Een reactie plaatsen

Verjaardag

Zondagochtend half zes, ik lig wakker en vraag me af wie er stiekem vannacht met een vrachtwagen over me heen gereden is. Ondanks mijn pijnlijke lijf voel ik me tevreden en warm vanbinnen. In de wetenschap dat ik veel te vroeg wakker ben maar er vandaag pas uit hoef als het mij uitkomt, lig ik te genieten. Vandaag is helemaal van mij. Er heerst rust in huis. De katten voelen het ook. Eén voor één merken ze dat ik wakker ben en komen ze zich melden voor wat geknuffel en nestelen zich genoeglijk op of naast mij. Loom blijf ik nog een uurtje sudderen. Straks maar een bad en wat yoga-oefeningen om mijn lichaam weer in beweging te krijgen maar eerst een kop koffie en een stuk overgebleven taart om mee te ontbijten.

Ik laat de dag van gisteren passeren. De verjaardag van mijn dochter was als vanouds weer gezellig. Familie en vrienden, jong en oud mengden zich met groot gemak. Vóór die tijd heb ik een groot deel van de dag in de keuken doorgebracht om eten te maken voor mijn gasten. Dat doe ik graag. Het koken vind ik leuk maar vooral wil ik het mijn gasten zoveel mogelijk naar de zin maken. Graag wil ik ze dan de perfecte tabouleh, pastasalade, hummus of pizza voorzetten. Voor mijn lief is het niet leuk als ik een verjaardag voorbereid. De arme schat stelt zich dienend op en mijdt zoveel mogelijk de keuken. Het plannen en bereiden van zoveel voedsel maakt een tiran in mij los, die me doet beseffen dat het maar goed is dat ik nooit de ambitie heb gehad om chef-kok te worden.

Het is geen streven naar perfectionisme ter eer en glorie van mijzelf maar mijn manier om genegenheid te delen. Niets mooiers dan het moment dat iedereen een bord gevuld heeft, er een stilte valt en er alleen hier en daar een “Hmmm” te horen is. Het zal er mee te maken hebben dat ik opgegroeid ben in een groot gezin, dat een deel van mij altijd verlangt naar de gezellige chaos van het eten met veel personen. Mensen met wie je door allerlei onzichtbare draadjes verbonden bent.

Het eten was een succes. Lag het aan mijn recepten? Of aan de juiste verhoudingen van de ingrediënten? Nee, dat er van genoten werd lag aan het fijne gezelschap en aan het allerbelangrijkste ingrediënt wat ik in het diner had verwerkt: liefde.

taart

 

2 reacties

Grote voeten

Met mijn lief ging ik uit eten. Twintig jaar getrouwd en bijna dertig jaar bij elkaar dus dat vonden we wel een goede reden. We kwamen uit bij een brasserie waar we eerder met veel genoegen hadden gegeten. Niets hoogdravends maar gewoon heerlijk eten en een fijne sfeer. Het is er warm en gezellig en je ziet aan alles dat er moeite gedaan is en dat de zaak met plezier gerund wordt.

Hoewel we nog steeds niet uitgepraat zijn, kijk je niet meer continue verliefd in elkaars ogen na zo een lange tijd samen. Mijn blik dwaalde dus af en toe een beetje rond in het restaurant en ergens tussen de Toscaanse tomatensoep en een slok wijn viel mij opeens iets op. Naast mij op een kastje stond een dienblad met een kaars erop. Een dienblad in neo-brocante stijl zoals je ze in een dure woonwinkel zou kunnen aantreffen. Een heel herkenbaar dienblad want ik heb er thuis net zo één. Gekocht bij de Action voor een paar euro. Ontroering overviel mij. Noem me sentimenteel maar ik kan door zoiets oprecht geraakt worden. Achter het goedkope maar toch leuke dienblad vermoed ik een verhaal van hardwerkende mensen die met veel liefde hun restaurant begonnen zijn en met een beperkt budget de aankleding hebben moeten volbrengen.

Dat overkomt me wel vaker, plotseling overvallen worden door ontroering. Door de grote mannenschoenen die bij mij onder de kapstok staan bijvoorbeeld. Grote mannenschoenen in het algemeen. Hoe groter, hoe beter. Of van die gebruinde mannenvoeten, in slippers waar je met gemak een roeiboot van kunt maken. De ontroering zit hem erin dat ik een beetje met ze te doen heb. Dat die mannen met van die grote onhandige voeten door het leven moeten. Geen wonder dat ze soms per ongeluk ergens op gaan staan, zoals je tenen bij het dansen, of zorgvuldig opgekweekt jong groen in de tuin. Kunnen ze niks aan doen. Grote mannen ontroeren me sowieso. Wat moet je toch met zo een groot lijf, hoe bestuur je die lange ledematen?

Ook zoiets: Donkere Afrikaanse mensen die Frans spreken. Frans gesproken met diepe, warme stemmen, door monden die niet gemaakt zijn om deze taal te spreken. Een taal die hen opgedrongen is door het kolonialisme. Frans is een taal die hoort bij bleke mensen met smalle lippen. Je hoort het direct doordat de medeklinkers net iets te hard worden aangezet, door de r die iets harder rolt, de passie waarmee elk woord wordt uitgesproken. De taal wordt er mooier van. Ik heb er simpelweg geen weerstand tegen.

Het is de onhandigheid in combinatie met kracht of veerkracht. Het vermogen om iets te maken van de gegeven omstandigheden en het zelf niet in de gaten hebben dat het bijzonder is. Hoe dan ook, ik hoop nog vaak uit eten te gaan met mijn lange man met die onhandige grote voeten.

Dienblad met kaars

Een reactie plaatsen

Ziek

Er is iets heel erg mis met onze geneeskunde. Uitzonderingen daar gelaten, kun je het beter ziektebestrijding of medicatiekunde noemen. Dat lijkt op hetzelfde neer te komen maar dat is het niet. Chemotherapie is daar een extreem voorbeeld van. Of het kanker bestrijdt, daar is al veel discussie over maar genezen doet het zeker niet. Genezen doe je pas nadat je deze allesverwoestende behandelingen hebt ondergaan. Prednison is ook zo een paardenmiddel wat symptomen bestrijdt maar wat het predicaat geneesmiddel niet mag dragen. Het maakt meer kapot dan dat het geneest. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Persoonlijk heb ik gelukkig niet zo veel te maken met de medische wereld maar de keren dat het wel zo is dan valt mij steeds op dat er heel gemakkelijk gezwaaid wordt met medicijnen alsof het niets is. Vooral huisartsen hebben er een handje van. Die paar keer dat ik bij een huisarts kwam voor advies of slechts de geruststelling dat er niets ernstigs met mij aan de hand was, werd mij meer dan eens in één gesprek medicijnen aangeboden, terwijl ik duidelijk aangaf dit niet te willen tenzij het zwaar noodzakelijk was.

Ook heb ik meegemaakt dat ik aangaf ’s nachts wakker te liggen als gevolg van het medicijn wat ik voorgeschreven kreeg en dat de (vervangende) huisarts dit keihard ontkende. Na herhaaldelijk verteld te hebben dat ik toch echt duidelijk het verschil voelde wanneer ik het middel al dan niet nam keek ze mij meewarig aan en zei dat het echt niet kon en dat er vast iets anders aan de hand was. Ik vertelde haar dat het niet zo was omdat mijn leven op rolletjes liep en alles juist heel goed met mij ging. Er was op dat moment in mijn leven echt niets waar ik mij druk om maakte. Het lag echt aan het medicijn dat mijn lichaam niet in ruststand wilde. “Tja,” zei ze: “ik wil je natuurlijk niets aanpraten hoor maar ik denk echt dat je van iets anders wakker ligt.” Verdedig je daar maar eens tegen.

Veel huisartsen zijn in mijn ogen pillenvoorschrijver en medicijndoosjesschuivers terwijl er een veel mooiere rol voor ze weggelegd is. Zij zijn het voorportaal naar de veel duurdere ziekenhuiszorg en kunnen voorkomen dat patiënten daar terecht komen door te stimuleren dat men beter voor zichzelf zorgt. Door patiënten op te voeden en door terughoudend te zijn met middelen voor te schrijven en uit te leggen dat het middel soms erger is dan de kwaal en dat het misschien wel de symptomen wegneemt maar niet de oorzaak. Soms zijn medicijnen zijn gewoon nodig maar kan het voorschrijven alsjeblieft wat kritischer?

Het ligt niet alleen aan de artsen. Bij de gemiddelde mens is er ook een raar soort verwachting ontstaan dat als er een gezondheidsprobleem is, dat de arts een pilletje heeft en hopla, alles is opgelost. Zelf overal een puinhoop van maken en dan verwachten dat je door medicatie gezond wordt. Van zowel de kant van de arts als van de patiënt zullen we anders tegen de medische wetenschap aan moeten gaan kijken en ervoor in de plaats echt geneeskunde van moeten maken. Zoals het nu gaat is het hele systeem ernstig ziek.

Medication by Bloodwaltz http://bloodwaltz.deviantart.com/art/Medication-126450007

Medication by Bloodwaltz 

4 reacties

Boze vrouw

Over het algemeen was ik als kind, niet erg goed in kind-zijn. Het vervelendst vond ik dat je als kind nooit serieus genomen werd in discussies. Ik wist misschien nog niet zo veel van de wereld om mij heen maar ik had wel een mening en ik was een slim en leergierig kind. In plaats van mij weg te zetten als dom en onwetend, hadden de volwassenen om mij heen er dus beter aangedaan om met mij het gesprek aan te gaan, dan had ik er nog wat van opgestoken.

Het moet op één van die momenten geweest zijn dat ik al vroeg in mijn leven wist dat het ergste wat je in een discussie kunt doen, is de ander als ontoerekeningsvatbaar te bestempelen. Al heel jong wist ik dat het heel gemeen is om de ander buiten spel te zetten door zijn of haar mening als niet relevant te beschouwen door te doen alsof die persoon ze niet allemaal op een rijtje heeft.

Hetzelfde als wat mij als kind overkwam gebeurt ook heel vaak met vrouwen. “Ze is zeker ongesteld”. ”Ach, ze zit in de overgang”. “Tja, ze is zwanger”. Zomaar drie uitspraken die ogenschijnlijk heel grappig bedoeld zijn maar die heel subtiel vrouwen bestempelen als labiel en niet de moeite waard om serieus naar te luisteren. Mocht je als vrouw in één van deze toestanden zijn dan hoeft je mening per definitie niet meegeteld te worden.

Het is waar dat vrouwen door hun gecompliceerde hormoonhuishouding eerder onderhevig zijn aan stemmingswisselingen. Een vrouw die last heeft van één van de vele ongemakken die gepaard gaan met een vrouwenlichaam zoals PMS kan wel eens te heftig reageren maar dat maakt datgene wat zij zegt nog niet minder waar of waard. De menopauze is een lastige periode maar dat maakt een vrouw nog niet volledig gestoord. Sterker nog: ik zie vrouwen rond hun overgang heel vaak eindelijk voor zichzelf kiezen en op een manier gaan leven die ze tot dan toe niet hebben gedurfd of gekund. Echter omdat het voor hun omgeving niet altijd goed uitpakt, worden deze vrouwen soms weggezet als rijp voor een psychiatrische inrichting. Terwijl ze in mijn ogen juist eindelijk wakker worden en hele heldere beslissingen nemen.

Het trieste is dat je je er zo slecht tegen kunt verdedigen. Als de vrouw in één van bovenstaande situaties boos wordt omdat haar mening niet telt dan bevestigt ze bij haar opponent het beeld wat men van haar heeft. Zie je wel, ze is ongesteld, zwanger, in de overgang (doorhalen wat niet van toepassing is). Lekker makkelijk want zo hoef je dus weer geen rekening te houden met haar mening.

En het ligt niet alleen aan jullie, o lief manvolk. Want nog verwerpelijker is dat vrouwen er net zo hard aan meedoen. Ze zetten zo een andere vrouw weg als gek, of zichzelf, door de ander er vooral op te wijzen dat ze ongesteld zijn. Als verontschuldiging voor het feit dat ze hardop durfden te zeggen wat ze op hun lever hadden.

Neem de volgende waarschuwing maar ter harte als je na deze blog nog steeds mijn geschrijf wilt blijven volgen. Ik menstrueer nog steeds zo af en toe en sta aan de vooravond van mijn menopauze, dus pas op, misschien ga ik mijn mening wel steeds bozer verkondigen maar bedenk dat ik nog steeds verdomd goed weet wat ik zeg.

Deze prachtige foto is het origineel van Fitzrie

Deze prachtige foto is van Fitzrie

Een reactie plaatsen

Onthecht bezit

Het was nog vroeg in de ochtend. Nog een beetje suf van de slaap pakte ik mijn mooie theepot die ik ruim een jaar daarvoor van mijn lief voor mijn verjaardag had gekregen. Het was een theepot van een speciaal servies wat ik bij elkaar aan het sparen ben. Ik draaide de kraan open en hield de theepot eronder om hem om te spoelen. De theepot gleed een heel klein beetje weg en stootte, niet eens heel hard, tegen de rand van mijn stenen aanrecht. Het oor van de pot verbrokkelde in mijn handen. Het maakte mij verdrietig.

Mijn zuster werd gebeld. Er was ingebroken in haar prachtig verbouwde boerderij in Frankrijk. Op stel en sprong moesten zij en haar man er naar toe. Daar aangekomen ontdekten zij dat het nogal een bizarre inbraak was. De complete levensmiddelenvoorraad was meegenomen. Inclusief aangebroken pakken en flessen. Daarnaast was ook de keukenmachine weg en de hele collectie Dvd’s. Het stemde mijn zus en zwager verdrietig.

Twee gebeurtenissen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben maar die beiden maakten dat ik weer eens besefte dat bezit ook ongelukkig kan maken. Had ik een goedkope en lelijke theepot gehad, dan was ik niet zo van slag geweest. Als mijn zus en zwager geen huis in Frankrijk hadden gehad dan was hun leven een stuk rustiger geweest. Daarentegen hebben zij al vele gelukkige uren in hun zelf gecreëerde paradijs doorgebracht en ook al was de levensduur van de theepot beperkt, ik was er elke dag blij mee.

Filosoferend over de vraag of bezit nu goed of slecht is, kwam ik tot de conclusie dat bezit goed is zolang je er niet aan hecht. Bezit is fijn als je inziet dat het eindig is, als je er veel en oprecht van geniet en dat je identiteit er niet van afhangt. Het is geen nieuw inzicht. In het boeddhisme is onthechting een belangrijk thema. Wel is het een inzicht wat mij anders doet kijken naar alles wat ik om mij heen heb verzameld, van mijn huis tot aan mijn sokken. Het is een inzicht die mij met een diepe tevredenheid overspoelt en het gevoel geeft rijker te zijn dan de rijksten op aarde.

Houd me ten goede, ik ben dolgelukkig met mijn nieuwe theepot maar het zit hem niet in de materie. Het is de diepe liefde die ik ervaar omdat ik ook dit exemplaar weer van mijn liefste vriendje heb gekregen, die niets liever wil dan dat ik gelukkig ben. En ook al zal ook deze theepot op een dag in duizend stukjes uiteenvallen: het mooie gevoel dat erbij hoort, zal nooit weg gaan.

theepot

Een reactie plaatsen

Ambitie

Ooit, toen ik nog een ongelukkige puber was, had ik een droom. Het was een droom zoals zoveel jonge mensen hebben. Acteren en zingen wilde ik. Dus toen mijn moeder vroeg wat voor een opleiding ik graag wilde doen na de middelbare school was er maar één antwoord voor mij mogelijk: naar de toneelschool. Later op de dag vertelde mijn moeder dit aan mijn vader. Nieuwsgierig naar het verloop van dat gesprek, stond ik achter de kamerdeur te luisteren. Met het antwoord van mijn vader kwam voorgoed een eind aan mijn ambitie. Met zijn harde stem baste hij op zijn Amsterdams: “Ach, dat kind heb nog nooit een toneelstuk gezien”.

Nooit meer heb ik het daarna nog ter sprake durven brengen. Mijn vader was een ouwe brombeer maar ook een lieve man met een goede inborst. Hij heeft het waarschijnlijk nooit zo bedoeld. Hij had gelijk dat ik nog nooit naar een theater was geweest maar als hij een gesprek met mij was aangegaan dan had ik hem verteld hoe goed ik was in het acteren op school. Dan had ik hem kunnen vertellen hoezeer ik genoot van films en dat ik zingen zo ontzettend fijn vond. Helaas was ik te braaf en heb ik hem dit nooit uit mezelf verteld. Of ik werkelijk talent genoeg had voor een acteer- of zangcarrière zal ik nooit weten maar ik had het op zijn minst willen proberen.

Mijn vader heeft mij zonder het te weten een wijze les geleerd. Vanaf dag één dat ik wist dat ik een kind zou gaan krijgen heb ik me voorgenomen dat ik nooit op deze manier ambities de grond in zou boren. Ook heb ik het altijd nagestreefd dat mijn kinderen zich veilig genoeg bij mij voelen om hun dromen kenbaar te maken en als ik niet goed daarop reageer, dat ze dat ook kunnen zeggen. Of ik gelijk heb gehad met dit inzicht zal later pas blijken maar tot nu toe heb ik nog steeds geen reden om mijn koers te wijzigen. Mijn kinderen ontwikkelen vrijelijk hun talenten en lijken op te groeien tot volwassenen die soms gewaagde keuzes durven te maken.

Wat mij in de loop der jaren wel verbaasd heeft is dat ons onderwijssysteem er juist op gericht lijkt om kinderen te ontmoedigen om hun talenten te ontdekken. Al op de basisschool wordt er min of meer verwacht dat ze een richting kiezen. Als ze een jaar of veertien zijn kiezen ze uit één van de voorgekauwde vakkenpakketten en een paar jaar later rollen ze als éénheidsworstjes uit de grote leerfabriek. Ruimte om te ontdekken waar ze nou echt goed in zijn en wat het leven de moeite waard maakt is er nauwelijks. Mocht je op je zestiende ondanks dat toch een ambitie ontwikkelen maar heb je het verkeerde vakkenpakket? Dan is het bijna onmogelijk om het tij te keren. Het gevolg is grote groepen leerlingen die met lood in hun schoenen naar school gaan en ik voorspel vele dertigers die, na jaren braaf gedaan te hebben wat er van hen verlangd werd, volledig vastlopen.

Met mij is het uiteindelijk wel goed gekomen. Na wat dubieuze opleidingskeuzes ben ik gaan werken en ontdekte ik andere talenten. En hoewel het nooit tot een professionele zangcarrière is gekomen, zing ik nog steeds graag, veel en vooral erg vals.

Stagelights

Foto door: Appledave

2 reacties

Museumstukken

We worden een uitzondering, manlief en ik. Dertig jaar bij elkaar en niet van plan om het daarbij te laten. Het gaat opvallen. Er wordt mij steeds vaker in diverse toonaarden gevraagd hoe ik dat toch doe. De vragen variëren van: “Hoe houden jullie het toch in vredesnaam zo lang met elkaar uit?” Tot: “Wat is jullie geheim, hoe doe je dat?” Ik voel me min of meer verplicht om een goed antwoord te hebben op deze vragen maar de waarheid is dat ik het niet zo goed weet. Er zijn genoeg dingen op te noemen, daar niet van, maar wat ik ook bedenk, het dekt nooit helemaal de lading. Op de vraag hoe we het zo lang met elkaar uithouden weet ik helemaal geen antwoord. Dat is me veel te negatief. Als het een kwestie van uithouden was geweest dan waren we er al lang geleden mee gestopt. Uithouden klinkt als een uitputtingsslag die je maar net kunt volhouden. Op de vraag wat ons geheim is weet ik al net zo weinig te zeggen. Als ik al het recept voor een goede relatie had dan zou ik het zeker niet geheim houden.

Wat ik hier zeker niet ga doen, is een opsomming geven waarvan ik denk dat het onze relatie zo goed maakt. Tevens wil ik hier niet de indruk wekken dat mijn liefste en ik al dertig jaar onafgebroken met elkaar in glimlachende harmonie hebben geleefd. Ook wij hebben elkaar wel eens een enkele reis Timboektoe toegewenst. Toch wil ik wel een paar tips geven voor een fijne relatie: Doe niet aan romantiek, heb beiden een totaal verschillende politieke voorkeur, verschil ongeveer dertig centimeter in lengte, neem minstens vijf huisdieren en deel zo min mogelijk interesses behalve die voor lekker eten. Kortom, het doet er niet toe. Iets werkt of werkt niet en dat het al zo lang wel werkt geeft geen garantie dat het ook blijft werken. Het enige wat telt is dat het nu, op dit moment, goed is.

Ondertussen voel ik mij belaagd en bespied. Wat voor mij zo logisch voelt is een beetje raar aan het worden. Onderhand ken ik meer gescheiden mensen dan mensen met een lange relatie. Nog even en we worden in een museum gezet. Als we dan maar gezellig bij elkaar mogen blijven, vind ik het best.

Sea_otters_holding_hands

Zeeotters. Foto van Joe Robertson.

2 reacties

Veggie met leren schoenen

Dit jaar vier ik mijn vijftiende jaar als vegetariër. Strikt gezien mag ik mijzelf geen vegetariër noemen. Zo af en toe eet ik wel eens vis en mijn, voor een vrouw, bescheiden collectie schoenen, bestaat voornamelijk uit leer. Flexitariër, of vistariër zou misschien een betere term zijn, ware het niet dat ik dat bijzonder lelijke woorden vind. Bovendien eet een flexitariër wel eens vlees, wat ik dus niet doe en het woord vistariër legt voor mij te veel nadruk op vis. Alsof ik kilo’s vis verslind, wat geen recht doet aan de bescheiden hoeveelheid die ik eet.

Het is mijn eigen inconsequentie die altijd gemaakt heeft dat ik me rustig gehouden heb in het promoten van een vegetarische levensstijl. Tot nu toe was ik nooit op de barricaden te vinden. Wie zonder zonden is werpe de eerste steen, niet waar? Het was altijd meer een keuze voor mijzelf. Een ieder neemt zijn eigen beslissingen in het leven en moet dat voor zichzelf verantwoorden. Daarnaast had ik simpelweg geen zin in de soms oeverloze discussies waarbij je als vegetariër al snel in het hoekje van de chagrijnige, kwade genius gedrukt wordt, die een ander van zijn pleziertje wil beroven. Keer op keer kreeg ik ook voor mijn voeten gegooid: “Maar jouw laarzen zijn toch ook van leer!”. Na vijftien jaar ben ik er achter dat vleeseters alleen maar de hakken in het zand zetten zodra je het woord vegetarisch laat vallen.

Toch ben ik de laatste tijd wat actiever geworden. Ik heb namelijk een missie. Het is mijn missie om te laten zien dat gerechten zonder vlees niet per sé vies zijn. Het is mij meer dan eens gevraagd of datgene wat op mijn bord lag nou echt wel lekker was. Alsof ik als fijnproever ook maar iets zou eten wat niet goed smaakt. Alsof je als vleesloze alleen maar droge sojabrokken moet kauwen. Terwijl er een zeer rijk scala aan maaltijden te bedenken is waar iedereen zijn vingers bij opvreet omdat ze gewoon té lekker zijn en waar toch niets dierlijks in zit.

Er wordt te vaak gedachteloos vleeswaren, vlees of gevogelte door gerechten gedaan die dat helemaal niet nodig hebben. Soms wordt de smaak van de overige ingrediënten er zelfs door overschaduwd. Als je ham of spek door een bospaddenstoelensoep doet, dan proef je vooral ham of spek. Het heerlijke aroma van de paddenstoelen komen daardoor nooit tot zijn recht. Een curry met knapperige groente is juist lekker door het boeket aan groente die hun individuele smaak behouden en toch één geheel vormen met de kruidige saus. Daar is verder niets bij nodig.

Graag zou ik de allergie bij carnivoren wegnemen die het vegetarisme bij ze opwekt. Niemand hoeft van mij ‘cold turkey’ naar zeven dagen per week plantaardig. Het gaat mij vooral om de uitnodiging om een paar dagen per week iets te eten wat buiten het normale patroon valt. Een handreiking om te ontdekken dat ingrediënten die het stempel ‘alternatief’ dragen misschien wel heel lekker zijn mits goed verwerkt. Juist omdat ik zelf zo inconsequent ben hoop ik verbinding te kunnen maken tussen beide werelden. Juist omdat ik de ‘vegetariër-met-leren-schoenen-die-wel-eens-vis-eet’ ben probeer ik te verleiden met heerlijke smaken waarvoor geen dier dood hoefde.

En aan iedereen die graag een paar keer per week vlees eet vraag ik:  zorg dat je zoveel mogelijk weet dat het stukje dier wat op je bord ligt een goed en gezond leven heeft gehad en wees je bewust van het feit dat het anonieme pakje vleeswaren, een beest was voordat het in de supermarkt lag.

Voor het welzijn van de dieren, voor de toekomst van onze kinderen en  voor je eigen gezondheid.

Groentebroodje

1 reactie

Kind van mij

Middenin de nachtMoeder en kind

Ik mis je

Waar jij al aan toe bent

Ben ik nog niet

Jouw ontwikkeling

Ligt voor op de mijne

Waar is het kind

Wat je gisteren was

Je volgt je weg

Altijd drie stappen voor me

Jij weet waar je gaat

En ik ren

Achter je aan

Alsof ik nu de kleuter ben

Die voortdurend

Zijn moeder kwijt is

In de menigte

Zo moet het

Ik groei

Ook wel weer op

Jij gaat door

Want zo is

De orde der dingen

Zo is het bedoeld

Ga maar

Ontdek maar

Je doet het goed

Laat wel tekens

Voor mij achter

Kijk soms achterom

Leg een spoor

Zodat we elkaar

Af en toe

Weer vinden

Wil je veilig zijn

Kom dan naar mij

Blijf nooit lang

Ik ben de start

Van je reis

En jij moet

Op avontuur

 

Een reactie plaatsen

Nou en

Er ligt werk op me te wachten. Veel werk. Werk van het soort wat altijd weer terug keert en waar ik chronisch geen zin in heb. Voor hard werken ben ik nooit bang geweest en een afgeronde klus kan zeer bevredigend zijn maar klussen die telkens weer terugkeren zijn ronduit vervelend. Het zijn er ook altijd zo veel. Ondanks dat ik er geen zin in heb lukt het me maar niet om ze te negeren. Dus ga ik toch maar weer eerst weer datgene doen wat moet voordat ik iets ga doen wat ik zelf graag wil.

Waarom is het toch altijd zo moeilijk om eerst de dingen te doen die je leuk vindt of die goed voor je zijn en daarna pas dat vreselijke huishouden, de onderhoudsklussen of administratie. Soms doe ik het wel maar het stemmetje in mijn hoofd blijft dan maar zeuren dat ik toch éigenlijk…  Waardoor ik uiteindelijk niet half zo geniet van mijn gestolen tijd.

Is het opvoeding, sociaal wenselijk, gewoonte, een te groot verantwoordelijkheidsgevoel of een mix ervan? Het zit me behoorlijk in de weg. Na vele zelfhulpboeken en websites met tips ken ik de technieken wel hoe ik het moet aanpakken maar het gaat nog steeds niet vanzelf. Mooie woorden hoor maar zet maar eens een waanzinnig creatieve prestatie neer als de stofwolken je om de oren vliegen of als er gezinsleden hun hoofd om de hoek steken met de vraag of er nog een schone onderbroek voor ze is. Ga ik net lekker zitten schrijven, schijnt er een heerlijk zonnetje naar binnen waardoor ik er weer op gewezen wordt dat één keer in het half jaar de ramen lappen misschien een beetje weinig is. Om nog maar te zwijgen van de afbladderende verf van de kozijnen.

Er is één tactiek die nog het beste werkt. Orde, planning en het nou-èn-denken. Orde door de spreuk te hanteren: uitstellen kan altijd nog. Planning door strakke tijdschema’s aan te houden (ook  een strakke tijdsplanning voor vrije tijd). En als laatste maar zeker niet de minst belangrijke: denk bij elke eerste belemmerende ‘eigenlijk moet ik’-gedachte die in je geplande vrije tijd opkomt: nou èn. Bij de tweede:  NOU ÈN! En als je er nog een derde keer aan denkt wat je nog eigenlijk allemaal moet doen, schreeuw je hard: NOU-FUCKING-ÈN!!!

Probeer maar, werkt bevrijdend.

Nou en