Een reactie plaatsen

Zolder

Zoonlief is sinds een maand of drie het huis uit en hoewel hij in het begin nog dacht dat zijn thuis bij ons was, is in die korte tijd zijn kamer in Amsterdam de plek geworden waar hij zich het fijnste voelt. Dochterlief staat te trappelen om zijn grote zolderkamer in te nemen.

Een goed moment dus om daar eens goed op te gaan ruimen. Achter de knieschotten heeft zich in de loop der tijd een verzameling oude zooi opgebouwd waar zeker de helft van weg kan. Niet te geloven wat wij allemaal bewaard hebben. Een grote tas vol oude muizen, routers, telefoondraadjes en rare stekkertjes bijvoorbeeld. Doosjes van telefoons die allang zijn gaan hemelen. Oude administratie die volgens de wet al lang een keer vernietigd had mogen worden. Weg ermee! Het moet van mijn bochel af.

Onvermijdelijk kom je zo ook veel herinneringen tegen. Een grote zak vol knuffels van de kinderen, de enorme hoeveelheid lego waarmee mijn zoon inmiddels een eigen huis zou kunnen bouwen (zeker van de waarde die het vertegenwoordigt), tekeningen die ze voor me gemaakt hebben en natuurlijk dozen vol foto’s. Voor je het weet zit je dan een halve middag foto’s te bekijken in plaats van verder op te ruimen. Een bezigheid waar ik niet alleen maar blij van word.

Natuurlijk zijn er de foto’s van mijn kinderen in alle leeftijden en smelt ik bij het zien van hoe schattig ze waren. Verbazingwekkend dat mijn prachtige tienerdochter en prachtige volwassen zoon, ooit die kleine baby’s waren. Ook zijn er een half miljoen plaatjes van huisdieren die we in al die jaren hebben gehad waar ik vertederd van raak. Maar soms voel ik de pijn die er achter een afbeelding schuil gaat. De pijn van die vrouw die net bevallen was en zich zo beroerd voelde door een uitgeput lichaam in combinatie met een huilbaby, de pijn van het verlies van mijn lieve nicht die maar 23 jaar mocht worden. Ik zie mezelf als tiener en weet hoe depressief ik was. Wat vond ik mezelf stom en lelijk, wat had  ik daar ongelijk in en wat heeft het lang geduurd voordat ik mijn waarde kon zien.

De foto’s zijn weer opgeborgen achter de schotten. Er komt een dag dat ik ze echt uit ga zoeken. Dan blijft misschien nog maar de helft over omdat er ook veel plaatjes tussen zitten van al lang vergeten landschappen en surfers of skiërs die niet meer dan een stipje aan de horizon zijn, zodat je niet kunt zien wie het was. In het pré-digitale fototijdperk werd nu eenmaal alles afgedrukt, ook de missers. Het zal nog wel even duren voordat ik daar tijd voor heb, waarschijnlijk pas als ook mijn dochter uitvliegt en de zolder weer mijn domein wordt.

fotoalbum

Een reactie plaatsen

Iets

Vroeger vond ik het nogal stom klinken als iemand zei dat hij niet in een god geloofde maar wel dat er “iets” was. Tegenwoordig vind ik het eigenlijk wel een mooi begrip. Of je nu in God, Allah, Jahweh of het spaghetti monster gelooft maakt niet uit. Als we het nou allemaal “iets” noemen dan zijn we in één klap van een hoop geruzie af.

Zelf doe ik niet aan een geloof, in wat voor vorm dan ook en zolang er geen enkele religie is waarin iedereen echt, maar dan ook echt, gelijk is zul je mij er niet bij vinden. Ook zal ik mezelf niet als atheïst bestempelen. Dat komt: ik hou niet van stempels. Want met stempels is het zo dat je je dan aan allerlei regels moet houden en daar ben ik niet zo goed in. Dus ook als atheïst moet je aan allerlei voorwaarden voldoen. Van atheïsten mag je helemaal nergens in geloven en moet alles door de wetenschap bewezen zijn.

Dat vind ik te kort door de bocht. Uiteindelijk is dat ook een soort religie, een houvast. Het is een manier om met de existentiële angsten om te gaan die je als mens nu eenmaal hebt. Om te kunnen omgaan met het nietige gevoel wat je overvalt als je bedenkt dat wij hier met zijn allen op een klein bolletje in een oneindig heelal zweven.

Liever berust ik in een “niet-weten”. We zijn simpelweg op dit moment niet in staat om met ons walnootje te begrijpen hoe het allemaal echt in elkaar steekt. Misschien gaat dat wel eens gebeuren, als we onszelf voor die tijd niet hebben uitgeroeid. Maar niet in dit leven.

Juist omdat we nog maar zo weinig begrijpen denk ik dat we open moeten staan voor ervaringen en gebeurtenissen die we niet kunnen verklaren. Ervaringen en gebeurtenissen waar we zo graag weer een woord op plakken waardoor we het voor onszelf afbakenen, zodat de één het weer kan afdoen als onzin omdat het niet te bewijzen is en de ander het toeschrijft aan een goddelijke daad. Taal verrijkt ons maar kan ons ook zo vreselijk beperken. Waarom niet gewoon open staan en als een kind observeren wat er gebeurt, als een dier gewoon accepteren wat er is.

Probeer het maar eens. Het is bevrijdend om het een onzekerheid te kunnen laten, om te accepteren dat je nu eenmaal niet in staat bent om alles te kunnen snappen. En als je het “iets” wilt noemen? Lekker doen!

Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Atlas_of_Peculiar_Galaxies

Bron: Wikipedia

3 reacties

Lot

Al vele jaren koop ik zo af en toe een lot in de staatsloterij. Volkomen onzinnig natuurlijk. De kans dat je een mooie prijs wint is erg klein. Toch kan ik het niet laten om te dromen. Het is niet zo dat ik hoop op een leven vol luxe. Dure merken zeggen mij niet zoveel. Misschien een ander huis met mijn gedroomde boeren woonkeuken maar ook dat hoeft niet overdreven groot of met gouden kranen. Hoeveel ruimte heeft een mens werkelijk nodig en uit een gewone kraan komt hetzelfde water.

Wat is dan mijn hang naar het hebben van geld als water? Vrijheid! Vrijheid om geld niet mijn drijfveer te laten zijn om te werken. Vrijheid om de vele ideeën die in mijn drukke hoofd zitten uit te voeren. Ideeën die de wereld een stukje mooier maken. Het zijn stuk voor stuk ideeën waar veel geld voor nodig is om mee te beginnen en het is maar de vraag of er een verdienmodel aan te hangen is. Het zijn ook ideeën waar tijd en energie voor nodig zijn. Ook daar heb ik een groot tekort aan.

Natuurlijk zou ik ook nu soberder kunnen gaan leven en ieder cent die ik over heb in mijn projecten kunnen steken. Ook zou ik er elke minuut vrije tijd aan kunnen besteden maar daarmee gaan mijn ideeën niet van de grond komen. Iedere succesvolle ondernemer weet dat je maar zelden met een kleine investering tot grote winst komt. Dat is niet anders met niet-materiele winst. Bovendien zou ik mijn geliefden tekort doen als ik geen tijd en energie meer voor ze heb.

Geld is niet belangrijk hoor ik mensen soms zeggen. Natuurlijk zijn gezondheid en liefde veel belangrijker, zonder dat heeft geld geen waarde. Maar helaas leven we in een wereld waar zelfs je gezondheid er beter van wordt als je er financieel warmpjes bij zit. En ook liefde komt onder druk te staan als je bankrekening een echoput is. Geld is niet belangrijk als er genoeg van is. Daarom blijf ik dromen dat de hoofdprijs op mijn lot valt. Niet om er een dikkere bankrekening van te krijgen maar om een beetje liefde en gezondheid aan de wereld toe te voegen. Om het lot van anderen te verlichten.

128px-Bingo_card_-_02

2 reacties

Echte mannen

Het zijn verwarrende tijden voor de man. Hoe moet hij zich nou precies gedragen ten opzichte van de vrouw? Aan de ene kant, kan hij voor een kleine misstap al worden aangeklaagd voor seksuele intimidatie, aan de andere kant worden er ‘versier’cursussen gegeven door ene meneer Julien Blanc, waarbij de man verteld wordt dat het helemaal prima is als hij de vrouw met haar gezicht in zijn kruis duwt. Dat de vrouw het heerlijk vindt om overmeesterd te worden en dat ze graag als dweil behandeld wordt. Dit wordt in Nederland nog eens bevestigd door een ander fijn heerschap, Journalist Thierry Baudet, die er nog een schepje bovenop doet door te beweren dat jonge vrouwen wrede schepseltjes zijn die meedogenloos het zelfvertrouwen van onschuldige jonge kerels voor de rest van hun leven om zeep helpen.

Geloof mij lieve mannen, verreweg de meeste vrouwen vinden dit soort dingen niet fijn. Als de vrouw geïnteresseerd is in een fijn potje rollenbollen, zal ze met veel plezier vrijwillig in je kruis happen, maar, uitzonderingen daar gelaten, normaal gesproken komt dat toch echt ná het versieren. De mannen die dit soort dingen beweren zijn wat mij betreft gevaarlijke gekken uit een vorige eeuw.

Wat wil de vrouw dan wel? Complimenten mannen! Welgemeende of goed geacteerde complimenten. Maar let op, hier moet je wel even op oefenen. Een goed compliment is niet eenvoudig. Voor je het weet heb je iets gezegd wat een compliment lijkt maar ondertussen heel erg beledigend is. Neem nou: “Je ziet er goed uit voor je leeftijd”. De vrouw hoort hierin het volgende: “Je bent een ouwe tang maar in de categorie ouwe tangen ben jij niet zo afstotelijk als je zou verwachten”. Laat dus voor je eigen veiligheid dat “voor je leeftijd” er af! Wil je iets met leeftijd doen? Schat haar, als ze dertig jaar of ouder is, jonger in. Hou hierbij een marge van rond de vijf jaar aan, het moet wel geloofwaardig zijn.

Opmerkingen over haar kledingkeuze doen het ook altijd goed en zijn redelijk veilig. Als je zegt dat ze een mooie jurk aan heeft en dat hij haar zo goed staat, weet ze zelf heus wel dat je ook bedoelt dat haar ronde vormen er zo mooi in uitkomen. Dat was waarom ze die jurk in de eerste plaats heeft aangetrokken.

Last but not least: Maak nooit, maar dan ook nooit, de fout om te denken dat mooie vrouwen wel weten dat ze mooi zijn en dus geen complimenten nodig hebben. De tragiek van veel mooie vrouwen is juist dat ze het nooit meer te horen krijgen. Jullie zouden eens moeten weten hoeveel onzekerheid er achter al die mooie gezichten schuil gaat.

Kortom, een echte man is er één die een goed compliment geven kan. En wil je dat vrouwen naar jou kijken? Leen de chihuahua van je tante en doe daar heel lief tegen, succes gegarandeerd, fijne knullen!

Origineel van deze foto is te vinden via deze link

Origineel van deze foto is te vinden via deze link

Een reactie plaatsen

Oefenen

Mijn oudste kind is het huis uit. Hij wilde het al langer maar vind maar eens een betaalbare kamer in Amsterdam waar je meer in kwijt kan dan een bed en een bureau. De aanhouder wint en uiteindelijk kon hij terecht in een tot studentenflat omgetoverd kantoorpand.

‘Omgetoverd’ klinkt goed maar de realiteit is dat in dit lelijke jaren zeventig gebouw met Oostblok-look simpelweg gangen zijn gehakt en systeemwanden zijn geplaatst. Dat heeft geresulteerd in wooneenheden met twaalf tot zestien kamers waar de gemiddelde terrorist geen kwaad zou kunnen. Waar je rustig een troepje apen in los zou kunnen laten zonder dat ze veel schade aan zouden kunnen richten. Een geweldige plek dus als je jong bent. Er mag gefeest worden, het mag vies zijn en vooral: je bent er met gelijkgestemden.

Je zou kunnen denken dat ik als moederkloek er grote moeite mee heb dat hij niet meer onder mijn vleugels is. Maar hoewel ik zijn drukte, humor en gezelligheid in de dagelijkse omgang zal missen, voelt het goed. Het is de orde der dingen. Een natuurlijk gegeven. Hij was er aan toe en ook al kun je daar niets bij voorstellen zolang de kinderen nog klein zijn: mijn lief en ik ook. Het is als in de natuur. Als een mannetjesdier volwassen wordt, is het tijd om weg te trekken en zich voort te planten om zo zijn eigen familie te starten. Dat voortplanten mag hij wat mij betreft nog even uitstellen zo hij het al van plan is, maar in een studentenflat wonen is ook een soort van familie om je heen verzamelen en ik zie dat het hem goed doet.

Een kind is vanaf zijn geboorte bezig om zich los te maken van zijn ouders. De tocht naar een zelfstandig leven is dus al veel eerder begonnen dan het precieze tijdstip dat hij het huis uit gaat. Het is dus meer een ijkpunt dan een daadwerkelijk veranderde toestand. Nu we op dat ijkpunt zijn beland kan ik maar één ding concluderen en dat is dat mijn zoon een prachtig mens is in wie ik al het vertrouwen heb dat hij zichzelf kan redden. En als hij dat soms even niet kan? Dan staat mijn deur natuurlijk wagenwijd open. Hij is tenslotte nog in de oefenfase en een kind wat nog maar net kan lopen laat je ook geen marathon rennen. Dan mag ik weer lekker over hem moederen en zijn lievelingskostje koken. Zo oefen ik ook vast voor de dag dat hij mij definitief niet meer nodig heeft.

Hier vind je het origineel van dit plaatje

Hier vind je het origineel van dit plaatje

Een reactie plaatsen

Gelijkwaardig

Kun je als niet-gediscrimineerde oordelen over discriminatie? Deze vraag dringt zich steeds meer bij mij op. Zonder nu weer de hele zwarte pieten discussie te willen opstarten (ik krijg al een omgekeerde peristaltiek als ik dit opschrijf) was dit onder andere één van de aanleidingen om mijn brein overuren te laten draaien over dat onderwerp. Kun je als witte heteroman oordelen over het al dan niet gediscrimineerd worden van vrouwen, mensen met een andere kleur of anders geaarden?

Zelf ben ik er nog niet uit. Als zelfs gediscrimineerden soms niet door hebben dat er discriminatie in het spel is omdat ze nu eenmaal in bepaalde omstandigheden zijn geboren en opgevoed, hoe moet degene aan de andere kant van de lijn dan doorhebben dat ze wel degelijk discrimineren. Het is bijvoorbeeld nog steeds maatschappelijk geaccepteerd om vrouwen als seksobjecten in reclames te laten fungeren, vrouwen in het grootste deel van de films voornamelijk in een ondergeschikte rol te laten optreden en onze taal is doorspekt met vrouwonvriendelijke uitdrukkingen. En toch zijn er maar weinig vrouwen die zich daar druk om maken, het is namelijk zo sluipend dat als je er niet op let, het niet eens opvalt. Sterker nog, er zijn genoeg vrouwen die zelf hier aan meewerken zonder door te hebben dat ze dat doen. Maar als je het eenmaal ziet, kun je het niet meer on-zien.

Hoe geniepig discriminatie in zijn werk gaat wordt op een prachtige manier uitgelegd door wetenschapscommunicator Neil deGrasse Tyson in dit filmpje op Youtube. Hij zit samen met vrouwelijke wetenschapper voor een zaal met grijzende en kalende witte mannen en er wordt besmuikt door één van deze heren gevraagd: “what’s up with chicks in science”. Het antwoord wat hij geeft illustreert op een grappige maar o, zo scherpe manier wat er mis is.

De meeste van de mannen in de zaal hadden er waarschijnlijk geen idee van dat ze ook maar een seconde in hun leven hebben gediscrimineerd en toch doen ze dat wel op dagelijkse basis. Al is het alleen al omdat er van vrouwen geëist wordt dat ze hetzelfde functioneren als mannen in een ooit door mannen opgezet systeem zonder dat systeem ter discussie te stellen en te veranderen. Een mooi voorbeeld is het zogenaamd vrouwvriendelijke beleid van Facebook en Apple om vrouwen de mogelijkheid te geven om hun eitjes in te laten vriezen zodat ze carrière kunnen maken. Dus in plaats van goede omstandigheden te creëren dat jonge vrouwen carrière kunnen maken én kinderen te baren moeten zij hun kinderwens maar uitstellen om de wedloop met hun mannelijke collega’s aan te gaan.

Het gaat er mij niet om de “(witte hetero)-man” als grote schuldige aan te wijzen. Ook hij is product van zijn cultuur en opvoeding. Het is me er niet aan gelegen om überhaupt iemand aan te wijzen als schuldige. Het is wel een opdracht aan een ieder om voortdurend alert te zijn bij het handelen. Niet alleen de mogelijk discriminerende partij maar ook de mogelijk gediscrimineerde. Ook al lijkt het nog zo klein, of ligt er een al dan niet mooie traditie aan ten grondslag: signaleer en onthul, want wat gezien wordt, kan niet meer ongezien worden. Laten we gezamenlijk de krachten uitbannen die ons onbewuste vertellen dat het o.k. is om vrouwen, andere rassen en homo’s als minderwaardig te beschouwen. Om met Neil deGrasse Tyson te spreken: Voordat we spreken over genetische verschillen moeten we een systeem invoeren waarin iedereen echt gelijkwaardig is

Underneath we are all the same

Underneath we are all the same

Een reactie plaatsen

Oergevoel

Hoewel ik heb genoten van het zachte weer van de laatste weken, klopt er iets niet. Het is herfst en daar horen geen warme dagen bij. De korte broek dient te worden opgeborgen, niet meer gedragen te worden. De zon is heerlijk maar rond deze tijd van het jaar hoor je te denken: “nou, toch maar even een vest er bij aan”.

Het is het oer-gevoel waar de weersomstandigheden niet mee kloppen. Het gevoel van de verzamelaar in mij die moet zorgen dat de laatste voorraden het hol in gesleept worden. De oermens in mij die zegt dat het hol gezellig, warm en knus gemaakt dient te worden om ons voor te bereiden op barre tijden.

Luisterend naar de holbewoner in mij ben ik bezig met het versieren van mijn huis met allerlei herfst-meuk. Zelf-gehaakte egels en uilen van vilt worden aan een met plastic herfstbladeren versierde krans gehangen. Geen kastanjeboom kan ik voorbij lopen zonder de grond af te speuren naar die mooie glanzende kastanjes. Er moet verzameld worden. Nootjes, eikels, pompoenen, alles moet opgeslagen worden.

Supermarkten vol met de lekkerste jam in allerlei smaken maar mijn zelfgemaakte jam staat keurig gestapeld in de voorraadkast. Het woord voorraadkast kan ik al blij van worden. Kaarsen moet ik, kaarsen in warme kleuren. Ik wil grote pannen pompoensoep met appeltaart toe en warme sokken en huispakken.

Met volle teugen geniet ik van mijn herfst-gekte. Ik geef me er helemaal aan over. Het hoort er bij. Ondanks de high-tech wereld waarin we leven is de natuur nog steeds de baas. We vinden onszelf heel wat maar als puntje bij paaltje komt wordt ons gedrag vaak aangestuurd door impulsen die we niet helemaal onder controle hebben. Zolang er geen slachtoffers door vallen is dat niks erg. Dus ik parkeer mijn bezem naast de deur en roep naar het hemeldak: “Kom maar op met die stormen, waai en gier maar raak!”. Ik ben voorbereid.

pompoen

Een reactie plaatsen

Oordeel

Genietend zat ik achter in mijn tuin in de late zonnestralen van de middag. In de zomer is het me vaak te heet, zo direct in de zon, maar de zon in de lente en zon in een nazomer of herfst vind ik heerlijk. Ik zat daar fijn op mijn stille plekje om mij heen te kijken naar de tuin, waar de pompoenen, de courgette en de Oost-Indische kers om de macht leken te strijden, toen een vrouw van verderop in de straat met haar kleinzoon voorbij kwam. Ze had mij blijkbaar niet gezien want toen ze achter de hoge coniferen liep zei ze hardop en venijnig tegen haar kleinzoon: “Kijk, deze mensen doen hélemaal níets aan de rommel achter hun tuin”. Ze liet er een verontwaardigd “Tsssssss” achter volgen. Het jongetje rende door en riep naar zijn oma dat ze ergens naar moest komen kijken. Zo het joch de opmerking van zijn oma al gehoord had, kon het kind er natuurlijk helemaal niets mee.

De vrouw liep door en mijn mond was van verbazing zo ver opengevallen dat mijn onderkaak zowat op mijn schoot lag. Mijn verbazing zat hem erin dat ze dus zomaar klakkeloos oordeelde over mij en mijn gezin, zonder ook maar één moment zich af te vragen of er misschien wel een goede reden is waarom er achter mijn tuin wat afgevallen bladeren liggen en wat planten aan wildgroei doen. Want daar moet ik haar gelijk in geven, het is achter mijn tuin op het openbare pad wat daar loopt best rommelig.

Pas toen het mens al ver voorbij was kreeg ik mijn kaken op elkaar en bedacht ik wat ik allemaal had kunnen zeggen en doen. Ik had bijvoorbeeld op kunnen staan en hardop kunnen roepen: “Hoi buurvrouw”. Zodat ze ineens had beseft dat ik haar had gehoord. Haar via de andere kant tegemoet lopen met een bezem, die in haar handen drukken en zeggen: “Ach buurvrouw, ik hoor dat u niets te doen heeft, helpt u me even?”. Ook bedacht ik een scenario waarbij ik achter haar tuin met één van mijn kinderen zou lopen en dan zoiets zou zeggen als: “Kijk, hier woont een vrouw die alles wat maar enigszins de kleur groen draagt, direct elimineert omdat zij blijkbaar geen enkele, andere zinvolle bezigheden heeft”.

Maar nadat mijn wraakgevoelens gezakt waren was ik voor het eerst in mijn leven blij dat ik altijd secundair reageer. Omdat ik mij anders schuldig zou maken aan hetzelfde waar ik me bij dit schepsel zo aan erger. Omdat ik dan net zo plat zou oordelen over haar situatie als dat ze bij mij deed. Want als ze bij mij had aangebeld en mij naar het waarom gevraagd had, was het hele voorval anders verlopen. Dan had ik haar wel tien redenen gegeven waarom de achterkant van mijn tuin er zo uitziet. Dan waren we misschien onder het genot van een kopje thee nader tot elkaar gekomen en waren we als goede buren met begrip voor elkaar uiteen gegaan.

In feite ben ik haar dankbaar, want door haar gedrag ben ik weer even op mijn nummer gezet. Ook ik oordeel wel eens te snel over mensen, ik zal eens vaker vragen naar het waarom. Verder deed ze mij weer beseffen wat ik eigenlijk al wist: Het boeit me eigenlijk helemaal niet wat een ander van mij vindt. Want zoals een wijze vrouw eens heeft gezegd: “Wat je vindt, mag je houden.”

Een reactie plaatsen

Asociale media

Als er iemand gek is op Facebook en Twitter dan ben ik het wel. Tegelijkertijd heb ik er eigenlijk een grote hekel aan. Het kost mij zeeën van tijd en leidt mij af van bezigheden die mij veel meer voldoening geven of, nog erger misschien, het houdt mij af van klussen die ik moet doen maar waar ik niet zo veel zin in heb. Even heb ik overwogen om alle sociale media de deur uit te doen. Een kort moment want ik besefte dat ik mij daarmee afsluit van het contact met heel veel leuke, lieve, mooie mensen die ik in het echte leven nooit of zelden tegenkom. Contacten die heel waardevol zijn als je eigenlijk een kluizenaarshart hebt.

Waar ik me wel steeds meer aan stoor is het lukraak reageren. Het blind delen van plaatjes met wantoestanden zonder na te gaan hoe het plaatje tot stand gekomen is of waar het vandaan komt. Het vanuit de onderbuik iets roepen over beelden of teksten. Het zomaar delen van berichten over daders die opgespoord dienen te worden als moderne schandpaal. Bedenkt er iemand dat we met zijn allen een emmer ijswater over ons hoofd moeten gooien, dan doen we dat gewoon. “Waar was het ook weer voor? O, voor ALS. Wat is dat? Een hele erge ziekte. O.k. lachen, doen we!”

Zet één letter verkeerd in een bericht en je wordt van alle kanten aangevallen. En ook daar zitten twee kanten aan. Denk toch eens na voordat je een bericht de wereld in stuurt. Men heeft nog steeds niet door dat het geschreven woord anders overkomt dan het gesproken woord. Dat intonatie en gezichtsuitdrukking de grens bepalen tussen ironie en een rotopmerking. Aan de andere kant denkt iedereen maar direct door grove bewoordingen en dreigementen duidelijk te moeten maken dat de ander het totaal verkeerd ziet. Heb je een mening? Dan moet je gelijk afgemaakt worden.

In het echte leven tellen we als beschaafde volwassenen toch ook tot tien voordat we ergens op reageren? Slaan we er toch ook niet gelijk op los? Doen we het toch ook niet meteen als iemand ons uitdaagt om in onze blote reet een drukke winkelstraat in te rennen om aandacht te vragen voor patiënten die lijden aan anale ongemakken?

Kunnen we dan nu met elkaar afspreken dat we bij alles wat we zien of lezen, ons afvragen:

1.       Is dit wel zo?

2.       Wat weet ik er van?

3.       Waar komt dit bericht vandaan?

Dan blijf ik gewoon actief op de sociale media en kan ik iedereen weer een ongemakkelijk gevoel geven met mijn geschrijf.

(P.s. reacties op dit bericht zijn welkom mits beschaafd geformuleerd en gescreend met bovenstaande vragen)

Een reactie plaatsen

Dierenliefde

Begin dit jaar vierde ik mijn vijftienjarig jubileum als vegetariër. Strikt gezien nog niet eens een echte omdat ik af en toe nog wel eens vis at. Maar het laatste half jaar begonnen die vissen aan mijn geweten te knabbelen. Dat, gecombineerd met een ontmoeting met een veganist en het lezen van het boek “dieren eten” van Jonathan Saffran-Foer deed mij met schaamte achterom kijken. Dacht ik vijftien jaar lang goed bezig te zijn geweest. Wat een onwetendheid. Mijn goede intenties ten spijt, heb ik jarenlang nog meegewerkt aan verschrikkelijk dierenleed. Voor mij is het duidelijk geworden dat ik mijn eet- en leefpatroon moet veranderen.

Dat gaat niet van de éne op de andere dag. Het is een proces wat behoorlijk ingewikkeld is omdat er in zoveel producten iets dierlijks verwerkt zit. Soms duidelijk, als je tenminste de piepkleine lettertjes van de ingrediëntenlijst kunt lezen en soms verstopt achter e-nummers.

De verandering in mijn leven beperkt zich niet tot mijn consumptiegedrag. Er is een onophoudelijke gedachtestroom in gang gezet. Ik bezie de hele wereld om mij heen opeens met heel andere ogen en verbaas me hoe het zo ver heeft kunnen komen. Mijn verbazing zit hem er vooral in dat velen (ja, ook ik) enerzijds ontzettend lief voor dieren zijn en anderzijds toestaan dat er per dag meer dan een miljoen dieren dood gemaakt worden. Dat zijn er grofweg duizend per minuut. Dag en nacht, jaar na jaar. Alleen al in Nederland. Zeventien per seconde. Van die zeventien dieren per seconde hebben ongeveer vijftien een ellendig, tegennatuurlijk leven in de bio-industrie gehad. Tel maar mee, één keer vijftien, twee keer vijftien, drie keer…

Ook ben ik er achter hoe het kan dat we met zijn allen lieve, grappige dierenfilmpjes delen terwijl we bovengenoemde gruwelijkheden gewoon laten gebeuren. Het dier en datgene wat er op ons bord ligt is losgekoppeld van elkaar. We spreken van bio-industrie, stukje vlees, gehaktbal, schnitzel, product en willen niet horen dat het over levende wezens gaat.

Er is een grote kans dat er een aantal vleeseters al halverwege dit verhaal afgehaakt zijn omdat men het niet wil weten wat er gaande is. Vraag de gemiddelde vleeseter zijn eigen varken, kip of koe te slachten, er zullen er weinig zijn die dat kunnen. Zet teveel filmpjes of foto’s van misstanden in de vleesproductielijn op je sociale media en je wordt acuut ontvriend door een aantal mensen. Of je krijgt er letterlijk een bericht onder: “ik wil dit niet zien”.

Mijn weg naar een veganistisch leven ligt duidelijk en helder voor me. Ik ben er nog niet maar ik weet waar ik naar toe moet. Helemaal geen dierenleed veroorzaken zal niet lukken in de huidige maatschappij maar ik ga mijn best doen. Intussen hoop ik aan het geweten van al die lieve, dieren liefhebbende vleeseters om mij heen te knagen zoals de vissen bij mij hebben gedaan. Pas op: ik word jullie Japie Krekel.