje, ik hoop dat je hebt geweten hoeveel ik van je hield.

1 reactie

Tot de dood ons niet scheidt

Het was niet bewust gepland. Geen echte beslissing geweest. Als je haar vooraf had verteld dat er een moment zou komen dat ze met haar dode man in huis zou leven had ze je voor gek verklaard. Wie doet nou zoiets. Maar het was de realiteit en nu zat ze ermee. Ze wilde er wel mee stoppen maar ze wist niet hoe ze dat aan moest pakken. De gevolgen zouden enorm zijn.

Het was niet te bevatten wat er zou gebeuren als ze het bekend zou maken. En aan wie maak je zoiets bekend? De politie? Ze was als de dood voor de politie. Zoals die keer dat ze aangehouden werd omdat ze door het rood was gereden. Dat was vlak nadat Henri was overleden. Ze was van pure angst in huilen uitgebarsten en de agent had haar gelukkig laten gaan met een vermaning.

Het UWV dan? Een ramp! Ze zou een jaar lang uitkering moeten terugbetalen. Nou had ze het afgelopen jaar niet veel uitgegeven. Het scheelde toch. Henri had altijd veel gegeten en wilde altijd grote stukken vlees op zijn bord. Ook aan kleding gaf ze niet heel veel meer uit. Voor wie moest ze er nog mooi uitzien? Niet dat Henri het ooit opgemerkt had als ze zich mooi maakte maar het was toch het idee, dat je het voor iemand deed.

Hoe moest ze nou uitleggen dat het vanzelf was gegaan? Henri was op een ochtend gewoon niet meer wakker geworden. Ze was naast hem blijven liggen. Totaal van de kaart. Hij had haar altijd aangestuurd, gaf haar opdrachten en verboden. Dat maakte dat ze elke dag precies wist wat ze moest doen. Op dat moment, naast dode Henri, moest ze een beslissing nemen en ze had totaal niet geweten wat ze ermee aan moest. Ze was maar overgegaan tot de orde van de dag. Was dingen gaan doen waarvan ze dacht dat het Henri’s goedkeuring kon wegdragen.

Zo waren er dagen voorbij gegleden. Die dagen waren weken geworden en op een gegeven moment was het ogenblik waarop je nog met goed fatsoen kon aangeven dat je echtgenoot dood was, voorbijgegaan.Hij was wel wat gaan stinken dus ze had de slaapkamer hermetisch afgeplakt en stak af en toe een wierookstokje aan. Dan rook je het niet meer zo.

O, Henri, dacht ze: jij had wel geweten hoe ik dit probleem moet oplossen maar nu ben je zelf het probleem. Ze leunde tegen de slaapkamerdeur en stelde zich voor hoe hij er de ochtend van zijn overlijden had bijgelegen. Zo vredig. Zijn anders zo norse gezicht had opeens een zachte uitdrukking gekregen. Dat moment had ze vast willen houden. Ze herpakte zich en riep voor de vorm tegen de deur: “Koffie?”  Want, ja, je moest wel hardop blijven praten, anders zou je nog gek worden.

%d bloggers liken dit: