4 reacties

Compassie

Onlangs heb ik iemand geholpen die het volgens mij niet echt verdiende. De persoon in kwestie heeft mij in het verleden niet zo goed behandeld. Toch kon ik mezelf daar overheen zetten en kon ik het opbrengen om mijn goede daad te doen en dat voelde goed. Mijn dochter begreep het niet en vroeg mij waarom.

In eerste instantie moest ik daar eens goed over na denken. Waarom deed ik het? Omdat het goed voelde. Maar waarom voelde het dan zo goed? Ik had een conflict gehad. Was het niet logischer geweest om iemand dan te laten stikken, zelf zijn boontjes te laten doppen of in zijn sop gaar te laten koken? Misschien…maar ik denk dat ik daar niet gelukkiger van zou zijn geworden.

Ben ik dan te zachtaardig? Laat ik teveel over mij heen lopen? Ben ik een watje? Ik mag graag denken van niet. Nee, dat was het allemaal niet. Ik handelde vanuit een levenswijze die ik mij eigen heb gemaakt. Het was compassie. En compassie voelt lekker. Voor de ontvanger maar ook voor degene die compassie toont. Voor mij is het zelfs een beetje verslavend. Het voelt zo lekker dat ik er meer van wil. Het was dus puur eigenbelang geweest dat ik mijn tegenstander had geholpen. Het was gewoon mijn dagelijkse shot. Het geeft mij af en toe zo een kick dat ik anderen ook verslaafd wil maken. Als een bloemenkind in de jaren zestig geloof ik namelijk daadwerkelijk dat mijn verslaving de wereld kan redden.

Compassie is geen medelijden maar mededogen. Dat is een belangrijk verschil. Medelijden is negatief en ietwat neerbuigend voor mijn gevoel. Mededogen tonen kun je de hele dag door. Het is ook niet zo dat je een ander maar klakkeloos van alles moet voorzien wat hij of zij van je verlangt. Soms is het zelfs een daad van compassie als je de ander iets onthoudt omdat je inziet dat het schadelijk voor diegene is. Mededogen met een ander mag ook nooit het mededogen met jezelf in de weg staan. Gebeurt dat wel dan is de verslaving ongezond en moet je als de bliksem afkicken.

Meer weten over compassie? http://www.handvestvoorcompassie.nl of lees het boek Compassie van Karen Armstrong

2 reacties

Koek

De koek is op. Dat hoor ik steeds vaker. Stellen die twintig of dertig jaar bij elkaar zijn en die ineens uit elkaar gaan geven dat meestal op als reden. Heb ik zelf ook wel eens gedacht, hoor. Maar dan meer in vragende vorm: “Is de koek op?” Iedere keer bleek er nog genoeg koek te zijn. De koek is soms misschien tijdelijk een beetje minder lekker of ik ben er een beetje op uitgekeken maar als ik er dan aan denk zonder koek verder te moeten dan is dat geen optie. Of de koekenbakker waar ik al bijna achtentwintig jaar mee samen ben moet ineens erg vieze koekjes gaan bakken. Dan eet ik desnoods liever droog brood. Tot nu toe hebben we het nog altijd gered door wat extra suiker bij het deeg te doen. Of het recept van de koek een beetje te veranderen.

Ik word ook altijd een beetje onrustig van die uitdrukking. Wat bedoelen ze nou eigenlijk? Hoezo geen koek meer? Er zijn van die echtparen waar vanaf het begin af aan al geen kruimeltje gebak te bekennen viel. Of je zag het al aankomen. Hij houdt van boterkoek en zij eet alleen droge Maria biscuitjes.

Er zijn ook stellen waarbij je het niet ziet aankomen. Van die mensen die al honderd jaar bij elkaar zijn en waarvan je dacht dat ze nog wel minstens honderd jaar bij elkaar zouden blijven. En dan zeggen ze ineens dat de koek op is of dat de slagroom van de aardbeien af zijn of dat het boek al jaren uit is. Metaforen voor dat het huwelijk saai geworden is. Wat er eigenlijk mis met saai? Saai is fijn. Saai moet je omarmen. Niets zo prettig als ’s avonds saai met elkaar op de bank een beetje TV zitten kijken. Aardbeien zonder slagroom zijn nog steeds lekker hoor.

Persoonlijk moet ik er niet aan denken dat mijn huwelijk vol met pieken en dalen zou zitten. De rest van het leven brengt al genoeg opwinding met zich mee. Drukte op het werk, ziekte, dood, tegenslag of juist een meevaller. Het komt vanzelf op je pad. En als je dan nog meer opwinding nodig hebt: zoek een hobby, ga bungeejumpen, op een breiclubje of beklim de Himalaya. Geef de ander de ruimte om zijn of haar eigen dingen te doen en doe daar als partner niet zo moeilijk over. Je kunt hem of haar nog altijd een koekje van eigen deeg geven.

2 reacties

Zwijgen

Communicatie is de smeerolie van de maatschappij maar er wordt naar mijn idee wel eens teveel gepraat. Om soms niet goed van te worden. Eindeloos gezever over sport, politiek, filmsterren, het weer, vriest het of dooit het. Geht het oan of niet. Praatprogramma’s vol met bekende Nederlanders die de ene open deur na de andere opentrappen of volkomen onzin uitkramen. Oninteressante types die aan vreselijke programma’s hebben meegedaan en ook even tien minuten domme dingen mogen zeggen. Het komt nogal eens voor dat ik dan de TV uitzet omdat ik het even niet meer kan horen.

Ook op straat of in winkels hoor je eindeloos geklep over van alles en nog wat. Het gaat echt nergens over. Zo nu en dan houd ik ook wel van een goed gesprek maar dan moet het wel echt ergens over gaan of buitengewoon absurd zijn. Ik ben nu eenmaal niet zo goed in zo maar een praatje. Wat gelijk de reden is waarom ik niet zo graag verschijn op recepties of feesten waar ik niemand ken. Small talk vind ik ronduit vervelend.

Een goed gesprek kunnen voeren met mensen van wie ik hou is van levensbelang. Als ik één ding mijn kinderen hoop te hebben meegegeven in het leven dan is dat wel dat je een goede discussie niet uit de weg moet gaan. Ook al ben je het een keer overtuigd oneens met elkaar. Er zijn er maar weinig in het leven waar je dat mee kunt.

Nog zeldzamer zijn echter de mensen waar je mee kunt zwijgen. Van een fijn gesprek kan ik echt genieten maar lekker zwijgen met iemand is misschien nog wel fijner. Gewoon stil zijn, elkaar even aankijken, glimlachen en weten dat het goed is. Zonder dat het ongemakkelijk wordt. Samen naar iets moois kijken, alleen maar even zuchten en dan weten dat de ander het ook gezien heeft. Als iemand het moeilijk heeft, je armen om de ander slaan en dat het alles uitdrukt wat je niet hoeft te zeggen. De personen waarmee ik dat kan zijn mijn kostbaarheden, mijn rijkdom. Een diepere verbondenheid kun je niet hebben. Zoals het gezegde al aangeeft. Zwijgen is goud.

Een reactie plaatsen

Sneeuwgedicht

Auto’s in slow motion

Film traag afgespeeld

Menselijke arrogantie

En haastig leven

Door ’t koude wit

Gedwongen stil

Een reactie plaatsen

Muppets

“Mevrouw, spaart u Muppetzegels?” De man die zojuist voor mij afrekent bij de kassa van de Albert Heijn hoeft ze niet. “Ja hoor,” roep ik. Ik krijg de zegels van de man. Kennelijk was ik erg gretig want als ik zelf afreken krijg ik meer zegels van het meisje dan waar ik eigenlijk recht op heb.

Onderweg naar mijn auto reken ik als een kind zo blij ik uit dat ik dan nu eindelijk twee Muppets heb opgespaard. Ik laad de boodschappen in de auto en bedenk dat ik maar beter nog even de winkel in kan gaan om de handpoppen te bemachtigen. Je weet hoe dat gaat met dit soort acties. Voor je het weet zijn ze allemaal op en dan heb je al die tijd voor niks gespaard.

Ik loop de winkel weer in, ga naar de stelling met Muppetpoppen en zie dat mijn favorieten al uitverkocht zijn. Kermit had ik gewild of de Zweedse kok. Animal was ook goed geweest. Maar nee, ze zijn er niet meer. Fozzie dan maar? Of Gonzo? Ik sta te dralen en weet het niet meer. Getver, ik wil miss Piggy niet en die ouwe kereltjes ook niet.

Ineens zie ik mezelf staan. Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Ik sta op het punt om twee handpoppen te kopen voor twaalf zegeltjes en twee euro en ik wil ze niet eens. Mijn ene kind drinkt alcohol en feest tot diep in de nacht met meiden die er beslist niet als een Muppet uit zien. Mijn andere kind kraamt taal uit die duidelijk maakt dat ze al ver van de poppenleeftijd verwijderd is.

Lelijk zijn ze, de handpopjes en je betaalt er nog een euro voor ook. Wat vaart er toch in mij op het moment dat supermarkten spaaracties houden? Sprookjesfiguren, wuppies, filmpoppetjes, vanaf de eerste minuut dat het mijn huis binnenkomt vind ik ze al lelijk en stoort het me dat ik ze in mijn zorgvuldig ingerichte huiskamer zet. Dus wat gebeurt er? Na een maand me te hebben geërgerd belandt die plastic troep in de vuilnisbak. Daar ga ik met mijn mooie praatjes over milieubewust leven.

Beschaamd loop ik de AH uit zonder poppen en sta mezelf zelfs niet toe om een bosje narcissen te kopen. Voor straf. Lekker puh!

1 reactie

Voor haar

Vandaag is het gedichtendag. Bij deze dus een al wat ouder gedicht van mij. Gemaakt voor een één van mijn dode geliefden:

Ze is in mijn hart niet doodgegaan

In mijn hart is ze er nog

Ze lacht en kijkt me aan

Alles is goed

Zegt ze … en ik weet

Ze heeft gelijk

Ik kijk en zie stukjes van haar

In mijn geliefden

Genoeg om haar bij me te dragen

Ze is er nog

Een reactie plaatsen

Pispaaltje

In 1972 brachten John Lennon en Yoko Ono een single uit met als titel “Woman is the nigger of the world”. De titel deed het nodige stof opwaaien maar de beste mensen hadden zeker geen racistische bedoelingen met het woord “nigger”. Ze wilden er alleen maar mee zeggen dat vrouwen over de hele wereld onderdrukt worden. Helaas moeten we constateren dat er 40 jaar later nog steeds niet zoveel veranderd is. Ik zou willen dat ik kon zeggen dat de tekst van het liedje zwaar gedateerd is maar dat is het niet.

Als trieste variatie op dit thema bedacht ik laatst het volgende: “Moeder is het pispaaltje van de wereld”. Ik kwam op dit zinnetje toen ik een reclame van Habbo voor de tigste keer zag langskomen. Daarin figureert een overbezorgde moeder die haar zoon steeds een das omknoopt als hij naar buiten gaat. De tekst die er bij hoort gaat als volgt: “Ontmoet je vrienden op Habbo, of chil je liever met je moeder?”. Gelukkig zeiden mijn kinderen meteen dat ze dan liever de laatste optie kozen. Je vraagt je ook af wat daar mis mee is. Ik ben best een leuk persoon om mee te chillen. Er zijn trouwens een heleboel moeders waarmee je naar mijn mening heel fijn kunt chillen.

Ik voelde me erg aangesproken en bedacht dat moeders wel verdomd vaak de pineut zijn. Slinger een tiener een belediging naar zijn hoofd en je hoort terug: “je moeder”. Mannen die elkaar willen beledigen roepen dat ze de ander zijn moeder hebben geneukt.

Schoonmoeders hebben het nog zwaarder. Duizenden grappen zijn er over schoonmoeders en in al die moppen wordt ze als kreng afgeschilderd. Nu ken ik wel een paar exemplaren die je het liefst bij het oud vuil wilt zetten maar ik had toevallig de liefste schoonmoeder die ik me maar kon wensen. Had want jammer genoeg is de schat vorig jaar overleden.

Ook mijn moeder is voor haar schoonkinderen een schat van een mens. Een paar hebben haar zelfs min of meer als moeder geadopteerd omdat ze bij haar de warmte en liefde kregen die hun eigen moeder niet kon opbrengen.

Eén troost voor alle pispaaltjes van de wereld. In tijden van nood roept iedereen, volwassen of niet, om zijn moeder.

John Lennon – Woman is the nigger of the world: http://www.youtube.com/watch?v=OA8N0xy3hjE

 

Een reactie plaatsen

Mama’s groeipijn

Mijn zoon is boos op me. Ik heb iets gedaan wat ik zijn belang achtte maar waarvan ik wist dat hij het niet wilde. Dat was tactloos van me.

Ik deed het omdat ik weet dat hij er beter van wordt. Hij ziet dat anders. Ik probeerde met hem te praten en het uit te leggen, ik zei dat het me speet dat ik tegen zijn  wens in gegaan was maar dat ik geen spijt had dat ik het gedaan had omdat ik nog steeds er van overtuigd was dat het juist was. Dat maakte het niet beter.

Ik legde hem uit aan de hand van een voorbeeld dat een ouder soms moet handelen in het belang van het kind ook al ziet het kind dat op dat moment niet zo. Een kind van anderhalf wat naar een kaarsvlammetje grijpt trek je bij het vlammetje weg omdat jij ziet dat het kind zich zal branden. De dreumes zal echter gaan huilen omdat hij niet begrijpt waarom hij dat mooie glinsterdingetje niet mag hebben. Hij vindt mama niet lief.

Mijn zoon was zo kwaad dat hij niet meer wilde luisteren, vond dat ik buiten mijn boekje was gegaan omdat hij bijna achttien is en riep dat ik het maar uit moest zoeken. Ik riep dat hij het dan ook maar uit moest zoeken. Ik beende weg en smeet de afwas in de machine. Huishoudelijk werk kan soms kalmerend werken. Ineens drong het tot me door wat er eigenlijk aan de hand was. Mijn kind was daadwerkelijk volwassen aan het worden en ik had het niet in de gaten gehad. Voor het eerst zag ik het écht.

Bijna achttien, een boom van een kerel. Het wordt ook tijd dat hij het zelf moet gaan uitzoeken. Het wordt tijd dat ik mij ga terugtrekken. Ook al zie ik dat het niet altijd goed gaat. Het wordt tijd dat hij van mij zijn eigen ervaringen mag opdoen en zijn eigen fouten mag maken. Dat valt niet mee voor mij. Het moet.

Ongetwijfeld zal hij zich een keer pijn doen aan iets wat goud lijkt maar vuur blijkt te zijn.

Het is groeipijn, ook voor mij.

Een reactie plaatsen

Webje

Spinneweb

Een doorkijktent als huis, zacht en teer

Onverwachte verwondering in mijn heg

Vernuftig, geweven, kwetsbaar en sterk

Zie de spin, kent zij ons bestaan?

Een reactie plaatsen

Noten

In het plantsoen achter mijn tuin staat een joekel van een walnotenboom. Al zo lang als ik er woon wacht ik elk jaar rond deze tijd op het moment dat hij zijn schatten laat vallen. Meestal is dat als het goed waait en regent. Niets zo lekker als taart van zelf geraapte walnoten, pasta met walnoten zo van de boom of gewoon op een regenachtige zondagmiddag gezellig, kaarsjes aan, muziekje op, met het gezin noten kraken en peuzelen.

Vervelend dus dat steeds meer buurtbewoners de boom gaan ontdekken. Ik mag namelijk graag denken dat het mijn boom is. Niet alleen ik denk dat. Buren die anders zeer vriendelijk met elkaar omgaan, bekijken elkaar met argusogen als ze elkaar tegenkomen bij de boom. We groeten beleefd als we elkaar op het veldje zien rapen maar van binnen grommen we. Shit, weer te laat.

Erger is het als er kapers op de kust zijn van buiten onze wijk. Ik heb op een middag een buurman en een onbekende vrouw twee uur lang om elkaar heen zien draaien. Dat de vrouw een hoofddoekje droeg maakte het helemaal ondraaglijk voor mijn doorgaans toch zeer vredelievende buurman. “Die lui maken er een puinhoop van,” zei hij, nogal hardop, met een hoofdknik richting de vrouw. “Ach, er is genoeg voor iedereen,” mompelde ik gegeneerd. “Nou, het is anders wel het laatste wat er valt, hoor!, ” antwoordde buurman. We keken allebei omhoog en zagen dat er nog meer dan genoeg noten in de boom hingen. Kennelijk was ik een geduchte tegenstander.

Zelf mag ik menigeen graag een beetje fokken. Gewapend met een grote rode emmer loop ik opgewekt onder de boom door. Met een knal gooi ik elke noot die ik vind in de emmer. “Zo,” roep ik hard: “alwéér één.” Vanuit mijn ooghoeken kijk ik naar de reactie.

Het is niet zo dat ik me geen een zakje walnoten uit de supermarkt kan veroorloven maar dit is toch anders. Het is het oergevoel van zorgen voor de wintervoorraden wat ons, buren, tot ware rivalen maakt. Voor een paar dagen dan. Daarna vinden we elkaar wel weer aardig.