2 reacties

Boos op de wereld

Na een paar weken niet te hebben geschreven in verband met studie en vakantie, wilde ik weer eens een ‘Scil’ schrijven. Mijn pen bleef echter boven het papier zweven. Had ik dan niets meer aan mijn lezers te vertellen? Kon ik dan niets bedenken voor een nieuwe blog? Er lag nog wel een idee over domme teksten op lelijke decoratiespullen maar dat wilde geen vorm aannemen in mijn hoofd. Het zou een grappig stukje moeten worden maar het lukte mij niet om iets grappigs op papier te zetten.

Het punt is, dat alles wat er aan de hand is in de wereld, zich aan mij opdringt. Oorlogen zijn van alle tijden en er is in de bijna vijftig jaar dat ik op de aarde rondloop altijd wel ergens iets aan de hand geweest maar plotseling is er te veel op te veel plekken in de wereld. Waren het voorheen nog onbekende stammen die elkaar bestreden of exotische (en in mijn ogen onderontwikkelde) landen waar delen van de bevolking onderdrukt werden, nu komt het steeds dichter bij.

Voor het eerst in mijn leven voel ik mij bedreigd in mijn bestaan. Er zijn te veel partijen die onze manier van leven in ons mooie vrije land afkeuren. We zijn te afhankelijk van landen die ons maar een stelletje losgeslagen zondaren vinden.

Maar ook binnen Nederland lopen de emoties hoog op. Op de sociale media wordt heel primair op allerlei beelden en nieuws gereageerd. Men roept van alles zonder zich echt te verdiepen in de achtergrond. Het is heus niet zo dat ik mij inlees in elk conflict wat er nu gaande is maar ik waak er wel voor om overal maar een mening over te hebben. De enige mening die alles overheerst is dat ik wil dat het geweld stopt en het lijden ophoudt.Ik wil mij in mijn eigen zeepbel terugtrekken en boven mijn eigen vreedzame en lieflijke land zweven, vrij bewegend zoals ik altijd heb kunnen doen. Mijn ogen willen schoonheid zien. Mijn oren willen zoete klanken horen. Maar wat ik zie is te erg voor woorden en in mijn hoofd worden alle liedjes verdrongen door één lied: “Angry at the world van Kyteman. Want boos ben ik. Boos dat de mensheid er zo een grote klotezooi van maakt.

 

 

Een reactie plaatsen

Bodemloos

Ruim vijftien jaar geleden ging de telefoon. Het was mijn broer. “Ga zitten,” zei hij, “ik moet je iets heel ergs vertellen.” Mijn hart klopte in mijn keel en ik vroeg hem wat er dan was. Hij vroeg me met klem te gaan zitten. Dat deed ik en hij vertelde mij dat de jongste dochter van één van onze zussen verongelukt was met haar motor. De bodem verdween onder me vandaan.

Het was de derde dierbare in anderhalf jaar tijd. Mijn lieve schoonvader en een hele fijne oom van mijn lief waren kort daarvoor al overleden. Maar hoewel ik veel verdriet had gehad om deze twee fijne mannen was het nu toch wel heel anders. De blinde paniek en levensangst die volgde op de dood van mijn prachtige nicht was bijna niet te dragen. Ik had mijn eigen verdriet, vond het wreed dat mijn ouders hun kleinkind verloren waren en vooral was het onmenselijk hartverscheurend om te moeten aanzien hoe mijn zus, zwager en hun oudste dochter er onder leden. De paniek en het allesoverheersende verdriet gaan in de loop der jaren wel weg. De levensangst nooit meer helemaal. Het verdriet om het verlies en om de lege plek die zij in de familie achterlaat, raakt op de achtergrond maar zal altijd blijven. Zelfs nu na al die jaren kan ik bovenstaande niet opschrijven zonder te moeten huilen. Wie iets soortgelijks heeft meegemaakt zal precies weten wat ik bedoel.

Op het nieuws hoor ik dat de vluchtelingenstroom nog nooit eerder zo groot is geweest als op dit moment. Meer dan 50 miljoen mensen hebben hun huis verlaten en zijn met dat kleine beetje bezittingen wat ze kunnen dragen op de vlucht geslagen. Meer dan 50.000.000 mensen die hoogstwaarschijnlijk ook veel lievelingen zijn verloren. Maar het lijkt soms wel alsof we niet meer zien dat het mensen zijn. We noemen ze vluchteling of asielzoeker, waarbij sommigen die woorden uitspreken alsof het iets vies is, en vergeten dat het hier gaat om individuen die immens verdriet kunnen voelen ook al lijkt het alsof ze er makkelijker mee omgaan omdat de nuances in hun taalgebruik ons ontgaan of omdat ze er anders uitzien.

Laten we alsjeblieft nooit vergeten dat het verdriet, de paniek en de angst die ik voelde toen mijn leuke, lieve en stoere nicht op haar 23e dood ging, universeel is. Dat ieder keer als we het over een mijoentje meer of minder hebben, deze onvoorstelbare aantallen uit allemaal individuen bestaan die stuk voor stuk, evenveel verdriet, paniek en angst ervaren. Zelf heb ik veel gehad aan de open armen van familie en vrienden die me konden troosten en mij veiligheid konden bieden als het even teveel was. Laten we als land onze armen open blijven houden voor elke vluchteling die het voor elkaar krijgt om onze veiligheid te bereiken en nooit vergeten dat het mensen zijn zoals jij en ik, die niet alleen denkbeeldig de bodem onder zich voelden verdwijnen bij elke dode die ze moesten betreuren, maar daar bovenop ook nog eens fysiek hun bodem hebben moeten verlaten.

Vluchtelingen

Foto van JanWillemsen. Klik hier voor het origineel.

Een reactie plaatsen

Nu-generatie

Binnen het gezin waar ik geboren ben zijn diverse generaties vertegenwoordigd. Mijn oudste zussen kun je tot de babyboomers rekenen. De zus die daarna komt hoort tot de protestgeneratie en was in haar jonge jaren een echte hippie. Mijn broer en ik zou je kunnen rekenen tot de generatie X of de verloren generatie. Mijn protestvorm bestond uit een brave soort punk. De oudste kinderen van mijn zussen zijn van de pragmatische- of patatgeneratie. We hebben er ook een paar in de categorie generatie Y, de grenzeloze generatie, de achterbankgeneratie, knip- en plakgeneratie of Peter-Pan-generatie.

Over elke generatie is wel iets negatiefs te zeggen maar goed beschouwd doen we het als familie nog niet zo slecht. We hebben allemaal betaald werk, in loondienst of eigen bedrijf, hebben min of meer doorgeleerd en de jongsten zijn nog volop aan het studeren.

Het is precies die generatie waar ik me een beetje zorgen om maak. Als ik om me heen, maar ook naar mijn eigen kinderen kijk, zie ik een generatie waar het nooit wat aan ontbroken heeft. Jonge mensen die alles in het leven hebben gekregen volgens het principe ‘ik wil het en ik wil het NU!’. En ik beken schuld. Ik vrees dat ook ik, op dat vlak, een stel vreselijk verwende nesten heb voortgebracht.

Waar ik eerst nog met volle overtuiging achter mijn manier van opvoeden stond, heb ik nu mijn twijfels of we de jonge mensen van nu wel goed voorbereid hebben op de harde, nare wereld om hen heen. Op de realiteit van een wereld waar van alles mee aan de hand is. Oorlogen, natuurrampen, milieuproblemen noem het maar op. Om het nog maar niet te hebben over alle voorzieningen die minder worden, de economie waarvan we niet weten hoe het gaat worden, de hoge werkloosheid. Zijn zij sterk genoeg, kunnen zij het allemaal wel aan? Verbeeld ik het me, of zijn deze jongeren zoveel arroganter en egoïstischer dan hun ouders? Wij, de ouders van tieners en twintigers hebben weinig grenzen gesteld en waar dat toe gaat leiden weet niemand.

Toch zie ik ook veel goeds. Er is ook veel sociale betrokkenheid, er is meer besef dat we deel uit maken van het groter geheel. Bij mijn kinderen heb ik ontdekt dat ze, veel meer dan ik ooit was, bezig zijn met bewuste keuzes voor hun toekomst. Waar ik nog een beetje door het leven vlinder en ze voorhoud dat ze vooral iets moeten doen wat ze leuk vinden, denken zij veel meer na over hoe ze straks in hun onderhoud gaan voorzien.

Het is van alle generaties om bezorgd te zijn om ‘de jeugd van tegenwoordig’. Als je ouder bent zie je zoveel meer gevaar en komt er een moment dat je niet meer kunt bijbenen waar je kinderen mee bezig zijn. Dat is het moment dat je een dinosaurus wordt. Aangezien ik honderd wil worden hoop ik dat moment nog lang uit te kunnen stellen maar ik wil dan wel achterom kunnen kijken en zeggen: “Ik snap er geen zak van waar ze het over hebben maar al met al doen ze het nog niet zo slecht.”

Tattoo_Design___Tree_of_Life_by_31337157

Het origineel van deze ‘tree of life’ vind je hier

Een reactie plaatsen

Stomme kleuren

Al vanaf dat de kinderen geboren zijn heb ik hun verjaardagen uitbundig gevierd. Met alles erop en eraan. Groot cadeau, grote taart en een groot feest met veel eten. Geen moeite is me teveel. Ik wil dat ze zich echt jarig voelen op zo een dag. Alleen de slingers zijn mij een gruwel. Uit liefde voor mijn kroost doe ik ook dat braaf elk jaar maar erg gelukkig wordt ik er niet van. Het ritueel voltrekt zich als volgt:

De doos met slingers wordt tevoorschijn gehaald om te kijken of er nog bruikbare van vorig jaar zijn. Dat zijn ze natuurlijk niet echt maar ik ga het er toch mee proberen. Vanwege de ergernis bij het opbergen van vorig jaar zitten gegarandeerd de touwtjes in de knoop. Dus dat wordt eerst de touwtjes ontwarren. Vervolgens wordt het huishoudtrapje uit de schuur gehaald. Met in één hand de slinger, hamer en punaise klim ik op het wiebelige geval. Als ik bijna boven ben blijft ergens beneden aan een tree het touwtje haken waardoor ik niet verder naar boven kan. Ik probeer nog vanuit mijn wankele positie de slinger los te trekken maar aan het akelig scheurende geluid hoor ik dat dat niet gaat lukken. Nadat ik weer met gevaar voor eigen leven naar beneden ben gewiebeld probeer ik de slinger zo goed en zo kwaad als het gaat met plakband te repareren.

Als het me eindelijk lukt om het trapje te beklimmen zonder het broze geval nog erger te vernielen, sla ik een punaise in mijn zorgvuldig geschilderde raamkozijn. Dit gaat natuurlijk niet in één keer goed. Eerst sla ik er drie plat om vervolgens toch maar een kleine spijker uit de schuur te halen. De spijker wordt in het kozijn geslagen waardoor ik nu zeker weet dat ik de rest van het jaar het gaatje blijf zien. Het ene uiteinde van de slinger wordt aan de spijker vastgemaakt en voorzichtig loop ik het trapje weer af. Ik zet het trapje aan de andere kant van de kamer en als ik de slinger in zijn volle glorie heb uitgerold en bijna bij het punt bent waar ik het andere uiteinde van de slinger wilt bevestigen, schiet hij los van het eerste punt. Waardoor ik dus het onhandige trapje weer moet verplaatsen. Eén slinger is geen slinger dus het voorgaande herhaalt zich nog een paar keer.

Nadat ik de huisdieren in paniek op de vlucht heb doen slaan door enkele van de ballonnen te laten knappen, bekijk ik het resultaat. In mijn anders zo zorgvuldig ingerichte huiskamer doemen de sapperdeflap-kleuren op. Geel, paars en oranje tussen het met veel liefde uitgezochte taupe en crème.

Met de kinderen heb ik de afspraak dat het precies één week mag blijven hangen. Langer verdraag ik het niet. Daarna ruk ik al die gekleurde troep er zo snel mogelijk af en knip ik de ballonnen met satanisch genoegen stuk. Pak aan, met je stomme kleuren! En toch, zolang ze het willen, krijgen ze een versierde kamer.Huishoudtrap

Een reactie plaatsen

Wijf met ballen

Het is lang geleden dat ik uitgebreid gekeken heb naar het songfestival en ik kan me niet herinneren dat ik er zo van genoten heb. Niet dat de kwaliteit van de liedjes nou zo geweldig was, van de zesentwintig nummers waren er zeker tien regelrechte bagger en tien buitengewoon gewoon en saai. Het was vooral de finale waar ik oprecht door geraakt werd. Ten eerste vond ik het geweldig dat Ilse de Lange en Waylon als Common Linnets een dikke vinger konden opsteken naar iedereen die van te voren kritiek op het liedje had. Als rasartiesten hebben zij instinctief aangevoeld dat ze goud in handen hadden. Twee mensen die hun vak verstaan en gewoon goed werk afleveren. Muzikaal gezien hadden zij natuurlijk moeten winnen.

Toch kon er geen betere nummer één zijn dan Conchita Wurst. Met haar verwarrende uiterlijk was hij degene die moest winnen. Een prachtige frêle vrouwelijke verschijning met een bij uitstek mannelijk symbool, de baard. Man en vrouw verenigd in één persoon. Een emotioneel wezen dat in al zijn breekbaarheid meer kracht uitstraalde dan menig macho. Het is ronduit stoer dat je voor het oog van de hele wereld durft te zijn wie je werkelijk bent. Een wijf met ballen.

Het had met hetzelfde gemak een freakshow kunnen worden maar dat werd het verre van dat. Met een snik in haar geweldige stem bracht hij een heerlijk bombastisch nummer wat niet zou misstaan bij een James Bond film. Ook de stem hield het midden tussen mannelijk en vrouwelijk. De tekst was niet mis te verstaan.

Het voelt voor mij, en met mij voor velen, als een overwinning op al die domme gorilla’s met een ongezonde obsessie voor de seksuele geaardheid van een ander. Een victorie op alle intolerantie ten opzichte van anderen die ‘anders’ zijn. Man of vrouw, je moet wel van dit mens van vlees en bloed houden.

Hoe deze drama-queen in het echte leven is, weet ik natuurlijk niet. Misschien is hij wel helemaal niet zo lief als ze er uitziet maar maakt dat wat uit? We zijn voorzichtig weer een klein stukje opgeschoven naar een tijd waarin mannelijke en vrouwelijke eigenschappen wel door elkaar moeten gaan lopen willen wij nog een toekomst hebben.

Bron: Wikipedia

Bron: Wikipedia

Een reactie plaatsen

Geweten

Als halfbakken vegetariër voelde ik mij altijd prima. O.k. ik at nog heel soms wel vis en leren schoenen kon ik voor mezelf ook nog wel verantwoorden maar verder was ik goed bezig, toch?

Toch knaagde er altijd een klein diertje aan mijn geweten. Een diertje dat zei: “Je weet toch hoe vissen gevangen worden, kaas gemaakt wordt en waar eieren vandaan komen?” Hetzelfde diertje liet af en toe een venijnig “Hypocriet!” door mijn hoofd galmen. Ondanks dat, vond ik het altijd moeilijk om de stap te nemen naar volledig diervrij consumeren. Ik probeerde het diertje, dat zijn tanden met veel toewijding in een zeer gevoelig plekje van mijn geweten zette, tot rust te brengen, te verdoven en zoet te houden door de waarheid voor hem te verbergen.

Sinds ik in het boek ‘Dieren eten’ van Jonathan Safran Foer ben begonnen lukt dat niet meer. Het gewetensdiertje staart mij vanaf elke bladzijde indringend aan met bolle zwarte oogjes. Ik kan niet meer wegkijken. Al na een paar bladzijden kan ik niet anders dan toegeven dat vis eten afschuwelijk is. Halverwege het boek realiseer ik me heel goed dat voor elke hap kaas of yoghurt die ik achteloos naar binnen werk, er een dier voor heeft geleden. Dat ik met het goedkope blokje kaas wat ik over mijn lasagne rasp de bio-industrie steun die ik zo verafschuw, die ieder weldenkend mens met een beetje gevoel in zijn lijf niet anders kan dan verafschuwen.

Het boek heeft me doen inzien dat we in slaap gesust worden. Dat de hele mensheid zoet gehouden wordt met mooie verhalen en leuke plaatjes van lachende boeren met tevreden vee. De verschrikkelijke waarheid van de horror die zich voordoet in megastallen en slachthuizen wordt vakkundig verstopt. Miljoenen dieren hebben een vreselijk leven en sterven een dood die je je ergste vijand nog niet toewenst maar de maffia van de bio-industrie weet dit goed te maskeren. Hoe is het mogelijk dat we dit laten gebeuren.

Op de laatste pagina van het boek kijkt mijn diertje me met natte oogjes ernstig aan. “Ik weet wat me te doen staat, “ zeg ik tegen hem en hij rolt zich op en valt tevreden in slaap. Vanaf nu ga ik zoveel mogelijk dierlijke producten vermijden. Of het me voor honderd procent gaat lukken, zal moeten blijken. Niets is zo moeilijk als het opgeven van gewoontes. Roerend in mijn kopje oplos-cappuccino dringt het opeens tot me door dat daar natuurlijk ook melk in zit en als kaas-junkie zal ik nog regelmatig afkickverschijnselen vertonen. Het lukt me alleen niet meer om mezelf voor de gek te houden. Als je weet kun je niet meer on-weten.

Het boek dat me wakker heeft geschud

Het boek dat me wakker heeft geschud

Een reactie plaatsen

Prinses op koningsdag

Ze wordt langzaam wakker. Door een kier tussen de gordijnen komt een straal zonlicht. Haar mondhoeken krullen een beetje. Mooi zo, lekker weer vandaag. Ze rekt zich uit en staat op. Zingend loopt ze naar de douche. Eerst maar eens uitgebreid poedelen. Met een scheermes ontdoet ze zich van de laatste haren. Eerder deze week heeft ze haar benen al geharst maar al dat haar is bijna niet weg te krijgen. Vervelend maar het is niet anders.

Gewikkeld in een handdoek kijkt ze naar buiten. Yes, het is echt mooi weer. Goed zo, dan kan ze haar mooie roze prinsessenjurk aan. Vandaag moet ze er extra mooi uitzien. Geroutineerd brengt ze een laagje make-up aan en doet ze mascara op haar wimpers. Niet te veel, ze wil er niet zo opgeverfd uitzien zoals enkele van haar vriendinnen. Als finishing touch kiest ze de pruik met blonde plukjes die ze gisteren al in model heeft gebracht en dan gaat ze op weg naar de bar waar ze altijd komt.

Ze bestelt een biertje. Het is koningsdag dus vandaag mag alles. De alcohol en de lekkere muziek maken dat ze zich zweverig voelt. Dansen wil ze! Ze loopt heupwiegend naar buiten en claimt haar podium voor de tafel van de DJ. Op de dwingende beat van de muziek danst ze als nooit tevoren terwijl het publiek toestroomt. Ze is Beyoncé, ze is Madonna, ze is Lady Gaga, ze is…gelukkig.

Er is iets te zien. Als er een aantal mensen staan te kijken zal er wel iets zijn wat het waard is om naar te kijken. Het toestromende publiek ziet hem dansen. Hij kijkt half verleidelijk, half verlegen om zich heen. De grove schouders boven de strapless galajurk. De oudroze jurk heeft betere tijden gekend. De blonde lokken die het lief glimlachende gezicht omlijsten zijn van een goedkope pruik. Door de make-up is vaag het blauwe schijnsel van een opkomende baard te zien. De man danst onvermoeibaar.

Het publiek kijkt met een welwillende lach naar hem. Dans maar blauwbaard met je jurk. Vandaag ben jij onze dansende prinses. Het is koningsdag dus vandaag mag alles.

Roze galajurk

Voor de bron van deze foto klik hier.

 

7 reacties

IT-vrouw

Bij de IT cursus was het weer net als vijfentwintig jaar terug. Ik was weer eens het enige vrouwmens tussen het testosteron. Niets veranderd in een kwart eeuw blijkbaar. Hoewel het mij persoonlijk niets uitmaakte, het waren allemaal uiterst vriendelijk heren, werd ik er toch een beetje droevig van.

Hoe is het toch mogelijk dat er na al die jaren emancipatie nog steeds zo weinig vrouwen in de IT werkzaam zijn. Er zijn inmiddels al zoveel vakken binnen de Informatica die het niveau van de zolderkamer-nerd ontstijgen?

In eerste instantie denk ik dat we het antwoord moeten zoeken in het onderwijs. Er wordt simpelweg nog steeds te weinig aandacht gegeven aan informaticavakken. Er zullen misschien enkele scholen zijn die dat wel doen maar het zou niet van de welwillendheid moeten afhangen van de interesse van een schoolbestuur. Het moeten verplichtte vakken worden. Er is tegenwoordig bijna geen serieus beroep te bedenken waar je nog zonder basisvaardigheden op een computer kunt.

Nu stromen alleen kinderen door naar IT-opleidingen, die het toevallig thuis wel grappig vinden om wat op een PC te fröbelen. Veelal gamende jongens. Er zouden vakken op school moeten gegeven worden die de interesse wekt van kinderen die nog niet zo in aanraking geweest zijn met wat er allemaal mogelijk is met een computer. Er worden toch ook vakken gegeven als biologie, als basis voor mensen die hun toekomst in de gezondheidszorg zien? We laten kinderen examen doen in economie zodat ze er wat aan hebben in hun toekomstige carrière. Hoe kun je nou van kinderen verwachten dat ze voor een vak kiezen waarvan ze het bestaan niet eens weten.

Niemand verwacht van een kind dat het zelf bedenkt, dat het wel handig is, om de topografie van landen uit het hoofd te leren. Niemand verwacht dat het kind zelf een woordenboek pakt om een taal te leren. Maar als het om informatica gaat dan zijn we nog steeds afhankelijk van een beetje thuisgeknutsel en verwachten we dat kinderen dat vanzelf wel leren. Zo gaat er bij, vooral meisjes, een potentieel verloren aan toekomstige IT-ers. En dan heb ik het niet alleen over de puur technische vakken. Er zijn namelijk steeds meer hybride vakken die met één been in de techniek en met het andere in een ander vakgebied staan. Er is een groot scala aan beroepen die raakvlakken met de informatica hebben. Maar zelfs in beroepen waar je het niet verwacht neemt de techniek een steeds grotere plaats in. Als je dan nagaat dat er nog slechts tien procent vrouwen werkzaam zijn in de IT-sector, dan kan ik maar één conclusie trekken: We hebben nog veel te leren.

 

Roze laptop

Origineel door Ludwig van Standard Lamp, gedeeld onder voorwaarden van creative commons.

1 reactie

Prins kat

Dat ik een groot dierenliefhebber ben dat zal voor iedereen die mij persoonlijk kent wel duidelijk zijn. Alle dieren van groot tot klein kunnen op mijn sympathie rekenen. Zelfs een spin, waar ik toch een lichte fobie voor heb, kan ik met veel plezier bekijken als hij druk bezig is met waar spinnen zoal mee bezig zijn. Wel graag op een flinke afstand. Ook vliegen en wespen worden door mij gevangen en het huis uit gezet omdat ik respect heb voor elke vorm van leven en daarom liever geen dieren dood. In het geval van muggen, vlooien en teken wordt mijn volharding in dit principe wel erg op de proef gesteld en ik moet nog eens een goed gesprek met een echte boeddhist aan gaan om te horen hoe je met dit dilemma om gaat.

Toch is er voor mij één dier die voor mij het dier der dieren is en dat is de kat. Katten zijn perfectie. Katten zijn alles wat je van een huisdier wil. Het zijn meesters in aanpassen aan de omstandigheden zonder hun waardigheid te verliezen. Ze weten altijd de beste plekjes in huis of buiten te vinden waar ze zich genoeglijk oprollen. Ogenschijnlijk volkomen van de wereld maar toch alert. Een toestand die iedereen die mediteert met veel oefening probeert te bereiken. Als ze je vertrouwen en zich vol overgave laten knuffelen kunnen ze volkomen slap en zacht worden alsof ze geen bot of spier in hun lijf hebben om binnen een seconde weer tot één bonk spieren te transformeren als ze er weer genoeg van hebben. Soepel en gracieus het ene moment en vertederend schattig het andere moment.

Maar hoe ziet de kat ons? Zijn wij in zijn ogen goden of juist slaven die hij de indruk geeft dat ze worden aanbeden. Ziet de poes ons als een rare kat die andere gaven bezit of ziet hij dat we van een andere soort zijn? Ben ik alleen een wandelende bron van aandacht in één richting of voelen ze ook iets van genegenheid naar mij toe? Wat ik wel weet is dat een kat zijn favoriete mens kiest. Alle drie mijn katten hebben een gezinslid uitgekozen waar ze het liefste bij vertoeven. Daarnaast vinden ze mij ook best leuk want de prinsjes weten één ding heel goed: Het moedermens in de keuken betekent eten!

Borre

1 reactie

Appelig

Stel je zou naar een ander land verhuizen. Je doet het daar goed, leuke baan, je kinderen gaan er naar school en jij en je gezin draaien moeiteloos mee in de samenleving. In dat land ligt een badplaats waar veel Nederlanders op vakantie gaan. Van die landgenoten gedraagt een groep jongeren zich schaamteloos. Denk daarbij aan veel drankgebruik, lage normen op het gebied van seksueel gedrag, respectloosheid richting de plaatselijke bevolking, kortom denk daarbij aan zulk extreem dom, beschamend en idioot gedrag dat men bij de commerciële televisie er een tv-programma van heeft gemaakt. Hoe zou je het dan vinden om met deze groep op één hoop geveegd te worden? Hoe zou je het vinden dat men tegen je zou zeggen dat alle Nederlanders slecht zijn op basis van het gedrag van die jongeren. Hoe voelt het om dan te horen te krijgen dat de mensen in dat land een hekel aan Nederlanders hebben maar dat jij er wel mee door kan, terwijl je weet dat er nog veel meer Nederlanders zoals jij in dat land wonen.

Zou je ‘de Nederlander’ willen verdedigen als die alleen maar geassocieerd wordt met het groepje randdebielen? Zou je je een inwoner van dat land voelen als je voortdurend aangeduid wordt met Nederlander? Maar ook: zou je willen horen bij een volk wat stelselmatig een hekel heeft aan alles wat met jouw afkomst te maken heeft? Hoe voelt het als een politicus roept dat er minder Nederlanders moeten zijn.

Het wegzetten van mensen omdat ze hun wortels in een ander land hebben liggen en ze als groep beoordelen ligt aan de basis van veel ellende in de wereld. Ieder mens heeft het recht om op zijn individuele daden beoordeeld te worden. Niemand wil beoordeeld worden naar het gedrag van  een groep met dezelfde afkomst die er een puinhoop van maakt.

In elke mand appels zitten een paar rotte, in sommige manden wat meer dan in andere, sommige appels rotten en stinken heel erg en sommige appels hebben een paar rotte plekjes maar zijn nog best bruikbaar. Vergeet alsjeblieft niet dat de meeste appels in de mand gewoon goed zijn. Gooi niet alle appels weg omdat er in een paar een wormpje zit. En houd eens op om ze met peren te vergelijken. Daar wordt ik nou appelig van.

 

appels en peren