Een reactie plaatsen

Stomme kleuren

Al vanaf dat de kinderen geboren zijn heb ik hun verjaardagen uitbundig gevierd. Met alles erop en eraan. Groot cadeau, grote taart en een groot feest met veel eten. Geen moeite is me teveel. Ik wil dat ze zich echt jarig voelen op zo een dag. Alleen de slingers zijn mij een gruwel. Uit liefde voor mijn kroost doe ik ook dat braaf elk jaar maar erg gelukkig wordt ik er niet van. Het ritueel voltrekt zich als volgt:

De doos met slingers wordt tevoorschijn gehaald om te kijken of er nog bruikbare van vorig jaar zijn. Dat zijn ze natuurlijk niet echt maar ik ga het er toch mee proberen. Vanwege de ergernis bij het opbergen van vorig jaar zitten gegarandeerd de touwtjes in de knoop. Dus dat wordt eerst de touwtjes ontwarren. Vervolgens wordt het huishoudtrapje uit de schuur gehaald. Met in één hand de slinger, hamer en punaise klim ik op het wiebelige geval. Als ik bijna boven ben blijft ergens beneden aan een tree het touwtje haken waardoor ik niet verder naar boven kan. Ik probeer nog vanuit mijn wankele positie de slinger los te trekken maar aan het akelig scheurende geluid hoor ik dat dat niet gaat lukken. Nadat ik weer met gevaar voor eigen leven naar beneden ben gewiebeld probeer ik de slinger zo goed en zo kwaad als het gaat met plakband te repareren.

Als het me eindelijk lukt om het trapje te beklimmen zonder het broze geval nog erger te vernielen, sla ik een punaise in mijn zorgvuldig geschilderde raamkozijn. Dit gaat natuurlijk niet in één keer goed. Eerst sla ik er drie plat om vervolgens toch maar een kleine spijker uit de schuur te halen. De spijker wordt in het kozijn geslagen waardoor ik nu zeker weet dat ik de rest van het jaar het gaatje blijf zien. Het ene uiteinde van de slinger wordt aan de spijker vastgemaakt en voorzichtig loop ik het trapje weer af. Ik zet het trapje aan de andere kant van de kamer en als ik de slinger in zijn volle glorie heb uitgerold en bijna bij het punt bent waar ik het andere uiteinde van de slinger wilt bevestigen, schiet hij los van het eerste punt. Waardoor ik dus het onhandige trapje weer moet verplaatsen. Eén slinger is geen slinger dus het voorgaande herhaalt zich nog een paar keer.

Nadat ik de huisdieren in paniek op de vlucht heb doen slaan door enkele van de ballonnen te laten knappen, bekijk ik het resultaat. In mijn anders zo zorgvuldig ingerichte huiskamer doemen de sapperdeflap-kleuren op. Geel, paars en oranje tussen het met veel liefde uitgezochte taupe en crème.

Met de kinderen heb ik de afspraak dat het precies één week mag blijven hangen. Langer verdraag ik het niet. Daarna ruk ik al die gekleurde troep er zo snel mogelijk af en knip ik de ballonnen met satanisch genoegen stuk. Pak aan, met je stomme kleuren! En toch, zolang ze het willen, krijgen ze een versierde kamer.Huishoudtrap

Een reactie plaatsen

Wijf met ballen

Het is lang geleden dat ik uitgebreid gekeken heb naar het songfestival en ik kan me niet herinneren dat ik er zo van genoten heb. Niet dat de kwaliteit van de liedjes nou zo geweldig was, van de zesentwintig nummers waren er zeker tien regelrechte bagger en tien buitengewoon gewoon en saai. Het was vooral de finale waar ik oprecht door geraakt werd. Ten eerste vond ik het geweldig dat Ilse de Lange en Waylon als Common Linnets een dikke vinger konden opsteken naar iedereen die van te voren kritiek op het liedje had. Als rasartiesten hebben zij instinctief aangevoeld dat ze goud in handen hadden. Twee mensen die hun vak verstaan en gewoon goed werk afleveren. Muzikaal gezien hadden zij natuurlijk moeten winnen.

Toch kon er geen betere nummer één zijn dan Conchita Wurst. Met haar verwarrende uiterlijk was hij degene die moest winnen. Een prachtige frêle vrouwelijke verschijning met een bij uitstek mannelijk symbool, de baard. Man en vrouw verenigd in één persoon. Een emotioneel wezen dat in al zijn breekbaarheid meer kracht uitstraalde dan menig macho. Het is ronduit stoer dat je voor het oog van de hele wereld durft te zijn wie je werkelijk bent. Een wijf met ballen.

Het had met hetzelfde gemak een freakshow kunnen worden maar dat werd het verre van dat. Met een snik in haar geweldige stem bracht hij een heerlijk bombastisch nummer wat niet zou misstaan bij een James Bond film. Ook de stem hield het midden tussen mannelijk en vrouwelijk. De tekst was niet mis te verstaan.

Het voelt voor mij, en met mij voor velen, als een overwinning op al die domme gorilla’s met een ongezonde obsessie voor de seksuele geaardheid van een ander. Een victorie op alle intolerantie ten opzichte van anderen die ‘anders’ zijn. Man of vrouw, je moet wel van dit mens van vlees en bloed houden.

Hoe deze drama-queen in het echte leven is, weet ik natuurlijk niet. Misschien is hij wel helemaal niet zo lief als ze er uitziet maar maakt dat wat uit? We zijn voorzichtig weer een klein stukje opgeschoven naar een tijd waarin mannelijke en vrouwelijke eigenschappen wel door elkaar moeten gaan lopen willen wij nog een toekomst hebben.

Bron: Wikipedia

Bron: Wikipedia

Een reactie plaatsen

Geweten

Als halfbakken vegetariër voelde ik mij altijd prima. O.k. ik at nog heel soms wel vis en leren schoenen kon ik voor mezelf ook nog wel verantwoorden maar verder was ik goed bezig, toch?

Toch knaagde er altijd een klein diertje aan mijn geweten. Een diertje dat zei: “Je weet toch hoe vissen gevangen worden, kaas gemaakt wordt en waar eieren vandaan komen?” Hetzelfde diertje liet af en toe een venijnig “Hypocriet!” door mijn hoofd galmen. Ondanks dat, vond ik het altijd moeilijk om de stap te nemen naar volledig diervrij consumeren. Ik probeerde het diertje, dat zijn tanden met veel toewijding in een zeer gevoelig plekje van mijn geweten zette, tot rust te brengen, te verdoven en zoet te houden door de waarheid voor hem te verbergen.

Sinds ik in het boek ‘Dieren eten’ van Jonathan Safran Foer ben begonnen lukt dat niet meer. Het gewetensdiertje staart mij vanaf elke bladzijde indringend aan met bolle zwarte oogjes. Ik kan niet meer wegkijken. Al na een paar bladzijden kan ik niet anders dan toegeven dat vis eten afschuwelijk is. Halverwege het boek realiseer ik me heel goed dat voor elke hap kaas of yoghurt die ik achteloos naar binnen werk, er een dier voor heeft geleden. Dat ik met het goedkope blokje kaas wat ik over mijn lasagne rasp de bio-industrie steun die ik zo verafschuw, die ieder weldenkend mens met een beetje gevoel in zijn lijf niet anders kan dan verafschuwen.

Het boek heeft me doen inzien dat we in slaap gesust worden. Dat de hele mensheid zoet gehouden wordt met mooie verhalen en leuke plaatjes van lachende boeren met tevreden vee. De verschrikkelijke waarheid van de horror die zich voordoet in megastallen en slachthuizen wordt vakkundig verstopt. Miljoenen dieren hebben een vreselijk leven en sterven een dood die je je ergste vijand nog niet toewenst maar de maffia van de bio-industrie weet dit goed te maskeren. Hoe is het mogelijk dat we dit laten gebeuren.

Op de laatste pagina van het boek kijkt mijn diertje me met natte oogjes ernstig aan. “Ik weet wat me te doen staat, “ zeg ik tegen hem en hij rolt zich op en valt tevreden in slaap. Vanaf nu ga ik zoveel mogelijk dierlijke producten vermijden. Of het me voor honderd procent gaat lukken, zal moeten blijken. Niets is zo moeilijk als het opgeven van gewoontes. Roerend in mijn kopje oplos-cappuccino dringt het opeens tot me door dat daar natuurlijk ook melk in zit en als kaas-junkie zal ik nog regelmatig afkickverschijnselen vertonen. Het lukt me alleen niet meer om mezelf voor de gek te houden. Als je weet kun je niet meer on-weten.

Het boek dat me wakker heeft geschud

Het boek dat me wakker heeft geschud

Een reactie plaatsen

Prinses op koningsdag

Ze wordt langzaam wakker. Door een kier tussen de gordijnen komt een straal zonlicht. Haar mondhoeken krullen een beetje. Mooi zo, lekker weer vandaag. Ze rekt zich uit en staat op. Zingend loopt ze naar de douche. Eerst maar eens uitgebreid poedelen. Met een scheermes ontdoet ze zich van de laatste haren. Eerder deze week heeft ze haar benen al geharst maar al dat haar is bijna niet weg te krijgen. Vervelend maar het is niet anders.

Gewikkeld in een handdoek kijkt ze naar buiten. Yes, het is echt mooi weer. Goed zo, dan kan ze haar mooie roze prinsessenjurk aan. Vandaag moet ze er extra mooi uitzien. Geroutineerd brengt ze een laagje make-up aan en doet ze mascara op haar wimpers. Niet te veel, ze wil er niet zo opgeverfd uitzien zoals enkele van haar vriendinnen. Als finishing touch kiest ze de pruik met blonde plukjes die ze gisteren al in model heeft gebracht en dan gaat ze op weg naar de bar waar ze altijd komt.

Ze bestelt een biertje. Het is koningsdag dus vandaag mag alles. De alcohol en de lekkere muziek maken dat ze zich zweverig voelt. Dansen wil ze! Ze loopt heupwiegend naar buiten en claimt haar podium voor de tafel van de DJ. Op de dwingende beat van de muziek danst ze als nooit tevoren terwijl het publiek toestroomt. Ze is Beyoncé, ze is Madonna, ze is Lady Gaga, ze is…gelukkig.

Er is iets te zien. Als er een aantal mensen staan te kijken zal er wel iets zijn wat het waard is om naar te kijken. Het toestromende publiek ziet hem dansen. Hij kijkt half verleidelijk, half verlegen om zich heen. De grove schouders boven de strapless galajurk. De oudroze jurk heeft betere tijden gekend. De blonde lokken die het lief glimlachende gezicht omlijsten zijn van een goedkope pruik. Door de make-up is vaag het blauwe schijnsel van een opkomende baard te zien. De man danst onvermoeibaar.

Het publiek kijkt met een welwillende lach naar hem. Dans maar blauwbaard met je jurk. Vandaag ben jij onze dansende prinses. Het is koningsdag dus vandaag mag alles.

Roze galajurk

Voor de bron van deze foto klik hier.

 

7 reacties

IT-vrouw

Bij de IT cursus was het weer net als vijfentwintig jaar terug. Ik was weer eens het enige vrouwmens tussen het testosteron. Niets veranderd in een kwart eeuw blijkbaar. Hoewel het mij persoonlijk niets uitmaakte, het waren allemaal uiterst vriendelijk heren, werd ik er toch een beetje droevig van.

Hoe is het toch mogelijk dat er na al die jaren emancipatie nog steeds zo weinig vrouwen in de IT werkzaam zijn. Er zijn inmiddels al zoveel vakken binnen de Informatica die het niveau van de zolderkamer-nerd ontstijgen?

In eerste instantie denk ik dat we het antwoord moeten zoeken in het onderwijs. Er wordt simpelweg nog steeds te weinig aandacht gegeven aan informaticavakken. Er zullen misschien enkele scholen zijn die dat wel doen maar het zou niet van de welwillendheid moeten afhangen van de interesse van een schoolbestuur. Het moeten verplichtte vakken worden. Er is tegenwoordig bijna geen serieus beroep te bedenken waar je nog zonder basisvaardigheden op een computer kunt.

Nu stromen alleen kinderen door naar IT-opleidingen, die het toevallig thuis wel grappig vinden om wat op een PC te fröbelen. Veelal gamende jongens. Er zouden vakken op school moeten gegeven worden die de interesse wekt van kinderen die nog niet zo in aanraking geweest zijn met wat er allemaal mogelijk is met een computer. Er worden toch ook vakken gegeven als biologie, als basis voor mensen die hun toekomst in de gezondheidszorg zien? We laten kinderen examen doen in economie zodat ze er wat aan hebben in hun toekomstige carrière. Hoe kun je nou van kinderen verwachten dat ze voor een vak kiezen waarvan ze het bestaan niet eens weten.

Niemand verwacht van een kind dat het zelf bedenkt, dat het wel handig is, om de topografie van landen uit het hoofd te leren. Niemand verwacht dat het kind zelf een woordenboek pakt om een taal te leren. Maar als het om informatica gaat dan zijn we nog steeds afhankelijk van een beetje thuisgeknutsel en verwachten we dat kinderen dat vanzelf wel leren. Zo gaat er bij, vooral meisjes, een potentieel verloren aan toekomstige IT-ers. En dan heb ik het niet alleen over de puur technische vakken. Er zijn namelijk steeds meer hybride vakken die met één been in de techniek en met het andere in een ander vakgebied staan. Er is een groot scala aan beroepen die raakvlakken met de informatica hebben. Maar zelfs in beroepen waar je het niet verwacht neemt de techniek een steeds grotere plaats in. Als je dan nagaat dat er nog slechts tien procent vrouwen werkzaam zijn in de IT-sector, dan kan ik maar één conclusie trekken: We hebben nog veel te leren.

 

Roze laptop

Origineel door Ludwig van Standard Lamp, gedeeld onder voorwaarden van creative commons.

1 reactie

Prins kat

Dat ik een groot dierenliefhebber ben dat zal voor iedereen die mij persoonlijk kent wel duidelijk zijn. Alle dieren van groot tot klein kunnen op mijn sympathie rekenen. Zelfs een spin, waar ik toch een lichte fobie voor heb, kan ik met veel plezier bekijken als hij druk bezig is met waar spinnen zoal mee bezig zijn. Wel graag op een flinke afstand. Ook vliegen en wespen worden door mij gevangen en het huis uit gezet omdat ik respect heb voor elke vorm van leven en daarom liever geen dieren dood. In het geval van muggen, vlooien en teken wordt mijn volharding in dit principe wel erg op de proef gesteld en ik moet nog eens een goed gesprek met een echte boeddhist aan gaan om te horen hoe je met dit dilemma om gaat.

Toch is er voor mij één dier die voor mij het dier der dieren is en dat is de kat. Katten zijn perfectie. Katten zijn alles wat je van een huisdier wil. Het zijn meesters in aanpassen aan de omstandigheden zonder hun waardigheid te verliezen. Ze weten altijd de beste plekjes in huis of buiten te vinden waar ze zich genoeglijk oprollen. Ogenschijnlijk volkomen van de wereld maar toch alert. Een toestand die iedereen die mediteert met veel oefening probeert te bereiken. Als ze je vertrouwen en zich vol overgave laten knuffelen kunnen ze volkomen slap en zacht worden alsof ze geen bot of spier in hun lijf hebben om binnen een seconde weer tot één bonk spieren te transformeren als ze er weer genoeg van hebben. Soepel en gracieus het ene moment en vertederend schattig het andere moment.

Maar hoe ziet de kat ons? Zijn wij in zijn ogen goden of juist slaven die hij de indruk geeft dat ze worden aanbeden. Ziet de poes ons als een rare kat die andere gaven bezit of ziet hij dat we van een andere soort zijn? Ben ik alleen een wandelende bron van aandacht in één richting of voelen ze ook iets van genegenheid naar mij toe? Wat ik wel weet is dat een kat zijn favoriete mens kiest. Alle drie mijn katten hebben een gezinslid uitgekozen waar ze het liefste bij vertoeven. Daarnaast vinden ze mij ook best leuk want de prinsjes weten één ding heel goed: Het moedermens in de keuken betekent eten!

Borre

1 reactie

Appelig

Stel je zou naar een ander land verhuizen. Je doet het daar goed, leuke baan, je kinderen gaan er naar school en jij en je gezin draaien moeiteloos mee in de samenleving. In dat land ligt een badplaats waar veel Nederlanders op vakantie gaan. Van die landgenoten gedraagt een groep jongeren zich schaamteloos. Denk daarbij aan veel drankgebruik, lage normen op het gebied van seksueel gedrag, respectloosheid richting de plaatselijke bevolking, kortom denk daarbij aan zulk extreem dom, beschamend en idioot gedrag dat men bij de commerciële televisie er een tv-programma van heeft gemaakt. Hoe zou je het dan vinden om met deze groep op één hoop geveegd te worden? Hoe zou je het vinden dat men tegen je zou zeggen dat alle Nederlanders slecht zijn op basis van het gedrag van die jongeren. Hoe voelt het om dan te horen te krijgen dat de mensen in dat land een hekel aan Nederlanders hebben maar dat jij er wel mee door kan, terwijl je weet dat er nog veel meer Nederlanders zoals jij in dat land wonen.

Zou je ‘de Nederlander’ willen verdedigen als die alleen maar geassocieerd wordt met het groepje randdebielen? Zou je je een inwoner van dat land voelen als je voortdurend aangeduid wordt met Nederlander? Maar ook: zou je willen horen bij een volk wat stelselmatig een hekel heeft aan alles wat met jouw afkomst te maken heeft? Hoe voelt het als een politicus roept dat er minder Nederlanders moeten zijn.

Het wegzetten van mensen omdat ze hun wortels in een ander land hebben liggen en ze als groep beoordelen ligt aan de basis van veel ellende in de wereld. Ieder mens heeft het recht om op zijn individuele daden beoordeeld te worden. Niemand wil beoordeeld worden naar het gedrag van  een groep met dezelfde afkomst die er een puinhoop van maakt.

In elke mand appels zitten een paar rotte, in sommige manden wat meer dan in andere, sommige appels rotten en stinken heel erg en sommige appels hebben een paar rotte plekjes maar zijn nog best bruikbaar. Vergeet alsjeblieft niet dat de meeste appels in de mand gewoon goed zijn. Gooi niet alle appels weg omdat er in een paar een wormpje zit. En houd eens op om ze met peren te vergelijken. Daar wordt ik nou appelig van.

 

appels en peren

Een reactie plaatsen

Verjaardag

Zondagochtend half zes, ik lig wakker en vraag me af wie er stiekem vannacht met een vrachtwagen over me heen gereden is. Ondanks mijn pijnlijke lijf voel ik me tevreden en warm vanbinnen. In de wetenschap dat ik veel te vroeg wakker ben maar er vandaag pas uit hoef als het mij uitkomt, lig ik te genieten. Vandaag is helemaal van mij. Er heerst rust in huis. De katten voelen het ook. Eén voor één merken ze dat ik wakker ben en komen ze zich melden voor wat geknuffel en nestelen zich genoeglijk op of naast mij. Loom blijf ik nog een uurtje sudderen. Straks maar een bad en wat yoga-oefeningen om mijn lichaam weer in beweging te krijgen maar eerst een kop koffie en een stuk overgebleven taart om mee te ontbijten.

Ik laat de dag van gisteren passeren. De verjaardag van mijn dochter was als vanouds weer gezellig. Familie en vrienden, jong en oud mengden zich met groot gemak. Vóór die tijd heb ik een groot deel van de dag in de keuken doorgebracht om eten te maken voor mijn gasten. Dat doe ik graag. Het koken vind ik leuk maar vooral wil ik het mijn gasten zoveel mogelijk naar de zin maken. Graag wil ik ze dan de perfecte tabouleh, pastasalade, hummus of pizza voorzetten. Voor mijn lief is het niet leuk als ik een verjaardag voorbereid. De arme schat stelt zich dienend op en mijdt zoveel mogelijk de keuken. Het plannen en bereiden van zoveel voedsel maakt een tiran in mij los, die me doet beseffen dat het maar goed is dat ik nooit de ambitie heb gehad om chef-kok te worden.

Het is geen streven naar perfectionisme ter eer en glorie van mijzelf maar mijn manier om genegenheid te delen. Niets mooiers dan het moment dat iedereen een bord gevuld heeft, er een stilte valt en er alleen hier en daar een “Hmmm” te horen is. Het zal er mee te maken hebben dat ik opgegroeid ben in een groot gezin, dat een deel van mij altijd verlangt naar de gezellige chaos van het eten met veel personen. Mensen met wie je door allerlei onzichtbare draadjes verbonden bent.

Het eten was een succes. Lag het aan mijn recepten? Of aan de juiste verhoudingen van de ingrediënten? Nee, dat er van genoten werd lag aan het fijne gezelschap en aan het allerbelangrijkste ingrediënt wat ik in het diner had verwerkt: liefde.

taart

 

2 reacties

Grote voeten

Met mijn lief ging ik uit eten. Twintig jaar getrouwd en bijna dertig jaar bij elkaar dus dat vonden we wel een goede reden. We kwamen uit bij een brasserie waar we eerder met veel genoegen hadden gegeten. Niets hoogdravends maar gewoon heerlijk eten en een fijne sfeer. Het is er warm en gezellig en je ziet aan alles dat er moeite gedaan is en dat de zaak met plezier gerund wordt.

Hoewel we nog steeds niet uitgepraat zijn, kijk je niet meer continue verliefd in elkaars ogen na zo een lange tijd samen. Mijn blik dwaalde dus af en toe een beetje rond in het restaurant en ergens tussen de Toscaanse tomatensoep en een slok wijn viel mij opeens iets op. Naast mij op een kastje stond een dienblad met een kaars erop. Een dienblad in neo-brocante stijl zoals je ze in een dure woonwinkel zou kunnen aantreffen. Een heel herkenbaar dienblad want ik heb er thuis net zo één. Gekocht bij de Action voor een paar euro. Ontroering overviel mij. Noem me sentimenteel maar ik kan door zoiets oprecht geraakt worden. Achter het goedkope maar toch leuke dienblad vermoed ik een verhaal van hardwerkende mensen die met veel liefde hun restaurant begonnen zijn en met een beperkt budget de aankleding hebben moeten volbrengen.

Dat overkomt me wel vaker, plotseling overvallen worden door ontroering. Door de grote mannenschoenen die bij mij onder de kapstok staan bijvoorbeeld. Grote mannenschoenen in het algemeen. Hoe groter, hoe beter. Of van die gebruinde mannenvoeten, in slippers waar je met gemak een roeiboot van kunt maken. De ontroering zit hem erin dat ik een beetje met ze te doen heb. Dat die mannen met van die grote onhandige voeten door het leven moeten. Geen wonder dat ze soms per ongeluk ergens op gaan staan, zoals je tenen bij het dansen, of zorgvuldig opgekweekt jong groen in de tuin. Kunnen ze niks aan doen. Grote mannen ontroeren me sowieso. Wat moet je toch met zo een groot lijf, hoe bestuur je die lange ledematen?

Ook zoiets: Donkere Afrikaanse mensen die Frans spreken. Frans gesproken met diepe, warme stemmen, door monden die niet gemaakt zijn om deze taal te spreken. Een taal die hen opgedrongen is door het kolonialisme. Frans is een taal die hoort bij bleke mensen met smalle lippen. Je hoort het direct doordat de medeklinkers net iets te hard worden aangezet, door de r die iets harder rolt, de passie waarmee elk woord wordt uitgesproken. De taal wordt er mooier van. Ik heb er simpelweg geen weerstand tegen.

Het is de onhandigheid in combinatie met kracht of veerkracht. Het vermogen om iets te maken van de gegeven omstandigheden en het zelf niet in de gaten hebben dat het bijzonder is. Hoe dan ook, ik hoop nog vaak uit eten te gaan met mijn lange man met die onhandige grote voeten.

Dienblad met kaars

Een reactie plaatsen

Ziek

Er is iets heel erg mis met onze geneeskunde. Uitzonderingen daar gelaten, kun je het beter ziektebestrijding of medicatiekunde noemen. Dat lijkt op hetzelfde neer te komen maar dat is het niet. Chemotherapie is daar een extreem voorbeeld van. Of het kanker bestrijdt, daar is al veel discussie over maar genezen doet het zeker niet. Genezen doe je pas nadat je deze allesverwoestende behandelingen hebt ondergaan. Prednison is ook zo een paardenmiddel wat symptomen bestrijdt maar wat het predicaat geneesmiddel niet mag dragen. Het maakt meer kapot dan dat het geneest. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Persoonlijk heb ik gelukkig niet zo veel te maken met de medische wereld maar de keren dat het wel zo is dan valt mij steeds op dat er heel gemakkelijk gezwaaid wordt met medicijnen alsof het niets is. Vooral huisartsen hebben er een handje van. Die paar keer dat ik bij een huisarts kwam voor advies of slechts de geruststelling dat er niets ernstigs met mij aan de hand was, werd mij meer dan eens in één gesprek medicijnen aangeboden, terwijl ik duidelijk aangaf dit niet te willen tenzij het zwaar noodzakelijk was.

Ook heb ik meegemaakt dat ik aangaf ’s nachts wakker te liggen als gevolg van het medicijn wat ik voorgeschreven kreeg en dat de (vervangende) huisarts dit keihard ontkende. Na herhaaldelijk verteld te hebben dat ik toch echt duidelijk het verschil voelde wanneer ik het middel al dan niet nam keek ze mij meewarig aan en zei dat het echt niet kon en dat er vast iets anders aan de hand was. Ik vertelde haar dat het niet zo was omdat mijn leven op rolletjes liep en alles juist heel goed met mij ging. Er was op dat moment in mijn leven echt niets waar ik mij druk om maakte. Het lag echt aan het medicijn dat mijn lichaam niet in ruststand wilde. “Tja,” zei ze: “ik wil je natuurlijk niets aanpraten hoor maar ik denk echt dat je van iets anders wakker ligt.” Verdedig je daar maar eens tegen.

Veel huisartsen zijn in mijn ogen pillenvoorschrijver en medicijndoosjesschuivers terwijl er een veel mooiere rol voor ze weggelegd is. Zij zijn het voorportaal naar de veel duurdere ziekenhuiszorg en kunnen voorkomen dat patiënten daar terecht komen door te stimuleren dat men beter voor zichzelf zorgt. Door patiënten op te voeden en door terughoudend te zijn met middelen voor te schrijven en uit te leggen dat het middel soms erger is dan de kwaal en dat het misschien wel de symptomen wegneemt maar niet de oorzaak. Soms zijn medicijnen zijn gewoon nodig maar kan het voorschrijven alsjeblieft wat kritischer?

Het ligt niet alleen aan de artsen. Bij de gemiddelde mens is er ook een raar soort verwachting ontstaan dat als er een gezondheidsprobleem is, dat de arts een pilletje heeft en hopla, alles is opgelost. Zelf overal een puinhoop van maken en dan verwachten dat je door medicatie gezond wordt. Van zowel de kant van de arts als van de patiënt zullen we anders tegen de medische wetenschap aan moeten gaan kijken en ervoor in de plaats echt geneeskunde van moeten maken. Zoals het nu gaat is het hele systeem ernstig ziek.

Medication by Bloodwaltz http://bloodwaltz.deviantart.com/art/Medication-126450007

Medication by Bloodwaltz