Een reactie plaatsen

Levenslang bezorgd

Toen ik nog geen kinderen had dacht ik dat je ze een jaar of achttien moest verzorgen en dat je ze daarna de wijde wereld in kon sturen. Bepakt en bezakt met goede raad die ze te allen tijde zouden opvolgen, een gedegen opleiding die ze met plezier hadden afgerond en ik zou ze met een gerust hart aan zichzelf over kunnen laten.

Waar ik geen rekening mee hield was dat als je kinderen krijgt, je daarmee gelijk levenslang hebt. Levenslang geketend aan alles overtreffende liefde en de bezorgdheid die daarmee gepaard gaat. Zelfs als je kinderen klein zijn denk je nog dat het echt wel anders zal worden als ze eenmaal volwassen zijn. Je denkt dat op het moment dat je ze voor het eerst aan een oppas overlaat, ze voor het eerst op een peuterspeelplaats of in een kleuterklasje moet achterlaten terwijl ze huilend met hun plakkerige handjes aan je jas hangen dat dat de ergste momenten zijn in de lange weg van het langzaam loslaten.

Niks van waar! Het ergste moet nog komen. De tijd dat ze de dingen gaan doen waar je niet meer of nog maar deels invloed op hebt is veel moeilijker. Dat besefte ik maar weer al te goed toen mijn zoon toelatingsexamen ging doen voor een opleiding na de HAVO. Mijn kind is een boomlange vent, negentien jaar, maar met mijn gevoel was ik weer op het schoolplein vijftien jaar terug. Het liefst was ik met hem meegegaan en had ik zijn hand vastgehouden. Graag wilde ik de mensen die hem gingen beoordelen even uitleggen waarom ze mijn briljante zoon moesten aannemen. Helemaal toen bleek dat hij niet werd aangenomen en zonder opgaaf van redenen naar huis werd gestuurd wilde ik me ermee bemoeien. Het liefst had ik die arrogante kwallen van de HKU direct opgebeld om ze te kennen te geven dat afwijzen één ding is maar dat ze toch op zijn minst even hadden kunnen vertellen waarom. Er was toch wel een klachtencommissie of iets dergelijks waar ik met mijn gevoel van onrecht terecht zou kunnen?

“Laat nou maar mam”, zei mijn knul: “ik ben er allang klaar mee.” Hij had inmiddels alweer een andere leuke opleiding gevonden en richtte zijn pijlen op de toekomst. Er klonk een zucht uit zijn mond. De zucht waarschuwde mij dat ik bijna een grens over ging. De grens van waar ik alleen nog mag toekijken hoe hij zijn zaken zelf regelt. Rationeel gezien weet ik ook heus wel dat hij dat heel goed kan en ben ik ook apetrots op hem hoe hij zijn volwassen leven inglijdt.

Mijn gevoel doet alleen nog even niet mee.

 

Verkeersbord wijde wereld

1 reactie

Geen zin

Er werd een nieuw medicijn gepresenteerd in een tv-programma. De Viagra voor vrouwen, een pil voor vrouwen die lijden aan “geen zin in seks”. Dat vond ik een leuke zin. Het zal vast wel voorkomen maar over het algemeen zijn het toch meer de mannen die eronder lijden dat hun vrouw geen zin heeft. Het zou misschien meer voor de hand liggen om die mannen dan een pil te geven zodat zij niet meer lijden aan “mijn vrouw heeft geen zin in seks en ik teveel”.

Maar dat zal niet snel gebeuren want seks is de norm. Seks moet je leuk vinden en hebben. Terwijl het toch voor de hand ligt dat als je twee kinderen van zwemles naar school en van school weer naar karate-les sleurt, op je werk de carrièretijger uithangt en tussendoor nog ergens de was moet opvouwen en voor een behoorlijk bord vitamientjes op tafel moet zorgen, dat je dan even alle seksuele prikkels aan je voorbij laat gaan.

Er zijn ook vrouwen die donders veel zin hebben in een potje wilde seks maar waar de lust direct bij doodslaat als ze kijken naar die slappe pudding die op de bank zit. Helaas hebben ook nog veel vrouwen te maken met mannen die lijden aan “geen zin om mijn best te doen om mijn vrouw te behagen”. Of mannen die het “geen zin in huishoudelijke taken”-syndroom hebben. Dáár moeten ze eens pillen voor uitvinden.

Onhandig ook dat het pilletje pas na vier uur gaat werken. Zal je net zien, plan je een avondje kettingen en touwen, krijg je je kind niet aan het slapen of draait je partner zich genoeglijk om met de mededeling dat hij morgen vroeg op moet en nu echt even geen zin heeft.

Het is een raar gegeven dat je in van alles “geen zin” mag hebben. Zo hoef je geen pil als je geen zin in sport hebt of als je niet zo van uitgaan houdt, maar als je niet wilt neuken omdat het gewoon niet zo jouw kopje thee is, of je besteed je tijd en energie nu eenmaal liever aan andere zaken, dan ben je abnormaal en moet je er van genezen. Wordt het niet eens tijd dat we gewoon voor vrouwen én mannen accepteren dat er nu eenmaal periodes in het leven zijn dat het niet zo belangrijk is. Of dat er mensen zijn die er gewoon niet zo veel aan vinden.

Mogen we er straks nog wel “geen zin in hebben om er zin in te hebben”? En hebben we zin in de bijwerkingen?

Pillen

2 reacties

Vulpen

De vrouw komt de winkel binnen. Het is een boekhandel annex postkantoor zoals je ze wel vaker tegenkomt in een middelgroot provinciestadje. Ze kijkt een beetje rond. De winkeleigenaar loopt op haar af. “Zoekt u iets?” vraagt hij. “Een vulpen,” zegt de vrouw: “Gewoon zo een ouderwetse vulpen. Maar niet zo een dure hoor, ziet u, ik ben pas weer begonnen met schrijven. Echte brieven. U weet wel, handgeschreven brieven met hier en daar een foutje, doorhaling, of een pijltje omdat je iets vergeten bent dat er nog tussen moest”.

De man die normaliter nogal arrogant en nors overkomt, verzacht in zijn houding. “Tja, dan heb ik ze alleen nog met plaatjes erop, beetje kinderlijk, dat wel”. De vrouw glimlacht een beetje scheef, haalt haar schouders op en zegt: ”Dat vind ik nou juist zo leuk, maar dan wel met plaatjes voor meisjes erop, hoor, niet met auto’s of zo”. Het gezicht van de eigenaar ontspant nu helemaal en hij overhandigt de vrouw een vulpen met figuurtjes uit een tekenfilm erop. “We hebben er ook een bijpassend pennenmapje bij,” zegt hij. “Dan neem ik die ook, “zegt de vrouw, “en heeft u ook briefpapier?” De man kijkt een beetje verdrietig als hij vertelt dat hij dat al jaren niet meer inkoopt omdat hij het aan de straatstenen niet kwijt kan. Even staan de man en de vrouw zuchtend naast elkaar.

Dan klaart het gezicht van de vrouw weer op en vraagt ze om poëzie plaatjes. De man laat enthousiast zijn collectie zien: plaatjes van poezen met rode bolletjes wol, plaatjes van boeketten in manden, veel te groene kikkers die mensendingen doen en alles rijkelijk voorzien van glitters. De vrouw neemt van alle soorten een vel en een pak gekleurd knutselpapier erbij. “Ziet u, zo maak ik dan mijn eigen briefpapier, ook mooi toch?” zegt ze. “Beter!” juicht de man bijna.

De vrouw rekent af en verlaat de winkel, nagezwaaid door de man alsof zij een oude vriendin van hem is. “Nou dag! En succes hè,” roept hij haar na. Hij leunt dromerig op zijn toonbank. Wat een vrouw!
Vulpen

2 reacties

Bezit

Het meisje heeft de wedstrijd gewonnen. Op een belangrijke avond voor de Nederlandse popmuziek mag zij als enige tussen het neusje van de zalm aan popartiesten staan en één vraag stellen aan haar idool. Enigszins bibberend op haar elfjarige beentjes stapt ze op de rapper van haar keuze af. Zijn zachtaardige uitstraling maakt dat je direct begrijpt waarom jonge meisjes, als de vragenstelster, voor hem vallen als een blok. Ik bewonder haar moed als ze met vaste stem haar vraag stelt. Ze vraagt hem wat zijn dierbaarste bezit is. De rapper heeft de vraag kunnen voorbereiden, zegt hij, en heeft er goed over nagedacht. De antwoorden die ik verwacht variëren van: ”Mijn zakmes, die ik nog gekregen heb van mijn lieve opa Gers. Ja, ik ben naar hem vernoemd” tot “Mijn coole, dikke, vette auto die ik heb kunnen kopen van het geld van mijn eerste platencontract”. Maar nee, niets van dit alles. Wat zegt de weke mossel?: ”Mijn dierbaarste bezit is mijn vriendin en mijn fans”.

Zijn vriendin is dus zijn bezit? Ik dacht dat de slavernij afgeschaft was en dat we in een tijdperk leven waarin er wettelijk en sociaal bepaald is dat de vrouw niet meer toebehoort aan de man maar een zelfstandig en gelijkwaardig wezen is. Alsof er een veertje onder mijn achterste zit spring ik op van de bank en roep tegen het televisiescherm: “FOUT, jongeman, fout antwoord!”. Vervelend is wel dat mijn ergernis alleen dochter en echtgenoot bereiken, die weten wel hoe ik er over denk, en dat het antwoord van die rap-flapdrol recht in al de op hem verliefde meisjesharten komt. Het is velen waarschijnlijk ontgaan. De meeste mensen horen dit waarschijnlijk niet bewust maar dat is nou precies wat ik er zo erg aan vind.

We zijn ons in het taalgebruik vaak niet bewust hoe denigrerend het is naar vrouwen. Ik denk dat het woord “kut” op dit moment het meest gebruikte scheldwoord is. Dat komt voor een deel natuurlijk omdat het zo lekker bekt. Een andere reden, vermoed ik in al mijn achterdocht, is dat het een vrouwelijk woord is. Mannen hoor je het ook nog al eens hebben over “vrouwtje” als ze het over een volwassen exemplaar hebben. Meisjes worden nog massaal “weg gegeven” tijdens hun huwelijksdag door hun vader, een symbool dat hij zijn bezit overdraagt aan een andere man. Een vrouw op TV of in een openbare functie wordt nog steeds als eerste op haar uiterlijk beoordeeld.

Zolang we ons niet bewuster worden van dit soort automatismen is echte gelijkwaardigheid, naar ik vrees, nog ver te zoeken.

Gers Pardoel

1 reactie

Heb uw naaste lief

Een paar dagen terug verscheen op TV een jonge vent die op een vreselijke manier in elkaar geslagen was. Hij was tegen zijn hoofd geschopt omdat hij van iemand houdt. Omdat degene van wie hij houdt ook toevallig een man is. Het is geen incident. Er worden aan de lopende band mensen uitgesloten, gemolesteerd en gedood omdat ze niet in het beperkte hokje passen van het denkvermogen van degenen wie dit doen.

“Kom niet aan onze waarden”, stond er op de protestborden te lezen toen er in Frankrijk gedemonstreerd werd tegen het homohuwelijk. Dit illustreert alleen maar de kortzichtigheid. Er is namelijk geen homoseksuele man of vrouw die een heterostel verbied om te leven zoals ze willen. Zij komen dus helemaal niet aan de waarden van anderen. Omgekeerd wel. Dus mogen hetero’s dan wel de waarden van homo’s plattrappen? Wat is er verkeerd aan liefde tussen twee gelijkwaardigen? Dat je er niet aan moet denken dat die twee seks hebben? Er zijn veel heterostellen waarbij ik die gedachte veel viezer vindt. Van die stellen waarvan je hoopt dat ze de gordijnen stijf dicht doen, de deuren goed vergrendelen en vierentwintig uur in quarantaine gaan voordat ze zich weer in het openbaar vertonen.

Als basis om een ander uit te sluiten omdat hij of zij ‘anders’ is dient vaak een religie. Geen religie uitgezonderd. Wat ik me dan in alle eerlijkheid afvraag is hoe het kan dat je denkt dat je beter bent als je in een god gelooft en daardoor iemands leven mag verpesten of verwoesten. Is het dan nooit in je opgekomen dat de god waar je in gelooft misschien de bedoeling heeft om je uit te dagen om anderen werkelijk te accepteren hoe ze zijn? Om buiten je bekrompen kaders te treden en de ander met open armen te ontvangen ook al beangstigt het je dat de ander niet zo leeft zoals jij?

Mijn kennis van zaken zal ongetwijfeld tekort schieten maar voor zover ik kan bekijken komt één gebod in bijna alle religies terug en dat is:

“Heb uw naaste lief gelijk uzelf.”

Dat ik gelukkig een heleboel gelovigen en niet-gelovigen ken die dit gebod werkelijk in praktijk brengen is het lichtpuntje waar ik mijn geloof op baseer. Mijn geloof heet liefde.

regenboogvlag

Een reactie plaatsen

Verkeersbeloning

Belonen werkt beter dan straffen heb ik altijd begrepen. Sla er de opvoedkundige literatuur maar op na. Beloon goed gedrag, negeer slecht gedrag en straf als het echt niet anders kan. Met straffen moet je zuinig zijn anders verliest het zijn effect. Een kind wat te vaak gestraft wordt raakt immuun. Sterker nog, een kind wat alleen maar wordt gestraft en nooit beloond, gaat straffen uitlokken. Beter slechte aandacht dan helemaal geen aandacht.

Des te vreemder is het dat heel veel in onze maatschappij gebaseerd is op straffen. Ik realiseerde mij dat toen ik laatst eens tijdens het rijden beloond werd omdat ik mij aan de voorgeschreven snelheid hield. Over het algemeen doe ik dat wel omdat ik geen zin heb in verkeersboetes, mijn echtgenoot spekt de staatskas wat dat betreft al voldoende, maar ik zoek toch altijd het randje op. Net even honderdtien rijden waar het honderd mag, vijfentachtig waar tachtig de limiet is. Dit keer hield ik mij echter strikt aan de snelheid. Het was op een weg waar de zogenaamde “groene golf” was ingesteld en ik werd beloond voor mijn weggedrag doordat ik de hele lange weg aan één stuk kon doorrijden zonder te hoeven stoppen voor een verkeerslicht.

Mijn overactieve brein was weer eens niet te stoppen en ik probeerde allerlei manieren te bedenken om automobilisten te belonen voor goed gedrag, een verkeersbeloning. Zo bedacht ik dat je met een puntensysteem zou kunnen werken. Elke maand dat je geen overtreding in het verkeer maakt krijg je een punt en bij twaalf punten krijg je een bon, maar dan een leuke. Voor een avondje uit of van de Bijenkorf bijvoorbeeld.

Of neem nu die interactieve borden langs de weg. Als er nu een strenge boodschap verschijnt dat ik wel vier kilometer harder rijd dan mag, dan denk ik: “nou èn”. Eigenlijk wìl ik  gewoon dat dat ding oplicht. Als we dat nu eens omdraaien. Dat er een leuke, lieve boodschap verschijnt als je keurig vijftig rijdt. Bijvoorbeeld: “wat ben jij een fantastische chauffeur” of “Je bent de beste”. Wel iedere keer een andere natuurlijk, het moet een uitdaging blijven. En af en toe moet er iets tussen staan zoals “hé eikel kijk voor je”. Het moet niet alleen maar zoetsappig zijn.

Het zal allemaal vast wel een keer bedacht zijn en misschien werkt belonen wel alleen bij braverikken zoals ik maar misschien is het wel eens het proberen waard. Voorwaarde is wel dat we oude patronen moeten kunnen loslaten en dat zie ik niet zo snel gebeuren.

verkeersbord

Een reactie plaatsen

Fissa

Het is zeven uur als ik wakker word. Te vroeg. Ik draai op mijn rug en probeer verder te slapen. Poes komt spinnend op mijn borst zitten en krabt aan mijn vingers ten teken dat ik hem moet kriebelen. Om er vanaf te zijn aai ik een paar keer over zijn bolletje en verstop mijn hand onder het dekbed. Ademhalen is best lastig met een wat groot uitgevallen kat bovenop je en het licht wat door een opening tussen de twee rolgordijnen door valt heeft zijn werk ook al gedaan. Ik ben klaar met slapen en bovendien heb ik heel erg behoefte aan één ding en dat is: koffie. Halverwege de trap bedenk ik dat ik twee dingen heel erg nodig heb: koffie en paracetamol.

In de keuken ruim ik een klein stukje van het aanrecht leeg en spuit er schoonmaakmiddel op. Dat is alvast één herwonnen plekje. Met mijn bakje troost in de hand loop ik naar de huiskamer. Bij elke stap moet ik moeite doen om mijn voet van de vloer los te krijgen. De tafel staat bezaaid met flessen. Geen meubelstuk staat nog op zijn oorspronkelijke plaats.

Buiten staat een gele emmer met vrolijke rode letters deels gevuld met braaksel. De tuinstoelen die gisteren nog in hun winterse houding stonden, staan nu om de vuurkorf heen. Overal liggen bierflesjes en plastic bekertjes.

Mijn laptop heeft gisteravond nog overuren gedraaid om de playlist met feestgebonk af te spelen. Ik heb er geen medelijden mee, we moeten aan het werk. De bank lijkt schoon en ik installeer me zo, dat ik uitkijk op een stukje huis wat ogenschijnlijk intact is gebleven. Liever had ik in mijn werkkamer gezeten maar daar liggen slapende tieners. Zo gezeten op het kleine stukje huis wat nog van mij lijkt te zijn, overdenk ik de avond en nacht.

Er heeft drank gevloeid maar voor zover ik kan bekijken heeft niemand zich in een coma gezopen. Het was luidruchtig maar ik heb overwegend gelach en plezier gehoord. Er waren er een paar die buiten teveel lawaai maakten maar het lijkt erop dat er niets vernield is. Mijn huis ziet eruit alsof er een kudde schapen doorheen is gejaagd, ook dat komt wel goed. Er zullen buren zijn die ons voorlopig niet zo aardig meer zullen vinden maar met een aantal was de verstandhouding toch al niet goed. Het is mijn voornemen dat het nooit meer plaats heeft bij ons thuis maar je kunt zeggen wat je wilt: die twee heerlijke kinderen van mij zijn een prima gastvrouw en –heer.

They throw a hell of a party!

Feest

Een reactie plaatsen

Genot

Een mens is een genot zoekend wezen. Dat had waarschijnlijk ooit een functie. Als je in de oertijd een lekker rood besje zag hangen of een vet konijntje voorbij zag komen moest je je kans grijpen. Ook het er aan gepaarde egoïsme was nodig. Voor je het wist ging er een ander vandoor met je lekkere konijnenboutje op een bedje van zoete besjes en zat je weer een week op grassprietjes te kauwen met een knorrende maag.

Dat waren ooit nuttige eigenschappen maar vandaag de dag nekt het ons. We worden te vet omdat we elk hapje eten wat voorbij komt in onze monden proppen. We komen in de problemen omdat we teveel uitgeven aan bezittingen. Een groot deel van de crisis komt voort uit de drang om te hebben, hebben en nog eens hebben. Zoals gezegd. Die drang had zijn nut maar we zullen nu moeten evolueren. Dat is niet makkelijk maar willen we nog iets doen om ons hachje te redden moeten we veranderen.

In plaats van genot zullen we het geluk moeten gaan zoeken. Geluk vind je door het genot uit te stellen. Als je te zwaar bent, jezelf niet meer leuk vindt als je in de spiegel kijkt of zelfs gezondheidsklachten krijgt kun je kiezen om teveel te blijven eten en op je stoel blijven zitten. Dit brengt op korte termijn genot. Ga je op dieet en bewegen dan brengt dat geluk. Als je dure spullen blijft aanschaffen waar je op korte termijn een kick van krijgt maar aan het eind van de maand weer in de rode cijfers staat dan wordt je daar niet gelukkig van. Kun je je aankopen uitstellen en goed overwegen dan ben je er uiteindelijk veel blijer mee en kom je soms tot de conclusie dat je het helemaal niet nodig hebt. En ja, hoor, ook voor degene die bij genot alleen aan seks denkt: ook daarvoor geldt natuurlijk dat je er gelukkiger van wordt als je het niet als snackje tussendoor doet maar er de tijd en rust voor neemt met de liefste, aantrekkelijkste of leukste persoon op aarde die je kent.

Zelfs alle narigheid die we moeder aarde aandoen. Alle milieurampen zijn terug te voeren op dat we alleen maar aan ons genot hebben gedacht. Gaan we nu met zijn allen voor het geluk? Ik ben bang van niet. In mijn persoonlijk leven ben ik een optimist en er gebeuren af en toe kleine wondertjes maar over het algemeen wordt de wereld helaas nog steeds bevolkt en geregeerd door egoïstische genotzoekende Neanderthalers.

Bessen

Een reactie plaatsen

Sauna

Mijn hart voel ik in mijn borstkas bonken als ik de saunadeur achter mij dicht laat vallen. Ik spoel mij af met koud water en ga zitten op een betegeld bankje bij het voetbad. Even op temperatuur komen.

“Allemaal kaal”, hoor ik iemand zeggen. Naast mij zit een grote gezette vrouw. Ik schat haar op een jaar of tien ouder dan ik. ”Ja, dat is toch zeker zo,” zegt ze. Ze knikt in de richting van haar kruis. “Allemaal geschoren dozen, nou ik vind het maar niks hoor. ” Ik kijk de ruimte rond en zie wat ze bedoelt. “En die kerels ook,” gaat ze verder, “van die rare blote pielemuizen, het ziet er niet uit.” De vrouw praat met welluidende stem en ik voel me een beetje ongemakkelijk.

“Je ziet alles zitten, dat is toch vreselijk? Hebben ze van die uitgerekte kipfiletjes hangen, motten wij tegenaan kijken, gatverdamme! Toch veel netter als dat verborgen zit achter een goeie bos? Sommige kennen d’r niks an doen hoor. Bij mij is het ook dunner geworden. Vroeger had ik daar een afro kapsel waar de hele familie Jackson jaloers op kon zijn.”

De vrouw trekt met moeite haar brede achterste tussen de twee leuninkjes van het bankje vandaan en staat op. “Nou, prettig met je gesproken te hebben, fijne dag nog hè”, zegt ze en verdwijnt het stoombad in. Ik sta ook op en doe nog een poging om in een sauna me te concentreren op mijn ontspanning. Het lukt niet meer. Voor mij zie ik alleen nog maar blote, kaalgeschoren, lillende lappen vlees. Daar wil ik helemaal niet aan denken, het maakt me niets uit of iemand zich scheert of niet en normaal gesproken let ik ook niet op anderen als ik in een sauna zit maar nu krijg ik het niet meer uit mijn hoofd.

Tot overmaat van ramp blijkt mijn badjas door iemand anders meegenomen te zijn. Vind die maar eens terug in het overvolle saunacomplex. Gezocht, badjas, kenmerk: het is een witte jas. Ik hou het voor gezien en ga naar de kleedruimtes.

Het zal nog lang duren voordat ik weer onbevangen naar de sauna kan.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een reactie plaatsen

Stel je voor

Het stoplicht ging op rood. Op de oversteekplaats voor mij fietste een lange jongen, rugzak om, oortjes in, waarschijnlijk op weg naar school. Vanaf de andere kant kwam een vrouw, rechtop, tasje schuin voor haar buik. Ging ze naar haar werk? Een man op leeftijd reed schuin achter haar dezelfde richting op. De één na de andere fietser stak voor mij de weg over. Het was druk. Verderop reden de auto’s aaneengesloten de hoek om. Ik bekeek het allemaal en werd overspoeld door liefde voor de mensheid. Kijk ze nu eens allemaal gaan met hun gedoe. Met hun levens. Op allerlei manieren met elkaar en anderen verbonden.

Eerder had het me niet uitgemaakt als er een einde aan de mensheid was gekomen maar nu overviel mij de ontroering van de lulligheid van ons bestaan. Ik was blij dat de wereld nog niet was vergaan op 21 december 2012. Was het toeval dat juist op dat moment “Imagine” van John Lennon op de radio te horen was? Hoe dan ook, ik kreeg een revelatie. Wat nou, bedacht ik, als de Maya’s toch nog gelijk kregen? Niet zozeer dat precies op één bepaalde dag de mens het loodje zou leggen maar meer dat het nu of nooit is. Dat we ons nu op een keerpunt bevinden, nog kunnen kiezen tussen de goede uitkomst en de slechte. Zoals in het kinderboek “Max en de toverstenen “ van Marcus Pfister. Zeker een aanrader voor iedereen met jonge kinderen maar wat mij betreft ook verplichte kost voor alle volwassenen.

Stel je voor dat we nu nog kunnen kiezen tussen twee opties. Optie één zou dan zijn dat we zo door blijven leven als we nu doen. De aarde uithollen, elkaar onbegrijpelijke en overbodige producten verkopen, elke meter grond bevechten, hetzij op een zogenaamd beschaafde manier, hetzij door elkaar simpelweg dood te maken. Ons vuil achter onze veel te dikke reten laten slingeren en zoveel mogelijk levens, ook die van dieren, zuur maken. Met als gevolg dat we niet meer zo lang te gaan hebben als soort.

Optie twee zou kunnen zijn dat we dwars door alle lagen van de bevolking, dwars door alle religies en nationaliteiten heen eens echt goed gaan leven. Onze voetafdruk op de aarde zo klein mogelijk te houden door op een betere manier te consumeren. Elkaar met mededogen te bezien en elkaar het beste gunnen. Respectvol omgaan met alles wat leeft. Stel je voor dat we dan nog op die manier miljoenen jaren voort kunnen. Je kunt me een dromerig type noemen maar gelukkig ben ik niet de enige. Ik hoop dat je je op een dag bij ons aansluit.

Imagine: Klik hier voor dit prachtige nummer met de tekst van een held 

Max en de toverstenen