Een reactie plaatsen

Liefde zonder angst

Een goede relatie is die waarbinnen beiden zich veilig genoeg voelen om hun ware aard te laten zien omdat beiden zich zonder oordeel bezien voelen. Een relatie waarin je tegelijkertijd de ander de vrijheid laat, om zich te ontwikkelen en hem of haar de tijd en ruimte gunt, die degene nodig heeft, zonder je eigen vrijheid, ruimte en tijd op te geven.

Dit soort relaties zijn zeldzaam. Dat heeft er alles mee te maken dat het niet makkelijk is. Om zo een relatie aan te kunnen moet je de strijd met je eigen angst aangaan. Ga er maar aan staan: geen oordeel hebben, de ander de ultieme vrijheid laten, ruimte en tijd gunnen zonder bang te zijn dat de ander er vandoor gaat. Dat in een wereld waarin er alleen maar geoordeeld wordt en vrijheid, ruimte en tijd schaars zijn. Een maatschappij waarin we opgroeien met het idee dat een relatie vooral is: elkaar beknotten en beperken.

Ook de relatie tussen ouder en kind is vergeven van het uit eigen angst inperken van de vrijheid en ontwikkelingsruimte. Het begint al bij het gehuil van een pasgeboren baby die alleen in zijn of haar wiegje ligt. Het moet in zijn of haar eigen bedje blijven ook al geeft het met gehuil aan dat het zich niet veilig voelt. Veilig voelen kan alleen bij mama of papa die het langzaam laat wennen aan een leven buiten de baarmoeder. Een kind op dat moment bij je nemen betekent echt niet dat het op zijn of haar zestiende nog bij je in bed ligt. Wel geef je het kind voor de rest van het leven de boodschap mee: “Wat er ook is, bij mij ben je veilig.”

Een kind eten opdringen wat het verafschuwt omdat we bang zijn da het niet voldoende voedingstoffen binnenkrijgt is zinloos. Het is weer de eigen angst die de ontwikkeling van het kind tegen gaat. Kinderen zijn van nature nieuwsgierige wezens en willen niets liever dan doen wat volwassenen doen. Laat het vrij in de keuze wat het aan tafel op zijn bord neemt en het ontwikkelt zich tot een lekkerbek die heel veel lust.

Moeten we kinderen dan maar gewoon hun gang laten gaan? Ja, zolang hun veiligheid niet in het geding is en we ze bewust maken dat alles wat zij doen effect heeft op de veiligheid, vrijheid, ruimte en tijd van een ander. Een tiener of jongvolwassene strak houden is vragen om moeilijkheden, ze zijn er op gebouwd om de wijde wereld in te gaan maar maak hem of haar duidelijk waar je angsten zitten en je zult zien dat ook zij bereid zijn om jou ter wille te zijn zolang ze daar voldoende vrijheid en vertrouwen voor terug krijgen.

Zo groeit een kind op tot een volwassene die een liefdesrelatie kan aangaan zonder zichzelf of de ander te beperken en zonder oordeel of angst kan geven en nemen.

Free hearts by Andrea Smith

Een reactie plaatsen

Oudere jongere

Komende week mag ik mijn negenenveertigste verjaardag vieren en hoewel ik wel eens voor de grap roep dat ik nog steeds dertig plus ben zegt het getal me niets. Het leven is zoveel leuker geworden naarmate ik ouder wordt. Met elk jaar wat er bij komt krijg ik meer inzicht in wat ik wil en wat ik vooral niet meer wil. Het interesseert me nog maar heel weinig wat een ander er van vindt. Als er iemand zijn zin begint met “ik vind” denk ik regelmatig: “wat je vindt mag je houden”. Het ‘nou-èn-denken’ heb ik tot een kunst verheven. Mijn rimpels en ouder wordende uiterlijk koester ik. We hebben samen zo veel meegemaakt.

Jong zijn en kleine kinderen hebben vond ik erg ingewikkeld. Mijn kinderen zijn inmiddels uitgegroeid naar verstandige, prachtige jonge mensen in wie ik alle vertrouwen heb dat ze wat moois van hun leven maken. Hoe gezegend kun je zijn.

Er zit me echter wel iets dwars. Het is namelijk niet eerlijk dat je juist op het moment dat je je psychisch zo goed gaat voelen, te maken krijgt met een lichaam dat stelselmatig weigert te doen wat je wilt. Graag bezoek ik zo nu en dan een popconcert maar als ik dan in al mijn enthousiasme wil springen en wild wil dansen gebeurt er iets geks. Het gaat gewoon niet meer. In mijn hoofd kan ik het nog best maar als ik het probeer dan raak ik in onbalans waardoor het er uitziet alsof ik al een halve krat bier heb weggewerkt.

Omwille van mijn kinderen houd ik het dus maar op wat heen- en weergewiebel. Zij zijn nog op een leeftijd dat ze zich snel schamen, vooral voor hun ouders en omdat zij tot het zeer selecte gezelschap behoren van mensen van wie ik mij nog wel iets aantrek, ben ik bereid mij in te houden. In opperste frustratie heb ik er thuis wel eens op geoefend, een glimp van mijzelf opgevangen in de spiegel en toen gedacht: “dit is voor niemand prettig”.

O, had ik nog maar het lijf van een twintigjarige. Al die energie die er af spat als zij hun lichamen in de meest idiote posities dwingen en er ondanks dat nog fantastisch uit zien. Ze komen er gewoon mee weg. Voor geen goud zou ik die leeftijd nog willen hebben maar het lijkt me heerlijk om de fysieke mogelijkheden te hebben van een jong mens en dat te combineren met de geestelijke toestand waarin ik me nu bevind.

Misschien is het ook maar beter van niet. Want laten we wel wezen, die combinatie zou bloedstollend gevaarlijk zijn.

http://kaztorama.deviantart.com/art/Grampa-turtle-182622626

Bron: Kaztorama

Een reactie plaatsen

Juffen

Zo nu en dan denk ik terug aan mijn juffen van de lagere school. Ik kom nog uit de tijd dat de kleuterklassen daar niet bij in zaten dus heette het nog geen basisschool. Mijn juf voor de eerste drie klassen heette juf Hentzepeter. Van haar herinner ik me niet veel. Haar beeltenis staat echter op mijn netvlies gebrand. In mijn ogen was ze prachtig. Een mooie, zachte, lieve vrouw met lang donker haar, een beetje hippie-achtig. In mijn gedachten glimlacht ze altijd. Die zachte zeepbel spatte uiteen toen juf Hentzepeter met zwangerschapsverlof ging en er een vervangster kwam. Het pinnige mens had ongetwijfeld het beste met ons voor maar ik kon er niet aan wennen.

Juf Poletiek die ik in de laatste drie klassen kreeg maakte indruk op mij om heel andere redenen. Zij was zo een beetje de eerste vrouw in mijn leven die ik achteraf gezien geëmancipeerd kon noemen. Ze was anders dan de vrouwen in mijn omgeving. Met haar roodgeverfde haar, knalblauwe ogenschaduw en spijkerbroek, leek ze in ieder geval niet op mijn moeder. Bovendien werkte ze fulltime en had ze kinderen die studeerden. Het was duidelijk een intellectueel gezin. Heel anders dan het gezin waar ik uit kwam. Het had voor mij iets magisch.

Van Juf Poletiek heb ik mijn liefde voor taal meegekregen. Nog zie ik de klas voor me met de grote vellen papier, als gewassen lakens aan een waslijn. Alles wat je moest weten over het vervoegen van werkwoorden, taal- en redekundig ontleden, stond daar op. Ze stimuleerde me bij het schrijven van opstellen en vergaf me mijn dromerig opkijken als ik bij de leesbeurt niet wist waar we waren omdat ik het boekje al bijna uit had. De leesbeurten van enkele dyslecten in de klas duurden wat mij betreft eindeloos. Klassikaal lesgeven had zo zijn nadelen.

Ook toen al had ik er last van dat mijn creatieve brein sneller gaat dan ik het kan opschrijven. Zo gebeurde het regelmatig dat ze hoofdschuddend voor me stond met de mededeling dat ik het, dit keer, toch echt even moest overschrijven omdat het niet leesbaar was. Ze vond het zichtbaar zielig voor me.

Al dat overschrijven heeft niet geholpen. Nog steeds heb ik een handschrift wat het midden houdt tussen hiërogliefen en de sporen van een paniekerige worm in het zand. Vanaf de eerste dag dat ik met tekstverwerkers in aanraking kwam heb ik de pen vermeden wanneer ik maar kon.

Nu ik een schrijfcursus volg, ben ik onder invloed van mijn nieuwe “juf” weer met de hand gaan schrijven. Elke dag schrijf ik een aantal bladzijden. Het maakt niet uit hoe het eruit ziet. Niemand hoeft het te lezen. Zelfs ik zelf niet. Lekker helemaal voor mezelf schrijf ik al mijn gedachten op. Alleen met mijn pen en één van mijn nieuwe schrijfblokjes en voor het eerst van mijn leven geniet ik puur van de bezigheid  van het schrijven.

1000 woorden

2 reacties

Verandering

De eerste stap naar verandering is erkennen dat er verandering nodig is. De tweede stap is dat je werkelijk ziet, waar en hoe er verandering moet komen. Daarna komt het lastigste gedeelte: daadwerkelijk veranderen. Verandering kan bang maken. Je weet dat het ergens pijn gaat doen. De vraag is dan of je die pijn wil, of kan verdragen dan wel veroorzaken. Vanaf dit punt kun je nog terug. Nu kun je jezelf nog de vraag stellen of het wel noodzakelijk is om te veranderen. Vind je van niet, dan zul je moeten accepteren dat alles bij het oude blijft. Dat kan heel comfortabel zijn maar als dat niet zo voelt dan weet je het antwoord op de vraag.

Eén ding heb ik de afgelopen drie weken geleerd en dat is dat er iets in mijn leven om moet. Ziezo, dat is dan stap één. Hoe ik het vorm ga geven weet ik nog niet maar dat het anders moet weet ik wel, dus stap twee is nog in wording.

Al vanaf dat ik een jaar of tien was, weet ik dat er een schrijver in mij huist. Afgezien van wat losse flodders en hier en daar een gedicht, heb ik de eerste vijfenveertig jaar van mijn leven er niet veel mee gedaan. Totdat ik langs een zin kwam die mij goed op mijn plaats zette: “Je kunt altijd wel denken dat je een schrijver bent maar als je nooit eens daadwerkelijk iets op het papier zet dan ben je geen schrijver.”

Dat hakte er even in. Vanaf dat moment ben ik steeds meer gaan schrijven. De boeken die in mijn hoofd rond zwermen, hebben echter nog maar voor een klein deel mijn laptop bereikt. Telkens laat ik er van alles tussen komen waardoor het mij niet lukt om er rustig voor te gaan zitten. Dus stelde ik mijzelf weer de vraag: “Ben ik een schrijver van boeken als ik er nooit tijd voor vrij maak?”

Precies daar moet er verandering komen. Hoe ik dat ga doen zal nog moeten blijken. Meer discipline? Vroeger opstaan? Vaker nee zeggen? Beter mijn grenzen aangeven? Waar mijn pijn gaat zitten weet ik dus nog niet maar dat het onvermijdelijk is daar kan ik niet meer omheen.

2 reacties

Spreuk

Op het labeltje aan het theezakje wat ik in een mok heet water hang staat een spreuk: “You don’t know the weight of the burden you don’t carry”. Door alle sociale media ben ik de laatste tijd een beetje spreuken- en tegeltjeswijsheden-moe geworden maar deze blijft in mijn brein hangen. Het is een spreuk die ik in iets andere bewoordingen ook wel eens zeg: “Niet meteen over een ander oordelen, je weet zijn of haar verhaal niet”

Als ik ’s middags aanschuif bij de schrijfcursus wordt dat maar weer al te duidelijk. Om een grote tafel zitten, inclusief mijzelf, tien vrouwen. Tien heel verschillende vrouwen met allemaal hun eigen verhaal maar hetzelfde doel: hun verhalen opschrijven. Stukje bij beetje vertellen ze een klein deel van wat hen bezig houdt. De één schuchter en aarzelend, de ander juist heel extravert. Om de beurt is er één die de emoties even weg moet slikken of de tranen laat vloeien. Schrijven maakt veel los. De spreuk zoemt voortdurend door mijn hoofd. You don’t know… You don’t know…

Er komt die middag nog een spreuk voorbij: Onze levens zijn als diamanten met vele facetten. Het facet waar het licht op valt, zie je. De spreuken sluiten naadloos op elkaar aan. Het is zo gemakkelijk oordelen als je slechts iemands uiterlijk vertoon waarneemt. Het is heel comfortabel om een medemens in een hokje te plaatsen op basis van dat ene zichtbare facet. Maar je weet niets als je niets vraagt, als je niet observeert en je kunt nooit voelen wat de ander voelt. Je kunt hooguit het gewicht van de last van een ander schatten en hoe meer je zelf met je meedraagt, hoe beter het schatten gaat.

De groep vrouwen lukt het om open en zonder oordeel naar elkaar te luisteren en ondanks dat wij voor twee weken terug nog niet van elkaars bestaan afwisten voelt het warm en vertrouwd. We wisten niets maar hebben al verschillende facetten van elkaar mogen bewonderen en weer ervaar ik dat meer openheid naar elkaar en minder oordelen misschien niet zo gemakkelijk is maar het maakt het leven wel een heel stuk lichter.

Diamant

Een reactie plaatsen

Schoonvader

Leefde mijn schoonvader nog, dan zou hij gisteren honderd jaar zijn geworden. Hij mocht vierentachtig worden. Hoewel een groot deel van zijn leven goed is geweest heeft de man ook veel meegemaakt. Graag had ik nu nog een gesprek met hem gehad. Er zouden genoeg verhalen zijn geweest om er een boek van te maken. De sporadische keren dat hij iets over de oorlog vertelde was er een onmetelijk verdriet in zijn ogen te lezen over vrienden en familie die weggevoerd werden. Dan schudde hij zijn hoofd en stokten de woorden in zijn keel, ogen vol tranen. In een verhaal wat ik eerder geschreven heb over mijn schoonmoeder, heb ik al eens verteld hoe hij haar uit de klauwen van de Nazi’s heeft weten te houden door op tijd met haar te trouwen en de ster van haar jas te trekken. Tot op het laatst heeft hij de grond waarop zij liep gekust. Een lieve man en vader.

Als Piet in deze tijd jong was geweest had hij zeker een stempel gekregen als: “een aan autisme verwante stoornis” of iets dergelijks. Zo kon het gebeuren dat hij eind jaren zeventig met zijn gezin naar Spanje op vakantie ging en daar klokslag kwart voor zes het diner wilde nuttigen. Thuis had mijn schoonmoeder op miraculeuze wijze ook altijd het eten precies op dat tijdstip klaar. Dat die Spanjaarden daar niets van snapten kon er bij hem niet in. Het was toch een doodnormale tijd om te eten? Hij hield voet bij stuk. Je kunt je er iets bij voorstellen hoe mijn lief zich toen gevoeld moest hebben, puber die hij was.

Piet heeft zijn genen doorgegeven. Als ik naar de handen van mijn man en zoon kijk dan zie ik zijn handen. En hoewel wij qua eten meer de Bourgondische tijden aanhangen werd ik laatst geconfronteerd met een trekje wat door mijn gezin waart, dat toch weer een beetje aan hem doet denken. De vriend van mijn dochter had nietsvermoedend onze normale tafelschikking verstoord door op mijn dochters plekje te gaan zitten. Toen mijn zoon verontwaardigd reageerde omdat zij vervolgens weer op zijn plaats was gaan zitten en mijn dochter hem er fijntjes op wees dat hij nu weer op mijn plaats was gaan zitten, reageerde de vriend met een hoogst verbaasd: “Hebben jullie eigen pláátsen?” Tja, leg dan maar eens uit dat we toch licht verward waren door deze verstoring van ons normale ritueel.

We hebben de honderdste verjaardag van Piet gevierd door een traditioneel gerecht uit het gezin van mijn eega te eten: kugel met peren. Lechajem Piet!

Mijn lieve schoonouders, pas getrouwd.

Mijn lieve schoonouders, pas getrouwd.

Een reactie plaatsen

Piep

Ze zijn overal. In bijna elk elektronisch apparaat meent men ze te moeten inbouwen. Je hoort het de hele dag door. Overal waar je komt en, nog erger en misschien wel het meest, ook thuis. Piepjes. Vanaf het moment dat ik ’s ochtends mijn ogen open doe. Ik wordt gewekt door de piepjes van mijn wekker. Daarvoor heb ik al de piepjes van de wekker van mijn dochter, die het snoozen tot een kunst verheven heeft, al een paar keer gehoord.

En dan begint de broodbakmachine. Hij piept een keer of drie een vrolijk riedeltje, totdat ik snel de stekker er uit trek. Niet nodig, dat gepiep, want ik had zelf de vorige avond de tijd zodanig ingesteld dat precies om half zeven mijn broodje dampend en geurend klaar zou zijn. En dat kan ik gelukkig nog steeds heel goed onthouden. Vooral ook omdat de toetsen waarmee ik die tijd ingesteld heb ook al zo gezellig piepen, iedere keer dat ik er één indruk. Piep, piep, piep…

Vervolgens stap ik in de auto die hard gillend laat weten dat ik de gordel nog niet om heb. En als ik de euvele moed heb om mijn deur te openen terwijl mijn sleutel nog in het contact zit, of mijn lichten nog aan heb, wordt ik zowat uit mijn stoel geblazen met een harde lange PIEEEEP. Ik word daar zo schrikachtig van dat ik alles eraan doe om het harde geluid te vermijden, wat natuurlijk wel een gewenst effect heeft. Lichten laten branden en met een lege accu staan is er zo natuurlijk niet bij. Maar zonder gordel rijden doe ik sowieso al niet en als mijn tas op de bijrijdersstoel ligt en hij is iets te zwaar begint dat ding ook al te piepen.

Als ik in het weekend de wekelijkse Himalaya aan wasgoed wegwerk is het helemaal bal. De wasmachine piept, als hij klaar is met het programma, een keer of tien, drie piepjes achter elkaar. Dat zijn dertig piepjes. Vermenigvuldig dat met de minstens tien wassen die ik draai in de week… precies, dat zijn DRIEHONDERD PIEPJES!!! En nooit ben ik op tijd om de wasmachine eerder uit te zetten omdat dat ding op zolder staat en ik er twee trappen voor op moet rennen en ik meestal middenin een creatief proces zit, of met mijn handen in het sop sta, of iets aan het koken ben, of een stukje aan het schrijven ben met mijn piepende laptop, of zoiets!

Waarom? Waarom moeten er overal piepjes in gebouwd worden. Gek word ik er van. En je kunt ze ook niet uitzetten. Want dat hebben ze er dan in die fabriek niet ingebouwd, hè, een leuk piepend knopje waarmee je alle piepjes in één keer het zwijgen op legt. Persoonlijk ben ik niet zo voor martelen maar ik als het om piepjesbedenkers gaat, heb ik moeite om mijn fantasie in bedwang te houden.

PIEP!

piep

Een reactie plaatsen

Voorraad

De laatste tijd heb ik een onwaarschijnlijke drang om voorraden aan te leggen. Als een malle ben ik bezig geweest om kilo’s jam te maken, komkommers in het zuur te leggen. De potten moeten gezellige dekseldoekjes en strikken om. Zakken met gedroogde bonen rollen de voorraadkast uit als je de deur durft te openen. Ik wil een extra vriezer om ook die vol te proppen met voedsel en ik ben mij aan het bekwamen in het maken van de lekkerste ketchup ooit, wat nog niet erg wil lukken. Op het lijstje van wat ik ook nog wil doen staat onder andere zelf piccalilly maken. Het brood moet zelf gebakken worden. En kaarsen, kaarsen natuurlijk, die moet ik ook hebben en veel graag!

Het is de tijd van het jaar. De oerdrang van verzamelen openbaart zich altijd zo aan het begin van de herfst. Het is weer de tijd van het naar binnen keren, van het Yin dat toeneemt. Het moet gezellig, het moet warm, er moet een krans worden opgehangen met tuttige kaarsenhoudertjes en hartjes eraan. Ik zie vriendinnen gebreide hoesjes om potjes, zeepkettingen en deurhangers maken. De tafels worden versierd met paddenstoelen, kastanjes en andere herfstmeuk. We kunnen er niets aan doen. Het is de natuur die zich zelfs in onze hightech wereld niet laat onderdrukken.

Maar er is ook nog iets anders aan de hand. Steeds meer heb ik de neiging om mij af te keren van de voedselindustrie. Vlees eet ik al heel lang niet meer dus de vleesschandalen van de laatste tijd raakten mij niet persoonlijk maar zo nu en dan eet ik wel eens vis en schaaldieren. Zo kan het zijn dat ik wel eens een varkensanus heb gegeten in de veronderstelling dat ik een inktvisringetje aan het verschalken was. Waarbij het mijn fantasie prikkelt dat iemand ooit heeft bedacht: “hé, een kringspier, lekker door een beslagje en frituren maar”.

Het is slechts het topje van de ijsberg. Er wordt steeds meer gerommeld met ons voedsel en er wordt steeds meer bekend over geknoei met ons eten. In een poging om er nog iets van te maken koop ik steeds meer van biologische boerderijen in de buurt en wil ik steeds meer zelfvoorzienend worden. Ik kookte al nauwelijks met pakjes en zakjes maar nu gruwel ik er nog meer van. Hoewel het me zeeën van tijd kost, voelt het goed. Het voelt ook goed dat ik het mijn kinderen meegeef, dat mijn kinderen liever een restaurant met eerlijk voedsel kiezen dan bij een frituurgigant te eten.  Dat ze het verschil tussen een courgette en een aubergine weten. Ondertussen maak ik me vreselijk zorgen als ik iemand op tv zie die een worteltje print en zegt dat we over een paar jaar allemaal ons voedsel zo zullen bereiden. Het zal toch niet waar zijn?

Snel weer aan mijn voorraad werken.

Afbeelding

Een reactie plaatsen

Huisdier

Je hoort mensen soms zeggen dat ze zich liever omringen met dieren omdat: “dieren onvoorwaardelijk van je houden”. Ze zijn teleurgesteld in de mensheid en hebben liever dieren dan mensen om zich heen. Nou ben ik gek op dieren en mijn huis wordt bevolkt door vijf harige viervoeters en twee kale koudbloedigen, maar ik deel de mening van deze mensen maar ten dele.

Allereerst vind ik dat ze gelijk hebben voor wat betreft de puinhoop die de mensheid er in het algemeen van maakt. Een dier doodt een ander dier niet omdat hij bij een ander clubje van gelovigen hoort. Een dier zal een ander dier niet martelen omdat hij of zij toevallig van een dier met dezelfde geslachtskenmerken houdt. Een dier doodt een ander alleen omdat hij het wil opeten of als een ander zijn bestaan bedreigt. Of natuurlijk, zoals in het geval van mijn katten, omdat muizen nou eenmaal een verdomd leuk speeltje zijn.

Gedraagt een dier zich zo omdat het zo zuiver en goed is? Welnee, ze kunnen gewoon niet bedenken dat het ook anders kan. Alle narigheid die mensen veroorzaken is een bijproduct van onze doorontwikkelde hersens. Neemt niet weg dat ik een heleboel leuke, lieve en aardige mensen ken en een leven alleen met dieren zou mij toch te beperkt zijn. Wie gaat er dan mijn columns lezen?

En dan nog dat puntje van het onvoorwaardelijk houden van. Daar trap je toch niet in? Denken die mensen nou echt dat hun dieren van ze houden om hun interessante persoonlijkheid? Of dat ze überhaupt het concept ‘houden van’ begrijpen? Laat me dan iedereen die dat denkt uit de droom helpen. Huisdieren doen lief tegen ons omdat wij ze dagelijks lekkere hapjes voorschotelen, omdat we ze kriebelen op de plekjes waar ze dat het lekkerst vinden. Hoezo onvoorwaardelijk? Ondertussen vergeven we ze keer op keer alles wat ze doen maar eigenlijk niet mogen. Sterker nog: we lachen er soms vertederd om. Verder hoeven ze niet te werken en kunnen ze hun eigen gang gaan, bijvoorbeeld de hele dag slapen.

Vind je het gek dat ze zich spinnend op je schoot opkrullen of blij tegen je opspringen als je thuis komt! Nee, ik ken geen egoïstischer monsters dan huisdieren. Uitvreters zijn het!

Maar wel de schattigste, zachtste, aandoenlijkste, liefste, aanhankelijkste en warmste uitvreters die ik ken.

Afbeelding

Een reactie plaatsen

Eenzaam kussen

Op weg naar mijn werk, langs de kant van de weg, lag een hoofdkussen. Keurig in een zwart kussensloop, lekker bol, lag het daar in de berm. Nou gebeurt het wel vaker dat er langs de kant van de weg iets ligt, zoals een sok of een schoen, maar een kussen? Ik vraag me dan af hoe dat kan. Hoe kun je nou je kussen verliezen?

Een sok of een schoen is ook al raar maar die heb je tenminste nog aan je voeten op het moment dat je een auto in stapt. Hoewel ik persoonlijk toch altijd met mijn voeten naar beneden zit in een auto. Ik bedoel, het is toch niet zo dat als je rijdt, dat dan je been ineens omhoog gaat terwijl toevallig het raampje open staat en dat je dan ineens je schoen kwijt bent. Laat staan een sok.

Misschien was een melige bijrijder de reis beu en lag hij ondersteboven in de stoel, waardoor hij per ongeluk op het knopje drukte waarmee je het raampje opent. Of was iemand zijn schoenen gewoon zat. Zo heeft een oom van mij, na een vakantie op zijn boot, waarbij het drie weken aan één stuk door regende, zijn schoenen in de plomp gegooid met de mededeling dat ze toch nooit meer droog zouden worden.

Niet dat het belangrijk is hoor, hoe die voorwerpen in de berm terecht komen, maar het houdt me dan wel de hele weg bezig. Ik blijf maar allerlei scenario’s bedenken. De simpelste verklaring is dat het kussen uit een overvolle vakantieauto gevallen is. Maar dat merk je dan toch? En als het dan nog langs de snelweg is dan snap ik dat het niet zo makkelijk is om even terug te rijden. Dit was gewoon langs een dreef binnen de stadsgrenzen. Kleine moeite om even de eerstvolgende rotonde te nemen en je kussen te redden.

Respectloos vind ik het. Jarenlang heeft het elke nacht een zwaar hoofd op zich moeten verdragen en daar ligt het dan nu, smoezelig en eenzaam, nat te worden in het gras: een kussen zonder hoofd.

kussen