Een reactie plaatsen

De langstdurende oorlog allertijden

25 november was het internationale dag tegen geweld tegen vrouwen. Als feministe vond ik dat ik daar aandacht aan moest besteden. Maar ik merkte dat ik een beetje moe ben. Moe van het herhalen en het steeds opnieuw melden van het geweld tegen vrouwen.

Wie de cijfers leest en een beetje empathie in diens lijf heeft moet zich toch iedere keer een beroerte schrikken? Maar blijkbaar is het normaal dat er elke dag wereldwijd 137 vrouwen doodgaan door geweld van familie, partners of ex-partners. O, maar dat gebeurt toch alleen maar in andere landen, hoor ik je denken? Helaas, ook hier sterft er elke acht dagen een vrouw door femicide. Elke acht dagen… dringt het tot je door?

Mijn vermoeidheid komt ook voort uit het feit dat mijn woorden niets uitmaken. De mannen die ze lezen zijn goede, welwillende en zachtaardige mannen die het met mij eens zijn. De mannen die zich er wel wat van moeten aantrekken, horen mijn woorden niet. En als die ze al horen maakt het geen verschil. Het blijft altijd een beetje preaching to the choir.

Het is niet alleen het geweld door (ex-)partners of familie, dat zorgt dat vrouwen zich nooit echt veilig kunnen voelen. Het is ook het seksueel geweld dat in het dagelijks leven voorbijkomt. Zeker een kwart van alle vrouwen maken dit één of meerdere keren in hun leven mee. Met als één van de gruwelijke dieptepunten, het verhaal van Gisèle Pélicot. We hebben het maar even niet over alle ongemakkelijke aanrakingen of opmerkingen waar je als vrouw de rillingen over je rug krijgt.

Wereldwijd is er al eeuwenlang de oorlog der oorlogen aan de gang: de oorlog tegen vrouwen. Ja, alle oorlogen zijn erg, ook die er nu zijn. Maar bedenk dat binnen alle oorlogen, vrouwen ook nog eens extra te maken hebben met geweld, simpelweg omdat het kan, omdat ze vrouw zijn. Wereldwijd worden mensenrechten niet aan vrouwen verleend of zomaar afgenomen als het de mannen die de touwtjes in handen hebben beter uitkomt. Er wordt liever een veroordeelde crimineel, verkrachter en fraudeur als president gekozen dan, godverhoede, een vrouw!

Neem bijvoorbeeld het intrekken van abortusrechten in de VS. We denken dat het een verworvenheid is die ons hier, in dit mooie landje niet afgenomen kan worden maar ook bij ons staat het nog in het wetboek van strafrecht. Of vrouwen in Afghanistan die zelfs geen recht hebben op medische zorg, laat staan een stem of een mening. Of vrouwen in Iran die in een psychiatrische inrichting opgesloten worden als ze zich verzetten tegen de kledingvoorschriften. Het zijn maar enkele voorbeelden, de lijst is oneindig lang.

We kunnen het steeds benoemen maar het schiet geen klap op. We komen geen steek verder en ik ben het zo zat. Het is alleen maar te hopen dat op een dag de woede van alle vrouwen zo groot wordt dat er geen houden meer aan is en alle mannen die echt een wereld willen die voor iedereen veilig is aan hun zijde staan.

Een reactie plaatsen

Boos

Het kruipt in mijn botten. Dat wil ik niet. Zo ben ik niet. Maar het is niet tegen te houden. Strijdbaar? Ja! Maar verontwaardigd, boos zelfs, zo wil ik me niet voelen. Voor mijn eigen welzijn moet ik het af en toe opzij zetten maar dat kost me wel moeite. Want eerlijk gezegd ligt er ook wat angst ten grondslag aan mijn boosheid.

De angst dat je als vrouw nog steeds niet veilig bent. Alle verworvenheden die zo moeizaam bevochten zijn kunnen van de één op de andere dag afgenomen woorden. Kijk naar Amerika. Daar is abortus inmiddels in veertien staten illegaal en in drie staten verboden na zes weken, wat ook een onmogelijke termijn is. Niet alleen als de zwangerschap ongewenst is maar ook als je als vrouw dood ligt te gaan door die zwangerschap weigert elke arts hulp. Pro-life noemen ze dat, maar een leven van een vrouw telt blijkbaar niet als leven.

Drie jaar geleden, bij de overname van de macht in Afghanistan, beloofde de Taliban dat vrouwen mochten blijven werken en naar school mochten blijven gaan. Nog geen maand later werd er aan de rechten van vrouwen alweer getornd. Nu is het zover dat vrouwen alleen nog maar binnenshuis hun stem mogen laten horen. Van scholing, of ergens zonder begeleiding van een man zijn, is al helemaal geen sprake meer. Uitgewist, weggepoetst, wandelende baarmoeders. Vagina’s op pootjes die verder hooguit nuttig zijn als bediende voor de man.

‘Maar hier hebben vrouwen het toch wel goed?’ Een heel stuk beter. Maar ook in Nederland worden elke maand twee vrouwen vermoord omdat een man recht denkt te hebben op het leven van die vrouw. Voorafgaand is er dan vaak al sprake van jarenlang psychisch of fysiek geweld. Juist het moment van opbreken van een relatie is het gevaarlijkst voor een vrouw.

En dan nog het feit dat ik het best goed dacht te hebben maar dat blijkt dat er pas de laatste jaren aandacht voor is, dat er in de medische wetenschap nauwelijks kennis is over het vrouwenlichaam. Want vrouwenlichamen waren veel te lastig met al die hormoonschommelingen. Dus zijn er ziektebeelden gemist en ontkend. Medicatie niet goed afgestemd met alle gevolgen van dien.

O, ja, en zullen we het hebben over de seksualiteit van een vrouw? Dat we pas sinds een jaar of vijfentwintig weten dat de clitoris niet slechts een klein knopje is maar een zwellichaam van tien centimeter lang? Dat het gezwollen moet zijn (‘stijf’) om seks te kunnen hebben waar de vrouw plezier aan beleeft. Het aantal vrouwen dat als gat op pootjes werden en worden beschouwd is niet te overzien. Het wordt beter maar wat gaat het rete-langzaam. Ook nu nog is er discussie, DISCUSSIE, over of een vrouw pijnstilling moet krijgen bij het plaatsen van een spiraal. Voor veel vrouwen een ongelooflijk pijnlijk moment. Als je een klein gaatje in een kies laat vullen heb je nog de keuze of je het wil laten verdoven. Maar een vrouw moet niet zo kinderachtig doen. Kom op, kiezen op elkaar!

In de serie over Catharina de grote van Rusland (feministe avant la lettre) roept haar zoon na haar dood: “Vanaf nu geldt er een wet dat er nooit meer een vrouw op de troon mag komen.” En ik denk: zo gemakkelijk gaat het dus. Dit is precies waarom vrouwenquota nodig zijn. Waarom het nodig is dat in elk bestuur, op elke positie waar beslissingen worden genomen en in elke vezel van de maatschappij, vrouwen (over)vertegenwoordigd moeten zijn.

Een reactie plaatsen

De mentale belasting in een relatie

Lieve, behulpzame, aardige mannen, ik richt me in dit stukje tot jullie. We moeten het hebben over de ‘mental load’. ‘Mental load’ is de geestelijke en emotionele last van het hebben van de verantwoordelijkheid om te denken aan, plannen van en organiseren van alles wat het leven met zich meebrengt. Niet alleen voor jezelf maar ook voor de kinderen, je partner en andere familieleden. Denk daarbij aan alles binnen het huishouden: rondom de kinderen, mantelzorg, huisdieren, vakanties en huishoudelijke taken. Niet alleen de grote taken maar ook alle kleine, ogenschijnlijk kleine taakjes zoals iets meenemen wat op de trap ligt of een doekje over het aanrecht halen.

In verschillende gesprekken met mannen en vrouwen van een jongere generatie viel het mij op dat die mentale druk in heterorelaties (geen idee hoe dat bij andere relatievormen is) nog steeds veel te vaak, alleen bij vrouwen ligt. Het hebben van een fulltime baan of niet heeft daar geen invloed op. “Maar als mijn partner vraagt of ik iets wil doen, dan doe ik het, hoor” sputteren jullie nu vast tegen. Dat is precies het punt. Waarom moet je partner dat aan jou vragen? Het is jouw huishouden, kind of dier ook. Als jullie met zijn allen op vakantie gaan volstaat het niet om alleen jouw onderbroeken in te pakken op de dag van vertrek. Er moet van te voren gewassen worden, spullen van de kinderen ingepakt worden, de oppas van de hond of de planten geregeld worden, de buren ingelicht. Als jij daar geen verantwoordelijkheid voor neemt ligt de druk van dit alles bij je vrouw/vriendin.

“Maar ik help altijd in het huishouden.” Inderdaad: je helpt. Helpen betekent dat je nog steeds de verantwoordelijkheid bij de ander laat liggen. Dat je je gedraagt als een kind. En ik heb nieuws voor je: je partner is je moeder niet. Het is niet het huishouden van je vrouw alleen, het is jullie gezamenlijke huishouden. Waarom draag je dan geen zorg voor een deel van de verantwoordelijkheid over dat huishouden? Waarom voel je niet dat de zorg voor je kind bij jou ligt? Er bestaan geen aparte papadagen. Je bent altijd een vader en dus altijd verantwoordelijk voor de zorg, vanaf de dag dat jouw spermacel uitgenodigd werd door een eitje.

Over spermacellen en eitjes gesproken: vaak, onder het mom van een grapje, hoor ik mannen klagen over te weinig seks. Voor die mannen onthul ik hier een geheim. Als je je partner niet behandelt als je moeder of verzorgster, vergroot je de kans op seks. Hoe dat zit? Simpel: een vrouw wil (normaal gesproken) geen seks met haar kind, in dit geval jij dus. Niets is zo lustverhogend als een partner die zijn zelfstandigheid behoudt in een relatie en een deel van de lasten van het leven op zich neemt in plaats van zijn navelstreng in te pluggen bij zijn geliefde.

Tot slot nog een waarschuwing: veruit de meeste scheidingen worden door vrouwen van middelbare leeftijd aangevraagd. De menopauze krijgt dan de schuld. Die vrouwen zouden opeens gek geworden zijn door hormonale veranderingen. Knoop het in je oren, het is misschien de aanleiding, maar de werkelijke reden is dat ze het zorgen zat zijn. Geloof mij, ik spreek ze: vrouwen die hun hele leven hebben gewijd aan de kinderen. En nu de kinderen min of meer zelfstandig aan het worden zijn, kijken ze naar het grote kind op de bank en hebben er geen zin meer in. Een diepgewortelde weerzin komt in ze op. Zoals een vrouw mij eens toevertrouwde toen haar laatste kind het nest verliet: “Zo! Vanaf nu zorg ik voor nog geen slak!”

Een reactie plaatsen

Ali B en anderen die het echt niet snappen

Met veel belangstelling volg ik de rechtszaak tegen Ali B. Wat bekende Nederlanders doen en laten boeit mij over het algemeen totaal niet maar dit is van een andere orde. Gefascineerd keek ik naar beelden van een verwarde man die eerst aan het huilen was omdat hij 20 jaar lang vreemd gegaan is, dat nu zo zielig voor zijn vrouw vindt en na de eis van het O.M. tegen de pers een onsamenhangende lofzang gaf op het rechtssysteem.

Op X volgde ik Saskia Belleman (aanrader!) die verslag deed vanuit de rechtbank. Ze citeerde uit het eindpleidooi van Ali B: “U vroeg of ik signalen had gemist. Maar wat had ik moeten doen dan? Ik heb ze niet gezien. Niemand kan mij laten zien hoe ik in signalen iets moet zien. Iets moet beseffen.”

Het erge is dat ik denk dat hij gelijk heeft. Deze man, en vele met hem, heeft oprecht geen idee gehad dat wat hij deed niet door de beugel kon. Hij was toch altijd de onaantastbare artiest? De gevierde man? De ‘knuffel-marokkaan’ waar heel Nederland wèl van hield en die in TV-programma’s de uitgelaten, beetje gekke, maar supersympathieke gast mocht uithangen? Hij snapt het diep in zijn hart echt niet. Ziet geen signalen en heeft nooit geleerd dat je toestemming moet vragen om aan een ander te zitten.

Ook fascinerend zijn de reacties op de vrouwen die aangifte hebben gedaan. “Maar waarom ging ze dan naar dat feest?” “Maar ze had toch weg kunnen gaan?” “Tja, als je je als een slet gedraagt dan kan je het gewoon verwachten.” “Waarom heeft ze zich niet verzet?” “Waarom komt ze er nu pas mee?” Ze…, ze…, ze…. Het slachtoffer in plaats van de dader verantwoordelijk maken voor wat er gebeurde.

Ik zie reacties in de categorie van dat je tegenwoordig als man bang moet zijn om nog seks met iemand te hebben. Je zou zomaar achteraf beschuldigd kunnen worden van verkrachting. Deze mannen zijn een deel van het probleem. Want ook zij snappen er dus diep van binnen, helemaal niets van dat je niet zomaar aan iemand mag zitten. Dat er geen contracten hoeven te worden afgesloten maar dat je het gewoon aan iemand kan vragen of het goed is wat je doet. Dat sommige mannen vinden dat daarmee het leven ingewikkelder wordt begrijp ik. Het is natuurlijk veel leuker als je geen rekening met een ander hoeft te houden en kunt grijpen wat je wil. Maar ook al staat een vrouw in haar goddelijke blootje, midden op een stadsplein, dan heeft ze jou nog geen toestemming gegeven om aan haar te zitten.

Het gaat in deze zaak om verkrachting en aanranding maar het gaat over veel meer. Hoe gaan we met elkaar om? Wanneer mag iets wel en niet. Waar ligt de scheidslijn? Het is niet zo moeilijk. Een ja is een ja en de rest moet je uitvragen. Heel simpel, als je een koekje van iemand wil dan vraag je dat en trek je ook niet zomaar de kast open om een half pak koekjes op te vreten.

Twee voorbeelden die mij zelf zijn overkomen illustreren heel goed hoe grenzen werken. Bij een nieuwjaarsborrel werd ik door een man, die ik alleen van gezicht kende, tegen zich aangetrokken en kreeg ik drie natte zoenen. Ik verstijfde en vond het vervelend. Bij een andere gelegenheid werd er mij door een andere man gevraagd hoe ik de begroeting wilde. Deze man kende ik wel al langer en toch ging hij er niet zomaar vanuit dat ik een knuffel wilde. Juist daardoor voelde ik me vrij en veilig genoeg om die knuffel te ontvangen. Beide voorvallen blijven in mijn geheugen hangen. De één omdat ik het vies en naar vond en de andere omdat ik het zo bijzonder vond dat het mij werd gevraagd. Dat ik het zo bijzonder vond en ik me daar zo prettig bij voelde zegt alles. Wat we hiervan kunnen leren is, dat wanneer je keuzevrijheid en ruimte geeft aan een ander, je er misschien wel meer vrijheid en speelruimte voor terugkrijgt.

Een reactie plaatsen

Oorlog in mijn hoofd

Met alle oorlogen, geweld en onverdraagzaamheid om me heen vraag ik me weer eens af: hoe neem je als leider van een volk, een president, een generaal, een rebellenleider, een besluit wat leidt tot de dood van velen. Hoe kun je willens en wetens iets doen waardoor mensen lijden. Het lukt me, gelukkig maar, niet om te bedenken hoe dat in je hoofd werkt.

Zelf doe ik alle moeite om een verdwaalde wesp in mijn huis levend naar buiten te zetten. En zelfs een mug sla ik alleen dood als het echt niet anders kan, sorrysorrysorry fluisterend. Elk leven verdient mededogen maar soms moet je, in uiterste nood, jezelf beschermen. Maar beschermen doen dictators en volksmenners niet. Al zeggen ze van wel en verzinnen daarbij een gemakkelijke vijand.

Een vijand is zo gemaakt. Benoem een reëel probleem en wijs een bevolkingsgroep aan die dat probleem veroorzaakt. Herhaal dat keer op keer. Ontmenselijk de groep door niet het individu te benoemen maar steeds weer alleen de groep. Zeg de groepsnaam vooral met een vies trekje om je mond. Asielzoekers, joden, moslims, anders gekleurden of transpersonen, kies maar. Noem ze gelukszoekers, houdt ze verantwoordelijk voor wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt, zeg dat de hele groep zorgt voor geweld in jouw land, verkrachters zijn het, kindermolesteerders, welja: ze eten baby’s, why not!

Het gebeurt om ons heen en we hebben het niet in de gaten. Als de kikker die langzaam gekookt wordt en het pas door heeft als het water te heet is om er nog aan te ontsnappen word je erin meegesleept als je niet oppast. Het duidelijkste voorbeeld is de uitroeiing van joden in de tweede wereldoorlog. Dat begon niet in 1940. De hele jaren dertig sloop het erin. Het werd in de hoofden van mensen geplant dat joden een ander soort waren die slechte dingen deden. Langzaamaan werden hun rechten ontzegd. Kleine beetjes tegelijk. We zitten in een soortgelijke periode.

Een populist roept wat en er wordt niet verder nagedacht. Haal de bron van je ongenoegen weg en we leven in een paradijs. Maar zo werkt het niet. Je kunt mensen die vluchten voor honger, geweld of een gebrek aan toekomst de schuld geven van al je problemen maar als je verder kijkt dan je neus lang is dan zie je dat het andere oorzaken heeft.

We leven in een tijdperk waarin goede informatie voor iedereen te vinden is maar waar je wel naar op zoek moet gaan. De informatie achter de informatie. De juiste bronnen. Onafhankelijke journalistiek en wetenschap. Cijfers en feiten in plaats van je onderbuik of wat één of andere nitwit ergens op de socials beweert. Bedenk goed dat de verzetshelden in 40-45 de kritische denkers van toen waren. Maar ik ben bang dat een aanzienlijk deel van de mensheid niet in staat is tot kritisch denken en zich comfortabel voelt bij zwart-wit denken. En misschien hebben ze daardoor een rustiger leven, lekker overzichtelijk. Ondertussen is het in mijn hoofd oorlog.

Uitgelichte foto: Photo by Bango Renders on StockSnap

Een reactie plaatsen

Intuïtie of smartwatch

“O jee! Ik had mijn smartwatch niet om en nu weet ik niet of ik goed geslapen heb,” hoorde ik iemand zeggen. Er  komen steeds meer en slimmere ‘wearables’. Apparaatjes die van alles meten en die je bij je draagt in de vorm van een polsband, ring of misschien wel een bril. Ze meten je bloeddruk, hartslag, hoeveel je hebt bewogen, of je gestrest bent en dus ook hoe je geslapen hebt. Het grappige van alles is dat uit onderzoek blijkt dat, veruit de meeste mensen met een smartwatch , niets doen met de gegevens die het meet.

Zelf wil ik het allemaal niet aan mijn lijf. Ik wil helemaal geen ding aan mijn pols dat me gaat vertellen hoe het met me gaat. Dat weet ik namelijk zelf heel goed. Als ik geslapen heb en ik ben nog moe, dan is de kwaliteit van mijn slaap waarschijnlijk niet goed geweest. Als ik heb liggen woelen, dromen en draaien of op een andere manier een interessant nachtleven heb gehad (bijvoorbeeld podcasts luisteren, spannender wordt het niet), dan weet ik dat de volgende ochtend meestal nog wel. Eens in de zoveel tijd meet ik mijn hartslag en bloeddruk en dat ik over het algemeen te weinig van mijn stoel kom is ook overduidelijk. Als ik narrig en pieperig ben dan duwt mijn partner mij op de bank en gaat hij eten voor me maken, dat helpt meestal wel. Er zijn genoeg mensen om mij heen die vragen hoe het met me gaat. Die prikken er wel doorheen als ik iets te vrolijk ‘goed!’ roep.

Meten is weten, dat is waar, maar ik ben bang dat we onze intuïtie kwijt gaan raken. We vertrouwen op allerlei apparaatjes, gaan pas naar buiten als buienradar ons vertelt dat het droog is. Daardoor missen we de sensatie van het geluk dat droge kleren en een warm huis brengen na een tochtje in een regenbui. Er zijn piepjes nodig om de auto in te kunnen parkeren en hoewel ik mij niet als koningin van het inparkeren wil bestempelen hielp het wel toen ik nog in het centrum van mijn woonplaats woonde. De dagelijkse oefening van mijn oude Toyota-zonder-poespas in een klein gaatje proppen maakte wel dat ik er steeds beter in werd.

We vergeten af en toe stil te vallen en domweg te voelen. Voelen en intuïtie kun je ook trainen. Het hoeft geen uren mediteren te zijn. Gewoon bijvoorbeeld ’s ochtends met je kopje koffie op de bank nadenken over de voorbije nacht en wat je gaat doen die dag voordat je in de alledaagse versnelling schiet. De tijd nemen om waar te nemen wat er diep van binnen in je gebeurt. Voelen of alles het nog doet zoals het moet. Waar heb je een pijntje, hoe fit ben je vandaag, wat heeft je lichaam nodig: beweging, rust of voedsel?. Je neus buiten de deur steken om het verschil te voelen tussen koud of lekker fris.

Minstens zo belangrijk is het dat we onze naasten blijven aanvoelen. Je lief of kind die een kleine gedragsverandering vertoont of een collega die een beetje pips ziet. Ook daar komt intuïtie om de hoek kijken. Het is niet altijd te benoemen maar als je de gevoeligheid toe laat weet je vaak wat er nodig is. Ik ben bang dat we die gevoeligheid aan het verliezen zijn. Dat we steeds hollere vaten worden. Maar dat zal wel aan mij liggen. Ik heb geen smartwatch dus misschien heb ik wel slecht geslapen zonder dat ik het weet.

Een reactie plaatsen

De intergenerationele overerving van het mansplainen

Vorige week ging een video viraal van een jonge vrouwelijke professionele golfer die door een man, die overduidelijk niet weet wie hij voor zich heeft, uitgelegd krijgt dat ze het fout doet.  Mocht je het gemist hebben dan kun je het hier bekijken. Een betere illustratie van mansplaining is er niet. Bij de golfster zien we een mengeling van ongeloof, lol maar ook een beetje gêne wanneer de man maar door blijft gaan ondanks alles wat zij zegt en uitstraalt. Hoeveel signalen kun je missen?

Het ongemak borrelt van mijn tenen naar mijn kruin bij het zien van het filmpje. Bijna elke vrouw heeft hier mee te maken. Mannen die ongevraagd advies geven en er per definitie van uitgaan dat zijn het beter weten dan de vrouw, omdat ze een man zijn. De vrouw die zich hierbij vaak geen houding weet te geven, lacherig of beleefd doet, of uit angst voor de psychische of fysieke gevolgen helemaal maar niets zegt. Als je als vrouw assertief reageert ben je al snel een bitch, een heks of een zuurpruim. De golfster had kunnen zeggen dat ze dit beroepsmatig doet en dat ze social media content aan het maken was. Het is de vraag of de boodschap dan binnengekomen was. Haar reactie om aardig te blijven is ook gedrag wat vrouwen met de paplepel ingegoten krijgen.

Het is goed dat we doorhebben dat het gebeurt en ik was blij met de mannen op mijn sociale media die het filmpje deelden en daarbij op hun eigen manier het mansplainen mansplainden. De bewustwording van dit mechanisme is een grote stap in de goede richting. Als mannen bij zichzelf te raden gaan of ze zich weleens schuldig maken aan mansplainen dan is er al heel wat gewonnen. We moeten hierin patronen herkennen. En hoe graag ik die patronen gisteren nog de wereld uit wil hebben: het is nodig dat we ook met enige mildheid hiernaar kijken.

We zitten nu eenmaal nog met een intergenerationele overerving dat de man per definitie dacht dat hij alles beter wist, simpelweg omdat hij een man was. Het zit nog in onze genen. Pas 67 jaar geleden werd een vrouw voor het eerst in Nederland als handelingsbekwaam gezien voor de wet. Voor de wet betekende nog niet dat het in de praktijk direct beter werd. Als je weet dat bijvoorbeeld slavernij tot op de dag van vandaag nog in generaties doorwerkt of trauma’s door oorlogen doorgegeven worden aan een tweede en derde generatie dan is het niet zo gek dat mannen mansplainen en vrouwen lief glimlachen en ondertussen denken wat ze ervan denken. Er zullen nog wel paar generaties overheen gaan voordat we gelijkwaardigheid bereiken.

Als ik naar jongere generaties mannen kijk waar ik mee te maken heb, ben ik hoopvol. Maar ik zie ook een gevaarlijke beweging van Andrew Tate-volgers en de zogenoemde trad-wifes. Er heerst een valse nostalgie naar een soort Efteling-jaren 50. Het verleden heeft uitgewezen dat rechten je ook zomaar afgenomen kunnen worden en in de Verenigde Staten wordt er al aan vrouwenrechten gemorreld als het om baas in eigen buik gaat. Het is te hopen dat 150 jaar feminisme niet voor niks is geweest. Maar zolang er nog mannen zijn die hun piemel, agressie en hun ongevraagde mening niet in kunnen houden is de feministisch strijd nog niet gestreden.

Een reactie plaatsen

Zestig is cool

“Besef mam, ik word dertig dit jaar! DERTIG!!!,” zegt mijn zoon tegen me. Samen met mijn kinderen, hun liefjes en mijn lief zit ik in een café een biertje te drinken na een geslaagd etentje. We willen nog niet dat de avond voorbij is.  

“Besef dat ik dan einde van dit jaar zestig word,” zeg ik: “Dát is pas raar!” In mijn hoofd ben ik nog steeds rond de dertigplus. Zestig klinkt zo oud. “Zestig? Dat is hartstikke cool!” roept mijn schoondochter: ”Je weet dan hoe alles moet in het leven, je hebt je mentale problemen onder controle en bent vrij om van alles te doen.” 

Zo heb ik het nog niet bekeken. Of ik werkelijk alles onder controle heb betwijfel ik maar ze heeft wel gelijk. Mijn kinderen worden dit jaar 26 en 30. Geweldige volwassen mensen. Mijn hart maakt een sprongetje als ik aan ze denk. Zo trots ben ik op ze. Ze staan mooi en stevig in het leven en hebben fantastische partners, leuk werk en een woning. Hoewel je als moeder altijd een vinger aan de pols blijft houden, is de dagelijkse zorg al lang voorbij.

Sinds een paar jaar voel ik me vrijer dan ooit. Mijn vrije tijd is helemaal voor mij. Ik kan het besteden aan mijn lief, mijn katten, nuttig werk, uitstapjes, mijn twintigduizend hobby’s of aan helemaal niets. Als ik van scratch af aan mijn eigen tofu wil maken en daar een Michelin-ster waardig gerecht mee wil maken is dat dikke prima. Maar als ik de volgende dag geen zin heb in koken, kookt vriendlief of eten we patat. Al wil ik de hele dag op de grond liggen en naar het plafond staren. Nobody cares!

Mentaal is het ouder worden inderdaad een zegen. Mijn onzekerheden en sociale angsten liggen ver achter me. Ik voel me geaard in wat ik kan en wie ik ben. Uiterlijkheden worden minder belangrijk en al helemaal wat een ander van mijn uiterlijk vindt. Er is geen illusie over hoe ik eruitzie. Ik ben een grijze mevrouw maar daar hoef ik me niet naar te gedragen. Ook zal het me worst wezen als je me wel oud vindt. Wat je vindt mag je houden. Ik ben in de derde fase van het vrouw zijn en draag de kracht van de crone (oude wijze vrouw) in me.

Op je zestigste ben je, als je met een goede gezondheid gezegend bent, nog fit genoeg om van alles te ondernemen. Het gaat hier en daar wel piepen en kraken. Soms word je gestraft met een paar dagen pijn of stijfheid, omdat je je als een tiener hebt gedragen maar het kan allemaal nog wel.

Als je het allemaal zo bekijkt is zestig inderdaad best cool. Bovendien zie ik steeds meer mensen van in de zeventig of tachtig die ik niet oud zou durven noemen. Hoopvol! Leeftijd, het blijft een raar ding. Je blijft in je hoofd altijd jij en toch verandert er van alles. Hoe jij je voelt, hoe je tegen de wereld aankijkt en hoe de wereld terugkijkt. Maar één ding is zeker. Zolang je je druk maakt om dingen die er wel toe doen, geïnteresseerd blijft en je blijft omringen met jonge mensen, blijf je jong van geest.

Een reactie plaatsen

Een opgewonden zon en de nietige mens

Onlangs leerde ik dat er zoiets bestaat als zonnestormen. Blijkbaar komen die eens in de 11 jaar op hun hoogtepunt en wanneer de zon in uiterste opgewonden staat is, dan worden hier op aarde magnetisch geladen deeltjes over ons heen gestrooid. Dat kan betekenen dat er allerlei gevolgen zijn voor onze, op elektriciteit gebaseerde, maatschappij. Allerlei apparaten kunnen zonder stroom komen te zitten. Laat je fantasie er maar op los: geen internet, vliegtuigen vallen uit de lucht, geen verwarming, geen verkoeling en je mag hopen dat je bonen in blik in huis hebt in plaats van rauwe, hoewel die wel zoet schijnen te smaken als je honger hebt. Dit jaar bereiken de zonnestormen weer een maximum.

Over fantasie gesproken: bij mij in de familie hadden we altijd een gedachte-experiment over dat we tijdens de apocalyps, allemaal samen zouden komen in het huis van mijn zuster, op een berg in de Vogezen. We zouden daar allemaal onze persoonlijke vaardigheden inzetten. De één zou dekens en truien breien, de ander zou eten verzamelen, ik weet veel van geneeskrachtige kruiden en zo hadden we voor iedereen een taak.

We zagen het al helemaal voor ons en kregen er bijna zin in. Dat het waarschijnlijk een hard rotleven zou worden, waarbij je aan een sneetje in je vinger al dood kon gaan, daar gingen we even aan voorbij. Nu, vele jaren later, weet ik dat het nooit zal gebeuren. Ook al komt er een apocalyps: mijn zuster met het huis in Frankrijk is dood, het huis is verkocht en de familie is uit elkaar gevallen.

Toch heb ik er wel eens stiekem zin in, dat door zoiets als een zonnestorm, we even een klein rampje doormaken. Iets wat de hele mensheid weer samenbrengt. Gevechtstuig doet het niet, onze telefoons vallen uit, geen computers, geen enkele apparatuur die het doet. We moeten even een paar dagen hutje bij mutje leggen: “Wij hebben een open haard! Komen jullie bij ons zitten?” ”Graag, ik heb nog een paar aardappels. Zullen we die in de as poffen? Dan eten we de doperwtjes er wel koud bij” “Heeft iemand de oude mevrouw van Zanten van nummer 11 al gezien? Haal haar even op en zet haar met een dekentje in een stoel bij de haard.” “Hier lieverd, ga jij met je kind ook maar in een deken dichter bij het vuur.” “Wie weet er nog een mooi verhaal?”

Het maakt dan niet uit wie er directeur is of manusje van alles. Aan geld heb je niets. Of jouw auto mooier is dan die van je buren doet er niet toe. Samen zullen we het moeten rooien. We beseffen dan weer dat we helemaal niets hebben aan influencers, social media-reaguurders en uiterlijkheden. Dan hebben we sterke mensen nodig die hout verzamelen, mensen die met weinig middelen een feestmaal kunnen maken en doortastende personen die wonden kunnen verzorgen. Met elkaar praten en lief zijn voor elkaar is dan veel belangrijker dan de nieuwste telefoon.

Het gaat natuurlijk nooit zo lopen. Ik weet ook wel dat er veel egoïsme zou zijn. Plunderingen, paniek, geweld en een ander niets gunnen. Maar heel soms verlang ik er gewoon naar dat we met zijn allen op ons nummer gezet worden en merken dat we helemaal niks voorstellen zonder al onze technologie. Dus kom maar op met je magnetische orgasme.

Een reactie plaatsen

Vier de liefde

Vijf jaar geleden vroeg hij: “Wat doe jij met oudjaar, zal ik naar je toe komen?”. Ik kende hem nog maar net. We hadden één date gehad en appten veel. Ik aarzelde. Kon ik deze grote man vertrouwen? Mijn vertrouwen in de mensheid, met name mannen, was op dat moment niet heel groot door het online daten. Er waren heel wat, erg rare exemplaren voorbij gekomen.

Bovendien lag er een onrustig jaar achter me. Ik was verhuisd naar een tijdelijke woning omdat ik in mijn eentje het huis, waar ik zo fijn woonde, niet kon betalen. Precies een jaar daarvoor was ik gescheiden. Voor het eerst van mijn leven woonde ik alleen en was ik aan het ontdekken wie ik was zonder partner. Voornamelijk was ik moe, doodmoe van het voortdurend roepen dat ik echt, prima alles alleen kon, van alle emoties en van alles wat er in dat jaar gebeurd was.

Maar naast moe voelde ik me ook een beetje alleen en van de mannen die ik ontmoet had was hij de enige geweest met wie ik eindeloos gezellig had zitten praten en die niet meteen aandrong op zoenen of seks. Dus ik appte hem dat het goed was maar dat ik niet wist of ik goed gezelschap zou zijn. Dat hield hem niet tegen.

De volgende dag appte ik hem dat het gezellig was geweest maar dat ik niet dacht dat het meer kon worden dan vriendschap. Ook dat hield hem niet tegen dus toen ik hem de dag erna appte of we toch misschien weer konden afspreken, zei hij meteen ja. Vijf jaar later houdt nog steeds niets hem tegen als het om mij gaat.

Ik zou willen zeggen dat we pats, boem, halsoverkop, op het eerste gezicht, dolverliefd op elkaar waren maar zo begon ons sprookje niet. We vonden elkaar wel lief, aantrekkelijk en we kletsten vanaf dag één onafgebroken. Het was eerder vriendschap op het eerste gezicht met mijn grote vriendelijke reus, die overgegaan is in een diepe liefde. Steeds meer zag ik zijn zachte aard, geduld en respectvolle manier van doen.

Als ik mensen na één date hoor zeggen dat er niet meer in zit dan vriendschap, denk ik nu: “niet zo snel. spreek eerst nog een paar keer af!” Want ik kan alleen maar dankbaar zijn dat wij elkaar nog een kans hebben gegeven. Dat we door de laag oppervlakkigheden konden zakken en het de tijd gunden. Het online daten is wat dat betreft een ramp. Men wijst elkaar al snel af op kleinigheden en hoopt iemand te vinden die helemaal perfect is.

Maar die perfectie, voor zover die al bestaat, ontdek je vaak pas als je iemand echt leert kennen. Is mijn lief een perfecte man? Natuurlijk niet! Net zo min als ik een perfecte vrouw ben. We zijn geen sprookjesprins en -prinses. Maar juist in het met liefde accepteren van elkaars onvolmaaktheid schuilt het volmaakte.

Vijf jaar geleden, op 31 december 2018, is onze relatie begonnen. Met oudjaar trokken we een fles bubbels open, krulde ik mij op in zijn warme, lange armen en vierden we de liefde. Proost! Op vijf jaar liefde en nog een jaar en nog één, en nog één, en nog één…