Een reactie plaatsen

Oordeel

Genietend zat ik achter in mijn tuin in de late zonnestralen van de middag. In de zomer is het me vaak te heet, zo direct in de zon, maar de zon in de lente en zon in een nazomer of herfst vind ik heerlijk. Ik zat daar fijn op mijn stille plekje om mij heen te kijken naar de tuin, waar de pompoenen, de courgette en de Oost-Indische kers om de macht leken te strijden, toen een vrouw van verderop in de straat met haar kleinzoon voorbij kwam. Ze had mij blijkbaar niet gezien want toen ze achter de hoge coniferen liep zei ze hardop en venijnig tegen haar kleinzoon: “Kijk, deze mensen doen hélemaal níets aan de rommel achter hun tuin”. Ze liet er een verontwaardigd “Tsssssss” achter volgen. Het jongetje rende door en riep naar zijn oma dat ze ergens naar moest komen kijken. Zo het joch de opmerking van zijn oma al gehoord had, kon het kind er natuurlijk helemaal niets mee.

De vrouw liep door en mijn mond was van verbazing zo ver opengevallen dat mijn onderkaak zowat op mijn schoot lag. Mijn verbazing zat hem erin dat ze dus zomaar klakkeloos oordeelde over mij en mijn gezin, zonder ook maar één moment zich af te vragen of er misschien wel een goede reden is waarom er achter mijn tuin wat afgevallen bladeren liggen en wat planten aan wildgroei doen. Want daar moet ik haar gelijk in geven, het is achter mijn tuin op het openbare pad wat daar loopt best rommelig.

Pas toen het mens al ver voorbij was kreeg ik mijn kaken op elkaar en bedacht ik wat ik allemaal had kunnen zeggen en doen. Ik had bijvoorbeeld op kunnen staan en hardop kunnen roepen: “Hoi buurvrouw”. Zodat ze ineens had beseft dat ik haar had gehoord. Haar via de andere kant tegemoet lopen met een bezem, die in haar handen drukken en zeggen: “Ach buurvrouw, ik hoor dat u niets te doen heeft, helpt u me even?”. Ook bedacht ik een scenario waarbij ik achter haar tuin met één van mijn kinderen zou lopen en dan zoiets zou zeggen als: “Kijk, hier woont een vrouw die alles wat maar enigszins de kleur groen draagt, direct elimineert omdat zij blijkbaar geen enkele, andere zinvolle bezigheden heeft”.

Maar nadat mijn wraakgevoelens gezakt waren was ik voor het eerst in mijn leven blij dat ik altijd secundair reageer. Omdat ik mij anders schuldig zou maken aan hetzelfde waar ik me bij dit schepsel zo aan erger. Omdat ik dan net zo plat zou oordelen over haar situatie als dat ze bij mij deed. Want als ze bij mij had aangebeld en mij naar het waarom gevraagd had, was het hele voorval anders verlopen. Dan had ik haar wel tien redenen gegeven waarom de achterkant van mijn tuin er zo uitziet. Dan waren we misschien onder het genot van een kopje thee nader tot elkaar gekomen en waren we als goede buren met begrip voor elkaar uiteen gegaan.

In feite ben ik haar dankbaar, want door haar gedrag ben ik weer even op mijn nummer gezet. Ook ik oordeel wel eens te snel over mensen, ik zal eens vaker vragen naar het waarom. Verder deed ze mij weer beseffen wat ik eigenlijk al wist: Het boeit me eigenlijk helemaal niet wat een ander van mij vindt. Want zoals een wijze vrouw eens heeft gezegd: “Wat je vindt, mag je houden.”

Een reactie plaatsen

Asociale media

Als er iemand gek is op Facebook en Twitter dan ben ik het wel. Tegelijkertijd heb ik er eigenlijk een grote hekel aan. Het kost mij zeeën van tijd en leidt mij af van bezigheden die mij veel meer voldoening geven of, nog erger misschien, het houdt mij af van klussen die ik moet doen maar waar ik niet zo veel zin in heb. Even heb ik overwogen om alle sociale media de deur uit te doen. Een kort moment want ik besefte dat ik mij daarmee afsluit van het contact met heel veel leuke, lieve, mooie mensen die ik in het echte leven nooit of zelden tegenkom. Contacten die heel waardevol zijn als je eigenlijk een kluizenaarshart hebt.

Waar ik me wel steeds meer aan stoor is het lukraak reageren. Het blind delen van plaatjes met wantoestanden zonder na te gaan hoe het plaatje tot stand gekomen is of waar het vandaan komt. Het vanuit de onderbuik iets roepen over beelden of teksten. Het zomaar delen van berichten over daders die opgespoord dienen te worden als moderne schandpaal. Bedenkt er iemand dat we met zijn allen een emmer ijswater over ons hoofd moeten gooien, dan doen we dat gewoon. “Waar was het ook weer voor? O, voor ALS. Wat is dat? Een hele erge ziekte. O.k. lachen, doen we!”

Zet één letter verkeerd in een bericht en je wordt van alle kanten aangevallen. En ook daar zitten twee kanten aan. Denk toch eens na voordat je een bericht de wereld in stuurt. Men heeft nog steeds niet door dat het geschreven woord anders overkomt dan het gesproken woord. Dat intonatie en gezichtsuitdrukking de grens bepalen tussen ironie en een rotopmerking. Aan de andere kant denkt iedereen maar direct door grove bewoordingen en dreigementen duidelijk te moeten maken dat de ander het totaal verkeerd ziet. Heb je een mening? Dan moet je gelijk afgemaakt worden.

In het echte leven tellen we als beschaafde volwassenen toch ook tot tien voordat we ergens op reageren? Slaan we er toch ook niet gelijk op los? Doen we het toch ook niet meteen als iemand ons uitdaagt om in onze blote reet een drukke winkelstraat in te rennen om aandacht te vragen voor patiënten die lijden aan anale ongemakken?

Kunnen we dan nu met elkaar afspreken dat we bij alles wat we zien of lezen, ons afvragen:

1.       Is dit wel zo?

2.       Wat weet ik er van?

3.       Waar komt dit bericht vandaan?

Dan blijf ik gewoon actief op de sociale media en kan ik iedereen weer een ongemakkelijk gevoel geven met mijn geschrijf.

(P.s. reacties op dit bericht zijn welkom mits beschaafd geformuleerd en gescreend met bovenstaande vragen)

Een reactie plaatsen

Dierenliefde

Begin dit jaar vierde ik mijn vijftienjarig jubileum als vegetariër. Strikt gezien nog niet eens een echte omdat ik af en toe nog wel eens vis at. Maar het laatste half jaar begonnen die vissen aan mijn geweten te knabbelen. Dat, gecombineerd met een ontmoeting met een veganist en het lezen van het boek “dieren eten” van Jonathan Saffran-Foer deed mij met schaamte achterom kijken. Dacht ik vijftien jaar lang goed bezig te zijn geweest. Wat een onwetendheid. Mijn goede intenties ten spijt, heb ik jarenlang nog meegewerkt aan verschrikkelijk dierenleed. Voor mij is het duidelijk geworden dat ik mijn eet- en leefpatroon moet veranderen.

Dat gaat niet van de éne op de andere dag. Het is een proces wat behoorlijk ingewikkeld is omdat er in zoveel producten iets dierlijks verwerkt zit. Soms duidelijk, als je tenminste de piepkleine lettertjes van de ingrediëntenlijst kunt lezen en soms verstopt achter e-nummers.

De verandering in mijn leven beperkt zich niet tot mijn consumptiegedrag. Er is een onophoudelijke gedachtestroom in gang gezet. Ik bezie de hele wereld om mij heen opeens met heel andere ogen en verbaas me hoe het zo ver heeft kunnen komen. Mijn verbazing zit hem er vooral in dat velen (ja, ook ik) enerzijds ontzettend lief voor dieren zijn en anderzijds toestaan dat er per dag meer dan een miljoen dieren dood gemaakt worden. Dat zijn er grofweg duizend per minuut. Dag en nacht, jaar na jaar. Alleen al in Nederland. Zeventien per seconde. Van die zeventien dieren per seconde hebben ongeveer vijftien een ellendig, tegennatuurlijk leven in de bio-industrie gehad. Tel maar mee, één keer vijftien, twee keer vijftien, drie keer…

Ook ben ik er achter hoe het kan dat we met zijn allen lieve, grappige dierenfilmpjes delen terwijl we bovengenoemde gruwelijkheden gewoon laten gebeuren. Het dier en datgene wat er op ons bord ligt is losgekoppeld van elkaar. We spreken van bio-industrie, stukje vlees, gehaktbal, schnitzel, product en willen niet horen dat het over levende wezens gaat.

Er is een grote kans dat er een aantal vleeseters al halverwege dit verhaal afgehaakt zijn omdat men het niet wil weten wat er gaande is. Vraag de gemiddelde vleeseter zijn eigen varken, kip of koe te slachten, er zullen er weinig zijn die dat kunnen. Zet teveel filmpjes of foto’s van misstanden in de vleesproductielijn op je sociale media en je wordt acuut ontvriend door een aantal mensen. Of je krijgt er letterlijk een bericht onder: “ik wil dit niet zien”.

Mijn weg naar een veganistisch leven ligt duidelijk en helder voor me. Ik ben er nog niet maar ik weet waar ik naar toe moet. Helemaal geen dierenleed veroorzaken zal niet lukken in de huidige maatschappij maar ik ga mijn best doen. Intussen hoop ik aan het geweten van al die lieve, dieren liefhebbende vleeseters om mij heen te knagen zoals de vissen bij mij hebben gedaan. Pas op: ik word jullie Japie Krekel.

 

 

2 reacties

Boos op de wereld

Na een paar weken niet te hebben geschreven in verband met studie en vakantie, wilde ik weer eens een ‘Scil’ schrijven. Mijn pen bleef echter boven het papier zweven. Had ik dan niets meer aan mijn lezers te vertellen? Kon ik dan niets bedenken voor een nieuwe blog? Er lag nog wel een idee over domme teksten op lelijke decoratiespullen maar dat wilde geen vorm aannemen in mijn hoofd. Het zou een grappig stukje moeten worden maar het lukte mij niet om iets grappigs op papier te zetten.

Het punt is, dat alles wat er aan de hand is in de wereld, zich aan mij opdringt. Oorlogen zijn van alle tijden en er is in de bijna vijftig jaar dat ik op de aarde rondloop altijd wel ergens iets aan de hand geweest maar plotseling is er te veel op te veel plekken in de wereld. Waren het voorheen nog onbekende stammen die elkaar bestreden of exotische (en in mijn ogen onderontwikkelde) landen waar delen van de bevolking onderdrukt werden, nu komt het steeds dichter bij.

Voor het eerst in mijn leven voel ik mij bedreigd in mijn bestaan. Er zijn te veel partijen die onze manier van leven in ons mooie vrije land afkeuren. We zijn te afhankelijk van landen die ons maar een stelletje losgeslagen zondaren vinden.

Maar ook binnen Nederland lopen de emoties hoog op. Op de sociale media wordt heel primair op allerlei beelden en nieuws gereageerd. Men roept van alles zonder zich echt te verdiepen in de achtergrond. Het is heus niet zo dat ik mij inlees in elk conflict wat er nu gaande is maar ik waak er wel voor om overal maar een mening over te hebben. De enige mening die alles overheerst is dat ik wil dat het geweld stopt en het lijden ophoudt.Ik wil mij in mijn eigen zeepbel terugtrekken en boven mijn eigen vreedzame en lieflijke land zweven, vrij bewegend zoals ik altijd heb kunnen doen. Mijn ogen willen schoonheid zien. Mijn oren willen zoete klanken horen. Maar wat ik zie is te erg voor woorden en in mijn hoofd worden alle liedjes verdrongen door één lied: “Angry at the world van Kyteman. Want boos ben ik. Boos dat de mensheid er zo een grote klotezooi van maakt.

 

 

Een reactie plaatsen

Bodemloos

Ruim vijftien jaar geleden ging de telefoon. Het was mijn broer. “Ga zitten,” zei hij, “ik moet je iets heel ergs vertellen.” Mijn hart klopte in mijn keel en ik vroeg hem wat er dan was. Hij vroeg me met klem te gaan zitten. Dat deed ik en hij vertelde mij dat de jongste dochter van één van onze zussen verongelukt was met haar motor. De bodem verdween onder me vandaan.

Het was de derde dierbare in anderhalf jaar tijd. Mijn lieve schoonvader en een hele fijne oom van mijn lief waren kort daarvoor al overleden. Maar hoewel ik veel verdriet had gehad om deze twee fijne mannen was het nu toch wel heel anders. De blinde paniek en levensangst die volgde op de dood van mijn prachtige nicht was bijna niet te dragen. Ik had mijn eigen verdriet, vond het wreed dat mijn ouders hun kleinkind verloren waren en vooral was het onmenselijk hartverscheurend om te moeten aanzien hoe mijn zus, zwager en hun oudste dochter er onder leden. De paniek en het allesoverheersende verdriet gaan in de loop der jaren wel weg. De levensangst nooit meer helemaal. Het verdriet om het verlies en om de lege plek die zij in de familie achterlaat, raakt op de achtergrond maar zal altijd blijven. Zelfs nu na al die jaren kan ik bovenstaande niet opschrijven zonder te moeten huilen. Wie iets soortgelijks heeft meegemaakt zal precies weten wat ik bedoel.

Op het nieuws hoor ik dat de vluchtelingenstroom nog nooit eerder zo groot is geweest als op dit moment. Meer dan 50 miljoen mensen hebben hun huis verlaten en zijn met dat kleine beetje bezittingen wat ze kunnen dragen op de vlucht geslagen. Meer dan 50.000.000 mensen die hoogstwaarschijnlijk ook veel lievelingen zijn verloren. Maar het lijkt soms wel alsof we niet meer zien dat het mensen zijn. We noemen ze vluchteling of asielzoeker, waarbij sommigen die woorden uitspreken alsof het iets vies is, en vergeten dat het hier gaat om individuen die immens verdriet kunnen voelen ook al lijkt het alsof ze er makkelijker mee omgaan omdat de nuances in hun taalgebruik ons ontgaan of omdat ze er anders uitzien.

Laten we alsjeblieft nooit vergeten dat het verdriet, de paniek en de angst die ik voelde toen mijn leuke, lieve en stoere nicht op haar 23e dood ging, universeel is. Dat ieder keer als we het over een mijoentje meer of minder hebben, deze onvoorstelbare aantallen uit allemaal individuen bestaan die stuk voor stuk, evenveel verdriet, paniek en angst ervaren. Zelf heb ik veel gehad aan de open armen van familie en vrienden die me konden troosten en mij veiligheid konden bieden als het even teveel was. Laten we als land onze armen open blijven houden voor elke vluchteling die het voor elkaar krijgt om onze veiligheid te bereiken en nooit vergeten dat het mensen zijn zoals jij en ik, die niet alleen denkbeeldig de bodem onder zich voelden verdwijnen bij elke dode die ze moesten betreuren, maar daar bovenop ook nog eens fysiek hun bodem hebben moeten verlaten.

Vluchtelingen

Foto van JanWillemsen. Klik hier voor het origineel.

Een reactie plaatsen

Nu-generatie

Binnen het gezin waar ik geboren ben zijn diverse generaties vertegenwoordigd. Mijn oudste zussen kun je tot de babyboomers rekenen. De zus die daarna komt hoort tot de protestgeneratie en was in haar jonge jaren een echte hippie. Mijn broer en ik zou je kunnen rekenen tot de generatie X of de verloren generatie. Mijn protestvorm bestond uit een brave soort punk. De oudste kinderen van mijn zussen zijn van de pragmatische- of patatgeneratie. We hebben er ook een paar in de categorie generatie Y, de grenzeloze generatie, de achterbankgeneratie, knip- en plakgeneratie of Peter-Pan-generatie.

Over elke generatie is wel iets negatiefs te zeggen maar goed beschouwd doen we het als familie nog niet zo slecht. We hebben allemaal betaald werk, in loondienst of eigen bedrijf, hebben min of meer doorgeleerd en de jongsten zijn nog volop aan het studeren.

Het is precies die generatie waar ik me een beetje zorgen om maak. Als ik om me heen, maar ook naar mijn eigen kinderen kijk, zie ik een generatie waar het nooit wat aan ontbroken heeft. Jonge mensen die alles in het leven hebben gekregen volgens het principe ‘ik wil het en ik wil het NU!’. En ik beken schuld. Ik vrees dat ook ik, op dat vlak, een stel vreselijk verwende nesten heb voortgebracht.

Waar ik eerst nog met volle overtuiging achter mijn manier van opvoeden stond, heb ik nu mijn twijfels of we de jonge mensen van nu wel goed voorbereid hebben op de harde, nare wereld om hen heen. Op de realiteit van een wereld waar van alles mee aan de hand is. Oorlogen, natuurrampen, milieuproblemen noem het maar op. Om het nog maar niet te hebben over alle voorzieningen die minder worden, de economie waarvan we niet weten hoe het gaat worden, de hoge werkloosheid. Zijn zij sterk genoeg, kunnen zij het allemaal wel aan? Verbeeld ik het me, of zijn deze jongeren zoveel arroganter en egoïstischer dan hun ouders? Wij, de ouders van tieners en twintigers hebben weinig grenzen gesteld en waar dat toe gaat leiden weet niemand.

Toch zie ik ook veel goeds. Er is ook veel sociale betrokkenheid, er is meer besef dat we deel uit maken van het groter geheel. Bij mijn kinderen heb ik ontdekt dat ze, veel meer dan ik ooit was, bezig zijn met bewuste keuzes voor hun toekomst. Waar ik nog een beetje door het leven vlinder en ze voorhoud dat ze vooral iets moeten doen wat ze leuk vinden, denken zij veel meer na over hoe ze straks in hun onderhoud gaan voorzien.

Het is van alle generaties om bezorgd te zijn om ‘de jeugd van tegenwoordig’. Als je ouder bent zie je zoveel meer gevaar en komt er een moment dat je niet meer kunt bijbenen waar je kinderen mee bezig zijn. Dat is het moment dat je een dinosaurus wordt. Aangezien ik honderd wil worden hoop ik dat moment nog lang uit te kunnen stellen maar ik wil dan wel achterom kunnen kijken en zeggen: “Ik snap er geen zak van waar ze het over hebben maar al met al doen ze het nog niet zo slecht.”

Tattoo_Design___Tree_of_Life_by_31337157

Het origineel van deze ‘tree of life’ vind je hier

Een reactie plaatsen

Stomme kleuren

Al vanaf dat de kinderen geboren zijn heb ik hun verjaardagen uitbundig gevierd. Met alles erop en eraan. Groot cadeau, grote taart en een groot feest met veel eten. Geen moeite is me teveel. Ik wil dat ze zich echt jarig voelen op zo een dag. Alleen de slingers zijn mij een gruwel. Uit liefde voor mijn kroost doe ik ook dat braaf elk jaar maar erg gelukkig wordt ik er niet van. Het ritueel voltrekt zich als volgt:

De doos met slingers wordt tevoorschijn gehaald om te kijken of er nog bruikbare van vorig jaar zijn. Dat zijn ze natuurlijk niet echt maar ik ga het er toch mee proberen. Vanwege de ergernis bij het opbergen van vorig jaar zitten gegarandeerd de touwtjes in de knoop. Dus dat wordt eerst de touwtjes ontwarren. Vervolgens wordt het huishoudtrapje uit de schuur gehaald. Met in één hand de slinger, hamer en punaise klim ik op het wiebelige geval. Als ik bijna boven ben blijft ergens beneden aan een tree het touwtje haken waardoor ik niet verder naar boven kan. Ik probeer nog vanuit mijn wankele positie de slinger los te trekken maar aan het akelig scheurende geluid hoor ik dat dat niet gaat lukken. Nadat ik weer met gevaar voor eigen leven naar beneden ben gewiebeld probeer ik de slinger zo goed en zo kwaad als het gaat met plakband te repareren.

Als het me eindelijk lukt om het trapje te beklimmen zonder het broze geval nog erger te vernielen, sla ik een punaise in mijn zorgvuldig geschilderde raamkozijn. Dit gaat natuurlijk niet in één keer goed. Eerst sla ik er drie plat om vervolgens toch maar een kleine spijker uit de schuur te halen. De spijker wordt in het kozijn geslagen waardoor ik nu zeker weet dat ik de rest van het jaar het gaatje blijf zien. Het ene uiteinde van de slinger wordt aan de spijker vastgemaakt en voorzichtig loop ik het trapje weer af. Ik zet het trapje aan de andere kant van de kamer en als ik de slinger in zijn volle glorie heb uitgerold en bijna bij het punt bent waar ik het andere uiteinde van de slinger wilt bevestigen, schiet hij los van het eerste punt. Waardoor ik dus het onhandige trapje weer moet verplaatsen. Eén slinger is geen slinger dus het voorgaande herhaalt zich nog een paar keer.

Nadat ik de huisdieren in paniek op de vlucht heb doen slaan door enkele van de ballonnen te laten knappen, bekijk ik het resultaat. In mijn anders zo zorgvuldig ingerichte huiskamer doemen de sapperdeflap-kleuren op. Geel, paars en oranje tussen het met veel liefde uitgezochte taupe en crème.

Met de kinderen heb ik de afspraak dat het precies één week mag blijven hangen. Langer verdraag ik het niet. Daarna ruk ik al die gekleurde troep er zo snel mogelijk af en knip ik de ballonnen met satanisch genoegen stuk. Pak aan, met je stomme kleuren! En toch, zolang ze het willen, krijgen ze een versierde kamer.Huishoudtrap

Een reactie plaatsen

Wijf met ballen

Het is lang geleden dat ik uitgebreid gekeken heb naar het songfestival en ik kan me niet herinneren dat ik er zo van genoten heb. Niet dat de kwaliteit van de liedjes nou zo geweldig was, van de zesentwintig nummers waren er zeker tien regelrechte bagger en tien buitengewoon gewoon en saai. Het was vooral de finale waar ik oprecht door geraakt werd. Ten eerste vond ik het geweldig dat Ilse de Lange en Waylon als Common Linnets een dikke vinger konden opsteken naar iedereen die van te voren kritiek op het liedje had. Als rasartiesten hebben zij instinctief aangevoeld dat ze goud in handen hadden. Twee mensen die hun vak verstaan en gewoon goed werk afleveren. Muzikaal gezien hadden zij natuurlijk moeten winnen.

Toch kon er geen betere nummer één zijn dan Conchita Wurst. Met haar verwarrende uiterlijk was hij degene die moest winnen. Een prachtige frêle vrouwelijke verschijning met een bij uitstek mannelijk symbool, de baard. Man en vrouw verenigd in één persoon. Een emotioneel wezen dat in al zijn breekbaarheid meer kracht uitstraalde dan menig macho. Het is ronduit stoer dat je voor het oog van de hele wereld durft te zijn wie je werkelijk bent. Een wijf met ballen.

Het had met hetzelfde gemak een freakshow kunnen worden maar dat werd het verre van dat. Met een snik in haar geweldige stem bracht hij een heerlijk bombastisch nummer wat niet zou misstaan bij een James Bond film. Ook de stem hield het midden tussen mannelijk en vrouwelijk. De tekst was niet mis te verstaan.

Het voelt voor mij, en met mij voor velen, als een overwinning op al die domme gorilla’s met een ongezonde obsessie voor de seksuele geaardheid van een ander. Een victorie op alle intolerantie ten opzichte van anderen die ‘anders’ zijn. Man of vrouw, je moet wel van dit mens van vlees en bloed houden.

Hoe deze drama-queen in het echte leven is, weet ik natuurlijk niet. Misschien is hij wel helemaal niet zo lief als ze er uitziet maar maakt dat wat uit? We zijn voorzichtig weer een klein stukje opgeschoven naar een tijd waarin mannelijke en vrouwelijke eigenschappen wel door elkaar moeten gaan lopen willen wij nog een toekomst hebben.

Bron: Wikipedia

Bron: Wikipedia

Een reactie plaatsen

Geweten

Als halfbakken vegetariër voelde ik mij altijd prima. O.k. ik at nog heel soms wel vis en leren schoenen kon ik voor mezelf ook nog wel verantwoorden maar verder was ik goed bezig, toch?

Toch knaagde er altijd een klein diertje aan mijn geweten. Een diertje dat zei: “Je weet toch hoe vissen gevangen worden, kaas gemaakt wordt en waar eieren vandaan komen?” Hetzelfde diertje liet af en toe een venijnig “Hypocriet!” door mijn hoofd galmen. Ondanks dat, vond ik het altijd moeilijk om de stap te nemen naar volledig diervrij consumeren. Ik probeerde het diertje, dat zijn tanden met veel toewijding in een zeer gevoelig plekje van mijn geweten zette, tot rust te brengen, te verdoven en zoet te houden door de waarheid voor hem te verbergen.

Sinds ik in het boek ‘Dieren eten’ van Jonathan Safran Foer ben begonnen lukt dat niet meer. Het gewetensdiertje staart mij vanaf elke bladzijde indringend aan met bolle zwarte oogjes. Ik kan niet meer wegkijken. Al na een paar bladzijden kan ik niet anders dan toegeven dat vis eten afschuwelijk is. Halverwege het boek realiseer ik me heel goed dat voor elke hap kaas of yoghurt die ik achteloos naar binnen werk, er een dier voor heeft geleden. Dat ik met het goedkope blokje kaas wat ik over mijn lasagne rasp de bio-industrie steun die ik zo verafschuw, die ieder weldenkend mens met een beetje gevoel in zijn lijf niet anders kan dan verafschuwen.

Het boek heeft me doen inzien dat we in slaap gesust worden. Dat de hele mensheid zoet gehouden wordt met mooie verhalen en leuke plaatjes van lachende boeren met tevreden vee. De verschrikkelijke waarheid van de horror die zich voordoet in megastallen en slachthuizen wordt vakkundig verstopt. Miljoenen dieren hebben een vreselijk leven en sterven een dood die je je ergste vijand nog niet toewenst maar de maffia van de bio-industrie weet dit goed te maskeren. Hoe is het mogelijk dat we dit laten gebeuren.

Op de laatste pagina van het boek kijkt mijn diertje me met natte oogjes ernstig aan. “Ik weet wat me te doen staat, “ zeg ik tegen hem en hij rolt zich op en valt tevreden in slaap. Vanaf nu ga ik zoveel mogelijk dierlijke producten vermijden. Of het me voor honderd procent gaat lukken, zal moeten blijken. Niets is zo moeilijk als het opgeven van gewoontes. Roerend in mijn kopje oplos-cappuccino dringt het opeens tot me door dat daar natuurlijk ook melk in zit en als kaas-junkie zal ik nog regelmatig afkickverschijnselen vertonen. Het lukt me alleen niet meer om mezelf voor de gek te houden. Als je weet kun je niet meer on-weten.

Het boek dat me wakker heeft geschud

Het boek dat me wakker heeft geschud

Een reactie plaatsen

Prinses op koningsdag

Ze wordt langzaam wakker. Door een kier tussen de gordijnen komt een straal zonlicht. Haar mondhoeken krullen een beetje. Mooi zo, lekker weer vandaag. Ze rekt zich uit en staat op. Zingend loopt ze naar de douche. Eerst maar eens uitgebreid poedelen. Met een scheermes ontdoet ze zich van de laatste haren. Eerder deze week heeft ze haar benen al geharst maar al dat haar is bijna niet weg te krijgen. Vervelend maar het is niet anders.

Gewikkeld in een handdoek kijkt ze naar buiten. Yes, het is echt mooi weer. Goed zo, dan kan ze haar mooie roze prinsessenjurk aan. Vandaag moet ze er extra mooi uitzien. Geroutineerd brengt ze een laagje make-up aan en doet ze mascara op haar wimpers. Niet te veel, ze wil er niet zo opgeverfd uitzien zoals enkele van haar vriendinnen. Als finishing touch kiest ze de pruik met blonde plukjes die ze gisteren al in model heeft gebracht en dan gaat ze op weg naar de bar waar ze altijd komt.

Ze bestelt een biertje. Het is koningsdag dus vandaag mag alles. De alcohol en de lekkere muziek maken dat ze zich zweverig voelt. Dansen wil ze! Ze loopt heupwiegend naar buiten en claimt haar podium voor de tafel van de DJ. Op de dwingende beat van de muziek danst ze als nooit tevoren terwijl het publiek toestroomt. Ze is Beyoncé, ze is Madonna, ze is Lady Gaga, ze is…gelukkig.

Er is iets te zien. Als er een aantal mensen staan te kijken zal er wel iets zijn wat het waard is om naar te kijken. Het toestromende publiek ziet hem dansen. Hij kijkt half verleidelijk, half verlegen om zich heen. De grove schouders boven de strapless galajurk. De oudroze jurk heeft betere tijden gekend. De blonde lokken die het lief glimlachende gezicht omlijsten zijn van een goedkope pruik. Door de make-up is vaag het blauwe schijnsel van een opkomende baard te zien. De man danst onvermoeibaar.

Het publiek kijkt met een welwillende lach naar hem. Dans maar blauwbaard met je jurk. Vandaag ben jij onze dansende prinses. Het is koningsdag dus vandaag mag alles.

Roze galajurk

Voor de bron van deze foto klik hier.