Een reactie plaatsen

Vechten voor grote potten geluk

“Wat de fuck ben ik hier in vredesnaam aan het doen!” riep ik uit naar mijn lief. Ik kon de tranen in mijn stem nauwelijks onderdrukken en zwaaide mijn arm met een breed gebaar in de richting van mijn tuin. De kleine stadstuin was, toen wij hier kwamen wonen, een jaar daarvoor nog, een soort steppe geweest. Een kale grasvlakte met een verzakt terras. Na veel gezwoeg en gezweet toverden we het in het voorjaar om in een miniparadijs voor bijen, vlinders en allerlei insecten. Zorgvuldig koos ik biologische planten uit en ook het zaaigoed had een biologische oorsprong. Liefdevol plantte ik alles in de twee m3 biologische aarde die ik kort daarvoor had laten brengen. Niet alleen zou mijn tuin eten leveren aan alle kruipende en vliegende beestjes, ook wij zouden ons tegoed gaan doen aan het fruit, wat groente en de eetbare bloemen en kruiden.

Ik was tevreden met het resultaat. En toen keek ik naar de documentaire van Zembla: de PFAS-doofpot. Alle doofpotten in mijn hoofd vielen om. De doofpotten waar ik soms alles wat ons bestaan bedreigd in stop omdat ik anders niet meer normaal kan functioneren. Doofpotten die bij veel mensen heel goed dichtzitten of niet nodig zijn, omdat die mensen alles wat er mis is, glashard ontkennen omdat ze wel gewoon hun gehaktbal willen blijven eten in een all-inclusive in Santa-menogwat. Ik oordeel er niet te hard over hoor, want ik snap best dat je je hoofd soms in het zand van parelwitte stranden wil steken. maar je oren raken er wel door verstopt.

Eén voor één tuimelden ze door mijn hoofd. Alle doofpotten gleden met een knal uit de laadjes die ik zorgvuldig had afgesloten: Alle chemische stoffen die kanker veroorzaken zoals PFAS en die we ons leven lang al binnen krijgen. De hormoonverstorende BPA in de flessen waarmee ik mijn kinderen heb gevoed, de bestrijdingsmiddelen waarvan aangetoond is dat het Parkinson veroorzaakt. De fabrieken zoals Chemours en Tata-steel die maar rotzooi blijven uitstoten en lozen. Grote bedrijven als Shell die alles eraan doen om gewoon door te kunnen gaan met de wereld te verzieken. Dierenleed en de milieuschade die het gebruiken van dieren als product met zich meebrengt. Mensenleed met als bijzondere aandachtspunten vluchtelingenleed en vrouwenleed. De hele opwarming van de aarde…

Klein en nietig voelde ik me, en vroeg me werkelijk af wat het er toe deed dat ik een biologische veilige haven had gemaakt. Wat maakte het uit dat ik niet gemakkelijk in een vliegtuig stap, veganist ben en mijn afval scheidt. Een beter milieu begint bij jezelf is ons al die jaren voorgehouden maar hoe kun je op tegen zoveel overmacht van regeringen die er een potje van maken en bedrijven die alles verzieken met steun van diezelfde regeringen. Mijn minimilieu ís al op zijn best voor zover ik er invloed op heb maar wat voor een verschil maakt het als ik die ene vlinder in mijn tuin begroet als een paar kilometer verderop er honderden doodgaan omdat iemand het vertikt om met zijn fikken van het glyfosaat af te blijven.

Met veel gevoel voor drama riep ik: “Weet je wat ? Het kan me geen bal meer schelen! Niemand maakt zich er blijkbaar druk om. Ik ga wel weer beesten vreten en boek maar vast een paar verre vakanties. Flikker alle afval maar door elkaar en spuit het ongedierte plat, of nee, nog beter, gooi die hele tuin maar vol met tegels en begraaf mij eronder. Het is gedaan met de mensheid.

Maar ik kan het niet. Ik kan me niet, niet druk maken over onrecht, leed en het kapotmaken van onze eigen leefomgeving. De doofpotten ben ik weer zorgvuldig op stabiele planken in mijn hoofd aan het zetten zodat ik er af en toe weer voorzichtig één tegelijk kan openen. Zo kan ik het aan en heb ik ook nog ruimte om de potten waar mijn geluk in zit open te kunnen laten staan. Grote potten met geurende bloemen en bijen die hun kroost een veilig plekje in mijn insectenhotel geven. Menselijkheid en mededogen, soms uit een hoek waarvandaan je het niet verwacht. Strijdbare rebellen die demonstreren. De wetenschap dat er meer zijn zoals ik. Mijn kinderen, ach mijn kinderen en hun liefsten, voor wie ik alles wil bevechten. De zachte pootjes van mijn katten die bij mij een beter lot hebben gekregen dan waar ze voor voorbestemd waren. En last but not least de liefde van mijn lief die mijn drama aanhoort, zijn armen spreidt waarin ik mag schuilen en op zijn rustige manier samen met mij de wereld een klein beetje mooier wil maken. Dáár, de fuck, doe ik het allemaal voor.


Ontdek meer van Scillie

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie