Een reactie plaatsen

Dickpics en drogredenen

Het ene na het andere geval van grensoverschrijdend gedrag komt nu naar boven drijven. Zowel mannen als vrouwen reageren op de socials onder berichten over seksueel ongepast gedrag met reacties waar onkunde, gebrek aan empathie, ondoordachtheid en ronduit kwaadaardigheid uit spreekt. De tien meest voorkomende opmerkingen die ik in verschillende variaties tegenkwam heb ik hieronder opgesomd:

  1. Vrouwen zijn ook geen heiligen. Die geven aanleiding.
    Dat vrouwen geen aureooltje en engelenvleugels hebben klopt. Dat ze aanleiding geven is een kwestie van interpretatie. Wat voor een man een teken van seksuele interesse kan lijken is misschien gewoon bedoeld als vriendelijk gebaar. En ook al gaat iemand in zijn blootje midden in een drukke winkelstraat staan, dan nog geeft het jou geen toestemming tot misdragingen.
  2. Vrouwen zetten toch ook sexy, bijna blote foto’s op het internet?
    Jazeker, vrouwen zijn (gek hè) seksuele wezens. Dat geeft nog niemand toestemming om een ongevraagde dickpic te sturen. Als je het zelf leuk vindt dat mensen je blote piemel zien maak dan ook een mooie selfie en plaats het op je eigen Insta. Daarnaast hebben we een probleem dat naaktheid per definitie geseksualiseerd wordt. Naakt kan ook gewoon mooi zijn of praktisch. Bijvoorbeeld een borst waaruit door een baby gedronken wordt is precies dat en is geen geile tiet.
  3. Die vrouwen zijn golddiggers, aandachtsgeil, hoeren, sletten, willen ook alleen maar in de publiciteit door die arme kerels kapot te maken.
    Heb je eindelijk al je moed bijeen geraapt om er wat van te zeggen of aangifte te doen, krijg je dit over je heen. Wie dat zegt heeft er geen idee van met hoeveel schuldgevoel en schaamte het gepaard gaat om aangifte te doen. Het is nooit gemakkelijk en er is angst dat je niet geloofd wordt. Veel vrouwen doen er jaren over om er eindelijk mee naar buiten te durven treden. Juist door onder andere dit soort maatschappelijke veroordelingen van slachtoffers.
  4. Stel je niet zo aan, jankwijven zijn het, vrouwen kunnen ook niks hebben, iedereen is tegenwoordig zo overgevoelig. Je moet gewoon…
    Ten eerste: het is niet aan jou om toestemming te geven hoe gevoelig iemand mag zijn. De één is wat gevoeliger dan de ander. Er zijn mensen die weerbaar zijn en anderen zijn dat wat minder. Ten tweede: dit is een gevalletje, het slachtoffer de schuld geven. Niet iedereen is in staat om adequaat te reageren en je weet de achtergrond van iemand vaak niet. En zelfs het stoerste wijf kan volledig blokkeren door grensoverschrijdend gedrag en niet elke vrouw is een tough cookie met een berg aan levenservaring en een goeie rechtse.
  5. Schieten we niet door, straks mag er helemaal niks meer.
    Klopt! Er mag niks wat grensoverschrijdend is. Knoop dat maar in je oren. Dat was nooit goed ook al liet ‘men’ dat soms oogluikend toe en dat is het nog steeds niet. De mensheid ontwikkelt zich (hoop ik). Wat we als holbewoners deden doen we nu ook niet meer. De oplossing: vragen of je iets mag! Dat doen we bij zoveel dingen. Het zou ook raar zijn als je bij de buren aanklopt, binnen loopt en met de suikerpot de deur uitrent in plaats van te vragen: buurman, mag ik een kopje suiker lenen? Verder blijven er nog genoeg lieve complimenten en aardige gebaren over die wel mogen. Ga maar oefenen op je vaardigheden om op een ongevaarlijke manier te flirten.
  6. Als je een dickpic krijgt dan blokkeer je diegene toch op de socials? Of je nagelt hem aan de sociale schandpaal!
    No shit, Sherlock. Denk je nou echt dat vrouwen die ongewenste piemelkiekjes of schunnige berichten krijgen dit niet kunnen bedenken? Blokken op de socials is zo gedaan. Maar wat doe je als iemand die een machtspositie heeft je op whatsapp ongewenste berichten stuurt? Ook hier wordt het lijdend voorwerp verantwoordelijk gehouden. Die berichten moeten gewoon niet gestuurd worden. Punt en geen komma.
  7. De meeste vrouwen zijn gewoon boos omdat zij nooit een dickpic ontvangen.
    Yeah! Right, geloof je het zelf?
  8. Niet alle mannen zijn zo, een normale man doet zoiets niet.
    Ja en nee. Niet alle mannen sturen dickpics maar het zijn er wel teveel. Niet alle mannen vertonen seksueel grensoverschrijdend gedrag maar het het komt wel te vaak voor. Niet alle mannen zijn verkrachters of moordenaars, gelukkig niet, maar het staat niet op je voorhoofd geschreven hè. Niet alle mannen, maar wel veel te veel vrouwen hebben last van grensoverschrijders. Hoe moet je als vrouw herkennen wie je kunt vertrouwen als zelfs therapeuten, directeuren, coaches, vrienden, ooms en buurmannen over de schreef gaan? In plaats van “niet alle mannen” te roepen zou je als goeie vent ook razend moeten worden op mannen die zich wel misdragen ten opzichte van vrouwen. Boos op die mannen waardoor de meeste vrouwen zich onveilig voelen en waardoor ze jou ook als potentieel gevaar gaan zien. En al gaat het om een onhandige, foute opmerking: spreek je mede-man er op aan!
  9. Vrouwen zijn ook te makkelijk en duiken maar met iedereen in bed.
    Jaha, dûh!: vrouwen zijn seksuele wezens en sommige vrouwen willen veel en vaak seks. Misschien wel perverse seks. Misschien wel met heel, veel bedpartners. Na elkaar, met elkaar en door elkaar heen. Deal with it! Hou eens op met de dubbele moraal dat het van een man o.k. is als hij veel bedgenoten heeft en een vrouw niet deugt als ze hetzelfde gedrag vertoont. Het is 2022! Hier geldt dat alles helemaal dikke prima is zolang de vrouw in kwestie daar zelf zin in heeft. Het geeft nog steeds niemand het recht om haar op seksuele manier te bejegenen zonder haar uitdrukkelijke toestemming. Oplossing: Mag ik…? Vind je het goed als…?
  10. Mannen zijn ook wel eens slachtoffer.
    Ook…wel…eens…ja. De dader is dan meestal een man. Verder is het ook voor die slachtoffers heel erg maar hou eens op met dat whataboutism. Daar gaat het nu even niet over. En het zou zomaar kunnen dat wanneer we toxische masculiniteit aanpakken, de mannelijke slachtoffers daar ook baat bij hebben.

Verder is er de angst dat er valse aangiftes worden gedaan. In dit stuk van one-world wordt de mythe van de valse aangifte ontkracht. 95% van de aangiftes m.b.t. seksueel geweld zijn gegrond. En die 95% is slechts een topje van de ijsberg van alle gevallen van seksueel geweld. Veel wordt niet aangegeven. Het is heel erg voor de 5% vals beschuldigden maar zullen we ons eerst even focussen op het grote aantal slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag? En dan hebben we het nog niet gehad over femicide. Elk jaar zijn er 40 vrouwen die het loodje leggen omdát ze vrouw zijn. Laat dat even tot je doordringen.

Hoe moeten we nu verder? Wat mag er nog wel en hoe bang moet je nu zijn om als man iets verkeerds te doen? Het antwoord is simpel: doe niets waar een ander niet om vraagt of jou toestemming voor heeft gegeven. Wil je iemand troosten en een knuffel geven? Vraag of de ander dat op prijs stelt.  Wil je een ander een compliment geven? Maak een niet-seksueel getint compliment, bijvoorbeeld over iemands smaak. Ben je gezellig met iemand aan het sexten en wil je een prentje sturen van je pielemuis? Gewoon even vragen of het gewaardeerd wordt. En als het antwoord nee is? Dan is het ook nee. 

Stop met in de verdediging te schieten, kijk in de spiegel en ga na of jij wel eens onbewust of bewust de fout in bent gegaan. In plaats van te pruilen dat je niks meer mag: kijk naar de wereld door de ogen van een vrouw. Praat met de vrouwen om je heen en vraag of zij wel eens ongewenst zijn betast in een kroeg of op het werk of na-gesist op straat. Vraag hoe veilig ze zich voelen als ze ‘s avonds laat in een parkeergarage moeten zijn of met de metro mee moeten. Lopen ze met een busje haarlak in hun tas en sleutels in hun hand als ze alleen op straat lopen? Of hoeveel van hun vriendinnen hebben een nare situatie meegemaakt? Ik heb vriendinnen die zonder moeite zo een stuk of 30 voorvallen kunnen oplepelen. Informeer jezelf, pas je gedrag aan en sta naast de vrouwen in je leven op de barricades.

Uitgelichte afbeelding is van Eva Berggren https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Eva_Berggren_-_Balansg%C3%A5ng_01.JPG

Een reactie plaatsen

De bullshit die ‘niet alle mannen’ heet

Het is de ochtend na de uitzending van BOOS over het seksueel overschrijdend gedrag van diverse mannen bij The Voice. Ik ben emotioneel, reageer emotioneel op wat mijn ex zegt op de app en op wat mijn vriend zegt. Beide zijn lieve mannen die het niet in hun hoofd zouden halen om zich te misdragen. Mannen waar een vrouw veilig bij is.

Mijn emotie betreft hen niet maar wel wat ze zeggen, wat er op de socials gezegd wordt. Ik hoor mezelf zeggen dat ik nooit iets ergs op dat gebied heb meegemaakt en tegelijkertijd schieten er beelden door mijn hoofd van situaties waarin ik mij niet veilig heb gevoeld. Een collega die iets te dichtbij kwam, de keren dat ik op straat liep met mijn sleutels tussen mijn vingers en zo kan ik er nog wel een paar opnoemen.

Er zijn mannen die zeggen dat niet alle mannen zo zijn maar hoe moeten vrouwen in godsnaam weten wie er wel goede bedoelingen hebben en wie niet? Wanneer je denkt leuk contact te hebben met je coach of een goede werkrelatie met een collega kan het dus ook gebeuren dat je grenzen worden overschreden. Er zijn therapeuten die grenzen met voeten treden. Het staat niet op het hoofd van een man getatoeëerd wie er deugt en wie niet. Het gevolg is dat je als vrouw dus altijd waakzaam moet zijn.

Mijn emotie betreft ook de suggestie dat vrouwen zich maar moeten leren verdedigen, dat ze melding moeten maken wanneer ze met grensoverschrijdend gedrag te maken hebben. Ik ken er een paar, slachtoffers van misbruik, die er al op zeer jonge leeftijd mee te maken kregen.En dan heb ik het niet over een opmerking die te ver ging. Het zijn vrouwen die er tot op de dag van vandaag, op middelbare leeftijd, nog steeds door geplaagd worden. Bij welk loketje hadden zij zich moeten melden? Als ze, getraumatiseerd en jong als ze waren, het al gedurfd hadden? Als ze het schuldgevoel en de schaamte die ze aangepraat was al van zich af hadden kunnen schudden? 

We kennen ze, alle goed bedoelde adviezen, alle opmerkingen over dat niet alle mannen slecht zijn en dat mannen ook wel eens slachtoffer zijn (waarbij de dader meestal ook een man is). Het is tijd dat we inzien dat het probleem niet bij vrouwen ligt maar dat het een probleem is dat bij mannen ligt. En dat de oplossing ook ligt bij de man. Ook bij de goeierds. Door het ten eerste te onderkennen dat wij als maatschappij een serieuze uitdaging hebben. Door niet meteen in de verdediging te schieten en te roepen dat niet alle mannen zo zijn, door empathie te tonen en door daadwerkelijk een veilige omgeving te scheppen voor iedereen. Ben zo waakzaam als een vrouw noodgedwongen moet zijn. Luister echt naar vrouwen. Signaleer probleemgedrag bij andere mannen en spreek je uit. Ook al lijkt het onschuldig of maakt een andere man ‘maar een grapje’. 

Doe nooit, maar dan ook nooit, aan victimblaming. Het ligt er niet aan dat een vrouw ‘te gevoelig’ is of dat zij zich niet op een juiste manier heeft gekleed. Al staat de meest sexy vrouw in haar blootje midden op de dam in Amsterdam, dan nog moet je je handen thuis en je piemel in je broek houden, tenzij ze jou uitdrukkelijk toestemming geeft.

Het zijn niet alle mannen die dader zijn maar helaas zijn de meeste daders wel man en hebben de meeste vrouwen wel eens iets meegemaakt wat niet deugde. Met als uitschieter dat er jaarlijks gemiddeld 40 vrouwen vermoord worden omdat ze vrouw zijn.

Ik ben hartstikke boos en wil dat alle lieve, goeie, toffe kerels met mij boos zijn. Voor hun dochters, schoondochters, vrouwen, moeders, buurvrouwen en verder alle meisjes en vrouwen. Mijn grootste wens is dat zij onze medestanders zijn in plaats van de last dat we ons ook nog eens tegenover hen moeten verdedigen. Echt! Hoepel op met je #notallmen

Een reactie plaatsen

Kwetsbaarheid en je best doen

We lopen door het bos. De man die ik mijn lief mag noemen en ik. We zijn beiden een beetje te zwaar en brengen veel te veel tijd zittend door. Werk is een grote factor en hobbies zijn in mijn ogen oneindig veel leuker dan sporten. We leggen ons op om, het liefst elke dag, maar toch zeker minimaal 4 keer per week te wandelen. Wandelen in een bos is geen straf: we praten, maken mooie foto’s en wijzen elkaar op leuke vogels (hij) en toffe plantjes (ik).

Het is nog winter en het pad is ruim voorzien van een dikke laag modder waar onze laarzen in vastgezogen worden. Midden op het pad doen een paar dappere grassprietjes hun best om in die taaie zwarte massa omhoog te komen. We kijken ernaar en hebben voor de zoveelste keer bewondering voor de natuur die in al zijn kwetsbaarheid altijd weer een weg zoekt. Want kwetsbaar is zij en de mens kwetst wat af. Maar ondanks die kwetsbaarheid zal, lang nadat de mens is uitgestorven, de natuur het weer overnemen. Er zijn voorbeelden genoeg. Op plaatsen waar de mens het volledig verprutst heeft, overwoekeren planten alles wat de mens heeft voortgebracht en leven dieren in alle rust.

Wij vinden onszelf zo belangrijk maar we betekenen niets. Als wij zo doorgaan zullen we als soort zeker uitsterven. Dat we er op een dag niet meer zullen zijn laat mij koud. Het is de tijd ervoor die mij zorgen baart. Mijn kinderen gun ik nog een fijne toekomst en ook ik wil niet als hoogbejaarde nog op de vlucht moeten omdat het water mijn stokoude enkels heeft bereikt door een sterk verhoogde zeespiegel. Er zijn nu al klimaatvluchtelingen die huis en haard moeten achterlaten. Dat worden er steeds meer. Mensen die net zoals jij en ik zich iets anders bij hun toekomst hadden voorgesteld. Die met wat schamele bezittingen weg moeten van alles wat ze tot dan toe als hun veilige thuis beschouwden. Heb niet de illusie dat het ons niet kan gebeuren.

Als puntje bij paaltje komt zijn wij oneindig veel kwetsbaarder dan de natuur en toch geloof ik nog in onze veerkracht. Maar we moeten wel handelen en bij elke keuze die we maken ons afvragen of het ons op korte termijn genot geeft of op langere termijn geluk brengt. Dat valt niet mee. Ons apenbrein wil genot. Nu dat ene dingetje kopen, dat leuke reisje boeken met een vliegreis die zoveel goedkoper is dan de trein. We kiezen liever voor een politieke partij die ons belooft dat we: ‘gewoon moeten kunnen blijven BBQ-en’ of die ons belooft dat we onze welvaart niet hoeven te delen met mensen die op de vlucht zijn voor honger en oorlog. Het valt ook niet mee. Als toetsenbordklimaatactivist ga ik zelf ook regelmatig de fout in. 

Als we voor genot gaan op microniveau duiken lief en ik na het werk op de bank met een biertje. Maar als we zo doorgaan wacht ons een zekere toekomst van gezondheidsklachten en ontevredenheid over ons almaar groeiende buik. We hebben geen garantie dat ons gewandel geluk gaat brengen en dat we ziekte en andere narigheid buiten de deur kunnen houden maar we doen ons best. Dat is alles wat je kunt doen: je best. Of je nou de wereld of jezelf probeert te redden.

Een reactie plaatsen

Voor niemand prettig

Toen mijn kinderen het huis uit gingen konden ze koken. Dat vond ik belangrijk. Zo nu en dan kregen ze bakjes met eten van thuis mee maar in principe vond ik dat als je zelfstandig gaat wonen dat je dan ook voor jezelf moet kunnen zorgen. Dus geen zakken wasgoed mee naar huis en zelf koken. Beide kinderen hebben de liefde voor lekker eten met de spreekwoordelijke paplepel ingegoten gekregen dus bij beiden ging dat goed. Na flink wat geëxperimenteer met hippe recepten kwam er de vraag of ik de recepten van thuis wilde opschrijven. Want zoals je moeder de bami maakt is toch altijd het lekkerst. 

Dat viel nog niet mee: van die gerechten die je al jarenlang gedachteloos op tafel tovert, omzetten naar een begrijpelijk recept. De macaronischotel bleek toch ingewikkelder in elkaar te zitten dan ik dacht. Zeker wanneer elke handeling uitgebreid beschreven moet worden omdat het recept gemakkelijk te volgen moet zijn voor een beginnende kok.

Bij de bechamelsaus die er voor nodig was schreef ik dat er goed geroerd moest worden: ‘want anders komen er klontjes in en dat is voor niemand prettig’. Ik was bloedserieus toen ik het schreef maar mijn kinderen lagen in een deuk om dat zinnetje. Sinds die tijd is ‘dat is voor niemand prettig’ een gevleugelde uitdrukking geworden die ook de weg heeft gevonden naar de vriendengroep van de kinderen.

Het tegeltje, inclusief schildpadje rechtsonder

Inmiddels heb ik zelfs een handgeschilderd tegeltje voor mijn verjaardag gekregen met deze spreuk erop. Zo zorgt dat ene stomme zinnetje jaren later nog steeds voor een hoop lol. Het is zo onderkoeld dat het klein leed relativeert. Wanneer je weg wil fietsen en je band is lek of je laat de sauspan uit je handen vallen zodat de hele keuken onder de spetters zit. Alles wordt iets minder erg of zelfs grappig als je kunt denken: dat is voor niemand prettig. Het inspireerde mij zelfs om er een Instagram account voor aan te maken met dezelfde naam. Wil je weten wat er voor niemand prettig is? Volg me dan. En als je zelf een foto hebt van je eigen klein menselijk leed dan kun je een DM sturen.
Het account is: @datisvoorniemandprettig

Het beruchte recept: https://scillie.com/recepten/macaroni-of-lasagneschotel/

Een reactie plaatsen

Tijdconfetti en een vader die mindful was avant la lettre

Laatst hoorde ik iemand over een ander zeggen: “O, dat is zo een van-negen-tot-vijf-type”. Ik hield wijselijk mijn mond en liet mijn gedachten gaan over mijn eigen typering in deze. Was ik dat ook? Ik werk meestal van half negen tot vijf uur. Niet dat het in beton gegoten is. Mocht het nodig zijn wil ik best buiten deze tijden werken en van een keer, incidenteel, overwerken is ook nog nooit iemand doodgegaan. Althans dat hoop ik dan maar. Bovendien geef ik me voor 100% in die geijkte kantooruren. Maar om vijf uur gaat de spreekwoordelijke stekker eruit. Telefoon gaat op stil, en laptop gaat uit. Dat wordt nogal eens gezien alsof je niet toegewijd bent aan je werk of dat je erg rigide bent. Daar ben ik niet mee eens. Integendeel, het komt het werk ten goede wanneer ik daardoor de volgende dag weer fris kan starten.

Ten eerste is er de fysieke gezondheid. Die is in eerste plaats natuurlijk belangrijk voor de werknemer zelf maar minstens zo belangrijk voor de werkgever. Voldoende rust en tijd voor privézaken, sport en ontspanning zorgt ervoor dat de werknemer gezond blijft waardoor die goed functioneert. Een open deur misschien maar als dat geen win-win is dan weet ik het niet meer.

Ten tweede is er de mentale gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen een continue gevoel hebben dat ze tijd tekort hebben. Strikt gezien hebben we best veel vrije tijd. Maar dat wordt niet zo ervaren. Dat heeft onder andere twee oorzaken:

Er is de beleving van tijd. We doen veel dingen in ons leven onbewust. Wanneer je bewuster bent van alles wat je doet krijg je inzicht in het belang van datgene wat je aan het doen bent (moet die boodschap nu echt gedaan worden?) en je kunt waarde toekennen aan de normale acties die je elke dag doet. Sta bewust op uit je bed en voel hoe fijn het is als je dit kunt. Poets je tanden bewust en denk daarbij hoe fijn het is dat je gebit in orde is. Of als dat niet zo is dat het fijn is dat je een tandarts hebt die kan zorgen dat je weer kunt eten.

Voor mijzelf is ongestoord koken na een dag hard werken een vorm van ontspanning. Natuurlijk is het iets wat gewoon moet en ik kook echt niet elke dag culinaire hoogstandjes (ook ik bestel wel eens een pizza) maar alles wat ik snijd, bak of opwarm doe ik bewust. Die rust is niet te onderschatten. Het is mijn debriefing van de dag.

Alles bewust doen heet nu mindfulness maar eigenlijk heeft mijn vader daar al de basis voor gelegd met zijn gezegde: ‘Niemand heeft op een briefje staan hoe lang hij nog heeft, dus geniet van elke dag’ en wanneer ik mopperde op het door de regen fietsen: ‘Wees blij dat je dat kan, kinderen die ziek zijn en hun bed niet uit kunnen zouden zo met je willen ruilen!’ Als puber kon ik de beste man wel doodknuppelen als hij dat zei wanneer ik drijfnat en tot op het bot verkleumd van mijn krantenwijk terugkwam, ondanks dat hij dan met zijn grote eeltige handen mijn wintertenen warm wreef. Kon ik die ouwe nog maar zeggen dat hij eigenlijk zijn tijd vooruit was met zijn mindfulle uitspraken.

Dan is er nog iets aan de hand. We hebben last van tijdconfetti. Tijdconfetti is het verschijnsel dat we overspoeld worden door berichtjes, piepjes, notificaties etc. en voortdurend multitasken. Dat is privé al aan de hand maar wanneer we onze werktelefoon niet ‘s avonds in de hoek gooien hebben we die er ook nog bij. Eén berichtje is niet zo erg. Maar stel, je hebt een uur vrij. En in dat uur heb je 7 notificaties waar je naar kijkt, op antwoord, over nadenkt, dan kost dat je al snel 10 minuten. Strikt gezien heb je dan nog maar 50 minuten over van je vrije tijd. Als dat 10 minuten achter elkaar zijn is dat nog niet zo erg. Maar omdat het als confetti je uur binnen dwarrelt, wordt je om de zoveel minuten gestoord uit je vrije tijd. Het is bewezen dat daardoor dat uur niet meer als vrije tijd voelt. Nog afgezien van de stress die sommige berichten met zich meebrengen.

Dus wat nu te doen? Zet je notificaties uit op je telefoon. Zowel privé als van het werk. Maak van alles in je leven een bewuste gebeurtenis en besteed je tijd aan één ding tegelijk. En laten we met zijn allen besluiten dat 60 uur in de week werken niet stoer is of de norm moet zijn. Omarm de van-negen-tot-vijf-mentaliteit en zorg dat je echt vrij bent als je vrij bent.

Bekijk ook Dit filmpje over tijdconfetti

Een reactie plaatsen

Puppies op de werkvloer

Onlangs kwamen er een aantal berichten voorbij op mijn tijdlijn van LinkedIn, van mensen die niet meer op hun piepste jongst waren. Zij kwamen niet of maar moeilijk aan het werk. Hoewel ik ook wel hier en daar een kentering zie gaan werkgevers er vaak ten onrechte vanuit dat mensen ‘van een zekere leeftijd’ uitgeblust zijn en niet meer mee hoeven te tellen in de poel der werkenden. Ook ik heb bij sollicitaties meegemaakt dat ik het vermoeden had dat ik afgewezen werd op mijn leeftijd. Het wordt je natuurlijk nooit rechtstreeks gezegd.

Laat ik het hier voor eens en voor altijd duidelijk maken: leeftijdsdiscriminatie is een misvatting en een gemiste kans voor elke werkgever die dat al dan niet bewust doet. Zo! Daar staat het! Waarom ik dat zeg? Omdat ik zelf niet meer op mijn piepste ben maar gemotiveerder dan ooit. Uitgeblust? Hoepel op, nog lange niet. Soms ben ik nog steeds als een puppy die staat te springen wanneer ik leuke dingen mag doen. Gelukkig bén ik ook steeds leukere dingen gaan doen in mijn werkzame leven.

Aan carrièreplanning heb ik nog nooit gedaan en als je me de standaard vraag stelt waar ik mezelf over 5 jaar zie kan ik je daar met geen mogelijkheid antwoord op geven. Wie weet lurkend aan een cocktail in een of andere tropische beachclub of misschien in een klein hutje in de Pyreneeën met 25 zwerfkatten om me heen. 

Waarschijnlijker is het dat ik nog steeds doe wat ik nu doe met wat uitbreiding. Ik heb het geluk gehad dat ik kansen heb gehad. Er zijn werkgevers en leidinggevenden op mijn pad gekomen die mijn talenten zagen en me de ruimte hebben gegeven om die te ontwikkelen. Maar ik heb ook de kansen gezien en gepakt waar ik kon. Zo heb ik kunnen ontdekken waar ik goed in ben, wat ik kan en vooral waar ik het meeste plezier uit haal. En plezier in mijn werk zorgt er voor dat ik ook goed ben in wat ik doe. 

De laatste tijd heb ik ontdekt dat ik naast mijn dagelijkse werk het ook leuk vind, en er goed in ben, om jongere mensen te coachen. En dan bedoel ik niet dat ik de zoveelste ZZP-er met een bordje ‘Coach’ op de deur word. Daar zijn er, met alle respect, al genoeg van (zie de briljante documentaire: Nu verandert er langzaam iets). Maar wel het coachen van collega’s op de werkvloer, het begeleiden van stagiaires of het helpen bij een nieuwe stap in iemands carrière. Talent zien bij de jongere versies van mezelf en hen stimuleren om hun talenten te ontwikkelen.

Zie daar: de meerwaarde van de oudere werknemer (naast dat ze zo goed zijn in hun werk)! Natuurlijk zijn die over-energieke jonkies fijn in een team en kom maar op met die verse pas-van-school-kennis. Laaf je aan al die slimme afstudeerders. Maar waardeer de ervaring van de rijpe werknemer ook, koppel ze aan de jonge honden. Laat ze leren van elkaar. En laat belegen werknemers doen wat ze leuk vinden. Want ergens binnenin de iets minder energiek ogende mens zit vaak een klein enthousiast hondje dat blij opspringt bij het idee dat hij mag spelen.

Een reactie plaatsen

Er is geen reden om het niet te doen

Sporten vind ik een lastig dingetje. Als ik er een gesprek met iemand over heb zeg ik altijd lekker recalcitrant dat ik er een uitgesproken hekel aan heb. Men reageert dan soms wat giechelig, ietwat geschokt, want sporten is goed! Sporten moet! En heel eerlijk gezegd vind ik dat laatste ook wel een beetje. Waar het misgaat tussen mij en sport is namelijk niet dat ik de noodzaak van het bewegen niet zie. Bewegen is goed en van bewegen ga je je absoluut lekkerder voelen. Mijn probleem met sport is dat het altijd zo hetzelfde is, dat je er tijd voor vrij moet maken en last but not least: dat overal competitie bij komt kijken. 

Om met dat laatste te beginnen: het boeit mij totaal niet of iemand ergens mee wint. Ik denk dat het komt omdat ik door mijn vier jaar oudere broer ben getraind in het verliezen. Bij elk spel wat wij als kind speelden was hij vanzelfsprekend de beste, want ouder. Dus als iemand wint of ergens beter in is? Prima! Het is ze van harte gegund, steek de vlag uit, koop een taart, maar ik ben niet onder de indruk.

Dan probleem nummer twee: als je echt wat aan het sporten wilt hebben zal je routine moeten inbouwen. Twee tot drie keer per week moet je ongeveer hetzelfde doen om er voordeel van te hebben. Routine vind ik saai. Zo saai dat ik bij elke sport waar ik aan begin na een paar maanden mezelf er naar toe sleep en na een half jaar weer afhaak. Want daar komt probleem nummer drie om de hoek kijken: voor saaie dingen is het moeilijk om tijd vrij te maken. Het is dus niet zozeer de weerzin tegen sporten. Als je me mee vraagt op een kanotocht, een stuk fietsen of in de bergen wandelen, ben ik je vrouw, maar vraag het me niet om dat op wekelijkse basis te doen.

Ondanks al mijn weerzin tegen regelmatig sporten is het wel noodzakelijk om het lijf in vorm te houden. Mijn werkzame leven breng ik voor 99,9% achter een beeldscherm door. Er zijn zelfs klussen die  ik zo leuk vind dat ik me er totaal in verlies en dan zelfs vergeet dat ik wel eens pauze moet nemen of dat er zoiets bestaat als lichamelijke functies. Daar wordt een mens stijf van en dat leidt weer tot allerlei pijntjes. Bovendien ben ik groot fan van Erik Scherder die ons voorhoudt dat we allerlei nare kwalen en ziektes buiten de deur kunnen houden wanneer we maar niet stil blijven zitten. Dus als ik mijn werk en mijn hobby’s, die zich ook op de vierkante meter afspelen, wil blijven volhouden moet ik met mijn toges van mijn stoel komen. 

Sinds een jaar heb ik daarom een half uur yoga, gemixt met andere grondoefeningen in mijn ochtendritueel ingebouwd. Dat gaat goed. In ieder geval op de dagen dat ik werk. Opstaan, katten voeren, koffiezetten, oefeningen doen, douchen etc. Elke ochtend weer. Saai, maar niet echt een moment dat er iets anders mogelijk zou zijn. Het wil in het weekend nog wel eens misgaan. Dan zijn de opties om iets anders en veel leukers te kunnen doen eindeloos en het ochtendritueel niet zo strak. Maar toen ik me er weer eens op betrapte dat ik mijn snor wilde drukken gooide ik mezelf toch maar weer op de yoga-mat en begon soepeltjes aan de dag omdat ik dacht: er is nu echt geen geldige reden om het niet te doen.

Een reactie plaatsen

De toekomst van het genderloos werken

Onlangs deelde ik een filmpje op LinkedIn waarin ik een oproep deed voor meer vrouwen in de IT. Dat was naar aanleiding van de constatering dat er bij mijn nieuwe werkgever nauwelijks vrouwen werken. Het ligt niet zozeer aan de werkgever maar meer aan dat vrouwen nog steeds zwaar ondervertegenwoordigd zijn in de IT. Zeker als we het hebben over de wat meer technische beroepen. Volgens de laatste cijfers van het CBS is het aandeel vrouwen in de IT 16,3%.

Is dat erg? Ja, dat is erg! Wanneer de helft van de bevolking niet vertegenwoordigd is in een beroepsgroep kan die beroepsgroep geen vertegenwoordiging zijn van de bevolking. Er is geen evenwicht. Dit geldt overigens ook voor beroepsgroepen waar er een oververtegenwoordiging is van vrouwen, zoals de zorg.

Het is ook erg omdat we in ons denken nog steeds vastzitten in het man-vrouw dualisme waarbij er meer waarde aan masculiniteit wordt toegekend. Neem het verschil in salariëring tussen de verschillende beroepsgroepen. Beroepen waar van oudsher meer mannen in werken worden verreweg beter beloond dan die waar meer vrouwen in te vinden zijn. Kijk naar de termen die gebruikt worden in beroepen: ‘Meester’ straalt toch wat meer autoriteit uit dan ‘Juf’. Ik zou dan ook willen pleiten voor genderneutrale beroepsnamen.

In mijn oproep beperkte ik mezelf ook tot mannen en vrouwen. Maar wat ik het mooiste zou vinden is als we naar een maatschappij gaan waar alle mensen ongeacht hun genderidentiteit zich in alle beroepsgroepen thuis zouden voelen. Ik vrees dat dat voorlopig nog te veel gevraagd is. Zolang we nog kinderen van baby af aan al socialiseren als jongen of meisje hebben we daar nog een wereld aan te winnen. Het zijn onbewuste mechanismen die zo diep geworteld zijn dat we niet in de gaten hebben dat we het doen. 

Het begint al bij het vaststellen van de zwangerschap: zou het een jongen of een meisje zijn? We houden gender reveal parties. En wanneer de baby er is drukken we een meisje nog steeds een pop in de handjes en doen we wilde spelletjes met het jongetje (zie dit experiment). Ouders die het anders willen doen en hun kind geen vaste waarden willen opleggen omtrent hun sekse kunnen nog steeds rekenen op kritiek.

Het is aan het wrikken en bewegen. In mijn jeugd kende ik slechts één man die openlijk homoseksueel was op TV. Tegenwoordig laat de LHBTQI gemeenschap flink van zich horen. Er zijn steeds meer rolmodellen die zich niet als man of vrouw identificeren. We hebben nieuwe aanspreekvormen erbij. Toegegeven, ook voor mij is het wennen om die/hen te gebruiken omdat ook ik mijn hele leven het duale denken ingepeperd heb gekregen. Maar als we het man/vrouw-denken kunnen loslaten zal dat iedereen de ruimte geven om gewoon mens te zijn zonder etiketje of waardeoordeel en zal iedereen zich vrij voelen om welk beroep dan ook te kiezen.

Een reactie plaatsen

De angst dat je niet alles kunt doen

Op een luie, lome dag, wanneer mijn lief en ik moe zijn, hebben we meestal zin in maar een paar dingen. De dag beginnen in bed met koffie en koekjes en de dag eindigen met eten bestellen, daar een veel te dure maar heerlijke wijn bij drinken en een film kijken. Daar tussenin bezoeken we dan graag kringloopwinkels. In onze woonplaats zijn er genoeg om er een hele middag mee te vullen.

Mijn lief duikt direct op de boeken en alles wat met fotografie te maken heeft, van objecten om te fotograferen tot lenzen. Voor mij is de kringloopwinkel een goudmijn aan plantenpotjes voor mijn aanwassende binnentuin en spullen voor één van mijn vele creatieve liefhebberijen en alle projectjes die nog in mijn hoofd zitten die Ooit Op Een Dag uitgevoerd gaan worden.

Aan zeker tachtig procent van al die projecten zal ik nooit beginnen of wel begin maar nooit afmaak. Om de simpele reden dat er niet genoeg uren in een dag, week, maand, jaar of überhaupt een mensenleven zit. Zoals een therapeut ooit aan mij vroeg of ik alles wel zou kunnen doen als ik mij negen keer kon klonen en ik alleen maar zachtjes en enigszins teleurgesteld nee kon schudden.

In de kringloop moest ik bij ons laatste bezoek dan ook weer met pijn in mijn hart het zoveelste prulletje, waar ik wel weer een creatieve bestemming voor had, laten liggen. Mijn lief wees mij erop dat ik last van FOND had. Als antwoord op mijn vragende blik zei hij: “fear of not doing”. We dachten dat hij dit zojuist zelf had verzonnen en vonden het een briljante vondst. Maar na wat gegoogle kwam ik erachter dat het een serieuze term is. Na de FOMO (fear of missing out) is de FOND een ding.

FOND is het onrustige gevoel dat je van alles zou kunnen maar simpelweg niet alles kúnt doen. FOND en FOMO kunnen elkaar overigens ook behoorlijk in de weg zitten. Want als je ook nog eens met je snoet overal bij wil zijn én alles wil doen, wanneer moet je dan slapen? Vermoeiend hoor.

Mijn omgeving heeft er soms best last van dat ik niet zo goed niks kan doen en zelfs de katten vinden mijn lief vaak leuker omdat die wél een hele middag kan zitten lezen zodat ze op zijn schoot kunnen kruipen. Toch zie ik het niet als een slechte eigenschap dat ik altijd bezig ben. Er zijn gewoon veel te veel leuke dingen om te doen! Tegenwoordig word ik eerder blij van de dingen die ik wel kan doen en niet meer ongelukkig van alles wat ik niet kan doen. Dus ooit had ik FOND, toen werd het DOND (disappointment of not doing) en tegenwoordig is het toch meer AOND (Accepting of not doing) of misschien wel HOD (Happiness of doing). En ondertussen droom ik lekker verder over alles wat er nog meer mogelijk is.

2 reacties

Onthulling: Ik ben niet perfect!

Er is iets waar we allemaal in meer of mindere mate last van hebben: cognitieve dissonantie. Ofwel een verschil tussen hoe iemand handelt ten opzichte van de overtuigingen van die persoon. 

Om maar meteen met de zeer aanwezige billen bloot te gaan kan ik zeggen dat ik mijzelf nog niet lang geleden daarop betrapte toen ik vol schaamte aan een collega bekende dat ik mij een slag in de rondte bestelde op AliExpres. De collega liet een zucht van verlichting ontsnappen omdat ze ontdekte dat ik toch ook gewoon maar een mens ben die soms stomme dingen doet. Voor mij weer een eye-opener. Graag presenteer ik mij als wereldverbeteraar maar ik had niet door dat het soms druk legt op de mensen om me heen.

Mijn verzamelwoede op AliExpres en aanverwante sites had een oorzaak. Zoals altijd had ik me weer eens in een aantal hobby’s tegelijk gestort en om het budgettair een beetje in de hand te houden was ik op zoek naar betaalbare materialen. Die vond ik daar in overvloed en voor een prikkie. Voor ik het zelf in de gaten had kwam er wel elke dag een pakje binnen met macramé-touw, poppenhuisspullen, kralen, borduurspullen en natuurlijk kleding. Het was verslavend, voelde alsof ik jarig was want je weet nooit wanneer iets bezorgd wordt en soms was ik gewoon vergeten wat ik besteld had.

Tijdens het gesprek met mijn collega drong tot me door wat ik had gedaan. Ik, die altijd strijdt voor gelijke rechten, tegen slavernij en het uitbuiten van mens en dier is. Ik, die zich meer dan zorgen maakt over de toekomst van de planeet en daarmee de mensheid. Ik bestelde goedkope, slecht geproduceerde rommel uit China, Korea en weet-ik-veel-waar. Plastic troep die ongetwijfeld gemaakt was door uitgebuite mensen of misschien zelfs kinderhandjes.

Een mooi voorbeeld van het één zeggen en het ander doen. In mijn hoofd rechtvaardigde ik het eerst nog maar toen ik het eenmaal hardop had uitgesproken kon ik er niet meer omheen. Voortaan zou ik mijn klikhandje bedwingen en op zoek gaan naar duurzame alternatieven. Dat betekent een flinke aanpassing in mijn uitgavenpatroon maar ik kan mijzelf niet meer recht in de spiegel aankijken als ik niet iets meer mijn best doe.

Toch voelde het gek dat ik daar zo was ingestonken. Want als veganist zie ik één van de beste voorbeelden van cognitieve dissonantie dagelijks om mij heen. Ik ken namelijk heel veel lieve, mooie mensen die gek zijn op (huis)dieren, tegen dierenleed zijn en zeer bezorgd zijn om het milieu, maar die toch anderen betalen om dieren in het verschrikkelijke systeem van de bio-industrie te laten leven en vervolgens te laten vermoorden. Die het verband niet leggen tussen ‘het stukje vlees’ op het bord of het glas melk en de uitbuiting van varkens en koeien. Die link heb ik al wel eerder gelegd en ik merk dat anderen mij daarom soms als de vervelende vegan ervaren. Ik vertegenwoordig de belichaming van de dissonantie tussen het handelen en de overtuiging op het gebied van dierenleed. Vandaar de opluchting van mijn collega toen bleek dat ook ik niet perfect ben.

Voor een ieder die het tot nu toe volgehouden heeft om dit stuk te lezen en nu een beetje ongemakkelijk op een stoel aan het schuiven is heb ik nog een geruststellende boodschap. Het gaat namelijk niet om een enkeling die in alle opzichten perfect leeft. We hebben ze nodig hoor, die mensen die ons op fouten wijzen maar daar gaan we de wereld en onszelf niet mee redden. Het gaat om kleine stappen: elke keer dat je bewust de fiets pakt in plaats van de auto, elke keer dat je voor een plantenburger kiest, elke keer dat je de verleiding weerstaat om toch dat toffe goedkope shirt te kopen. En vooral elke keer dat je het aandurft om je eigen acties onder ogen te zien en er wat mee doet.

Tot slot wil ik jullie de aanleiding om het hier over cognitieve dissonantie te hebben niet onthouden. Het voorbeeld hiervan waar ik zelf enorm om moest lachen kwam ik van de week tegen: Een man die met een sigaret in zijn mond vertelde dat hij geen vaccinatie tegen corona wilde hebben omdat je niet weet  wat het op lange termijn doet en misschien wel een chip of stoffen bevat waarmee er controle over ons brein plaats gaat vinden. In een sigaret zitten naast nicotine, een flink aantal stoffen die verslaving in de hand werken, die het brein in slaap sussen en het lichaam ontvankelijker maken om er meer van te willen. Over manipulatie en brein controle gesproken. Daarnaast weten we van sigaretten heel goed wat ze op langere termijn aanrichten. Maar hey, als ex-roker weet ik maar al te goed hoe je die kennis onder tafel veegt wanneer je nog volop in je verslaving zit.

Waarvoor steek jij je kop in het zand?