4 reacties

Yente en de Dood

Drie keer, tijdens de vijftien en een half jaar dat je bij me was, heb ik je uit de handen van de Dood weten te redden. Nu heb ik je zelf aan de Dood aangeboden. De Dood klopte aan. Een half jaar geleden maakt hij zijn komst al bekend maar ik deed alsof ik het niet merkte. Nu kon ik er niet meer omheen. “Je weet toch waar ik voor kom?” vroeg hij. Ik zei: “Ja, maar ik wil het niet”. “Nee, “zei de Dood: “Niemand wil het maar het moet toch.” “Waarom toch?” vroeg ik. ”Honden zijn nou eenmaal niet gebouwd op een langer leven. Ze heeft weinig gevraagd en alleen maar gegeven en nu is ze op,” zei de Dood: “Het is tijd dat je haar nu haar rust geeft. Je bent me drie keer te slim af geweest en ik heb dat zo gelaten. Ze was er zelf ook nog niet klaar voor maar dat is ze nu wel.”

Ik boog het hoofd en gaf je ziel mee aan de Dood. “Zeg me dan op zijn minst waar ze naar toe gaat. Naar het Nirwana? De hemel? Dat heeft ze wat mij betreft wel verdiend. Waar gaan onze geliefden naar toe als ze met jou meegaan?“ De Dood antwoordde zacht: “Als ik je dat vertel dan moet ik jou ook meenemen, dat wil je toch niet? Het is jouw tijd nog niet.”

Hij glimlachte, verdween zo stil als hij was gekomen en nam jouw zieltje mee.”Zorg goed voor haar,” fluisterde ik door mijn tranen heen. Ik bleef achter met het lichaampje waar jij niet meer in zat. Het lijfje dat weldra zou afkoelen, dat mij niet meer warm zou houden als het buiten koud was en dat mij niet meer vrolijk tegemoet zou komen springen als ik even weg was geweest. Een overbodig omhulseltje wat ik aan de aarde terug heb gegeven.

Dag Yente, dag klein, lief hondje, ik hoop dat je hebt geweten hoeveel ik van je hield.

1 reactie

Tot de dood ons niet scheidt

Het was niet bewust gepland. Geen echte beslissing geweest. Als je haar vooraf had verteld dat er een moment zou komen dat ze met haar dode man in huis zou leven had ze je voor gek verklaard. Wie doet nou zoiets. Maar het was de realiteit en nu zat ze ermee. Ze wilde er wel mee stoppen maar ze wist niet hoe ze dat aan moest pakken. De gevolgen zouden enorm zijn.

Het was niet te bevatten wat er zou gebeuren als ze het bekend zou maken. En aan wie maak je zoiets bekend? De politie? Ze was als de dood voor de politie. Zoals die keer dat ze aangehouden werd omdat ze door het rood was gereden. Dat was vlak nadat Henri was overleden. Ze was van pure angst in huilen uitgebarsten en de agent had haar gelukkig laten gaan met een vermaning.

Het UWV dan? Een ramp! Ze zou een jaar lang uitkering moeten terugbetalen. Nou had ze het afgelopen jaar niet veel uitgegeven. Het scheelde toch. Henri had altijd veel gegeten en wilde altijd grote stukken vlees op zijn bord. Ook aan kleding gaf ze niet heel veel meer uit. Voor wie moest ze er nog mooi uitzien? Niet dat Henri het ooit opgemerkt had als ze zich mooi maakte maar het was toch het idee, dat je het voor iemand deed.

Hoe moest ze nou uitleggen dat het vanzelf was gegaan? Henri was op een ochtend gewoon niet meer wakker geworden. Ze was naast hem blijven liggen. Totaal van de kaart. Hij had haar altijd aangestuurd, gaf haar opdrachten en verboden. Dat maakte dat ze elke dag precies wist wat ze moest doen. Op dat moment, naast dode Henri, moest ze een beslissing nemen en ze had totaal niet geweten wat ze ermee aan moest. Ze was maar overgegaan tot de orde van de dag. Was dingen gaan doen waarvan ze dacht dat het Henri’s goedkeuring kon wegdragen.

Zo waren er dagen voorbij gegleden. Die dagen waren weken geworden en op een gegeven moment was het ogenblik waarop je nog met goed fatsoen kon aangeven dat je echtgenoot dood was, voorbijgegaan.Hij was wel wat gaan stinken dus ze had de slaapkamer hermetisch afgeplakt en stak af en toe een wierookstokje aan. Dan rook je het niet meer zo.

O, Henri, dacht ze: jij had wel geweten hoe ik dit probleem moet oplossen maar nu ben je zelf het probleem. Ze leunde tegen de slaapkamerdeur en stelde zich voor hoe hij er de ochtend van zijn overlijden had bijgelegen. Zo vredig. Zijn anders zo norse gezicht had opeens een zachte uitdrukking gekregen. Dat moment had ze vast willen houden. Ze herpakte zich en riep voor de vorm tegen de deur: “Koffie?”  Want, ja, je moest wel hardop blijven praten, anders zou je nog gek worden.

1 reactie

Ga eerst maar eens…

Het viel me opeens op. Misschien was het er altijd al. Misschien valt het me alleen maar op omdat ik zoveel tijd op de sociale media en op nieuwssites doorbreng. Opeens zag ik een patroon, een manier, een soort mens. Het is het soort mens wat bij alle initiatieven roept: Ga eerst maar eens…

‘Ga eerst maar eens…’ is de grootste dooddoener die er is. De dooddoener-mens weet altijd iets te bedenken wat erger is dan hetgeen waar actie voor wordt ondernomen. De dooddoener-mens wijst ook altijd naar anderen: Laten zij maar eerst..

Zo las ik de commentaren op de Women’s March van 21 januari jl. “Ga eerst maar eens wat doen aan de rechten van moslima’s en vrouwen in landen waar ze écht onderdrukt worden (vul hier in: Syrië, Pakistan, Nigeria, etc.). Degenen die dit commentaar gaven kunnen waarschijnlijk niet lezen. Op de website van de Women’s March staat duidelijk dat het over inclusiviteit gaat, dat het gaat over gelijke rechten voor iedereen. Wereldwijd zijn vrouwen én mannen de straat op gegaan. Op foto’s en video’s die er van gemaakt zijn, zie je mensen in alle kleuren en van allerlei nationaliteiten en uitdossingen.

Als er door 3FM de jaarlijkse inzamelingsactie Serious Request wordt gehouden dan volgen er steevast commentaren dat er eerst maar eens iets voor Nederlanders gedaan moet worden. Ga eerst maar eens het zorgstelsel/armoede/ouderenzorg in Nederland aanpakken. Ook wordt er gewezen naar de DJ’s: Laten zij maar eerst iets van hun veel te hoge salaris inleveren.

Op het bericht dat minister Ploumen een internationaal fonds opricht om hulporganisaties te ondersteunen die in arme landen vrouwen adviseren en helpen met gezinsplanning en een veilige abortus, volgden walgelijke commentaren. De strekking van de commentaren was dat die op seks beluste Afrikanen eerst maar eens aan veilige seks moeten gaan doen. Hoe kortzichtig wil je het hebben. Ook hierbij kwam de ouderenzorg/zorg/armoede in Nederland weer om de hoek kijken.

Ook als veganist of vegetariër krijg je het nodige over je heen: Geen vlees eten? Ga eerst maar eens minder auto rijden/bij de voedselbanken kijken/wat aan de plastic soep doen. Maar ook mensen die geen vlees eten kunnen er soms wat van: Minder autorijden? Ga eerst maar eens minder vlees eten!

De dooddoener mens suggereert met zijn ‘Ga eerst maar eens…’ dat er altijd een groter probleem op te lossen is voordat er actie mag worden ondernomen. Het is ook vaak het soort mens wat zelf helemaal niets doet. Logisch, als je altijd maar denkt dat je eerst iets anders moet doen dan kom je nooit ergens aan toe. Brullen dat er eerst iets anders opgelost moet worden is als tegen een kind, wat zijn kamer opruimt, roepen dat hij dan eerst maar eens het hele huis, én dat van de buren, moet gaan stofzuigen. En iedereen met kinderen weet dat het op zich al knap is dat een kind zijn kamer uit zichzelf gaat opruimen.

Je hoeft het heus niet altijd met alle acties en initiatieven eens te zijn. Maar wat mij betreft geldt er maar één ding wat we eerst maar eens moeten gaan doen en dat is: ergens beginnen. Als alle dooddoener-mensen nou gewoon eens beginnen met een probleem op te lossen, waarvan ze denken dat het eerst moet, dan lossen we heel veel tegelijk op. Het mooie is namelijk dat we nooit iets eerst hoeven te doen. Het kan allemaal tegelijk en kleine acties hebben soms grote gevolgen. Als iedereen zijn eigen kleine stukje straat schoonveegt wordt de hele stad schoner en uiteindelijk het land en de wereld. En wil je niet mee helpen met vegen? Dat moet jij weten, maar ga dan niet in je eigen vuil zitten mekkeren dat iemand eerst maar eens de Sahara moet aanvegen voordat diegene die van zijn invalide buur veegt.

Een reactie plaatsen

Hoop, wanhoop en het kleine puntje Yin in het Yang

De dag nadat Trump gekozen was als president van de VS was ik neerslachtig en zelfs een beetje in paniek. Er gingen allerlei gedachten door mijn hoofd. Er was ongeloof: geen moment had ik er serieus rekening mee gehouden dat hij het zou worden. Ik ging er van uit dat er uiteindelijk voldoende verstandige mensen zouden zijn die niet op die idioot zouden stemmen.Er was onbegrip: Hoe konden al die sukkels nou op hem gestemd hebben? Er zijn zelfs zwarte vrouwen die hun stem aan die racistische seksist gegeven hebben.

Er was lichte paniek: Hoe moet dat nou verder met het milieu als het machtigste land een leider heeft die de opwarming van de aarde een hoax noemt en geen geld meer wil geven aan wereldwijde samenwerkingen op het gebied van milieuproblematiek. Er was ook ongerustheid over of het wel goed zou komen nu we niet alleen een enge macho-gorilla aan onze oostkant hebben maar ook een ongeleide Bokito in het westen, met Europa er precies tussenin waar haatpredikers ook steeds meer ruimte krijgen. Om nog maar te zijgen over het midden-oosten.

Het allerergste gevoel van die dag was de wanhoop, de wanhoop dat mensen niet leren van de geschiedenis. De wanhoop dat mensen niet inzien dat we niks opschieten met wereldleiders die de haat voor anderen voeden. Dat vrede niet voortkomt uit anderen de schuld te geven van alles wat er mis is. De wanhoop dat geld, hebzucht en honger naar macht regeert en dat het waarschijnlijk altijd zo zal blijven.

Toen kwam er een gedachte bij mij op waar ik weer een beetje hoop van kreeg. Ik moest denken aan wat een Chinese leraar tegen mij zei over het Yin-Yang teken. Hij zei: “als Yang op zijn hoogst is verschijnt Yin en omgekeerd. In het één zit altijd een klein beetje van het ander”. Als je op deze manier naar de wereld kijkt dan was het misschien nodig dat Trump gekozen werd. Het was allemaal nog niet Yang genoeg. De wereld stond nog niet voldoende in brand. Het moet nog veel erger worden: meer oorlog, meer milieurampen, meer economisch falen, meer macho-testosteron-op-je-borst-gebonk.

Zonder dat kan het Yin niet ontstaan. Blijkbaar hebben wij mensen het nodig om er eerst een puinhoop van te maken voordat het goed mag worden. Dat een vrouw dichtbij het presidentschap was, maakt deel uit van het kleine puntje Yin in het Yang. Dat er hier en daar een land is waar men wel gewoon vergaande beslissingen durft te nemen die goed zijn voor de aarde en wat minder goed voor de portemonnee is het kleine beetje licht in het donker. Daar houd ik me nu maar aan vast. Het komt vast wel weer goed. Ik hoop alleen dat ik die dag mag beleven.

Het origineel van de uitgelichte afbeelding bij deze blog is van donkeyhotey en staat hier: https://www.flickr.com/photos/donkeyhotey/5727867400

Een reactie plaatsen

Nestvulling

In de zomer van dit jaar is mijn dochter het huis uit gegaan. Dat vinden manlief en ik erg leuk  voor haar maar als het laatste kuiken het nest verlaat dan voelt zo een nest wel erg leeg aan. Toen mijn zoon op kamers ging misten we hem ook erg, maar dat ging toch allemaal wat geleidelijker. Hij had in het begin nog werk waarvoor hij vaak bij ons thuis moest zijn en toen dat ophield kwam hij ook nog regelmatig bij ons omdat zijn vriendin bij ons in de buurt woonde. Bovendien, we hadden onze dochter nog thuis.

Nu zijn de vriendin van mijn zoon en mijn dochter naar dezelfde flat verhuisd in Amsterdam. Plotseling is het wel erg stil in huis. Beide kinderen komen gelukkig graag thuis maar we missen het dagelijks contact, het simpelweg samen aanwezig zijn in hetzelfde huis.

Waar ik nooit rekening mee heb gehouden is dat ook de stroom aan vrienden ophoudt. Opeens komen er bijna geen jonge mensen meer over de vloer. Mijn huis is altijd de zoete inval geweest voor vrienden en vriendinnen van mijn kinderen. Er werd mij vaker medegedeeld dan gevraagd dat die-en-die bleven eten en slapen. Vooraf aan het bezoeken van de enige jongerentent in ons slaapstadje werd er ingedronken bij ons thuis.

Ook de vrienden en vriendinnen zijn uitgevlogen. Ze studeren in de grote steden. Uitgaan is daar natuurlijk oneindig veel leuker en in de studentenflats waar ze wonen wordt uitbundig gefeest. Een heerlijke tijd voor al die begin-twintigers. Het is ze van harte gegund maar ik mis hun aanwezigheid. De humor, de energie, de verhalen, het rumoer is met de kinderen mee het huis uit gegaan.

Gelukkig hebben de man en ik het samen ook fijn. Het heeft zo zijn voordelen om minder te hoeven zorgen en eindeloos schema’s te bedenken voor wie wanneer moet eten. Regelmatig ben ik verbaasd dat ik na een dag wassen al bijna door mijn stapel wasgoed heen ben. Er hoeven nog maar zes aardappelen geschild en soms kook ik per ongeluk nog te veel waardoor er de volgende dag niet gekookt hoeft te worden. Lekker makkelijk.

Bovendien zijn er nog de huisdieren. Bij de hond en de drie al aanwezige katers heeft er zich nog een klein rood katertje zijn intrede gedaan om het nest te vullen. De grote katers en de hond zijn gewend om de hele dag naar believen in en uit het huis te gaan via het kattenluikje. De kleine rode mag natuurlijk nog niet naar buiten. Het kattenluikje moet dus op slot en ik ben de hele dag bezig met portier spelen voor de harige prinsjes. Ons oude hondje heeft moeite met de noden op te houden. Met een open kattenluikje is dat geen probleem. Nu dus wel. Het houdt me bezig. Zoals nu: vóór het schrijven van dit stukje ben ik een half uur bezig geweest met hondenpoep, hondenplas en kattenkots op te ruimen. Op mijn armen ligt een spinnend, warm hoopje mini-kat waardoor ik nauwelijks kan typen. Onhandig, dat wel, maar gezellig dat het is!

 

Een reactie plaatsen

De vrijheid van het niets

Wat is vrijheid. Kun je werkelijk vrij zijn? Vrij in je keuzes, vrij in wat je doet? Vrijheid in doen en laten begint met vrijheid in je hoofd. Om enigszins te ervaren wat vrijheid is moet je eerst werkelijk beseffen dat er eigenlijk niets is. Dat je in wezen niets hoeft.

Pas als je werkelijk diep van binnen voelt en weet, dat het allemaal niet zoveel uitmaakt wat je doet, kun je een beetje vrij zijn. Een beetje, want natuurlijk maakt je handelen wel wat uit als het gaat om de geliefden om je heen. Je handelen heeft vanzelfsprekend wel degelijk invloed op alles wat er gebeurt in het leven. Het is echter een wezenlijk verschil of je handelt vanuit verwachtingen en patronen, dingen doet “omdat het zo hoort” of dat je diep van binnen weet dat er niets is en jij mag bepalen hoe je handelt.

Als een kind opgroeit krijgt het voortdurend signalen waarin de verwachtingen van ouders en omgeving verpakt zitten. Positieve en negatieve verwachtingen, openlijke signalen en verborgen. Sommige verwachtingen zijn zo diep verankerd in de mens dat het niet eens meer als verwachting gezien wordt. Als schapen doen we allen wat er van ons verlangd wordt. Een relatie, een huis, een kind of een bepaald soort werk. Een enkel schaap onttrekt zich daaraan en plaatst zichzelf daarmee in mindere- of meerdere mate buiten de maatschappij. Het schaap houdt zich niet aan de (ongeschreven) regels. Afhankelijk in wat voor een familie of gemeenschap je wordt geboren, kun je zelfs uit de kudde verstoten worden.

Het is comfortabel om aan verwachtingen te voldoen. Het niet altijd gemakkelijk om bewuste keuzes te maken. Toch geeft een leven waarbij je telkens jezelf de vraag stelt: “Wat wil ik”, meer voldoening. Ook als je er dan alsnog voor kiest om datgene te doen wat iedereen doet, dan zul je daar meer van genieten.

Leven vanuit het besef dat er niets is en dat je in de basis niets hoeft, zorgt er ook voor dat je vrede kunt hebben met de keuzes die je hebt gemaakt. Je kunt hooguit eens terugkijken en denken dat sommige keuzes achteraf misschien niet zo handig waren. Keuzes brengen altijd consequenties met zich mee maar spijt heb je meestal alleen van beslissingen die je niet met je hart hebt genomen.

Als je een huis koopt met een dikke hypotheek, dan zul je hard en veel moeten blijven werken om dat te onderhouden. Heb je dat huis gekocht omdat al je vrienden óók huizen kochten en je ouders zeiden dat het verstandig was en de op komst zijnde kleine toch ook een beetje ruimte moet hebben, dan zou het je achteraf nog weleens kunnen opbreken. Een ‘is dit alles’-gevoel ligt op de loer. Vraag jezelf af hoeveel leefruimte een mens nodig heeft. Hoeveel leefruimte en spullen jij nodig hebt. Misschien kom je er wel op uit dat je heel gelukkig bent in je goedkope, kleine huurwoning, waardoor je bijvoorbeeld minder uren hoeft te werken en meer tijd kunt besteden aan iets waar je gelukkiger van wordt. Of je blijft juist wel heel hard werken zodat je veel geld kunt besteden aan reizen, een dure hobby of iets anders waar je vrolijk van wordt.

Maar ook al heb je al keuzes gemaakt waar je nu aan vast denkt te zitten. Je kunt het vaak nog keren. Er zijn maar weinig zaken definitief en ook al is iets wel onomkeerbaar dan nog zijn er vaak mogelijkheden binnen die context.

Het is wel jammer dat jonge mensen vaak het gevoel hebben aan bepaalde normen te moeten voldoen. Zelf heb ik ook pas met het grijs worden mijn wilde haren weer een beetje terug gekregen. Tegen alle jongvolwassenen kan ik zeggen dat het soms doodeng is om tegen de stroom in te zwemmen en als je daardoor bijna verdrinkt kun je niemand de schuld geven, maar de werkelijke vrijheid die je er voor terugkrijgt, de schoonheid van het bewandelen van jouw eigen pad, is meer dan de moeite waard.

Uitgelichte afbeelding bij deze blog: By Biccie (Own work) [CC BY-SA 3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)%5D, via Wikimedia Commons
2 reacties

Lijden

Wat is dat toch, dat het lijden zo bij het leven hoort. Zo denk je veilig te zijn, lacht het leven je toe, en dan wordt je door de tijd ingehaald. Van het ene op het andere moment is het voorbij. Alles wat je tot dan toe hebt beweerd over anderen die iets ergs meemaken is onbetekenend. Alles wat je zei over: ik zou dit en ik zou dat, betekenen niets meer. De dag door komen, dat is het hoogst haalbare. Maar zien wat er op je pad komt en daar weer mee omgaan omdat het niet anders kan.

Hoe moet je omgaan met het feit dat één van de meest dierbare personen in je leven een doodsvonnis heeft gekregen. Misschien niet direct maar je weet dat alles eerder gaat eindigen dan je had gedacht. Of eigenlijk dacht je het niet. Ging je er van uit dat alles altijd zou blijven zoals het was. Wat natuurlijk grote onzin is. We weten dat dat niet kan. We weten dat we allemaal ellende gaan meemaken. De vraag is alleen wanneer.

Dat iemand te horen krijgt dat er een ziekte in zijn of haar lijf rondwaart is één ding. Maar je weet dat het leven de komende tijd gaat bestaan uit nare behandelingen, medicatie, pijn, pijn en nog eens pijn. Dat incasseren een onderdeel van het dagelijks bestaan gaat worden. Daar is toch niet mee om te gaan. Hoe kun je daar nog je gevoelens over duiden. De paniek over wat nog komen gaat springt als een troep wilde apen door je hoofd. Uiterlijk blijf je gewoon doen. Gewoon dat weekendje weg omdat het lang van te voren al geboekt was. In een tijd dat alles nog goed was. In een tijd dat je, als je goed had geluisterd, het tikken van de tijdbom had kunnen horen. Gewoon naar je werk, waar je niet in tranen probeert uit te barsten bij elke neutrale hoe-gaat-het-met-je vraag. Je gaat in plaats daarvan naar de WC, laat bij de kraan het koude water over je handen lopen en neemt een grote slok water en zet je niks-aan-de-hand-masker weer op.

Dat moet ook allemaal. De ziekte van de ander gaat niet weg als je thuis op de bank gaat liggen miezeren. Daar gaat het lijden niet van weg. Daar geneest de zieke niet van en o, wat zou je graag genezing willen voor degene waar je zo ontzettend veel van houdt. Wat wil je graag dat het leven zou doorgaan zoals het altijd ging. Je bidt tot alles wat los en vast zit, tot Boeddha, God, Allah, Jahweh, het Universum en alles waar je niet in gelooft maar waarvan je hoopt dat het een beetje helpt. Tegen beter weten in. Het leed ligt op de loer. Hoe kun je daar ooit een vorm voor vinden om er mee om te gaan terwijl je hele lijf het uitschreeuwt dat het een grote rotstreek is die het leven je levert.

De lijder lijdt, de naasten lijden mee. Ooit komt de tijd van acceptatie, berusting en ten slotte het bitterzoete terugkijken. Dan waan je je weer een korte tijd veilig. Het enige positieve aan het lijden is dat je intenser gaat genieten van die momenten dat alles weer even goed lijkt. Tot het volgende lijden. Want lijden hoort nou eenmaal bij het leven, zeggen ze dan.

De uitgelichte afbeelding is een still uit de prachtige clip van dit mooie nummer van Stromae:

%d bloggers liken dit: