2 reacties

Echte mannen

Het zijn verwarrende tijden voor de man. Hoe moet hij zich nou precies gedragen ten opzichte van de vrouw? Aan de ene kant, kan hij voor een kleine misstap al worden aangeklaagd voor seksuele intimidatie, aan de andere kant worden er ‘versier’cursussen gegeven door ene meneer Julien Blanc, waarbij de man verteld wordt dat het helemaal prima is als hij de vrouw met haar gezicht in zijn kruis duwt. Dat de vrouw het heerlijk vindt om overmeesterd te worden en dat ze graag als dweil behandeld wordt. Dit wordt in Nederland nog eens bevestigd door een ander fijn heerschap, Journalist Thierry Baudet, die er nog een schepje bovenop doet door te beweren dat jonge vrouwen wrede schepseltjes zijn die meedogenloos het zelfvertrouwen van onschuldige jonge kerels voor de rest van hun leven om zeep helpen.

Geloof mij lieve mannen, verreweg de meeste vrouwen vinden dit soort dingen niet fijn. Als de vrouw geïnteresseerd is in een fijn potje rollenbollen, zal ze met veel plezier vrijwillig in je kruis happen, maar, uitzonderingen daar gelaten, normaal gesproken komt dat toch echt ná het versieren. De mannen die dit soort dingen beweren zijn wat mij betreft gevaarlijke gekken uit een vorige eeuw.

Wat wil de vrouw dan wel? Complimenten mannen! Welgemeende of goed geacteerde complimenten. Maar let op, hier moet je wel even op oefenen. Een goed compliment is niet eenvoudig. Voor je het weet heb je iets gezegd wat een compliment lijkt maar ondertussen heel erg beledigend is. Neem nou: “Je ziet er goed uit voor je leeftijd”. De vrouw hoort hierin het volgende: “Je bent een ouwe tang maar in de categorie ouwe tangen ben jij niet zo afstotelijk als je zou verwachten”. Laat dus voor je eigen veiligheid dat “voor je leeftijd” er af! Wil je iets met leeftijd doen? Schat haar, als ze dertig jaar of ouder is, jonger in. Hou hierbij een marge van rond de vijf jaar aan, het moet wel geloofwaardig zijn.

Opmerkingen over haar kledingkeuze doen het ook altijd goed en zijn redelijk veilig. Als je zegt dat ze een mooie jurk aan heeft en dat hij haar zo goed staat, weet ze zelf heus wel dat je ook bedoelt dat haar ronde vormen er zo mooi in uitkomen. Dat was waarom ze die jurk in de eerste plaats heeft aangetrokken.

Last but not least: Maak nooit, maar dan ook nooit, de fout om te denken dat mooie vrouwen wel weten dat ze mooi zijn en dus geen complimenten nodig hebben. De tragiek van veel mooie vrouwen is juist dat ze het nooit meer te horen krijgen. Jullie zouden eens moeten weten hoeveel onzekerheid er achter al die mooie gezichten schuil gaat.

Kortom, een echte man is er één die een goed compliment geven kan. En wil je dat vrouwen naar jou kijken? Leen de chihuahua van je tante en doe daar heel lief tegen, succes gegarandeerd, fijne knullen!

Origineel van deze foto is te vinden via deze link

Origineel van deze foto is te vinden via deze link

Een reactie plaatsen

Oefenen

Mijn oudste kind is het huis uit. Hij wilde het al langer maar vind maar eens een betaalbare kamer in Amsterdam waar je meer in kwijt kan dan een bed en een bureau. De aanhouder wint en uiteindelijk kon hij terecht in een tot studentenflat omgetoverd kantoorpand.

‘Omgetoverd’ klinkt goed maar de realiteit is dat in dit lelijke jaren zeventig gebouw met Oostblok-look simpelweg gangen zijn gehakt en systeemwanden zijn geplaatst. Dat heeft geresulteerd in wooneenheden met twaalf tot zestien kamers waar de gemiddelde terrorist geen kwaad zou kunnen. Waar je rustig een troepje apen in los zou kunnen laten zonder dat ze veel schade aan zouden kunnen richten. Een geweldige plek dus als je jong bent. Er mag gefeest worden, het mag vies zijn en vooral: je bent er met gelijkgestemden.

Je zou kunnen denken dat ik als moederkloek er grote moeite mee heb dat hij niet meer onder mijn vleugels is. Maar hoewel ik zijn drukte, humor en gezelligheid in de dagelijkse omgang zal missen, voelt het goed. Het is de orde der dingen. Een natuurlijk gegeven. Hij was er aan toe en ook al kun je daar niets bij voorstellen zolang de kinderen nog klein zijn: mijn lief en ik ook. Het is als in de natuur. Als een mannetjesdier volwassen wordt, is het tijd om weg te trekken en zich voort te planten om zo zijn eigen familie te starten. Dat voortplanten mag hij wat mij betreft nog even uitstellen zo hij het al van plan is, maar in een studentenflat wonen is ook een soort van familie om je heen verzamelen en ik zie dat het hem goed doet.

Een kind is vanaf zijn geboorte bezig om zich los te maken van zijn ouders. De tocht naar een zelfstandig leven is dus al veel eerder begonnen dan het precieze tijdstip dat hij het huis uit gaat. Het is dus meer een ijkpunt dan een daadwerkelijk veranderde toestand. Nu we op dat ijkpunt zijn beland kan ik maar één ding concluderen en dat is dat mijn zoon een prachtig mens is in wie ik al het vertrouwen heb dat hij zichzelf kan redden. En als hij dat soms even niet kan? Dan staat mijn deur natuurlijk wagenwijd open. Hij is tenslotte nog in de oefenfase en een kind wat nog maar net kan lopen laat je ook geen marathon rennen. Dan mag ik weer lekker over hem moederen en zijn lievelingskostje koken. Zo oefen ik ook vast voor de dag dat hij mij definitief niet meer nodig heeft.

Hier vind je het origineel van dit plaatje

Hier vind je het origineel van dit plaatje

Een reactie plaatsen

Gelijkwaardig

Kun je als niet-gediscrimineerde oordelen over discriminatie? Deze vraag dringt zich steeds meer bij mij op. Zonder nu weer de hele zwarte pieten discussie te willen opstarten (ik krijg al een omgekeerde peristaltiek als ik dit opschrijf) was dit onder andere één van de aanleidingen om mijn brein overuren te laten draaien over dat onderwerp. Kun je als witte heteroman oordelen over het al dan niet gediscrimineerd worden van vrouwen, mensen met een andere kleur of anders geaarden?

Zelf ben ik er nog niet uit. Als zelfs gediscrimineerden soms niet door hebben dat er discriminatie in het spel is omdat ze nu eenmaal in bepaalde omstandigheden zijn geboren en opgevoed, hoe moet degene aan de andere kant van de lijn dan doorhebben dat ze wel degelijk discrimineren. Het is bijvoorbeeld nog steeds maatschappelijk geaccepteerd om vrouwen als seksobjecten in reclames te laten fungeren, vrouwen in het grootste deel van de films voornamelijk in een ondergeschikte rol te laten optreden en onze taal is doorspekt met vrouwonvriendelijke uitdrukkingen. En toch zijn er maar weinig vrouwen die zich daar druk om maken, het is namelijk zo sluipend dat als je er niet op let, het niet eens opvalt. Sterker nog, er zijn genoeg vrouwen die zelf hier aan meewerken zonder door te hebben dat ze dat doen. Maar als je het eenmaal ziet, kun je het niet meer on-zien.

Hoe geniepig discriminatie in zijn werk gaat wordt op een prachtige manier uitgelegd door wetenschapscommunicator Neil deGrasse Tyson in dit filmpje op Youtube. Hij zit samen met vrouwelijke wetenschapper voor een zaal met grijzende en kalende witte mannen en er wordt besmuikt door één van deze heren gevraagd: “what’s up with chicks in science”. Het antwoord wat hij geeft illustreert op een grappige maar o, zo scherpe manier wat er mis is.

De meeste van de mannen in de zaal hadden er waarschijnlijk geen idee van dat ze ook maar een seconde in hun leven hebben gediscrimineerd en toch doen ze dat wel op dagelijkse basis. Al is het alleen al omdat er van vrouwen geëist wordt dat ze hetzelfde functioneren als mannen in een ooit door mannen opgezet systeem zonder dat systeem ter discussie te stellen en te veranderen. Een mooi voorbeeld is het zogenaamd vrouwvriendelijke beleid van Facebook en Apple om vrouwen de mogelijkheid te geven om hun eitjes in te laten vriezen zodat ze carrière kunnen maken. Dus in plaats van goede omstandigheden te creëren dat jonge vrouwen carrière kunnen maken én kinderen te baren moeten zij hun kinderwens maar uitstellen om de wedloop met hun mannelijke collega’s aan te gaan.

Het gaat er mij niet om de “(witte hetero)-man” als grote schuldige aan te wijzen. Ook hij is product van zijn cultuur en opvoeding. Het is me er niet aan gelegen om überhaupt iemand aan te wijzen als schuldige. Het is wel een opdracht aan een ieder om voortdurend alert te zijn bij het handelen. Niet alleen de mogelijk discriminerende partij maar ook de mogelijk gediscrimineerde. Ook al lijkt het nog zo klein, of ligt er een al dan niet mooie traditie aan ten grondslag: signaleer en onthul, want wat gezien wordt, kan niet meer ongezien worden. Laten we gezamenlijk de krachten uitbannen die ons onbewuste vertellen dat het o.k. is om vrouwen, andere rassen en homo’s als minderwaardig te beschouwen. Om met Neil deGrasse Tyson te spreken: Voordat we spreken over genetische verschillen moeten we een systeem invoeren waarin iedereen echt gelijkwaardig is

Underneath we are all the same

Underneath we are all the same

Een reactie plaatsen

Oergevoel

Hoewel ik heb genoten van het zachte weer van de laatste weken, klopt er iets niet. Het is herfst en daar horen geen warme dagen bij. De korte broek dient te worden opgeborgen, niet meer gedragen te worden. De zon is heerlijk maar rond deze tijd van het jaar hoor je te denken: “nou, toch maar even een vest er bij aan”.

Het is het oer-gevoel waar de weersomstandigheden niet mee kloppen. Het gevoel van de verzamelaar in mij die moet zorgen dat de laatste voorraden het hol in gesleept worden. De oermens in mij die zegt dat het hol gezellig, warm en knus gemaakt dient te worden om ons voor te bereiden op barre tijden.

Luisterend naar de holbewoner in mij ben ik bezig met het versieren van mijn huis met allerlei herfst-meuk. Zelf-gehaakte egels en uilen van vilt worden aan een met plastic herfstbladeren versierde krans gehangen. Geen kastanjeboom kan ik voorbij lopen zonder de grond af te speuren naar die mooie glanzende kastanjes. Er moet verzameld worden. Nootjes, eikels, pompoenen, alles moet opgeslagen worden.

Supermarkten vol met de lekkerste jam in allerlei smaken maar mijn zelfgemaakte jam staat keurig gestapeld in de voorraadkast. Het woord voorraadkast kan ik al blij van worden. Kaarsen moet ik, kaarsen in warme kleuren. Ik wil grote pannen pompoensoep met appeltaart toe en warme sokken en huispakken.

Met volle teugen geniet ik van mijn herfst-gekte. Ik geef me er helemaal aan over. Het hoort er bij. Ondanks de high-tech wereld waarin we leven is de natuur nog steeds de baas. We vinden onszelf heel wat maar als puntje bij paaltje komt wordt ons gedrag vaak aangestuurd door impulsen die we niet helemaal onder controle hebben. Zolang er geen slachtoffers door vallen is dat niks erg. Dus ik parkeer mijn bezem naast de deur en roep naar het hemeldak: “Kom maar op met die stormen, waai en gier maar raak!”. Ik ben voorbereid.

pompoen

Een reactie plaatsen

Oordeel

Genietend zat ik achter in mijn tuin in de late zonnestralen van de middag. In de zomer is het me vaak te heet, zo direct in de zon, maar de zon in de lente en zon in een nazomer of herfst vind ik heerlijk. Ik zat daar fijn op mijn stille plekje om mij heen te kijken naar de tuin, waar de pompoenen, de courgette en de Oost-Indische kers om de macht leken te strijden, toen een vrouw van verderop in de straat met haar kleinzoon voorbij kwam. Ze had mij blijkbaar niet gezien want toen ze achter de hoge coniferen liep zei ze hardop en venijnig tegen haar kleinzoon: “Kijk, deze mensen doen hélemaal níets aan de rommel achter hun tuin”. Ze liet er een verontwaardigd “Tsssssss” achter volgen. Het jongetje rende door en riep naar zijn oma dat ze ergens naar moest komen kijken. Zo het joch de opmerking van zijn oma al gehoord had, kon het kind er natuurlijk helemaal niets mee.

De vrouw liep door en mijn mond was van verbazing zo ver opengevallen dat mijn onderkaak zowat op mijn schoot lag. Mijn verbazing zat hem erin dat ze dus zomaar klakkeloos oordeelde over mij en mijn gezin, zonder ook maar één moment zich af te vragen of er misschien wel een goede reden is waarom er achter mijn tuin wat afgevallen bladeren liggen en wat planten aan wildgroei doen. Want daar moet ik haar gelijk in geven, het is achter mijn tuin op het openbare pad wat daar loopt best rommelig.

Pas toen het mens al ver voorbij was kreeg ik mijn kaken op elkaar en bedacht ik wat ik allemaal had kunnen zeggen en doen. Ik had bijvoorbeeld op kunnen staan en hardop kunnen roepen: “Hoi buurvrouw”. Zodat ze ineens had beseft dat ik haar had gehoord. Haar via de andere kant tegemoet lopen met een bezem, die in haar handen drukken en zeggen: “Ach buurvrouw, ik hoor dat u niets te doen heeft, helpt u me even?”. Ook bedacht ik een scenario waarbij ik achter haar tuin met één van mijn kinderen zou lopen en dan zoiets zou zeggen als: “Kijk, hier woont een vrouw die alles wat maar enigszins de kleur groen draagt, direct elimineert omdat zij blijkbaar geen enkele, andere zinvolle bezigheden heeft”.

Maar nadat mijn wraakgevoelens gezakt waren was ik voor het eerst in mijn leven blij dat ik altijd secundair reageer. Omdat ik mij anders schuldig zou maken aan hetzelfde waar ik me bij dit schepsel zo aan erger. Omdat ik dan net zo plat zou oordelen over haar situatie als dat ze bij mij deed. Want als ze bij mij had aangebeld en mij naar het waarom gevraagd had, was het hele voorval anders verlopen. Dan had ik haar wel tien redenen gegeven waarom de achterkant van mijn tuin er zo uitziet. Dan waren we misschien onder het genot van een kopje thee nader tot elkaar gekomen en waren we als goede buren met begrip voor elkaar uiteen gegaan.

In feite ben ik haar dankbaar, want door haar gedrag ben ik weer even op mijn nummer gezet. Ook ik oordeel wel eens te snel over mensen, ik zal eens vaker vragen naar het waarom. Verder deed ze mij weer beseffen wat ik eigenlijk al wist: Het boeit me eigenlijk helemaal niet wat een ander van mij vindt. Want zoals een wijze vrouw eens heeft gezegd: “Wat je vindt, mag je houden.”

Een reactie plaatsen

Asociale media

Als er iemand gek is op Facebook en Twitter dan ben ik het wel. Tegelijkertijd heb ik er eigenlijk een grote hekel aan. Het kost mij zeeën van tijd en leidt mij af van bezigheden die mij veel meer voldoening geven of, nog erger misschien, het houdt mij af van klussen die ik moet doen maar waar ik niet zo veel zin in heb. Even heb ik overwogen om alle sociale media de deur uit te doen. Een kort moment want ik besefte dat ik mij daarmee afsluit van het contact met heel veel leuke, lieve, mooie mensen die ik in het echte leven nooit of zelden tegenkom. Contacten die heel waardevol zijn als je eigenlijk een kluizenaarshart hebt.

Waar ik me wel steeds meer aan stoor is het lukraak reageren. Het blind delen van plaatjes met wantoestanden zonder na te gaan hoe het plaatje tot stand gekomen is of waar het vandaan komt. Het vanuit de onderbuik iets roepen over beelden of teksten. Het zomaar delen van berichten over daders die opgespoord dienen te worden als moderne schandpaal. Bedenkt er iemand dat we met zijn allen een emmer ijswater over ons hoofd moeten gooien, dan doen we dat gewoon. “Waar was het ook weer voor? O, voor ALS. Wat is dat? Een hele erge ziekte. O.k. lachen, doen we!”

Zet één letter verkeerd in een bericht en je wordt van alle kanten aangevallen. En ook daar zitten twee kanten aan. Denk toch eens na voordat je een bericht de wereld in stuurt. Men heeft nog steeds niet door dat het geschreven woord anders overkomt dan het gesproken woord. Dat intonatie en gezichtsuitdrukking de grens bepalen tussen ironie en een rotopmerking. Aan de andere kant denkt iedereen maar direct door grove bewoordingen en dreigementen duidelijk te moeten maken dat de ander het totaal verkeerd ziet. Heb je een mening? Dan moet je gelijk afgemaakt worden.

In het echte leven tellen we als beschaafde volwassenen toch ook tot tien voordat we ergens op reageren? Slaan we er toch ook niet gelijk op los? Doen we het toch ook niet meteen als iemand ons uitdaagt om in onze blote reet een drukke winkelstraat in te rennen om aandacht te vragen voor patiënten die lijden aan anale ongemakken?

Kunnen we dan nu met elkaar afspreken dat we bij alles wat we zien of lezen, ons afvragen:

1.       Is dit wel zo?

2.       Wat weet ik er van?

3.       Waar komt dit bericht vandaan?

Dan blijf ik gewoon actief op de sociale media en kan ik iedereen weer een ongemakkelijk gevoel geven met mijn geschrijf.

(P.s. reacties op dit bericht zijn welkom mits beschaafd geformuleerd en gescreend met bovenstaande vragen)

Een reactie plaatsen

Dierenliefde

Begin dit jaar vierde ik mijn vijftienjarig jubileum als vegetariër. Strikt gezien nog niet eens een echte omdat ik af en toe nog wel eens vis at. Maar het laatste half jaar begonnen die vissen aan mijn geweten te knabbelen. Dat, gecombineerd met een ontmoeting met een veganist en het lezen van het boek “dieren eten” van Jonathan Saffran-Foer deed mij met schaamte achterom kijken. Dacht ik vijftien jaar lang goed bezig te zijn geweest. Wat een onwetendheid. Mijn goede intenties ten spijt, heb ik jarenlang nog meegewerkt aan verschrikkelijk dierenleed. Voor mij is het duidelijk geworden dat ik mijn eet- en leefpatroon moet veranderen.

Dat gaat niet van de éne op de andere dag. Het is een proces wat behoorlijk ingewikkeld is omdat er in zoveel producten iets dierlijks verwerkt zit. Soms duidelijk, als je tenminste de piepkleine lettertjes van de ingrediëntenlijst kunt lezen en soms verstopt achter e-nummers.

De verandering in mijn leven beperkt zich niet tot mijn consumptiegedrag. Er is een onophoudelijke gedachtestroom in gang gezet. Ik bezie de hele wereld om mij heen opeens met heel andere ogen en verbaas me hoe het zo ver heeft kunnen komen. Mijn verbazing zit hem er vooral in dat velen (ja, ook ik) enerzijds ontzettend lief voor dieren zijn en anderzijds toestaan dat er per dag meer dan een miljoen dieren dood gemaakt worden. Dat zijn er grofweg duizend per minuut. Dag en nacht, jaar na jaar. Alleen al in Nederland. Zeventien per seconde. Van die zeventien dieren per seconde hebben ongeveer vijftien een ellendig, tegennatuurlijk leven in de bio-industrie gehad. Tel maar mee, één keer vijftien, twee keer vijftien, drie keer…

Ook ben ik er achter hoe het kan dat we met zijn allen lieve, grappige dierenfilmpjes delen terwijl we bovengenoemde gruwelijkheden gewoon laten gebeuren. Het dier en datgene wat er op ons bord ligt is losgekoppeld van elkaar. We spreken van bio-industrie, stukje vlees, gehaktbal, schnitzel, product en willen niet horen dat het over levende wezens gaat.

Er is een grote kans dat er een aantal vleeseters al halverwege dit verhaal afgehaakt zijn omdat men het niet wil weten wat er gaande is. Vraag de gemiddelde vleeseter zijn eigen varken, kip of koe te slachten, er zullen er weinig zijn die dat kunnen. Zet teveel filmpjes of foto’s van misstanden in de vleesproductielijn op je sociale media en je wordt acuut ontvriend door een aantal mensen. Of je krijgt er letterlijk een bericht onder: “ik wil dit niet zien”.

Mijn weg naar een veganistisch leven ligt duidelijk en helder voor me. Ik ben er nog niet maar ik weet waar ik naar toe moet. Helemaal geen dierenleed veroorzaken zal niet lukken in de huidige maatschappij maar ik ga mijn best doen. Intussen hoop ik aan het geweten van al die lieve, dieren liefhebbende vleeseters om mij heen te knagen zoals de vissen bij mij hebben gedaan. Pas op: ik word jullie Japie Krekel.

 

 

2 reacties

Boos op de wereld

Na een paar weken niet te hebben geschreven in verband met studie en vakantie, wilde ik weer eens een ‘Scil’ schrijven. Mijn pen bleef echter boven het papier zweven. Had ik dan niets meer aan mijn lezers te vertellen? Kon ik dan niets bedenken voor een nieuwe blog? Er lag nog wel een idee over domme teksten op lelijke decoratiespullen maar dat wilde geen vorm aannemen in mijn hoofd. Het zou een grappig stukje moeten worden maar het lukte mij niet om iets grappigs op papier te zetten.

Het punt is, dat alles wat er aan de hand is in de wereld, zich aan mij opdringt. Oorlogen zijn van alle tijden en er is in de bijna vijftig jaar dat ik op de aarde rondloop altijd wel ergens iets aan de hand geweest maar plotseling is er te veel op te veel plekken in de wereld. Waren het voorheen nog onbekende stammen die elkaar bestreden of exotische (en in mijn ogen onderontwikkelde) landen waar delen van de bevolking onderdrukt werden, nu komt het steeds dichter bij.

Voor het eerst in mijn leven voel ik mij bedreigd in mijn bestaan. Er zijn te veel partijen die onze manier van leven in ons mooie vrije land afkeuren. We zijn te afhankelijk van landen die ons maar een stelletje losgeslagen zondaren vinden.

Maar ook binnen Nederland lopen de emoties hoog op. Op de sociale media wordt heel primair op allerlei beelden en nieuws gereageerd. Men roept van alles zonder zich echt te verdiepen in de achtergrond. Het is heus niet zo dat ik mij inlees in elk conflict wat er nu gaande is maar ik waak er wel voor om overal maar een mening over te hebben. De enige mening die alles overheerst is dat ik wil dat het geweld stopt en het lijden ophoudt.Ik wil mij in mijn eigen zeepbel terugtrekken en boven mijn eigen vreedzame en lieflijke land zweven, vrij bewegend zoals ik altijd heb kunnen doen. Mijn ogen willen schoonheid zien. Mijn oren willen zoete klanken horen. Maar wat ik zie is te erg voor woorden en in mijn hoofd worden alle liedjes verdrongen door één lied: “Angry at the world van Kyteman. Want boos ben ik. Boos dat de mensheid er zo een grote klotezooi van maakt.

 

 

Een reactie plaatsen

Bodemloos

Ruim vijftien jaar geleden ging de telefoon. Het was mijn broer. “Ga zitten,” zei hij, “ik moet je iets heel ergs vertellen.” Mijn hart klopte in mijn keel en ik vroeg hem wat er dan was. Hij vroeg me met klem te gaan zitten. Dat deed ik en hij vertelde mij dat de jongste dochter van één van onze zussen verongelukt was met haar motor. De bodem verdween onder me vandaan.

Het was de derde dierbare in anderhalf jaar tijd. Mijn lieve schoonvader en een hele fijne oom van mijn lief waren kort daarvoor al overleden. Maar hoewel ik veel verdriet had gehad om deze twee fijne mannen was het nu toch wel heel anders. De blinde paniek en levensangst die volgde op de dood van mijn prachtige nicht was bijna niet te dragen. Ik had mijn eigen verdriet, vond het wreed dat mijn ouders hun kleinkind verloren waren en vooral was het onmenselijk hartverscheurend om te moeten aanzien hoe mijn zus, zwager en hun oudste dochter er onder leden. De paniek en het allesoverheersende verdriet gaan in de loop der jaren wel weg. De levensangst nooit meer helemaal. Het verdriet om het verlies en om de lege plek die zij in de familie achterlaat, raakt op de achtergrond maar zal altijd blijven. Zelfs nu na al die jaren kan ik bovenstaande niet opschrijven zonder te moeten huilen. Wie iets soortgelijks heeft meegemaakt zal precies weten wat ik bedoel.

Op het nieuws hoor ik dat de vluchtelingenstroom nog nooit eerder zo groot is geweest als op dit moment. Meer dan 50 miljoen mensen hebben hun huis verlaten en zijn met dat kleine beetje bezittingen wat ze kunnen dragen op de vlucht geslagen. Meer dan 50.000.000 mensen die hoogstwaarschijnlijk ook veel lievelingen zijn verloren. Maar het lijkt soms wel alsof we niet meer zien dat het mensen zijn. We noemen ze vluchteling of asielzoeker, waarbij sommigen die woorden uitspreken alsof het iets vies is, en vergeten dat het hier gaat om individuen die immens verdriet kunnen voelen ook al lijkt het alsof ze er makkelijker mee omgaan omdat de nuances in hun taalgebruik ons ontgaan of omdat ze er anders uitzien.

Laten we alsjeblieft nooit vergeten dat het verdriet, de paniek en de angst die ik voelde toen mijn leuke, lieve en stoere nicht op haar 23e dood ging, universeel is. Dat ieder keer als we het over een mijoentje meer of minder hebben, deze onvoorstelbare aantallen uit allemaal individuen bestaan die stuk voor stuk, evenveel verdriet, paniek en angst ervaren. Zelf heb ik veel gehad aan de open armen van familie en vrienden die me konden troosten en mij veiligheid konden bieden als het even teveel was. Laten we als land onze armen open blijven houden voor elke vluchteling die het voor elkaar krijgt om onze veiligheid te bereiken en nooit vergeten dat het mensen zijn zoals jij en ik, die niet alleen denkbeeldig de bodem onder zich voelden verdwijnen bij elke dode die ze moesten betreuren, maar daar bovenop ook nog eens fysiek hun bodem hebben moeten verlaten.

Vluchtelingen

Foto van JanWillemsen. Klik hier voor het origineel.

Een reactie plaatsen

Nu-generatie

Binnen het gezin waar ik geboren ben zijn diverse generaties vertegenwoordigd. Mijn oudste zussen kun je tot de babyboomers rekenen. De zus die daarna komt hoort tot de protestgeneratie en was in haar jonge jaren een echte hippie. Mijn broer en ik zou je kunnen rekenen tot de generatie X of de verloren generatie. Mijn protestvorm bestond uit een brave soort punk. De oudste kinderen van mijn zussen zijn van de pragmatische- of patatgeneratie. We hebben er ook een paar in de categorie generatie Y, de grenzeloze generatie, de achterbankgeneratie, knip- en plakgeneratie of Peter-Pan-generatie.

Over elke generatie is wel iets negatiefs te zeggen maar goed beschouwd doen we het als familie nog niet zo slecht. We hebben allemaal betaald werk, in loondienst of eigen bedrijf, hebben min of meer doorgeleerd en de jongsten zijn nog volop aan het studeren.

Het is precies die generatie waar ik me een beetje zorgen om maak. Als ik om me heen, maar ook naar mijn eigen kinderen kijk, zie ik een generatie waar het nooit wat aan ontbroken heeft. Jonge mensen die alles in het leven hebben gekregen volgens het principe ‘ik wil het en ik wil het NU!’. En ik beken schuld. Ik vrees dat ook ik, op dat vlak, een stel vreselijk verwende nesten heb voortgebracht.

Waar ik eerst nog met volle overtuiging achter mijn manier van opvoeden stond, heb ik nu mijn twijfels of we de jonge mensen van nu wel goed voorbereid hebben op de harde, nare wereld om hen heen. Op de realiteit van een wereld waar van alles mee aan de hand is. Oorlogen, natuurrampen, milieuproblemen noem het maar op. Om het nog maar niet te hebben over alle voorzieningen die minder worden, de economie waarvan we niet weten hoe het gaat worden, de hoge werkloosheid. Zijn zij sterk genoeg, kunnen zij het allemaal wel aan? Verbeeld ik het me, of zijn deze jongeren zoveel arroganter en egoïstischer dan hun ouders? Wij, de ouders van tieners en twintigers hebben weinig grenzen gesteld en waar dat toe gaat leiden weet niemand.

Toch zie ik ook veel goeds. Er is ook veel sociale betrokkenheid, er is meer besef dat we deel uit maken van het groter geheel. Bij mijn kinderen heb ik ontdekt dat ze, veel meer dan ik ooit was, bezig zijn met bewuste keuzes voor hun toekomst. Waar ik nog een beetje door het leven vlinder en ze voorhoud dat ze vooral iets moeten doen wat ze leuk vinden, denken zij veel meer na over hoe ze straks in hun onderhoud gaan voorzien.

Het is van alle generaties om bezorgd te zijn om ‘de jeugd van tegenwoordig’. Als je ouder bent zie je zoveel meer gevaar en komt er een moment dat je niet meer kunt bijbenen waar je kinderen mee bezig zijn. Dat is het moment dat je een dinosaurus wordt. Aangezien ik honderd wil worden hoop ik dat moment nog lang uit te kunnen stellen maar ik wil dan wel achterom kunnen kijken en zeggen: “Ik snap er geen zak van waar ze het over hebben maar al met al doen ze het nog niet zo slecht.”

Tattoo_Design___Tree_of_Life_by_31337157

Het origineel van deze ‘tree of life’ vind je hier