Een reactie plaatsen

Waarom het erg is dat er te weinig vrouwen in de IT werken

Het is bijna tien jaar geleden dat ik een blog over IT-vrouwen schreef. Daarin begon ik met de zin: “Bij de IT cursus was het weer net als vijfentwintig jaar terug: ik was weer eens het enige vrouwmens tussen het testosteron”. Je zou denken dat er inmiddels een flinke vooruitgang heeft plaatsgevonden. Niets is minder waar. Het aandeel vrouwen in IT-beroepen is nog steeds een schamele 16%. Dat is niet best.

“Waarom is dat erg?,” vraag je je misschien af.

Dat is erg om verschillende redenen. Allereerst digitaliseert de maatschappij steeds meer en steeds sneller. Als je niet enigszins digitaal wijs bent kun je op den duur niet meer meedoen. Van zelfscankassa tot belastingdienst, van werken in de zorg tot onderwijs, werken met communicatiemiddelen tot ChatGpt, noem maar op. Er is bijna geen beroep meer denkbaar waarin je zonder digitale middelen kunt werken.

Die digitale middelen worden nu dus voornamelijk ontworpen, gemaakt en onderhouden door mannen. Die mannen staan dus aan de basis van een groot deel van wat er om ons heen gebeurt. Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van ze. Maar het is een bekend fenomeen dat een ieder de wereld ziet en vormgeeft zoals die het ervaart.

Niet ontworpen voor vrouwen

Mijn moeder, een traditionele huisvrouw, verzuchtte vaak bij het gebruik van huishoudelijke apparaten: “Echt weer door een man bedacht!” Waarmee ze bedoelde dat het duidelijk ontworpen was door iemand die er in de praktijk niet mee werkte. Bijvoorbeeld dat het apparaat niet goed schoongehouden kon worden, te groot was om door (meestal kleinere) vrouwenhanden bediend te worden of te zwaar en onhandig in het gebruik was.

Een huishoudelijk apparaat is tot daar aan toe maar wat nou als we het over algoritmen hebben? Algoritmen worden gebruikt voor allerlei besluitvormingsprocessen. We hebben bij het toeslagenschandaal gezien hoe er door het gebruik van algoritmen gediscrimineerd werd op basis van afkomst. Zo kan er ook seksisme in de algoritmen sluipen, simpelweg omdat ze gebaseerd zijn op menselijke vooroordelen. Vooroordelen die niet per se bewust of kwaadaardig zijn maar iedereen heeft ze nu eenmaal. Ook software kan discrimineren. Zo werd een aantal jaar terug een vrouw met een donkere gelaatskleur voor een digitaal examen geweigerd omdat ze niet als mens herkend werd.

De referentie-man

We zien op allerlei vlakken dat de referentie-man als maat der dingen genomen wordt: in de gezondheidszorg, architectuur, ontwerpen van buitenruimtes tot zelfs veiligheid in auto’s. Zo ook in de IT en zelfs bij het opstellen van vacatureteksten om IT-personeel te werven. Gelukkig is er heel wat gaande. In de gezondheidszorg komt men erachter dat een vrouw geen kleine man is maar soms andere zorg nodig heeft dan de huidige standaard. Er worden steeds vaker vrouwelijke crashtest-dummy’s gebruikt om te voorkomen dat vrouwen een  grotere kans maken op ernstig letsel bij een aanrijding. Nu nog de IT!

Wat moet er gebeuren?

Begin bij het basisonderwijs. Of nog liever: begin bij de opvoeding en het speelgoed. Maak IT interessant voor meisjes. En als een vrouw al kiest voor een IT-opleiding zorg dan dat ze daarna in een inclusieve werkomgeving terecht komt en behouden wordt voor het vak. Want er is ook een grote uitstroom. Ben je een IT-vrouw? Profileer je als rolmodel! Laat zien hoe mooi jouw beroep is en hengel die meiden binnen.

Een reactie plaatsen

De roze sappige pudding in je hoofd

Ik voel mij gediscrimineerd. Dit keer niet als vrouw, of toch ook weer wel, maar daar wil ik het nu niet over hebben. Feminisme is zeker één van mijn stokpaardjes (of bezemstelen, zo je wil) maar ik stoot steeds vaker ook mijn welgevormde neus aan een ander fenomeen: leeftijdsdiscriminatie.

Het stoorde me eerst nog niet zo erg, ik deed er eerder lacherig over als ik ergens 55+ zag staan, maar de ergernis neemt steeds meer toe. Het bereikte een hoogtepunt toen ik op zoek was naar een cursus. Mijn beroep brengt met zich mee dat ik continue als een malle de nieuwste ontwikkelingen moet bijhouden en hier en daar een certificaat moet halen. De cursus die ik vond was nogal prijzig en omdat ik niet zeker wist of mijn werkgever de cursus zou willen betalen klikte ik door naar een pagina met mogelijkheden voor vergoedingen. “Een leven lang leren” zag ik staan. Daar sloeg ik op aan. Je hele leven blijven leren is uiterst belangrijk om een gezond brein te behouden. Nare ziektes als bijvoorbeeld dementie zijn helaas niet altijd te voorkomen maar je kunt er veel aan doen door onder andere de inhoud van je schedel te blijven prikkelen. Het maakt niet uit of je dat doet voor je werk of gewoon voor de lol. De fontein der jeugd vind je niet door je rimpels strak te trekken met botox maar wel door muziek te maken, een taal leren of een andere nieuwe hobby te nemen waar je door uitgedaagd wordt.

De regeling ‘Een  leven lang leren’ is een lening die je kunt afsluiten tegen een gunstig rentetarief, om zo ook mensen, die niet meer in aanmerking komen voor studiefinanciering, te stimuleren om een studie op te pakken. Een mooie regeling, alleen: de regeling is voor iedereen tot 55 jaar! Nou ben ik die leeftijd al een poosje voorbij en mag ik gelukkig zeggen dat ik op het moment van dit schrijven, nog springlevend ben, tot mijn grote genoegen. Dus, wat nou een leven lang leren? Je verklaart hiermee iedereen boven de 55 dood. Dat, terwijl de pensioengerechtigde leeftijd op dat moment nog lang niet bereikt is en er, afgezien van werk, ontzettend veel redenen zijn om op elke leeftijd nog een studie op te pakken.

Er leeft ook een beeld van gezellige senioren die leuke uitstapjes maken. Zoals fietstochtjes met de daarbij behorende ANWB-helm, een reisje met de caravan of een stedentripje met andere 55-plussers. Sportclubs bieden 55+ lessen aan die overdag plaats hebben. En als je wil kun je een seniorenflat betrekken. Maar ik wil helemaal niet alleen maar tussen senioren wonen. Sterker nog, ik wil niet eens zo genoemd worden. Bovendien heerst er een heel raar beeld van mensen boven de 55. De meeste mensen van die leeftijd hebben helemaal geen tijd om aan al die leuke, o we zijn zo vlot, activiteiten deel  te nemen. Die, net als ik, fulltime werken en dat nog lang zullen moeten of willen blijven doen. Mensen die geen ouwe lul (m/v/x) zijn en volop in het leven staan. De Gen-X-ers die niet de privileges van de Boomers hebben die door regelingen als de VUT al jong het werkende leven achter zich konden laten.

Er is dus nogal een verschil tussen de realiteit en  hoe er in de maatschappij tegen leeftijd aangekeken wordt. Enerzijds wordt iedereen geacht jong en fit te blijven en door te werken tot zeker 67 jaar en daarboven. Anderzijds doen we alsof mensen boven de 55 al met een half been in hun graf staan, of op zijn minst buiten de maatschappij. Hou toch eens op met te doen alsof je boven de 55 opeens tot een andere soort behoort en laat iedereen lekker leren, werken en wonen tussen mensen van allerlei leeftijden. Dat zorgt ervoor dat die pudding in je hoofd, roze en sappig blijft.

1 reactie

Altijd dezelfde persoon in je hoofd

Zaterdagochtend. Ik loop achter mijn katten aan naar beneden. De grootste praat onophoudelijk: “prrrt prrt”. “Prrrt prrt,” zeg ik zachtjes terug terwijl ik bijna over hem struikel. Het ochtendritueel. Zoals altijd gaat mijn gedachtenstroom in de hoogste versnelling aan: katten voeren, koffie zetten, vaatwasser aanzetten, vanavond bami eten en morgen? Pannenkoeken? Boodschappenlijstje maken voordat ik vergeet dat het katteneten op is. Mijn arm doet pijn, verkeerde werkhouding en ook nog eens verkeerd gelegen, aangekomen, ook verkeerd, dan toch liever geen pannenkoeken? 

En dan tussen al mijn gepieker over dagelijkse dingen floept mijn moeder mijn gedachten binnen. Het doet een beetje pijn als ik eraan denk hoe weinig geduld ik met haar had. Het gevoel dringt op altijd te weinig te zijn. Te weinig aandacht voor mijn oude moeder, te weinig genoten van de tijd dat mijn kinderen klein waren. Lijk ik op mijn vader? Achteraf had hij het altijd leuk gehad. Op het moment zelf was daar dan niet zoveel van te merken geweest. 

Mijn dode zuster komt ook nog even langs. Ik keek altijd tegen haar op. Ze was in mijn ogen zoveel wijzer, een gids, maar hoe ouder ik word en dezelfde fases van het leven doormaak als zij, besef ik dat je van binnen altijd dezelfde blijft. Het kind, de onzekere puber, de jonge moeder, het zit nog steeds in je. Zo moeten mijn moeder en zus zich ook gevoeld hebben. Zij waren twintig zoals ik twintig was, veertig als veertiger, enz… en, als ik de gezondheid van mijn moeder heb meegekregen, hoop ik ook ver boven de negentig te worden. De tijd dat ik, net als zij, misschien vaak eenzaam zal zijn met alleen het gezelschap van een kat. “Prrrt, prrt.” Onder het gerimpelde vel, was ze nog steeds diezelfde persoon. Maar wie ziet je nog echt, als je oud bent?

De maatschappij ziet oude mensen als een apart soort. Op de sociale media gaan filmpjes rond van grijsaards die aan het dansen zijn en daar moet iedereen dan om lachen. In het uitgaansleven of op festivals wordt je als middelbaar mens ook al vaak raar aangekeken of, lief maar ook heel erg, er wordt tegen je gezegd: “wat goed dat u dit nog doet!”. Maar de waarheid is dat je niet opeens een ander mens wordt met het verstrijken van de tijd. Er gaat niet opeens een knop om waardoor je alleen nog maar met een glaasje cognac in de hand naar klassieke muziek wil luisteren. In je hoofd ben je altijd dezelfde. Waarschijnlijk, als het mijn lief en mij gegund is om samen bejaard te worden, zetten wij dan af en toe nog steeds snoeiharde metal aan en maak ik met mijn stramme lijf coole dansmoves.

Het leven zit maar gek in elkaar. Alles komt op een tijd dat het er moet zijn maar alles komt ook op een tijd dat je er te weinig bij stil kan staan. De hectiek van een jong gezin maakt dat je soms het gevoel hebt niet genoeg te hebben genoten van de tijd dat de kinderen nog klein waren. Je ouders worden oud en krakkemikkig in een tijd dat je zelf nog volop in het dagelijks leven staat. De mantelzorg moet je er maar even bij doen. Ook al ben je moe of kom je niet aan jezelf toe. Dóór moet je! Wat zou ik er niet voor over hebben om nog met mijn doden te kunnen praten. Ik heb nog duizend vragen voor ze. Tijd kun je helaas niet terugdraaien. Wat wel kan is genieten van vandaag. Mijn levende lieverds vertellen hoe ik nu geniet van hun bestaan en blijven dansen.

Een reactie plaatsen

Vechten voor grote potten geluk

“Wat de fuck ben ik hier in vredesnaam aan het doen!” riep ik uit naar mijn lief. Ik kon de tranen in mijn stem nauwelijks onderdrukken en zwaaide mijn arm met een breed gebaar in de richting van mijn tuin. De kleine stadstuin was, toen wij hier kwamen wonen, een jaar daarvoor nog, een soort steppe geweest. Een kale grasvlakte met een verzakt terras. Na veel gezwoeg en gezweet toverden we het in het voorjaar om in een miniparadijs voor bijen, vlinders en allerlei insecten. Zorgvuldig koos ik biologische planten uit en ook het zaaigoed had een biologische oorsprong. Liefdevol plantte ik alles in de twee m3 biologische aarde die ik kort daarvoor had laten brengen. Niet alleen zou mijn tuin eten leveren aan alle kruipende en vliegende beestjes, ook wij zouden ons tegoed gaan doen aan het fruit, wat groente en de eetbare bloemen en kruiden.

Ik was tevreden met het resultaat. En toen keek ik naar de documentaire van Zembla: de PFAS-doofpot. Alle doofpotten in mijn hoofd vielen om. De doofpotten waar ik soms alles wat ons bestaan bedreigd in stop omdat ik anders niet meer normaal kan functioneren. Doofpotten die bij veel mensen heel goed dichtzitten of niet nodig zijn, omdat die mensen alles wat er mis is, glashard ontkennen omdat ze wel gewoon hun gehaktbal willen blijven eten in een all-inclusive in Santa-menogwat. Ik oordeel er niet te hard over hoor, want ik snap best dat je je hoofd soms in het zand van parelwitte stranden wil steken. maar je oren raken er wel door verstopt.

Eén voor één tuimelden ze door mijn hoofd. Alle doofpotten gleden met een knal uit de laadjes die ik zorgvuldig had afgesloten: Alle chemische stoffen die kanker veroorzaken zoals PFAS en die we ons leven lang al binnen krijgen. De hormoonverstorende BPA in de flessen waarmee ik mijn kinderen heb gevoed, de bestrijdingsmiddelen waarvan aangetoond is dat het Parkinson veroorzaakt. De fabrieken zoals Chemours en Tata-steel die maar rotzooi blijven uitstoten en lozen. Grote bedrijven als Shell die alles eraan doen om gewoon door te kunnen gaan met de wereld te verzieken. Dierenleed en de milieuschade die het gebruiken van dieren als product met zich meebrengt. Mensenleed met als bijzondere aandachtspunten vluchtelingenleed en vrouwenleed. De hele opwarming van de aarde…

Klein en nietig voelde ik me, en vroeg me werkelijk af wat het er toe deed dat ik een biologische veilige haven had gemaakt. Wat maakte het uit dat ik niet gemakkelijk in een vliegtuig stap, veganist ben en mijn afval scheidt. Een beter milieu begint bij jezelf is ons al die jaren voorgehouden maar hoe kun je op tegen zoveel overmacht van regeringen die er een potje van maken en bedrijven die alles verzieken met steun van diezelfde regeringen. Mijn minimilieu ís al op zijn best voor zover ik er invloed op heb maar wat voor een verschil maakt het als ik die ene vlinder in mijn tuin begroet als een paar kilometer verderop er honderden doodgaan omdat iemand het vertikt om met zijn fikken van het glyfosaat af te blijven.

Met veel gevoel voor drama riep ik: “Weet je wat ? Het kan me geen bal meer schelen! Niemand maakt zich er blijkbaar druk om. Ik ga wel weer beesten vreten en boek maar vast een paar verre vakanties. Flikker alle afval maar door elkaar en spuit het ongedierte plat, of nee, nog beter, gooi die hele tuin maar vol met tegels en begraaf mij eronder. Het is gedaan met de mensheid.

Maar ik kan het niet. Ik kan me niet, niet druk maken over onrecht, leed en het kapotmaken van onze eigen leefomgeving. De doofpotten ben ik weer zorgvuldig op stabiele planken in mijn hoofd aan het zetten zodat ik er af en toe weer voorzichtig één tegelijk kan openen. Zo kan ik het aan en heb ik ook nog ruimte om de potten waar mijn geluk in zit open te kunnen laten staan. Grote potten met geurende bloemen en bijen die hun kroost een veilig plekje in mijn insectenhotel geven. Menselijkheid en mededogen, soms uit een hoek waarvandaan je het niet verwacht. Strijdbare rebellen die demonstreren. De wetenschap dat er meer zijn zoals ik. Mijn kinderen, ach mijn kinderen en hun liefsten, voor wie ik alles wil bevechten. De zachte pootjes van mijn katten die bij mij een beter lot hebben gekregen dan waar ze voor voorbestemd waren. En last but not least de liefde van mijn lief die mijn drama aanhoort, zijn armen spreidt waarin ik mag schuilen en op zijn rustige manier samen met mij de wereld een klein beetje mooier wil maken. Dáár, de fuck, doe ik het allemaal voor.

Een reactie plaatsen

Hardwerkend

De hardwerkende mens wordt telkens ingezet om de waarde van iemand aan te tonen. In politieke retoriek wordt van links tot rechts ‘de hardwerkende Nederlander’ ingezet om iets aan te tonen. Wij houden blijkbaar van hard werken, hoewel ik daar toch vaak het tegenovergestelde van constateer. De meeste mensen die aangeduid worden met hardwerkende Nederlanders zijn mensen met een baan van half negen tot vijf die in het weekend op hun luie gat zitten. Niks mis mee, ik ben sterk voorstander van luieren. Maar of al die Nederlanders zo hard werken, daar heb ik mijn twijfels bij. Hardwerkend wordt ook vaak aan het ongeloof toegevoegd als iemand over de schreef is gegaan. “Hè, hoe kan hij nou zijn gezin doodgeschoten hebben? Het was altijd een hardwerkende man!”

Kinderen hebben het ook niet gemakkelijk met hardwerkende ouders. De ene keer zijn ze er de dupe van want de arme schaapjes zouden aandacht tekort komen van, vooral, hun hardwerkende moeder. De andere keer moeten kinderen hun handen dichtknijpen, want ze hebben geluk dat hun ouders zo hard werken. Je doet het ook nooit goed met kinderen. Toch heb ik liever dat mijn kinderen over me zeggen dat ik altijd tijd en aandacht voor ze had dan dat ik altijd zo lekker hard werkte.

Het is een cliché, maar dat niemand op zijn sterfbed gelouterd wordt om zijn harde werk, is een waarheid als een koe. Zie jij wel eens iets over werken op een grafsteen? Ik wil wedden dat het woord ‘lief’ veel vaker voorkomt. Persoonlijk boeit het me geen drol of iemand in mijn omgeving hardwerkend is. Ik wil mensen om mij heen die interessant zijn, lief, grappig, goed voor mens en dier of een combinatie van dat alles. Bovendien kun je je afvragen wat hard werken is. Er zijn mensen voor wie het keihard werken is om ’s ochtends hun bed uit te komen, voor wie aankleden voelt als de Himalaya beklimmen. Hetzij door fysieke beperkingen, hetzij door psychische uitdagingen.

Hard werken staat voor goed zijn maar je kunt het je afvragen of dat zo is. Maffialeden zullen ook soms heel hard werken. Criminaliteit levert misschien wel wat op maar je bent er zo maar 24/7 mee bezig. De hardwerkende Nederlander wordt ook vaak tegenover de asielzoeker gezet. Alsof ellende meemaken, vluchten in gammele vrachtwagens of boten en je thuis verlaten niet hard werken is. Ga er maar aanstaan.

Kunnen we dus ophouden met hard werken als een soort heilig waardeoordeel te gebruiken? Ik wordt er namelijk een beetje misselijk van. Het maakt je geen beter mens. Werk je hard omdat je de leukste baan van de wereld hebt en wordt je daar blij van? Go for it, gefeliciteerd. Werk je hard om je kinderen een toekomst te geven? Helemaal top, doe je best. Werk je hard om miljonair te worden of simpelweg je hoofd boven water te houden? Je krijgt van mij een oprecht applaus. Maar het enige wat jou een goed mens maakt is als je dáár hard aan werkt.

Uitgelichte foto is gepubliceerd onder creative commons: https://pixabay.com/photos/bumble-bee-insect-bee-2361336/

Een reactie plaatsen

Stem wijzer!

Het onderstaande geldt voor ongeveer 90% van de inwoners van Nederland, ook al denken sommige mensen van niet. Ik kan er een procentje naast zitten maar grofweg klopt het. En voordat je denkt: ik heb geen zin om dit te lezen want die Louise is toch die linkse droeftoeter? Lees toch even verder, want ik weet zeker dat deze tekst ook over jou gaat.

Ik roep bij deze, iedereen op om links te stemmen. Het kan me niet schelen welke partij: SP, PVDA/GL, PVDD, you name it. Als het maar links is. Waarom? Omdat rechts of extreem rechts jouw leven niet beter gaan maken. Omdat de BBB of NSC jouw leven niet beter gaat maken. Omdat de VVD jouw leven de afgelopen jaren alleen maar slechter heeft gemaakt.

Omdat de wolf niet jouw grootste probleem is. Omdat als jij of je kinderen geen betaalbare woning kunnen vinden, dat niet ligt aan een ander die ook op zoek is naar een beter leven, zoals sommige partijen je doen geloven, maar aan het beleid van jaren zodat er nu te weinig woningen zijn. Omdat het ligt aan partijen die marktwerking een goed idee vonden, waardoor ook onder andere de zorg en het openbaar vervoer op hun gat liggen.

Dus:

  • Als je tot de 1 miljoen mensen behoort die onder de armoedegrens leeft, stem links
  • Als je tot de 60% van de mensen behoort die nog net wel het hoofd boven water kunnen houden, stem links
  • Als je die ene van de vijf huishoudens bent met problematische schulden, stem links
  • Als je in een gewoon rijtjeshuis of appartementje woont, stem links
  • Als je een gewone baan hebt en een hardwerkend Nederlander bent, stem links
  • Als je om wat voor een reden dan ook niet werkt en een uitkering krijgt, stem links
  • Als je ondernemer bent en wil dat men geld bij je komt uitgeven, stem links
  • Als je zelf in een mooi huis woont maar je kinderen geen hypotheek krijgen, stem links
  • Als je kinderen niet naar een sportclub kunnen, stem links
  • Als je best gezond wil eten maar toch kiest voor een diepvriespizza omdat groente te duur is, stem links
  • Als je nog net alle ballen hoog kunt houden maar bang bent dat je wasmachine kapot gaat, stem links
  • Als je voor de boeren opkomt of boer bent en nog niet doorhebt dat BBB de belangen dient van Big Agro, stem links 
  • Als je MKB-er bent en denkt dat de VVD voor jouw belangen opkomt (spoiler:nee). stem links
  • Als je voor 50 euro per week boodschappen moet doen en daar steeds minder voor kunt kopen, stem links
  • Als je in een slecht geïsoleerd huis woont en bibberend onder je dekentje zit omdat de energierekening niet meer te betalen is, stem links
  • Als je dit jaar maar niet op vakantie gaat omdat je tandarts- of ziektekosten had die je uit eigen zak moest betalen, stem links
  • Als je je zorgverzekering en eigen risico nauwelijks nog kunt betalen en daardoor zorg mijdt, stem links
  • Als je je zorgen maakt over het klimaat maar ook als je daar liever je ogen voor sluit, stem links
  • Als je naast een stinkende varkensstal woont, stem links
  • Als je vindt dat grote bedrijven te weinig belasting betalen en voor de grootste vervuiling zorgen, stem links
  • Als je van dieren houdt, of je ze nou wel of niet eet, stem links
  • Als je melk in je koffie wil, of het nou haver- of koemelk is, stem links.
  • Als je denkt dat de PVV of FVD je problemen gaan oplossen: dat is niet waar, stem links
  • Als je het zelf goed hebt maar je zorgen maakt over de toekomst, stem links
  • Als je het zelf goed hebt maar andere mensen ook een goed leven gunt, stem links
  • Als je vanuit je geloof goed wilt doen, stem links

Kortom als je je in één van bovenstaande punten herkent, als je geen klassenstelsel wil, als je onze democratie wil behouden, als je onze vrijheid wil behouden en je het net zo goed wil hebben als vroeger, toen alles beter was, kun je maar beter links stemmen. Want links is ook niet perfect maar met partijen die de afgelopen jaren geregeerd hebben of je willen manipuleren op basis van jouw onderbuikgevoel gaan we het zeker niet redden. 

Een reactie plaatsen

Hondsmoe word je ervan

Vrouwen die veel seks uitstralen. Vrouwen die te weinig seks uitstralen. Actrices die niets aan zichzelf hebben laten verbouwen, die grijs haar en rimpels durven te laten zien, zangeressen die teveel aan zichzelf hebben laten verbouwen. Intelligente vrouwen die iets politieks doen. En, god beware ons, oude vrouwen. Je weet wel die van boven de 40 of nog erger 50, van die menopauzalen die het lef hebben om ergens wat van te vinden of denken dat ze nog meetellen. Vrouwen die thuis blijven bij hun kinderen of deeltijd werken, of juist buiten de deur terwijl ze kinderen hebben. Vrouwen die geen kinderen willen. Vrouwen die überhaupt iets willen of vinden. Heksen zijn het, sletten, hoeren, op de brandstapel, aan de schandpaal ermee!

Bovenstaande tekst is zomaar een illustratie van hoe er over vrouwen wordt gesproken in de media en als commentaar op berichten over vrouwen. Wanneer er iets gezegd wordt over misogynie of dat er nog steeds geen gelijkheid is in de behandeling van vrouwen ten opzichte van mannen wordt er direct geroepen dat we niet zo moeten zeuren. Hier in het westen en zeker in Nederland hebben we toch niks te klagen? Vrouwendag is toch niet meer nodig en wanneer is het dan mannendag? (Die is er, 19 november, doe er je voordeel mee).

Of word je er zo moe van dat steeds weer dezelfde thema’s worden benoemd? Gefeliciteerd, ik ook, ik word er hondsmoe van dat het mannenlijf nog steeds de norm is in de medische wereld en bij veiligheidstesten van auto’s, Wallen onder mijn ogen heb ik van het feit dat er bij de inrichting van buitenruimtes geen rekening wordt gehouden met de veiligheid en wensen van vrouwen. Slapeloze nachten gehad, en nog steeds, omdat een vrouw nooit zonder waakzaamheid over straat kan of zelfs in haar eigen huis soms niet veilig is. Gapen moet ik van het eeuwige ge-oordeel over het uiterlijk van vrouwen en de waarde die eraan gehecht wordt. Intens vermoeid omdat vrouwen door de pinktax gemiddeld 1300 euro per jaar meer kwijt zijn aan alledaagse producten en diensten terwijl ze aan de andere kant nog steeds gemiddeld minder salaris krijgen.

Ja maar deeltijdprinsesjes! Rot op met je deeltijdprinsesjes. Zolang de voltijdsprinsen weigeren om meer tijd  aan huishoudelijke en verzorgende taken te besteden en kinderopvang te duur is en schooltijden nog steeds gericht zijn op een moeder die thuis met de koekjes en thee zit te wachten, wil ik niks er niks meer over horen. Ga eerst maar eens werken aan een maatschappij die niet ingericht is volgens de norm van de voltijds werkende man die een partner thuis heeft die alles voor hem regelt. 

Ja maar vrouwen in …land  (vul de tekst zelf in en kleur de plaatjes). Klopt, er zijn landen waar vrouwen het veel slechter hebben. Maar stop eens om dat als norm te nemen, waaraan we afmeten hoe de stand van zaken hier is. Om maar even een metafoor te gebruiken: iemand met half sneetje brood heeft meer te eten dan iemand die geen eten heeft, maar om dat nou een volwaardige maaltijd te noemen? Ik wil dat vrouwen geen genoegen moeten nemen met een boterham met tevredenheid.

Het moet anders en het moet nu, voor de vrouwen in verweggistan en ook voor de vrouwen hier. Voor vrouwen van kleur, transvrouwen, kleine, grote, jonge en oude vrouwen. Zolang er nog één vrouw monddood wordt gemaakt door mannen of andere vrouwen wanneer ze een ongelijkheid aankaart, blijf ik mijn mond erover open doen, ook al krijg ik er inmiddels uitputtingsverschijnselen van. Dus kom maar op met vrouwendag.

Uitgelichte foto: ttps://commons.wikimedia.org/wiki/File:Vrouwendemonstratie_Amsterdam_i.v.m._Internationale_vrouwendag,_fotograaf_Rob_Croes,_Bestanddeelnr_931-3627.jpg

Een reactie plaatsen

Bent u bekend met ons concept?

We lopen door Amsterdam. Het is al wat later op de dag en onze buiken beginnen boze geluiden te maken. Gek genoeg zou je verwachten dat je overal in deze stad zou struikelen over de veganistische tentjes maar de gentrificatie heeft dit deel van de stad blijkbaar nog niet bereikt. Omdat de cafés die we tegenkomen mijn hoop op een volwaardig plantaardig maaltje bij de aanblik van de voordeur al de grond in boren doe ik niet eens een poging om het daarbinnen te vragen. Ik ben na 8 jaar veganist te zijn een beetje salade-moe aangezien dat meestal als enige optie geboden wordt in eetcafés die geen zin hebben in de havermelk-elite.

Zoals altijd is de app Happycow mijn redding. Ik zoek met de app waar ik plantaardige opties heb. We moeten even een stukje lopen maar verderop is er een restaurant waar veganistische hamburgers geserveerd worden. We arriveren en zien een smalle ruimte in vrolijke kleurtjes met langs de wanden tafels met een houten bank aan de kant van de muur en plastic kuipstoeltjes in pastelblauw daartegenover. De bank is erg smal en aangezien ik van ons twee de minste centimeters meet neem ik daar plaats. Mijn lief neemt plaats op het kuipstoeltje wat in combinatie met zijn bijna twee meter rechtstreeks uit een kleuterschool lijkt te komen. We hopen dat het stoeltje niet bezwijkt onder zijn gewicht.

We kijken om ons heen en zien er in de ogen van de jonge vrouw die op ons af komt lopen waarschijnlijk een beetje verward uit. “Kent u ons concept?”, vraagt ze, en begint uitvoerig uit te leggen wat het concept is. Halverwege is ze me al kwijt en dwalen mijn gedachten af. ik wil helemaal geen concept, ik heb honger en wil een hamburger die ik kan aanwijzen op een menukaart. Maar dat is niet hoe het hier werkt. Met onze telefoon moeten we de QR-code op het wiebelige mini-tafeltje scannen, kiezen of we de Magnificent Mushroom-, de Jolly Jackfruit- of andere burger met een fantasierijke naam willen. Dan kunnen we nog kiezen wat voor groentemengsel we er op willen, wat voor een exotische saus en als laatste of we een blauw, rood of groen broodje willen.

We stellen onze broodjes samen, bestellen ze en dan worden we vanachter de balie meewarig aangekeken. “U heeft nog niet uitgekozen wat u erbij wilt drinken.” Shit, denk ik, en omdat ik onder druk altijd het verkeerde kies vormt mijn mond al het woord Spa terwijl ik eigenlijk een Cola wil. 

Toegegeven, het broodje burger smaakte erg lekker, hoewel waarschijnlijk een broodje gebakken schoenzool met saus erop op dat moment er ook met smaak in was gegaan omdat mijn maag inmiddels zo leeg was dat je hem als echoput kon gebruiken. 

Ik wil niet klagen. Toen ik 8 jaar geleden begon met veganisme werd je met de nek aangekeken in restaurants en compleet vegan etablissementen waren op één hand te tellen. Dat waren vaak meer buurtkantines waar welwillende grauwe types een even grauwe hap serveerden. Wat dat betreft leven we in een geweldige tijd waar voldoende keuze is maar ik word zo moe van de tentjes met een ‘concept’ en een snackbar-achtige inrichting. Wat een verademing was het om in Antwerpen een vier-gangen menu geserveerd te krijgen in een mooi oud pand met comfortabele stoelen. Maar zelfs dat hoeft niet. Het mag alles zijn tussen een snackbar en een restaurant met een Michelinster maar de eerstvolgende keer dat iemand vraagt of ik bekend ben met het concept ren ik gillend met mijn armen in de lucht weg. Dan maar honger.

3 reacties

Zonder stroom

Als lid van de havermelk-elite (hoewel ik daar strikt gezien misschien niet helemaal meer bij hoor) deed ik havermoutvlokken en havermelk in een kommetje voor mijn ontbijt. Ik wilde het kommetje juist in de magnetron zetten toen opeens ‘plop’ alle stroom uitviel. Het was precies 9 uur. Dat wist ik omdat ik dat nog net op het klokje van de magnetron had gezien voordat deze uit ging. De datum drong tot mij door en ik besefte dat ik hierover een brief had gehad: onderhoud aan het elektriciteitsnetwerk. Maar zoals altijd was ik het even vergeten. Niet in mijn agenda gezet. Ik zocht in het donker naar de brief maar die had ik natuurlijk al weggegooid omdat ik dacht dat ik het wel zou onthouden. Wat ik nooit doe maar wel altijd denk dat ik dat kan. Wat ik wel had onthouden was dat het de hele dag kon duren, afhankelijk van wat ze tegen zouden komen.

Daar zat ik dan met mijn rauwe kom havermout. Alles waar ik het papje mee had kunnen verwarmen werkt op stroom. Dan maar beschuit.  Er was gelukkig wel al koffie dus ik schonk mezelf een grote mok in en wilde wat werken op mijn laptop. Helaas was de accu bijna leeg. Bovendien deed de wifi het niet. Gelukkig deed mijn telefoon het nog wel. Koffie had ik nodig, meer koffie! Maar het was op en… nouja… elektriciteit hè.

Nu ben ik een echte kampeerder en heb ik een complete uitrusting om op minimaal niveau te overleven. Dus overwoog ik al de percolator en campinggas tevoorschijn te halen maar helaas had ik geen gemalen koffie en de koffiebonenmolen werkte natuurlijk ook niet. En om de koffiebonen met de hand in de vijzel te pletten ging me iets te ver. Als de nood hoger zou worden kon ik altijd nog een havercappu in de stad gaan halen. Mijn lief had inmiddels al het draagbare zonnepaneel geïnstalleerd om mijn laptop op te laden toen plotseling het hele huis alweer begon te zoemen en piepen als een levend organisme wat gereanimeerd werd. Het deed me weer eens beseffen hoe groot onze afhankelijkheid is van elektriciteit. Op microniveau in huis maar ga maar eens na wat er gebeurt als het overal uitvalt. Ziekenhuizen, drinkwatervoorzieningen, informatievoorzieningen… En wederom nam ik me voor om een prepper te worden. Wederom, omdat ik dat al minstens vijf jaar roep maar het tot nu toe nog niet heb gedaan.

Mijn gedachten gingen verder. Hoe zou het zijn als de supermarkten leeg waren. Waar zouden we op overleven. Zelf heb ik wel wat kennis in huis over planten die je in het wild kunt plukken om eten. En zo ik die kennis niet paraat heb: ik heb een boekenplank vol met boeken over wildplukken en geneeskrachtige kruiden. Maar ik vrees voor generaties na mij die nog afhankelijker zijn van al hun apparaten, hun bloemkool in een zakje kopen en al hun kennis van het wereld wijde web hebben. Hebben zij nog kennis van en boeken over overleven? De eerlijkheid gebiedt me dat ik ook liever iets google dan dat ik mijn boeken induik.

Er ging onlangs dit filmpje rond van een jonge gast die vond dat zijn economieleraar hem niets meer kon leren omdat hij zelf zo slim was om met cryptomunten veel geld te verdienen. Wat gaat deze jongen doen als zijn 10K niets meer waard blijken en hij honger heeft. Wordt de mens steeds luier omdat AI alles beter kan en we geen werk meer hoeven te verrichten en niks meer hoeven te leren om mooie kunst te maken of werkstukken samen te stellen? Op het gevaar af als een ouwe lul te klinken die vroeger alles beter vond, vrees ik het ergste voor de toekomstige mens. Toch heb ik ook hoop. Er zijn ook genoeg twintigers die truien breien, kasten maken en genoeg creativiteit in huis hebben om ook zonder stroom nog iets te kunnen. En net zoals het draaien van vinyl nog steeds een ding is onder de havermelk-elite hoop ik dat overleven een coole vaardigheid wordt die ze doorgeven aan hun kinderen.

1 reactie

Bloemkool in een zakje

De liefde voor eten is heb ik van huis uit meegekregen. Mijn moeder kookte erg lekker en ik stond ook vaak bij haar in de keuken. Het was nog niet de tijd van de snelle bezorgdiensten en er werd sporadisch eten afgehaald. Een enkele keer gingen we naar “De Chinees” waar de geijkte bami en nasi gehaald werden met als wilde uitschieter babi pangang of ku lo yuk. Steevast door mijn ouders als ‘koeieloek’ uitgesproken.

Wanneer we met vakantie aan het Gardameer in Italië waren gingen wij altijd één keer uit eten. Want zoals die Italianen forel bereidden, daar kon volgens mijn vader niets tegenop. Om naar het restaurant  te gaan moesten we een eindje de bergen in rijden. Een heel gedoe. Mijn broer en ik waren nog jong en mijn zussen waren al getrouwd en hadden ook al kinderen. De vraag was altijd hoe je die grote familie op tijd bij het restaurant moest krijgen. Maar als we er eenmaal aan een lange tafel zaten was het gezellig en genoten we van de heerlijke vreemde spijzen. Men had ons voor een Italiaanse familie kunnen houden. Drie generaties, druk door elkaar pratend en gebarend en ondertussen werden er  heel wat schalen en glazen geleegd. Het had een scène uit een film van Paolo Sorrentino kunnen zijn (als je nog nooit een film van deze regisseur hebt gezien dan moet je dat vanavond nog doen).

Thuis werd er voornamelijk Hollandse kost gegeten want hoewel mijn vader lyrisch kon zijn over de Italiaanse forel, de spaghetti mochten ze van hem houden. Daar kon hij zijn maal niet mee doen. Hoewel ik al lang niet meer zo kook zoals zij, heb ik de basis geleerd van mijn moeder. Eén van de belangrijkste dingen die ik daarvan meegekregen heb is dat koken over liefde gaat. Liefde voor de mensen voor wie je kookt en liefde voor de producten waar je mee kookt. Die producten moeten vers en van goede kwaliteit zijn. Voorgesneden groente kwam er bij mijn moeder niet in en zelfs nu nog voel ik de afkeuring vanuit het hiernamaals wanneer ik voor het gemak een zakje wokgroente koop. Ook ik snijd het liefst zelf mijn groente. De geuren die er bij vrij komen zijn een deel van de alledaagse magie van het koken. De smaak van een groentesoep van voorgesneden groente uit een zakje haalt het niet bij een soep die gemaakt is van vers gesneden prei, wortel, selderij, paprika en bloemkool. Ieder met zijn eigen structuur en geur.

Hoe anders gaat men tegenwoordig om met voedsel. Mijn kinderen wonen in Amsterdam en de supermarkt in hun buurt verkoopt bijna alleen nog maar voorgesneden groente en samengestelde groentepakketten. Er is geen hele bloemkool te vinden. Daar wordt ik een beetje verdrietig van. Het is misschien gezever van een uitstervende soort maar hoe ver zijn we van de basis geraakt als Albert Heijn bepaalt wat er in mijn gerechten gaat en of ik mijn bloemkool in plakken of roosjes wil.

Gelukkig hebben mijn kinderen en hun partners dezelfde liefde voor eten en ik begrijp het ook wanneer ze zeggen dat ze “helemaal geen zin hebben om een bloemkool te slachten”. Ze hebben het druk met werken en leven. Ze koken anders dan ik, net zo goed als ik niet meer precies zo kook als mijn moeder. Ze weten nog wel hoe een bloemkool eruit ziet, hoe een verse champignon ruikt en ik hoop dat er momenten zijn dat ik in hun gedachten ben als ze het genoegen proeven van het snijden van een pompoen of prei. Het doet me goed om te horen dat ze soms uitwijken naar winkels waar nog verse groente wordt verkocht. Maar ik vrees voor een toekomst waarin nog slechts enkelen weten hoe boerenkool groeit, dat doperwten uit een peultje komen en hoe voedsel echt hoort te ruiken en smaken.