Een reactie plaatsen

Voorraad

De laatste tijd heb ik een onwaarschijnlijke drang om voorraden aan te leggen. Als een malle ben ik bezig geweest om kilo’s jam te maken, komkommers in het zuur te leggen. De potten moeten gezellige dekseldoekjes en strikken om. Zakken met gedroogde bonen rollen de voorraadkast uit als je de deur durft te openen. Ik wil een extra vriezer om ook die vol te proppen met voedsel en ik ben mij aan het bekwamen in het maken van de lekkerste ketchup ooit, wat nog niet erg wil lukken. Op het lijstje van wat ik ook nog wil doen staat onder andere zelf piccalilly maken. Het brood moet zelf gebakken worden. En kaarsen, kaarsen natuurlijk, die moet ik ook hebben en veel graag!

Het is de tijd van het jaar. De oerdrang van verzamelen openbaart zich altijd zo aan het begin van de herfst. Het is weer de tijd van het naar binnen keren, van het Yin dat toeneemt. Het moet gezellig, het moet warm, er moet een krans worden opgehangen met tuttige kaarsenhoudertjes en hartjes eraan. Ik zie vriendinnen gebreide hoesjes om potjes, zeepkettingen en deurhangers maken. De tafels worden versierd met paddenstoelen, kastanjes en andere herfstmeuk. We kunnen er niets aan doen. Het is de natuur die zich zelfs in onze hightech wereld niet laat onderdrukken.

Maar er is ook nog iets anders aan de hand. Steeds meer heb ik de neiging om mij af te keren van de voedselindustrie. Vlees eet ik al heel lang niet meer dus de vleesschandalen van de laatste tijd raakten mij niet persoonlijk maar zo nu en dan eet ik wel eens vis en schaaldieren. Zo kan het zijn dat ik wel eens een varkensanus heb gegeten in de veronderstelling dat ik een inktvisringetje aan het verschalken was. Waarbij het mijn fantasie prikkelt dat iemand ooit heeft bedacht: “hé, een kringspier, lekker door een beslagje en frituren maar”.

Het is slechts het topje van de ijsberg. Er wordt steeds meer gerommeld met ons voedsel en er wordt steeds meer bekend over geknoei met ons eten. In een poging om er nog iets van te maken koop ik steeds meer van biologische boerderijen in de buurt en wil ik steeds meer zelfvoorzienend worden. Ik kookte al nauwelijks met pakjes en zakjes maar nu gruwel ik er nog meer van. Hoewel het me zeeën van tijd kost, voelt het goed. Het voelt ook goed dat ik het mijn kinderen meegeef, dat mijn kinderen liever een restaurant met eerlijk voedsel kiezen dan bij een frituurgigant te eten.  Dat ze het verschil tussen een courgette en een aubergine weten. Ondertussen maak ik me vreselijk zorgen als ik iemand op tv zie die een worteltje print en zegt dat we over een paar jaar allemaal ons voedsel zo zullen bereiden. Het zal toch niet waar zijn?

Snel weer aan mijn voorraad werken.

Afbeelding

Een reactie plaatsen

Huisdier

Je hoort mensen soms zeggen dat ze zich liever omringen met dieren omdat: “dieren onvoorwaardelijk van je houden”. Ze zijn teleurgesteld in de mensheid en hebben liever dieren dan mensen om zich heen. Nou ben ik gek op dieren en mijn huis wordt bevolkt door vijf harige viervoeters en twee kale koudbloedigen, maar ik deel de mening van deze mensen maar ten dele.

Allereerst vind ik dat ze gelijk hebben voor wat betreft de puinhoop die de mensheid er in het algemeen van maakt. Een dier doodt een ander dier niet omdat hij bij een ander clubje van gelovigen hoort. Een dier zal een ander dier niet martelen omdat hij of zij toevallig van een dier met dezelfde geslachtskenmerken houdt. Een dier doodt een ander alleen omdat hij het wil opeten of als een ander zijn bestaan bedreigt. Of natuurlijk, zoals in het geval van mijn katten, omdat muizen nou eenmaal een verdomd leuk speeltje zijn.

Gedraagt een dier zich zo omdat het zo zuiver en goed is? Welnee, ze kunnen gewoon niet bedenken dat het ook anders kan. Alle narigheid die mensen veroorzaken is een bijproduct van onze doorontwikkelde hersens. Neemt niet weg dat ik een heleboel leuke, lieve en aardige mensen ken en een leven alleen met dieren zou mij toch te beperkt zijn. Wie gaat er dan mijn columns lezen?

En dan nog dat puntje van het onvoorwaardelijk houden van. Daar trap je toch niet in? Denken die mensen nou echt dat hun dieren van ze houden om hun interessante persoonlijkheid? Of dat ze überhaupt het concept ‘houden van’ begrijpen? Laat me dan iedereen die dat denkt uit de droom helpen. Huisdieren doen lief tegen ons omdat wij ze dagelijks lekkere hapjes voorschotelen, omdat we ze kriebelen op de plekjes waar ze dat het lekkerst vinden. Hoezo onvoorwaardelijk? Ondertussen vergeven we ze keer op keer alles wat ze doen maar eigenlijk niet mogen. Sterker nog: we lachen er soms vertederd om. Verder hoeven ze niet te werken en kunnen ze hun eigen gang gaan, bijvoorbeeld de hele dag slapen.

Vind je het gek dat ze zich spinnend op je schoot opkrullen of blij tegen je opspringen als je thuis komt! Nee, ik ken geen egoïstischer monsters dan huisdieren. Uitvreters zijn het!

Maar wel de schattigste, zachtste, aandoenlijkste, liefste, aanhankelijkste en warmste uitvreters die ik ken.

Afbeelding

Een reactie plaatsen

Eenzaam kussen

Op weg naar mijn werk, langs de kant van de weg, lag een hoofdkussen. Keurig in een zwart kussensloop, lekker bol, lag het daar in de berm. Nou gebeurt het wel vaker dat er langs de kant van de weg iets ligt, zoals een sok of een schoen, maar een kussen? Ik vraag me dan af hoe dat kan. Hoe kun je nou je kussen verliezen?

Een sok of een schoen is ook al raar maar die heb je tenminste nog aan je voeten op het moment dat je een auto in stapt. Hoewel ik persoonlijk toch altijd met mijn voeten naar beneden zit in een auto. Ik bedoel, het is toch niet zo dat als je rijdt, dat dan je been ineens omhoog gaat terwijl toevallig het raampje open staat en dat je dan ineens je schoen kwijt bent. Laat staan een sok.

Misschien was een melige bijrijder de reis beu en lag hij ondersteboven in de stoel, waardoor hij per ongeluk op het knopje drukte waarmee je het raampje opent. Of was iemand zijn schoenen gewoon zat. Zo heeft een oom van mij, na een vakantie op zijn boot, waarbij het drie weken aan één stuk door regende, zijn schoenen in de plomp gegooid met de mededeling dat ze toch nooit meer droog zouden worden.

Niet dat het belangrijk is hoor, hoe die voorwerpen in de berm terecht komen, maar het houdt me dan wel de hele weg bezig. Ik blijf maar allerlei scenario’s bedenken. De simpelste verklaring is dat het kussen uit een overvolle vakantieauto gevallen is. Maar dat merk je dan toch? En als het dan nog langs de snelweg is dan snap ik dat het niet zo makkelijk is om even terug te rijden. Dit was gewoon langs een dreef binnen de stadsgrenzen. Kleine moeite om even de eerstvolgende rotonde te nemen en je kussen te redden.

Respectloos vind ik het. Jarenlang heeft het elke nacht een zwaar hoofd op zich moeten verdragen en daar ligt het dan nu, smoezelig en eenzaam, nat te worden in het gras: een kussen zonder hoofd.

kussen

Een reactie plaatsen

Voorkomen of genezen

De laatste tijd werd ik zo links en rechts geconfronteerd met gevallen van kanker en andere enge ziektes. Dit, samen met mijn wens om de honderd te bereiken in blakende gezondheid, maakte dat ik me weer eens ging verdiepen in wat ik zou doen als ik in een vergelijkbare situatie terecht zou komen. Zou ik een chemokuur accepteren of niet en welke alternatieven zijn er dan. We denken altijd dat artsen het allemaal wel zullen weten maar wie zich verdiept in de theorie van Lothar Hirneise, “chemotherapie geneest kanker en de aarde is plat”, kan niet anders dan daar aan twijfelen.

Wat mij opviel in mijn zoektocht was dat, welke theorie of stroming je ook volgt, gezonder leven nummer één is bij bestrijding en genezing van ziektes. We kennen allemaal in grove lijnen het riedeltje wel: Veel meer fruit en groente eten, meer bewegen enz. enz. enz. Zoals ik het nu hier opschrijf klinkt het zelfs mij oersaai in de oren. Maar saai of niet, het is wel de waarheid. Verder werd mij duidelijk dat er heel veel mensen zijn die na een ongunstige diagnose alles anders gaan doen. Ze gaan inderdaad meer bewegen, beter eten, vallen af en volgen strenge leefregels.

En toen werd ik boos. Want wat maakt ons mensen toch zo stom dat we er maar op los leven. Pas als we ziek worden gaan we alles anders doen. Pas als we door het oog van de naald gekropen zijn en een nare ziekte overleven nemen we de tijd voor wat er echt belangrijk is in het leven. Waarom doen we niet een beetje beter ons best zolang we nog gezond en sterk zijn? Ik beweer hier niet dat iedereen met een ziekte dat aan zichzelf te wijten heeft, er zijn er genoeg die gewoon stomme pech hebben, maar gezonder leven helpt wel degelijk om heel veel gevallen van hoge bloeddruk, diabetes, hartfalen, kanker en ga zo maar door, buiten de deur te houden.

Ben ik een heilige? Welnee, ook ik eet met veel plezier de taarten die ik zelf bak en in het kader van “niks afslaan behalve vliegen”, neem ik ook graag op zijn tijd iets alcoholisch. En ja, wie mij een beetje volgt weet dat sporten nou ook niet bepaald op nummer één staat van mijn lijstje met dingen die ik het liefste doe. Maar ik ben door mijn boosheid om te zetten in actie wel nóg bewuster gaan leven en heb ik mijn vraag: “wat zou ik doen als?” omgezet in: “wat kan ik doen om het te voorkomen?”  Kunnen alle lieverds alsjeblieft met mij meedoen?

gezondheid

Een reactie plaatsen

Keuzestress

Mijn dochter kwam thuis met een parfum. De keuze was een beetje atypisch voor haar, vond ik, dus ik vroeg haar hoe ze tot deze keuze was gekomen. Ze vertelde hoe ze in de parfumeriezaak een beetje in de stress schoot bij  de aanblik van alle parfums die er stonden. Ze had van een stuk of tien geuren wat op de daar voor bedoelde papiertjes gespoten. Vervolgens de papiertjes een keer of drie besnuffeld, ongeveer een keuze gemaakt en toen wist ze niet meer welk papiertje nou bij welk flesje hoorde. Ze spoot uit alle flesjes nog maar een keer wat op een papiertje. Ze voelde de ogen van het winkelpersoneel in haar rug prikken. Dat hielp niet echt. Ze greep dus maar zonder verder na te denken een verpakking en rekende af. “Ach”, zei ze: “uiteindelijk ruiken ze allemaal een soort van zoet en lekker.” Ze had gelijk, het roze goedje in de glazen schedel rook prima.

Het is duidelijk dat het arme kind het talent om keuzes te maken van haar moeder heeft. Hoe vaak heb ik niet op eenzelfde manier gestaan voor schappen vol met producten die niet zo héél veel van elkaar verschillen en waarvoor allemaal wat te zeggen valt. “Zal ik nou rode of blauwe nagellak nemen? Uhhh, de rode, of nee, toch de blauwe, of toch…?” Om vervolgens op weg naar de kassa toch weer om te draaien, de blauwe te verwisselen voor de rode en bij de kassa te denken: “Shit! Verkeerde keuze.” Soms kies ik er dan maar voor om beide te nemen.

Dat wij tot de besluitelozen horen staat vast. Maar het wordt ons ook niet makkelijk gemaakt. Er is gewoon te veel te kiezen. Je zou er bijna doodongelukkig van worden. Totdat je bedenkt hoe een geluksvogels wij zijn om in een land te wonen waarin je mag kiezen tot je een ons weegt. Je mag er zelfs voor kiezen om niet te kiezen. Tegelijkertijd brengt het ook veel verantwoordelijkheid met zich mee. Kies je verkeerd, dan is het je eigen schuld. Dus of al die keuze altijd maar een zegen is betwijfel ik.

Zie je wel, kan ik weer niet kiezen!

 

nagellak

Een reactie plaatsen

Honderd

Al sinds de kinderen nog heel jong waren roep ik dat ik honderd jaar zal worden. Ze hebben helaas al wat familieleden verloren en kwamen zo al vroeg in aanraking met de dood. Om hen en mezelf gerust te stellen sprak ik met ze af: “Wij gaan honderd jaar worden”. Wat ik eerst nog als een soort bezwering riep, is in de loop der jaren uitgegroeid tot een voornemen. Ik wil het echt! Er zijn tijden geweest dat ik er anders over dacht maar ik vind het inmiddels zo leuk om te leven dat ik die respectabele leeftijd graag wil bereiken. Dat betekent dat mijn lichaam nog een ruime één-en-vijftig jaar mee moet kunnen.

Het liefste natuurlijk in een redelijke staat en met een heldere geest en ik heb zo een vermoeden dat, hoewel ik natuurlijk niet weet wat het lot voor mij bedacht heeft, Ik daar een klein beetje invloed op heb. Dus ben ik tot het besluit gekomen dat er het één en ander moet veranderen.  Vanaf nu ga ik liever worden voor dat arme, soms zeer slecht behandelde lichaam van mij. In plaats van het te straffen met strenge regels omdat ik het weer eens een paar kilo te zwaar vind, ga ik het voeden om een gezond gewicht te bereiken. Ik ga het voeden met onder andere gezonde fruit- en groentesapjes. Dat lijkt op hetzelfde neer te komen maar het uitgangspunt is anders. In plaats van mij zielig te voelen omdat ik ook nooit wat  lekkers kan eten, voel ik me geweldig omdat ik aan mijn gezondheid werk. Afvallen wordt een leuke bijkomstigheid. Gezondheid is het doel.

In plaats van misprijzend te kijken naar de lichaamsdelen die ik het lelijkst aan mezelf vind, kijk ik er nu met bewondering naar. Het functioneert potverdikke toch maar allemaal! Het leuke is dat ik er steeds meer plezier in krijg. Omdat ik in het kader van lief zijn, mezelf af en toe gewoon vrij geef van dingen die ik moet, ontstaat er ruimte. En die ruimte vult zich als vanzelf op met dingen die ik wil. Er heeft zich nooit een groot sporter in mij verscholen maar nu denk ik soms: “lekker! bewegen!”

Misschien is het omdat ik ouder wordt, omdat ik steeds meer geconfronteerd wordt met mensen van mijn leeftijd of jonger die plotseling dood neerstorten of enge ziektes krijgen. Misschien omdat op die manier de eindigheid van het leven zich weer opdringt. Wat ook de reden van  het opleven van mijn mantra om honderd jaar te worden is, ik kan het iedereen aanraden om de positieve benadering toe te passen en ik vraag met klem aan iedereen van wie ik houd: “Zullen we afspreken dat we honderd jaar gaan worden?”

100

Een reactie plaatsen

Anders

Nog regelmatig krijg ik ongelovige blikken toegeworpen als ik vertel dat ik ooit mijn droom waar heb gemaakt door Chinese geneeskunde te studeren, daarna een praktijk te beginnen en na een paar jaar alles resoluut aan de kant te zetten. Ik geef toe, het klinkt misschien ook wel vreemd: Vijf jaar studeren, drie jaar bezig zijn met een praktijk opzetten en dan zomaar de stekker eruit trekken en weer datgene doen waar ik vijftien jaar geleden afscheid van had genomen.

Het was natuurlijk geen makkelijke beslissing maar wel één waar ik een heel goed gevoel over heb. Het bleek namelijk dat mijn droom mij uit mijn slaap hield en een nachtmerrie was. Ik werd doodongelukkig van de verantwoordelijkheid die ik ervoer voor de mensen die mij bezochten en mij de meest intieme en zware verhalen vertelden. Het studeren had ik geweldig gevonden en ik vind de Chinese geneeskunde nog steeds een fantastische geneeswijze maar voor therapeut ben ik niet in de wieg gelegd.

Het was een positieve keuze en tot op de dag van vandaag kijk ik met veel plezier terug op de dingen die ik voor elkaar heb gekregen. Het heeft mij als persoon doen groeien. Ik heb mijzelf bewezen dat ik slim genoeg was om te kunnen studeren. Door dat ik de praktijk had was ik ineens ‘ondernemer’ en ben ik uitdagingen aangegaan die ik niet voor mogelijk had gehouden. Ook heb ik door die ervaring ontdekt wat ik wél leuk vind.

Wat door mijn beslissing ook voor mij helder werd, is dat er heel veel mensen zijn die in een leven blijven hangen waar ze niet vrolijk van worden. De één blijft werk doen waar hij of zij elke keer met buikpijn naar toe gaat, de ander blijft in een relatie plakken uit gewoonte en weer een ander zit onder het juk van een dominante familie.

Het vergt moed om te veranderen, om tegen je spiegelbeeld te zeggen: “vanaf vandaag gaat het anders” en vervolgens daad bij woord te voegen. Soms heb je er ook tijd voor nodig om naar de stap toe te groeien. Er zijn consequenties die je soms hebt voorzien en soms ook niet maar aan kiezen voor het bekende kleeft ook een consequentie, namelijk dat het altijd zo blijft zoals het nu is. Je daar bewust in schikken is ook natuurlijk prima als je overtuigd bent van die keuze.

Kun je dat niet? Doe dan wat je altijd al het liefste had willen doen, accepteer de gevolgen, trek je niets aan van anderen en wordt anders.

anders

Een reactie plaatsen

Vakantieblues

De vakantie is weer voorbij. De kinderen mogen nog twee weken van hun vrijheid genieten maar mijn lief gaat alweer naar zijn drukke baan. Ik heb nog een dag thuis voordat ik me weer op mijn betaalde werk mag storten. Mijn onbetaalde bezigheden staan zich echter te verdringen om aandacht. Er moet en ik wil zoveel dat een algehele blokkade dreigt. Soms wil ik dan zoveel tegelijk beginnen dat ik nergens écht aan begin.

Om te voorkomen dat ik mijn dag op die manier volkomen verpruts denk ik aan het gezegde dat als je een olifant wil opeten, dat je dan bij één poot moet beginnen. Je moet het maar willen, een olifant verslinden. Mijn olifant bestaat uit veel praktische zaken die ik voor de vakantie vakkundig voor me uitgeschoven heb, aangevuld met dingen als ‘de aanhangwagen met vakantiespullen uitpakken’. Een deel van de olifant zijn mijn liefhebberijen. Het klinkt raar maar soms moet ik ook een drempel over om te doen wat ik leuk vind.

Vol goede voornemens en hernieuwde energie begin ik met een poot van de olifant waarin de e-mail in zit. Tijdens mijn drie weken zonder internet heeft zich een lange lijst e-mails opgebouwd waarvan het grootste gedeelte uit nieuwsbrieven en reclame bestaat. Dat pak ik dus als eerste aan. Ik meld me af bij bijna alle aanbieders. Daarna zal ik over de schrijfdrempel klimmen. Vóór de vakantie had ik een beetje een writers-block dus ik durf nu niet meer zo goed te beginnen. Stel je voor dat ik nog steeds zo ongeïnspireerd blijk? Dat ik er dus echt niks van kan? Waar ga ik dan over schrijven? Mijn Social Media verslaving dient zich aan. “Eventjes op Facebook kan toch geen kwaad”, zegt mijn duiveltje vleiend. Mijn engeltje vraagt zich af waarom dat nou weer moet. Ik kon de afgelopen drie weken toch ook gemakkelijk zonder? Ik kom tot een compromis en zet de kookwekker op tien minuten. Zo lang mag ik spelen. Nou is tien minuten niet veel en als de kookwekker rinkelt negeer ik dit volkomen. Niet opzettelijk want ik besef pas na de volgende tien minuten dat ik het belletje gehoord heb.

Dat was dus al voornemen nummer één die sneuvelt. Het voornemen om nu eindelijk eens wat te doen aan mijn gewicht voel ik ook van mij wegglijden. Mijn lichaam schreeuwt om een vet croissantje “au beurre” bij de koffie. “Zwakkeling!” bijt ik mezelf toe en doe pogingen om met knorrende maag braaf aan het werk te gaan. Dan komt mijn zoon uit zijn bed rollen, steekt zijn hoofd om de hoek van mijn werkkamer en vraagt: “kom je koffie drinken?” Even later zit ik met mijn twee schatten aan de koffie met zelfgebakken cakejes van dochterlief en besluit om vandaag nog even vakantie te vieren.

croissant

Een reactie plaatsen

Spijbelen

Van niets anders kan zo genieten als van spijbelen. Braaf als ik ben heb ik nooit ongeoorloofd van school gespijbeld. Wel zo nu en dan met toestemming van mijn moeder. Dan was ik schoolziek en mocht ik met een dekentje op de bank toekijken hoe mijn moeder allemaal dingen deed die ze normaal gesproken nooit in mijn bijzijn deed. Ze zette dan bijvoorbeeld de stoelen op hun kop op de tafel en ging er onder stofzuigen. Ze nam al het houtwerk af met meubelspray. De geur ervan kan mij nu nog steeds terugbrengen naar de geborgenheid die ik op die momenten voelde. Verontschuldigend zei ze dan dat ze toch echt even een boodschap moest doen. Dat vond ik niet erg omdat ze steevast een tijdschriftje voor me meenam.

Van mijn werk spijbel ik niet. Ik ben onverbeterlijk plichtsgetrouw en heb nog steeds toestemming van een ander nodig om thuis te blijven. Zelfs als ik me hondsberoerd voel blijf ik pas thuis als mijn lief tegen me zegt dat ik er uit zie alsof ik elk moment dood neer kan vallen en met allerlei dingen dreigt zoals opsluiten in huis of vastbinden op bed. Gelukkig is hij net zo een braverik en doe ik bij hem precies hetzelfde als hij weer eens met een ziek hoofd in zijn auto wil stappen.

Waar ik voornamelijk van kan genieten is als ik tegen mijn eigen regeltjes inga. Als ik mijn ochtendritueel doorbreek en nu eens niet vroeg op sta. Of dat ik wel vroeg uit bed ben maar dat ik dan op de bank ga zitten met een goed boek en een kop koffie en de ochtend vanuit mijn ooghoeken zie voorbijtrekken op de oude klok. Ondertussen probeert mijn geweten zich aan mij op te dringen want ik weet best dat ik boodschappen moet gaan doen en dat de on-opgevouwen was al een week ligt te kreukelen in de wasmand, maar mijn opstandige kant wint het even en ik blijf, lekker pûh, zitten waar ik zit.

Mijn mini-vakanties noem ik ze. Even in mijn hoofd vrij zijn van alles. Van die kleine momenten waarin ik net doe alsof er voor mij geen regels gelden. Het kunnen tien minuten met mijn ogen dicht, in de zon, op een bankje in een park zijn of zomaar op een middag een film kijken met mijn dochter als ze zich niet helemaal lekker voelt, ze van mij thuis mag blijven van school en met een dekentje op de bank ligt. Lekker samen spijbelen.

 

koffie

Een reactie plaatsen

Gunnen

Het is niet bepaald een hobby van me: boodschappen doen. Omdat ik het geen fijne bezigheid vind, beperk ik het tot één keer in de week en het liefst tot één, hooguit twee supermarkten. Mijn streven naar efficiëntie resulteert in een boodschappenkar, die zo vol is dat er nog net niet van alles uit valt. Het is de kunst om alles zodanig te stapelen, dat ik uiteindelijk mijn auto bereik, zonder dat er onderweg daar naar toe, een doos eieren midden op straat onder de wielen van mijn kar uit elkaar spat.

Zodoende kwam ik weer eens met een van ellende piepende boodschappenkar bij de kassa. Er was er maar één geopend. Vlak achter mij schoof een ouder echtpaar aan. De vrouw van het stel had een stokbrood vast. Ik vroeg haar of dat het enige was wat zij af te rekenen hadden en vond dat ze dan wel even voor mochten. “Dat is heel vriendelijk van u,” zei de vrouw. “Nou ja,” antwoordde ik: “Het zou toch wel zielig voor u zijn als u op mij zou moeten wachten.” Haar echtgenoot zei dat iedereen gelijke rechten heeft. Daar kon ik even niets mee en glimlachte maar een beetje. Achter mij groeide de rij verder aan met een aantal scholieren met ook allemaal maar één boodschap.

De kassa naast ons werd geopend en er werd geroepen dat de eerstvolgende in de rij daar naar toe mocht. “Dat bent u,” zei de vrouw. Ik vertelde haar dat ik dat wel wist maar dat ik toch bleef staan. De scholieren achter mij aarzelden even. Met een knikje van mijn hoofd gaf ik ze te kennen dat zij konden gaan. Behalve het stokbroodstel was er nog één persoon vóór mij aan het afrekenen, ik zou dus snel genoeg aan de beurt zijn.

De vrouw keek een beetje ongelovig van mij naar de kinderen en weer terug. Pinnig zei ze: ” Nou, ze komen als laatste aan en zijn als eerste aan de beurt. “ “Het zijn scholieren, ze moeten zo weer de klas in,” zei ik, haalde mijn schouders op en bedacht dat meneer en mevrouw Stokbrood prima illustreerden wat er mis is in onze samenleving. We roepen het hardst om onze rechten maar zouden we niet een prettiger leven hebben als we elkaar iets meer gunnen?

Mag het alsjeblieft allemaal wat liever?

boodschappen