3 reacties

Omgevingsvriendelijk

Het is nog vroeg in de ochtend als wij op weg naar Parijs gaan. Mijn dochter is al in haar reis-stand. Ze ligt met harde muziek in haar oren tegen het raam te slapen. Zoonlief heeft ook zijn koptelefoon op en probeert wat aantekeningen te maken, wat niet meevalt in een rijdende auto.

Naar buiten kijkend valt me de hoeveelheid licht op. Elk gebouw heeft weer zijn eigen verlichting. Schreeuwende kleuren. Wegen zijn met oneindige rijen straatverlichting omrand. Het zal wel nodig zijn in verband met veiligheid. Je kunt je echter afvragen of we niet zijn doorgeschoten. Of de veiligheid nog opweegt tegen de schade die we er mee aanbrengen. Schade door te veel energieverbruik of aan het beetje natuur wat er nog om ons heen is. Dieren en planten voor wie het nooit meer nacht wordt.

We passeren twee vrachtwagens met grote roze lichamen. Varkens op weg naar hun einde. In dit licht zouden het ook mensen kunnen zijn. Eén van de varkens lijkt mij aan te kijken. Het zijn intelligente wezens dus ik vraag mij af hoeveel ze weten. Neemt het varken mij ook echt waar? Intens triest word ik ervan. Hoe is het toch mogelijk dat wij zo met dieren omgaan. Zou elke vleeseter nog trek hebben in zijn plakje ham als hij het hele proces van begin tot het einde mee zou maken? Als hij het varken in de kale krappe stal zou zien staan, het dier met veel te veel soortgenootjes in een vrachtwagen moest jagen, daarna in de slachterij dood moest maken en vervolgens moest villen en verwerken tot zijn geliefde broodbeleg? Zou het nog lekker smaken als het anonieme worstje in de supermarkt opeens een ademend, warm en levend wezen bleek te zijn geweest?

Wat zijn we met zijn allen toch ver van de basis geraakt. Wat hebben we er toch eigenlijk een puinhoop van gemaakt. Ik veroordeel niemand. Als er iemand inconsequent is met omgevingsvriendelijk gedrag dan ben ik het wel. Een vegetariër met leren schoenen, een natuurliefhebber met een ronkende auto. Mag ik dan toch een oproep doen tot meer bewust gedrag? Het is echt niet moeilijk. Gewoon goed nadenken of je dat plastic tasje wat je in de winkel krijgt wel nodig hebt. Gewoon eens drie keer in de week iets op tafel zetten waar geen beesten in zitten. Dan heb je geld over om voor de andere dagen van de week het duurdere biologische vlees te kopen. Doe eens al het elektra in je huis uit, leg je smartphone weg, brand een kaarsje en laat het eens stil in jezelf en donker om je heen worden.

Bron: Wakker dier

Bron: Wakker dier

1 reactie

Voornemen

Oud en nieuw vind ik maar een rare knip in de tijd. Tegen oliebollen en champagne heb ik geen bezwaar maar die mag je van mij ook hartje zomer serveren. Voor mij begint elke dag een nieuw jaar, een nieuw uur en nieuwe minuten.

Nog gekker vind ik het dat men zich alleen op 31 december het goede voorneemt om de voornemens een week later volkomen te negeren. Meestal zijn het voornemens waarvan je op je klompen kunt aanvoelen dat het toch niks wordt. Op oudjaarsavond kan ik best zeggen dat ik ga sporten en vijf kilo ga afvallen maar als dat me het hele afgelopen jaar nog niet gelukt is, waarom zou het dan nu wel gaan?

Daarentegen heb ik me een paar dagen geleden iets voorgenomen waarvan ik zeker weet dat ik me er aan ga houden. Het zal niet in één keer perfect gaan maar ik ben vastberaden. Mijn voornemen kwam tot mij door een aantal voorvallen die ik deze decembermaand mocht meemaken. Geen grote gebeurtenissen maar wel gebeurtenissen waarbij wildvreemden onbaatzuchtigheid toonden. Onbaatzuchtigheid waaraan het mijn cynische ik het nog wel eens ontbreekt. Kleine daden waaruit grote liefde voor de medemens uit spreekt.

De ene keer ging het erom dat ik te weinig parkeergeld had omdat ik er niet op gerekend had dat er op die afgelegen plek alleen met contant geld betaald kon worden. Terwijl ik nog na stond te denken of ik dan maar het risico van een bon zou nemen, kreeg ik van een vriendelijk heerschap vijftig cent in mijn handen gedrukt.

De andere keer waren mijn gezin en ik, op weg naar Parijs, gestrand in een buitenwijk van Gent met autopech. We hadden al enige uren doorgebracht in de garage toen duidelijk werd dat we de nacht in die alleraardigste stad moesten doorbrengen. Er werd ons verteld dat rondom het station betaalbare hotels zouden zijn. Terwijl we nog aan het overleggen waren hoe wij daar naar toe moesten gaan zonder onze zilveren bolide, bood een man die daar zijn auto kwam ophalen ons spontaan een lift aan. Natuurlijk waren wij er op een andere manier ook wel gekomen maar ik was zo moe van het wachten en de teleurstelling dat wij een dag in Parijs moesten missen dat ik de beste man erg dankbaar was.

Diezelfde avond schreef ik in mijn onafscheidelijke notitieblokje wat mijn voornemen vanaf dat moment zou zijn. Letterlijk schreef ik het volgende op: Ik ga liever en behulpzamer zijn vanaf NU. Weg met het cynisme!!!

Zoals de aardige Belg en de engel bij de parkeerautomaat mij in mijn hart raakten, hoop ik door mijn gedrag ook anderen zodanig te raken dat zij mijn voorbeeld volgen. Laat de onbaatzuchtigheid zich als een olievlek verspreiden zodat er ook na 1 januari 2014 elke dag mensen bijkomen die zich voornemen vanaf dat moment liever te worden.

Gelukkig nieuw jaar, elke minuut opnieuw!

Champagne

1 reactie

Besluitangst

Soms is het blijven hangen in een bepaalde toestand, datgene wat je nodig hebt of nodig denkt te hebben, hoe slecht die situatie ook is. Blijkbaar haal je er iets uit. Het voldoet aan een behoefte diep van binnen. Hoe onwaarschijnlijk ook en hoezeer mensen om je heen zien dat de situatie niet goed voor je is. Dat kan zijn: een slecht huwelijk, een baan waar je niet gelukkig van wordt of aan de lopende band te veel hooi op je vork nemen. Daar zijn natuurlijk zoveel redenen voor als er mensen zijn maar veelal is het terug te voeren naar angst voor verandering. Angst om zelf het heft in handen te nemen. Want wat komt er daarna?

Het vooruitschuiven van een besluit kan er voor zorgen dat je een beslissing forceert. Door je eigen uitstelgedrag wordt er een besluit voor je genomen. Dat is fijn want daarna kun je er dan lekker over klagen want je hebt zelf de beslissing niet genomen. Als je het zelf gedaan had dan was je er ook verantwoordelijk voor geweest, nu niet, toch?

Verantwoordelijkheid voor je daden nemen is moedig en niet iedereen is een held. Het is ook zwaar om altijd maar de held uit te moeten hangen, Soms wil je gewoon dat iemand je redt of dat je door het lot gered wordt. Bij grote thema’s zoals een slecht huwelijk, dat je bijvoorbeeld hoopt dat de ander je verlaat of dood neervalt en soms bij het uitstellen van het inschrijven voor een cursus: “Zal ik wel, zal ik niet, ach jee, nu is de inschrijfdatum verstreken, nu kan het niet meer.”

Het kan je ook behoeden voor iets waarvan je diep van binnen weet dat je het beter wel of niet kunt doen. Zoals een dier intuïtief voor de tsunami uit vlucht zonder dat het weet dat er een tsunami is of het kan benoemen.

Toch is het zo dat je beter wel zelf een bewuste beslissing kunt nemen. Spijt is één van de meest nutteloze emoties die ik ken dus over het algemeen doe ik daar niet aan maar àls ik ergens spijt van heb dan is het altijd iets waarbij ik de beslissing aan anderen heb overgelaten en niet mijn eigen weg ben gegaan. Alles wat ik zelf heb bepaald, of dat nu goed of slecht heeft uitgepakt, daar ben ik een sterker en beter mens van geworden.

Todo lijst

 

Een reactie plaatsen

Liefde zonder angst

Een goede relatie is die waarbinnen beiden zich veilig genoeg voelen om hun ware aard te laten zien omdat beiden zich zonder oordeel bezien voelen. Een relatie waarin je tegelijkertijd de ander de vrijheid laat, om zich te ontwikkelen en hem of haar de tijd en ruimte gunt, die degene nodig heeft, zonder je eigen vrijheid, ruimte en tijd op te geven.

Dit soort relaties zijn zeldzaam. Dat heeft er alles mee te maken dat het niet makkelijk is. Om zo een relatie aan te kunnen moet je de strijd met je eigen angst aangaan. Ga er maar aan staan: geen oordeel hebben, de ander de ultieme vrijheid laten, ruimte en tijd gunnen zonder bang te zijn dat de ander er vandoor gaat. Dat in een wereld waarin er alleen maar geoordeeld wordt en vrijheid, ruimte en tijd schaars zijn. Een maatschappij waarin we opgroeien met het idee dat een relatie vooral is: elkaar beknotten en beperken.

Ook de relatie tussen ouder en kind is vergeven van het uit eigen angst inperken van de vrijheid en ontwikkelingsruimte. Het begint al bij het gehuil van een pasgeboren baby die alleen in zijn of haar wiegje ligt. Het moet in zijn of haar eigen bedje blijven ook al geeft het met gehuil aan dat het zich niet veilig voelt. Veilig voelen kan alleen bij mama of papa die het langzaam laat wennen aan een leven buiten de baarmoeder. Een kind op dat moment bij je nemen betekent echt niet dat het op zijn of haar zestiende nog bij je in bed ligt. Wel geef je het kind voor de rest van het leven de boodschap mee: “Wat er ook is, bij mij ben je veilig.”

Een kind eten opdringen wat het verafschuwt omdat we bang zijn da het niet voldoende voedingstoffen binnenkrijgt is zinloos. Het is weer de eigen angst die de ontwikkeling van het kind tegen gaat. Kinderen zijn van nature nieuwsgierige wezens en willen niets liever dan doen wat volwassenen doen. Laat het vrij in de keuze wat het aan tafel op zijn bord neemt en het ontwikkelt zich tot een lekkerbek die heel veel lust.

Moeten we kinderen dan maar gewoon hun gang laten gaan? Ja, zolang hun veiligheid niet in het geding is en we ze bewust maken dat alles wat zij doen effect heeft op de veiligheid, vrijheid, ruimte en tijd van een ander. Een tiener of jongvolwassene strak houden is vragen om moeilijkheden, ze zijn er op gebouwd om de wijde wereld in te gaan maar maak hem of haar duidelijk waar je angsten zitten en je zult zien dat ook zij bereid zijn om jou ter wille te zijn zolang ze daar voldoende vrijheid en vertrouwen voor terug krijgen.

Zo groeit een kind op tot een volwassene die een liefdesrelatie kan aangaan zonder zichzelf of de ander te beperken en zonder oordeel of angst kan geven en nemen.

Free hearts by Andrea Smith

Een reactie plaatsen

Oudere jongere

Komende week mag ik mijn negenenveertigste verjaardag vieren en hoewel ik wel eens voor de grap roep dat ik nog steeds dertig plus ben zegt het getal me niets. Het leven is zoveel leuker geworden naarmate ik ouder wordt. Met elk jaar wat er bij komt krijg ik meer inzicht in wat ik wil en wat ik vooral niet meer wil. Het interesseert me nog maar heel weinig wat een ander er van vindt. Als er iemand zijn zin begint met “ik vind” denk ik regelmatig: “wat je vindt mag je houden”. Het ‘nou-èn-denken’ heb ik tot een kunst verheven. Mijn rimpels en ouder wordende uiterlijk koester ik. We hebben samen zo veel meegemaakt.

Jong zijn en kleine kinderen hebben vond ik erg ingewikkeld. Mijn kinderen zijn inmiddels uitgegroeid naar verstandige, prachtige jonge mensen in wie ik alle vertrouwen heb dat ze wat moois van hun leven maken. Hoe gezegend kun je zijn.

Er zit me echter wel iets dwars. Het is namelijk niet eerlijk dat je juist op het moment dat je je psychisch zo goed gaat voelen, te maken krijgt met een lichaam dat stelselmatig weigert te doen wat je wilt. Graag bezoek ik zo nu en dan een popconcert maar als ik dan in al mijn enthousiasme wil springen en wild wil dansen gebeurt er iets geks. Het gaat gewoon niet meer. In mijn hoofd kan ik het nog best maar als ik het probeer dan raak ik in onbalans waardoor het er uitziet alsof ik al een halve krat bier heb weggewerkt.

Omwille van mijn kinderen houd ik het dus maar op wat heen- en weergewiebel. Zij zijn nog op een leeftijd dat ze zich snel schamen, vooral voor hun ouders en omdat zij tot het zeer selecte gezelschap behoren van mensen van wie ik mij nog wel iets aantrek, ben ik bereid mij in te houden. In opperste frustratie heb ik er thuis wel eens op geoefend, een glimp van mijzelf opgevangen in de spiegel en toen gedacht: “dit is voor niemand prettig”.

O, had ik nog maar het lijf van een twintigjarige. Al die energie die er af spat als zij hun lichamen in de meest idiote posities dwingen en er ondanks dat nog fantastisch uit zien. Ze komen er gewoon mee weg. Voor geen goud zou ik die leeftijd nog willen hebben maar het lijkt me heerlijk om de fysieke mogelijkheden te hebben van een jong mens en dat te combineren met de geestelijke toestand waarin ik me nu bevind.

Misschien is het ook maar beter van niet. Want laten we wel wezen, die combinatie zou bloedstollend gevaarlijk zijn.

http://kaztorama.deviantart.com/art/Grampa-turtle-182622626

Bron: Kaztorama

Een reactie plaatsen

Juffen

Zo nu en dan denk ik terug aan mijn juffen van de lagere school. Ik kom nog uit de tijd dat de kleuterklassen daar niet bij in zaten dus heette het nog geen basisschool. Mijn juf voor de eerste drie klassen heette juf Hentzepeter. Van haar herinner ik me niet veel. Haar beeltenis staat echter op mijn netvlies gebrand. In mijn ogen was ze prachtig. Een mooie, zachte, lieve vrouw met lang donker haar, een beetje hippie-achtig. In mijn gedachten glimlacht ze altijd. Die zachte zeepbel spatte uiteen toen juf Hentzepeter met zwangerschapsverlof ging en er een vervangster kwam. Het pinnige mens had ongetwijfeld het beste met ons voor maar ik kon er niet aan wennen.

Juf Poletiek die ik in de laatste drie klassen kreeg maakte indruk op mij om heel andere redenen. Zij was zo een beetje de eerste vrouw in mijn leven die ik achteraf gezien geëmancipeerd kon noemen. Ze was anders dan de vrouwen in mijn omgeving. Met haar roodgeverfde haar, knalblauwe ogenschaduw en spijkerbroek, leek ze in ieder geval niet op mijn moeder. Bovendien werkte ze fulltime en had ze kinderen die studeerden. Het was duidelijk een intellectueel gezin. Heel anders dan het gezin waar ik uit kwam. Het had voor mij iets magisch.

Van Juf Poletiek heb ik mijn liefde voor taal meegekregen. Nog zie ik de klas voor me met de grote vellen papier, als gewassen lakens aan een waslijn. Alles wat je moest weten over het vervoegen van werkwoorden, taal- en redekundig ontleden, stond daar op. Ze stimuleerde me bij het schrijven van opstellen en vergaf me mijn dromerig opkijken als ik bij de leesbeurt niet wist waar we waren omdat ik het boekje al bijna uit had. De leesbeurten van enkele dyslecten in de klas duurden wat mij betreft eindeloos. Klassikaal lesgeven had zo zijn nadelen.

Ook toen al had ik er last van dat mijn creatieve brein sneller gaat dan ik het kan opschrijven. Zo gebeurde het regelmatig dat ze hoofdschuddend voor me stond met de mededeling dat ik het, dit keer, toch echt even moest overschrijven omdat het niet leesbaar was. Ze vond het zichtbaar zielig voor me.

Al dat overschrijven heeft niet geholpen. Nog steeds heb ik een handschrift wat het midden houdt tussen hiërogliefen en de sporen van een paniekerige worm in het zand. Vanaf de eerste dag dat ik met tekstverwerkers in aanraking kwam heb ik de pen vermeden wanneer ik maar kon.

Nu ik een schrijfcursus volg, ben ik onder invloed van mijn nieuwe “juf” weer met de hand gaan schrijven. Elke dag schrijf ik een aantal bladzijden. Het maakt niet uit hoe het eruit ziet. Niemand hoeft het te lezen. Zelfs ik zelf niet. Lekker helemaal voor mezelf schrijf ik al mijn gedachten op. Alleen met mijn pen en één van mijn nieuwe schrijfblokjes en voor het eerst van mijn leven geniet ik puur van de bezigheid  van het schrijven.

1000 woorden

2 reacties

Verandering

De eerste stap naar verandering is erkennen dat er verandering nodig is. De tweede stap is dat je werkelijk ziet, waar en hoe er verandering moet komen. Daarna komt het lastigste gedeelte: daadwerkelijk veranderen. Verandering kan bang maken. Je weet dat het ergens pijn gaat doen. De vraag is dan of je die pijn wil, of kan verdragen dan wel veroorzaken. Vanaf dit punt kun je nog terug. Nu kun je jezelf nog de vraag stellen of het wel noodzakelijk is om te veranderen. Vind je van niet, dan zul je moeten accepteren dat alles bij het oude blijft. Dat kan heel comfortabel zijn maar als dat niet zo voelt dan weet je het antwoord op de vraag.

Eén ding heb ik de afgelopen drie weken geleerd en dat is dat er iets in mijn leven om moet. Ziezo, dat is dan stap één. Hoe ik het vorm ga geven weet ik nog niet maar dat het anders moet weet ik wel, dus stap twee is nog in wording.

Al vanaf dat ik een jaar of tien was, weet ik dat er een schrijver in mij huist. Afgezien van wat losse flodders en hier en daar een gedicht, heb ik de eerste vijfenveertig jaar van mijn leven er niet veel mee gedaan. Totdat ik langs een zin kwam die mij goed op mijn plaats zette: “Je kunt altijd wel denken dat je een schrijver bent maar als je nooit eens daadwerkelijk iets op het papier zet dan ben je geen schrijver.”

Dat hakte er even in. Vanaf dat moment ben ik steeds meer gaan schrijven. De boeken die in mijn hoofd rond zwermen, hebben echter nog maar voor een klein deel mijn laptop bereikt. Telkens laat ik er van alles tussen komen waardoor het mij niet lukt om er rustig voor te gaan zitten. Dus stelde ik mijzelf weer de vraag: “Ben ik een schrijver van boeken als ik er nooit tijd voor vrij maak?”

Precies daar moet er verandering komen. Hoe ik dat ga doen zal nog moeten blijken. Meer discipline? Vroeger opstaan? Vaker nee zeggen? Beter mijn grenzen aangeven? Waar mijn pijn gaat zitten weet ik dus nog niet maar dat het onvermijdelijk is daar kan ik niet meer omheen.

2 reacties

Spreuk

Op het labeltje aan het theezakje wat ik in een mok heet water hang staat een spreuk: “You don’t know the weight of the burden you don’t carry”. Door alle sociale media ben ik de laatste tijd een beetje spreuken- en tegeltjeswijsheden-moe geworden maar deze blijft in mijn brein hangen. Het is een spreuk die ik in iets andere bewoordingen ook wel eens zeg: “Niet meteen over een ander oordelen, je weet zijn of haar verhaal niet”

Als ik ’s middags aanschuif bij de schrijfcursus wordt dat maar weer al te duidelijk. Om een grote tafel zitten, inclusief mijzelf, tien vrouwen. Tien heel verschillende vrouwen met allemaal hun eigen verhaal maar hetzelfde doel: hun verhalen opschrijven. Stukje bij beetje vertellen ze een klein deel van wat hen bezig houdt. De één schuchter en aarzelend, de ander juist heel extravert. Om de beurt is er één die de emoties even weg moet slikken of de tranen laat vloeien. Schrijven maakt veel los. De spreuk zoemt voortdurend door mijn hoofd. You don’t know… You don’t know…

Er komt die middag nog een spreuk voorbij: Onze levens zijn als diamanten met vele facetten. Het facet waar het licht op valt, zie je. De spreuken sluiten naadloos op elkaar aan. Het is zo gemakkelijk oordelen als je slechts iemands uiterlijk vertoon waarneemt. Het is heel comfortabel om een medemens in een hokje te plaatsen op basis van dat ene zichtbare facet. Maar je weet niets als je niets vraagt, als je niet observeert en je kunt nooit voelen wat de ander voelt. Je kunt hooguit het gewicht van de last van een ander schatten en hoe meer je zelf met je meedraagt, hoe beter het schatten gaat.

De groep vrouwen lukt het om open en zonder oordeel naar elkaar te luisteren en ondanks dat wij voor twee weken terug nog niet van elkaars bestaan afwisten voelt het warm en vertrouwd. We wisten niets maar hebben al verschillende facetten van elkaar mogen bewonderen en weer ervaar ik dat meer openheid naar elkaar en minder oordelen misschien niet zo gemakkelijk is maar het maakt het leven wel een heel stuk lichter.

Diamant

Een reactie plaatsen

Schoonvader

Leefde mijn schoonvader nog, dan zou hij gisteren honderd jaar zijn geworden. Hij mocht vierentachtig worden. Hoewel een groot deel van zijn leven goed is geweest heeft de man ook veel meegemaakt. Graag had ik nu nog een gesprek met hem gehad. Er zouden genoeg verhalen zijn geweest om er een boek van te maken. De sporadische keren dat hij iets over de oorlog vertelde was er een onmetelijk verdriet in zijn ogen te lezen over vrienden en familie die weggevoerd werden. Dan schudde hij zijn hoofd en stokten de woorden in zijn keel, ogen vol tranen. In een verhaal wat ik eerder geschreven heb over mijn schoonmoeder, heb ik al eens verteld hoe hij haar uit de klauwen van de Nazi’s heeft weten te houden door op tijd met haar te trouwen en de ster van haar jas te trekken. Tot op het laatst heeft hij de grond waarop zij liep gekust. Een lieve man en vader.

Als Piet in deze tijd jong was geweest had hij zeker een stempel gekregen als: “een aan autisme verwante stoornis” of iets dergelijks. Zo kon het gebeuren dat hij eind jaren zeventig met zijn gezin naar Spanje op vakantie ging en daar klokslag kwart voor zes het diner wilde nuttigen. Thuis had mijn schoonmoeder op miraculeuze wijze ook altijd het eten precies op dat tijdstip klaar. Dat die Spanjaarden daar niets van snapten kon er bij hem niet in. Het was toch een doodnormale tijd om te eten? Hij hield voet bij stuk. Je kunt je er iets bij voorstellen hoe mijn lief zich toen gevoeld moest hebben, puber die hij was.

Piet heeft zijn genen doorgegeven. Als ik naar de handen van mijn man en zoon kijk dan zie ik zijn handen. En hoewel wij qua eten meer de Bourgondische tijden aanhangen werd ik laatst geconfronteerd met een trekje wat door mijn gezin waart, dat toch weer een beetje aan hem doet denken. De vriend van mijn dochter had nietsvermoedend onze normale tafelschikking verstoord door op mijn dochters plekje te gaan zitten. Toen mijn zoon verontwaardigd reageerde omdat zij vervolgens weer op zijn plaats was gaan zitten en mijn dochter hem er fijntjes op wees dat hij nu weer op mijn plaats was gaan zitten, reageerde de vriend met een hoogst verbaasd: “Hebben jullie eigen pláátsen?” Tja, leg dan maar eens uit dat we toch licht verward waren door deze verstoring van ons normale ritueel.

We hebben de honderdste verjaardag van Piet gevierd door een traditioneel gerecht uit het gezin van mijn eega te eten: kugel met peren. Lechajem Piet!

Mijn lieve schoonouders, pas getrouwd.

Mijn lieve schoonouders, pas getrouwd.

Een reactie plaatsen

Piep

Ze zijn overal. In bijna elk elektronisch apparaat meent men ze te moeten inbouwen. Je hoort het de hele dag door. Overal waar je komt en, nog erger en misschien wel het meest, ook thuis. Piepjes. Vanaf het moment dat ik ’s ochtends mijn ogen open doe. Ik wordt gewekt door de piepjes van mijn wekker. Daarvoor heb ik al de piepjes van de wekker van mijn dochter, die het snoozen tot een kunst verheven heeft, al een paar keer gehoord.

En dan begint de broodbakmachine. Hij piept een keer of drie een vrolijk riedeltje, totdat ik snel de stekker er uit trek. Niet nodig, dat gepiep, want ik had zelf de vorige avond de tijd zodanig ingesteld dat precies om half zeven mijn broodje dampend en geurend klaar zou zijn. En dat kan ik gelukkig nog steeds heel goed onthouden. Vooral ook omdat de toetsen waarmee ik die tijd ingesteld heb ook al zo gezellig piepen, iedere keer dat ik er één indruk. Piep, piep, piep…

Vervolgens stap ik in de auto die hard gillend laat weten dat ik de gordel nog niet om heb. En als ik de euvele moed heb om mijn deur te openen terwijl mijn sleutel nog in het contact zit, of mijn lichten nog aan heb, wordt ik zowat uit mijn stoel geblazen met een harde lange PIEEEEP. Ik word daar zo schrikachtig van dat ik alles eraan doe om het harde geluid te vermijden, wat natuurlijk wel een gewenst effect heeft. Lichten laten branden en met een lege accu staan is er zo natuurlijk niet bij. Maar zonder gordel rijden doe ik sowieso al niet en als mijn tas op de bijrijdersstoel ligt en hij is iets te zwaar begint dat ding ook al te piepen.

Als ik in het weekend de wekelijkse Himalaya aan wasgoed wegwerk is het helemaal bal. De wasmachine piept, als hij klaar is met het programma, een keer of tien, drie piepjes achter elkaar. Dat zijn dertig piepjes. Vermenigvuldig dat met de minstens tien wassen die ik draai in de week… precies, dat zijn DRIEHONDERD PIEPJES!!! En nooit ben ik op tijd om de wasmachine eerder uit te zetten omdat dat ding op zolder staat en ik er twee trappen voor op moet rennen en ik meestal middenin een creatief proces zit, of met mijn handen in het sop sta, of iets aan het koken ben, of een stukje aan het schrijven ben met mijn piepende laptop, of zoiets!

Waarom? Waarom moeten er overal piepjes in gebouwd worden. Gek word ik er van. En je kunt ze ook niet uitzetten. Want dat hebben ze er dan in die fabriek niet ingebouwd, hè, een leuk piepend knopje waarmee je alle piepjes in één keer het zwijgen op legt. Persoonlijk ben ik niet zo voor martelen maar ik als het om piepjesbedenkers gaat, heb ik moeite om mijn fantasie in bedwang te houden.

PIEP!

piep