2 reacties

Bezit

Het meisje heeft de wedstrijd gewonnen. Op een belangrijke avond voor de Nederlandse popmuziek mag zij als enige tussen het neusje van de zalm aan popartiesten staan en één vraag stellen aan haar idool. Enigszins bibberend op haar elfjarige beentjes stapt ze op de rapper van haar keuze af. Zijn zachtaardige uitstraling maakt dat je direct begrijpt waarom jonge meisjes, als de vragenstelster, voor hem vallen als een blok. Ik bewonder haar moed als ze met vaste stem haar vraag stelt. Ze vraagt hem wat zijn dierbaarste bezit is. De rapper heeft de vraag kunnen voorbereiden, zegt hij, en heeft er goed over nagedacht. De antwoorden die ik verwacht variëren van: ”Mijn zakmes, die ik nog gekregen heb van mijn lieve opa Gers. Ja, ik ben naar hem vernoemd” tot “Mijn coole, dikke, vette auto die ik heb kunnen kopen van het geld van mijn eerste platencontract”. Maar nee, niets van dit alles. Wat zegt de weke mossel?: ”Mijn dierbaarste bezit is mijn vriendin en mijn fans”.

Zijn vriendin is dus zijn bezit? Ik dacht dat de slavernij afgeschaft was en dat we in een tijdperk leven waarin er wettelijk en sociaal bepaald is dat de vrouw niet meer toebehoort aan de man maar een zelfstandig en gelijkwaardig wezen is. Alsof er een veertje onder mijn achterste zit spring ik op van de bank en roep tegen het televisiescherm: “FOUT, jongeman, fout antwoord!”. Vervelend is wel dat mijn ergernis alleen dochter en echtgenoot bereiken, die weten wel hoe ik er over denk, en dat het antwoord van die rap-flapdrol recht in al de op hem verliefde meisjesharten komt. Het is velen waarschijnlijk ontgaan. De meeste mensen horen dit waarschijnlijk niet bewust maar dat is nou precies wat ik er zo erg aan vind.

We zijn ons in het taalgebruik vaak niet bewust hoe denigrerend het is naar vrouwen. Ik denk dat het woord “kut” op dit moment het meest gebruikte scheldwoord is. Dat komt voor een deel natuurlijk omdat het zo lekker bekt. Een andere reden, vermoed ik in al mijn achterdocht, is dat het een vrouwelijk woord is. Mannen hoor je het ook nog al eens hebben over “vrouwtje” als ze het over een volwassen exemplaar hebben. Meisjes worden nog massaal “weg gegeven” tijdens hun huwelijksdag door hun vader, een symbool dat hij zijn bezit overdraagt aan een andere man. Een vrouw op TV of in een openbare functie wordt nog steeds als eerste op haar uiterlijk beoordeeld.

Zolang we ons niet bewuster worden van dit soort automatismen is echte gelijkwaardigheid, naar ik vrees, nog ver te zoeken.

Gers Pardoel

1 reactie

Heb uw naaste lief

Een paar dagen terug verscheen op TV een jonge vent die op een vreselijke manier in elkaar geslagen was. Hij was tegen zijn hoofd geschopt omdat hij van iemand houdt. Omdat degene van wie hij houdt ook toevallig een man is. Het is geen incident. Er worden aan de lopende band mensen uitgesloten, gemolesteerd en gedood omdat ze niet in het beperkte hokje passen van het denkvermogen van degenen wie dit doen.

“Kom niet aan onze waarden”, stond er op de protestborden te lezen toen er in Frankrijk gedemonstreerd werd tegen het homohuwelijk. Dit illustreert alleen maar de kortzichtigheid. Er is namelijk geen homoseksuele man of vrouw die een heterostel verbied om te leven zoals ze willen. Zij komen dus helemaal niet aan de waarden van anderen. Omgekeerd wel. Dus mogen hetero’s dan wel de waarden van homo’s plattrappen? Wat is er verkeerd aan liefde tussen twee gelijkwaardigen? Dat je er niet aan moet denken dat die twee seks hebben? Er zijn veel heterostellen waarbij ik die gedachte veel viezer vindt. Van die stellen waarvan je hoopt dat ze de gordijnen stijf dicht doen, de deuren goed vergrendelen en vierentwintig uur in quarantaine gaan voordat ze zich weer in het openbaar vertonen.

Als basis om een ander uit te sluiten omdat hij of zij ‘anders’ is dient vaak een religie. Geen religie uitgezonderd. Wat ik me dan in alle eerlijkheid afvraag is hoe het kan dat je denkt dat je beter bent als je in een god gelooft en daardoor iemands leven mag verpesten of verwoesten. Is het dan nooit in je opgekomen dat de god waar je in gelooft misschien de bedoeling heeft om je uit te dagen om anderen werkelijk te accepteren hoe ze zijn? Om buiten je bekrompen kaders te treden en de ander met open armen te ontvangen ook al beangstigt het je dat de ander niet zo leeft zoals jij?

Mijn kennis van zaken zal ongetwijfeld tekort schieten maar voor zover ik kan bekijken komt één gebod in bijna alle religies terug en dat is:

“Heb uw naaste lief gelijk uzelf.”

Dat ik gelukkig een heleboel gelovigen en niet-gelovigen ken die dit gebod werkelijk in praktijk brengen is het lichtpuntje waar ik mijn geloof op baseer. Mijn geloof heet liefde.

regenboogvlag

Een reactie plaatsen

Verkeersbeloning

Belonen werkt beter dan straffen heb ik altijd begrepen. Sla er de opvoedkundige literatuur maar op na. Beloon goed gedrag, negeer slecht gedrag en straf als het echt niet anders kan. Met straffen moet je zuinig zijn anders verliest het zijn effect. Een kind wat te vaak gestraft wordt raakt immuun. Sterker nog, een kind wat alleen maar wordt gestraft en nooit beloond, gaat straffen uitlokken. Beter slechte aandacht dan helemaal geen aandacht.

Des te vreemder is het dat heel veel in onze maatschappij gebaseerd is op straffen. Ik realiseerde mij dat toen ik laatst eens tijdens het rijden beloond werd omdat ik mij aan de voorgeschreven snelheid hield. Over het algemeen doe ik dat wel omdat ik geen zin heb in verkeersboetes, mijn echtgenoot spekt de staatskas wat dat betreft al voldoende, maar ik zoek toch altijd het randje op. Net even honderdtien rijden waar het honderd mag, vijfentachtig waar tachtig de limiet is. Dit keer hield ik mij echter strikt aan de snelheid. Het was op een weg waar de zogenaamde “groene golf” was ingesteld en ik werd beloond voor mijn weggedrag doordat ik de hele lange weg aan één stuk kon doorrijden zonder te hoeven stoppen voor een verkeerslicht.

Mijn overactieve brein was weer eens niet te stoppen en ik probeerde allerlei manieren te bedenken om automobilisten te belonen voor goed gedrag, een verkeersbeloning. Zo bedacht ik dat je met een puntensysteem zou kunnen werken. Elke maand dat je geen overtreding in het verkeer maakt krijg je een punt en bij twaalf punten krijg je een bon, maar dan een leuke. Voor een avondje uit of van de Bijenkorf bijvoorbeeld.

Of neem nu die interactieve borden langs de weg. Als er nu een strenge boodschap verschijnt dat ik wel vier kilometer harder rijd dan mag, dan denk ik: “nou èn”. Eigenlijk wìl ik  gewoon dat dat ding oplicht. Als we dat nu eens omdraaien. Dat er een leuke, lieve boodschap verschijnt als je keurig vijftig rijdt. Bijvoorbeeld: “wat ben jij een fantastische chauffeur” of “Je bent de beste”. Wel iedere keer een andere natuurlijk, het moet een uitdaging blijven. En af en toe moet er iets tussen staan zoals “hé eikel kijk voor je”. Het moet niet alleen maar zoetsappig zijn.

Het zal allemaal vast wel een keer bedacht zijn en misschien werkt belonen wel alleen bij braverikken zoals ik maar misschien is het wel eens het proberen waard. Voorwaarde is wel dat we oude patronen moeten kunnen loslaten en dat zie ik niet zo snel gebeuren.

verkeersbord

Een reactie plaatsen

Fissa

Het is zeven uur als ik wakker word. Te vroeg. Ik draai op mijn rug en probeer verder te slapen. Poes komt spinnend op mijn borst zitten en krabt aan mijn vingers ten teken dat ik hem moet kriebelen. Om er vanaf te zijn aai ik een paar keer over zijn bolletje en verstop mijn hand onder het dekbed. Ademhalen is best lastig met een wat groot uitgevallen kat bovenop je en het licht wat door een opening tussen de twee rolgordijnen door valt heeft zijn werk ook al gedaan. Ik ben klaar met slapen en bovendien heb ik heel erg behoefte aan één ding en dat is: koffie. Halverwege de trap bedenk ik dat ik twee dingen heel erg nodig heb: koffie en paracetamol.

In de keuken ruim ik een klein stukje van het aanrecht leeg en spuit er schoonmaakmiddel op. Dat is alvast één herwonnen plekje. Met mijn bakje troost in de hand loop ik naar de huiskamer. Bij elke stap moet ik moeite doen om mijn voet van de vloer los te krijgen. De tafel staat bezaaid met flessen. Geen meubelstuk staat nog op zijn oorspronkelijke plaats.

Buiten staat een gele emmer met vrolijke rode letters deels gevuld met braaksel. De tuinstoelen die gisteren nog in hun winterse houding stonden, staan nu om de vuurkorf heen. Overal liggen bierflesjes en plastic bekertjes.

Mijn laptop heeft gisteravond nog overuren gedraaid om de playlist met feestgebonk af te spelen. Ik heb er geen medelijden mee, we moeten aan het werk. De bank lijkt schoon en ik installeer me zo, dat ik uitkijk op een stukje huis wat ogenschijnlijk intact is gebleven. Liever had ik in mijn werkkamer gezeten maar daar liggen slapende tieners. Zo gezeten op het kleine stukje huis wat nog van mij lijkt te zijn, overdenk ik de avond en nacht.

Er heeft drank gevloeid maar voor zover ik kan bekijken heeft niemand zich in een coma gezopen. Het was luidruchtig maar ik heb overwegend gelach en plezier gehoord. Er waren er een paar die buiten teveel lawaai maakten maar het lijkt erop dat er niets vernield is. Mijn huis ziet eruit alsof er een kudde schapen doorheen is gejaagd, ook dat komt wel goed. Er zullen buren zijn die ons voorlopig niet zo aardig meer zullen vinden maar met een aantal was de verstandhouding toch al niet goed. Het is mijn voornemen dat het nooit meer plaats heeft bij ons thuis maar je kunt zeggen wat je wilt: die twee heerlijke kinderen van mij zijn een prima gastvrouw en –heer.

They throw a hell of a party!

Feest

Een reactie plaatsen

Genot

Een mens is een genot zoekend wezen. Dat had waarschijnlijk ooit een functie. Als je in de oertijd een lekker rood besje zag hangen of een vet konijntje voorbij zag komen moest je je kans grijpen. Ook het er aan gepaarde egoïsme was nodig. Voor je het wist ging er een ander vandoor met je lekkere konijnenboutje op een bedje van zoete besjes en zat je weer een week op grassprietjes te kauwen met een knorrende maag.

Dat waren ooit nuttige eigenschappen maar vandaag de dag nekt het ons. We worden te vet omdat we elk hapje eten wat voorbij komt in onze monden proppen. We komen in de problemen omdat we teveel uitgeven aan bezittingen. Een groot deel van de crisis komt voort uit de drang om te hebben, hebben en nog eens hebben. Zoals gezegd. Die drang had zijn nut maar we zullen nu moeten evolueren. Dat is niet makkelijk maar willen we nog iets doen om ons hachje te redden moeten we veranderen.

In plaats van genot zullen we het geluk moeten gaan zoeken. Geluk vind je door het genot uit te stellen. Als je te zwaar bent, jezelf niet meer leuk vindt als je in de spiegel kijkt of zelfs gezondheidsklachten krijgt kun je kiezen om teveel te blijven eten en op je stoel blijven zitten. Dit brengt op korte termijn genot. Ga je op dieet en bewegen dan brengt dat geluk. Als je dure spullen blijft aanschaffen waar je op korte termijn een kick van krijgt maar aan het eind van de maand weer in de rode cijfers staat dan wordt je daar niet gelukkig van. Kun je je aankopen uitstellen en goed overwegen dan ben je er uiteindelijk veel blijer mee en kom je soms tot de conclusie dat je het helemaal niet nodig hebt. En ja, hoor, ook voor degene die bij genot alleen aan seks denkt: ook daarvoor geldt natuurlijk dat je er gelukkiger van wordt als je het niet als snackje tussendoor doet maar er de tijd en rust voor neemt met de liefste, aantrekkelijkste of leukste persoon op aarde die je kent.

Zelfs alle narigheid die we moeder aarde aandoen. Alle milieurampen zijn terug te voeren op dat we alleen maar aan ons genot hebben gedacht. Gaan we nu met zijn allen voor het geluk? Ik ben bang van niet. In mijn persoonlijk leven ben ik een optimist en er gebeuren af en toe kleine wondertjes maar over het algemeen wordt de wereld helaas nog steeds bevolkt en geregeerd door egoïstische genotzoekende Neanderthalers.

Bessen

Een reactie plaatsen

Sauna

Mijn hart voel ik in mijn borstkas bonken als ik de saunadeur achter mij dicht laat vallen. Ik spoel mij af met koud water en ga zitten op een betegeld bankje bij het voetbad. Even op temperatuur komen.

“Allemaal kaal”, hoor ik iemand zeggen. Naast mij zit een grote gezette vrouw. Ik schat haar op een jaar of tien ouder dan ik. ”Ja, dat is toch zeker zo,” zegt ze. Ze knikt in de richting van haar kruis. “Allemaal geschoren dozen, nou ik vind het maar niks hoor. ” Ik kijk de ruimte rond en zie wat ze bedoelt. “En die kerels ook,” gaat ze verder, “van die rare blote pielemuizen, het ziet er niet uit.” De vrouw praat met welluidende stem en ik voel me een beetje ongemakkelijk.

“Je ziet alles zitten, dat is toch vreselijk? Hebben ze van die uitgerekte kipfiletjes hangen, motten wij tegenaan kijken, gatverdamme! Toch veel netter als dat verborgen zit achter een goeie bos? Sommige kennen d’r niks an doen hoor. Bij mij is het ook dunner geworden. Vroeger had ik daar een afro kapsel waar de hele familie Jackson jaloers op kon zijn.”

De vrouw trekt met moeite haar brede achterste tussen de twee leuninkjes van het bankje vandaan en staat op. “Nou, prettig met je gesproken te hebben, fijne dag nog hè”, zegt ze en verdwijnt het stoombad in. Ik sta ook op en doe nog een poging om in een sauna me te concentreren op mijn ontspanning. Het lukt niet meer. Voor mij zie ik alleen nog maar blote, kaalgeschoren, lillende lappen vlees. Daar wil ik helemaal niet aan denken, het maakt me niets uit of iemand zich scheert of niet en normaal gesproken let ik ook niet op anderen als ik in een sauna zit maar nu krijg ik het niet meer uit mijn hoofd.

Tot overmaat van ramp blijkt mijn badjas door iemand anders meegenomen te zijn. Vind die maar eens terug in het overvolle saunacomplex. Gezocht, badjas, kenmerk: het is een witte jas. Ik hou het voor gezien en ga naar de kleedruimtes.

Het zal nog lang duren voordat ik weer onbevangen naar de sauna kan.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een reactie plaatsen

Stel je voor

Het stoplicht ging op rood. Op de oversteekplaats voor mij fietste een lange jongen, rugzak om, oortjes in, waarschijnlijk op weg naar school. Vanaf de andere kant kwam een vrouw, rechtop, tasje schuin voor haar buik. Ging ze naar haar werk? Een man op leeftijd reed schuin achter haar dezelfde richting op. De één na de andere fietser stak voor mij de weg over. Het was druk. Verderop reden de auto’s aaneengesloten de hoek om. Ik bekeek het allemaal en werd overspoeld door liefde voor de mensheid. Kijk ze nu eens allemaal gaan met hun gedoe. Met hun levens. Op allerlei manieren met elkaar en anderen verbonden.

Eerder had het me niet uitgemaakt als er een einde aan de mensheid was gekomen maar nu overviel mij de ontroering van de lulligheid van ons bestaan. Ik was blij dat de wereld nog niet was vergaan op 21 december 2012. Was het toeval dat juist op dat moment “Imagine” van John Lennon op de radio te horen was? Hoe dan ook, ik kreeg een revelatie. Wat nou, bedacht ik, als de Maya’s toch nog gelijk kregen? Niet zozeer dat precies op één bepaalde dag de mens het loodje zou leggen maar meer dat het nu of nooit is. Dat we ons nu op een keerpunt bevinden, nog kunnen kiezen tussen de goede uitkomst en de slechte. Zoals in het kinderboek “Max en de toverstenen “ van Marcus Pfister. Zeker een aanrader voor iedereen met jonge kinderen maar wat mij betreft ook verplichte kost voor alle volwassenen.

Stel je voor dat we nu nog kunnen kiezen tussen twee opties. Optie één zou dan zijn dat we zo door blijven leven als we nu doen. De aarde uithollen, elkaar onbegrijpelijke en overbodige producten verkopen, elke meter grond bevechten, hetzij op een zogenaamd beschaafde manier, hetzij door elkaar simpelweg dood te maken. Ons vuil achter onze veel te dikke reten laten slingeren en zoveel mogelijk levens, ook die van dieren, zuur maken. Met als gevolg dat we niet meer zo lang te gaan hebben als soort.

Optie twee zou kunnen zijn dat we dwars door alle lagen van de bevolking, dwars door alle religies en nationaliteiten heen eens echt goed gaan leven. Onze voetafdruk op de aarde zo klein mogelijk te houden door op een betere manier te consumeren. Elkaar met mededogen te bezien en elkaar het beste gunnen. Respectvol omgaan met alles wat leeft. Stel je voor dat we dan nog op die manier miljoenen jaren voort kunnen. Je kunt me een dromerig type noemen maar gelukkig ben ik niet de enige. Ik hoop dat je je op een dag bij ons aansluit.

Imagine: Klik hier voor dit prachtige nummer met de tekst van een held 

Max en de toverstenen

Een reactie plaatsen

Verkeershufters

Een vriend van ons, iemand wie een groot deel van zijn leven achter het stuur doorbrengt, reed met zijn auto een voorrangsweg op. Hij zat misschien even met zijn gedachten bij iets wat er die ochtend in zijn gezin had voorgedaan. Op de voorrangsweg reed een auto die hij te laat had gezien. De bestuurder van de auto moest inhouden. Stom, stom, stom, vervelend foutje, verder niets aan de hand. De andere chauffeur meende echter de vriend in te moeten halen, hem te snijden en hem bijna van de weg af te drukken.

Mijn gezin en ik gingen uit eten in Amsterdam. Zoonlief mocht rijden. Hij had nog niet zo lang zijn rijbewijs dus vond ik dat hij zoveel mogelijk meters moest maken. Hoe doe je tenslotte anders rijervaring op? Hij haalde in maar vergat even dat hij terug moest schakelen. Onze toenmalige auto was niet zo een snelle bak dus we kwamen te traag op gang op de linkerbaan. De auto achter ons moest afremmen. Stom, stom, stom, vervelend foutje, verder niets aan de hand. Is mij ook wel eens gebeurd. De chauffeur van de andere auto meende echter ons van rechts in te moeten halen en rakelings langs ons, de linker rijbaan weer op te moeten duiken. Mijn zoon reageerde gelukkig goed maar het had niet veel gescheeld of dit had een heel naar ongeluk kunnen zijn.

Zomaar twee voorbeelden. Vraag er naar en iedereen heeft wel eens iets dergelijks meegemaakt. Ik vraag me dan af wat iemand er toe zet om een hardwerkende vader van een gezin, iemands broer, iemands geliefde, een aardige vent, zo in gevaar te brengen vanwege een verkeerde inschatting. Of in ons geval. Waarom denkt iemand een braaf, normaal gezin bestaande uit papa, mama en twee talentvolle, aardige kinderen (al zeg ik het zelf) de dood in te kunnen jagen vanwege een onhandige zet van een onervaren bestuurder? Wat nou als het echt mis was gegaan. Had zo iemand dan gedacht: “lekker pûh! Jij deed iets fout en nu ben je lekker dood?” Hoe wil iemand dat op zijn geweten hebben? Hoe verantwoord je dat voor jezelf? Of ben je dan gewoon te dom om de gevolgen van je acties te kunnen overzien?

Was het nog een overmoedig broekie geweest dan had ik me daar nog wat bij voor kunnen stellen maar in het eerste geval was het een volwassen kerel en nota bene nog een leraar op een middelbare school. Dat weet ik omdat de vriend in kwestie nogal een opvliegend karakter heeft, de man is gevolgd en hem er op aangesproken heeft. Gelukkig voor de man heeft onze vriend tot tien leren tellen.

Op de weg kom je allerlei chauffeurs tegen: talentloze sukkels, mensen die hun rijbewijs net één dag hebben en automobilisten die meer tijd in hun auto doorbrengen dan met hun partner. Allemaal maken ze fouten. Omdat ze er niks van kunnen, omdat ze nog een groentje zijn of omdat ze met hun hoofd er even niet bij zijn en op de automatische piloot rijden. Geen van deze mensen verdienen de pijn en ellende van een ongeval. Geen van hun verwanten verdienen de straf van hun geliefden te verliezen omdat die de euvele moed hadden om per ongeluk een kleine misstap in het verkeer te maken.

Compassie graag. Ook in het verkeer.

Verkeershufters

Een reactie plaatsen

Autoleed

De aandrijfas van mijn twaalf jaar oude fourwheeldrive was geknapt. Iets wat, zo vertelde mijn steun en toeverlaat van de garage, normaal alleen in de racerij wordt gezien. Dat zette mij toch weer even aan het denken over mijn rijstijl. Het was de zoveelste dure reparatie in korte tijd en er knapte ook iets bij mij. Lang had ik mijn stadstractor kunnen verdedigen. Ik hield nog steeds erg veel van het grommend monster maar nu was de maat vol en mijn portemonnee leeg. Het vonnis was geveld: ‘De Grote Groene Geldverslinder’ moest weg!

De zoektocht naar een andere auto was al een half jaar daarvoor begonnen want mijn lief was al veel eerder klaar geweest met de ‘De Grote Groene Geldverslinder’. Hij had nog net niet geroepen: “hij eruit of ik eruit”. We waren het er over eens dat het niet meer zo een dorstig type moest zijn en omdat we weer tweedehands zouden kopen moest ons nieuwe exemplaar onderhoudsvriendelijk zijn.

We besloten dat het een ‘Rationeel Verstandige Keuze’ moest worden. Dan maar wat kleiner, dan maar een trekhaak en een karretje erachter als we op vakantie gaan. Al snel hadden we een goede gevonden en maakten een proefrit. Mijn aanvankelijke besluitvaardigheid en enthousiasme werden al wat minder standvastig. Ik kon alleen geen argumenten bedenken om het af te blazen en de koop werd gesloten.

Een week later zouden we de auto kunnen halen. In de week die volgde werd ik steeds ongelukkiger, steeds nerveuzer. Ik bekeek elke auto waar ik langsreed en kwam tot de conclusie dat ik echt de verkeerde auto had gekozen en dat we het echt niet zouden gaan redden met dat piepkleine wagentje. Hoe moest mijn hele gezin inclusief honden daar nou inpassen? Ziek was ik er van. Zoveel geld uitgegeven. Niet meer terug te draaien en ik had nu echt een grote fout begaan. In mijn hoofd werd ‘De Rationeel Verstandige Keuze’ steeds lelijker en steeds kleiner. Gelukkig was hij redelijk waardevast. Ik zou het een poosje proberen en hem dan alsnog wegdoen.

Mijn ridder, als het gaat om autorijden, ging ‘De Rationeel Verstandige Keuze’ ophalen zodat ik mijn ‘Grote Groene Geldverslinder’ niet zelf hoefde achter te laten. Hij parkeerde onze nieuwe aanwinst voor de deur en als een hond besnuffelde ik het ding aan alle kanten. Wat in mijn gedachten tot een smurfenautootje was geworden bleek in werkelijkheid een normale gezinsauto. Zoon en ik sprongen er in en reden een stukje. We prezen de auto om zijn rijeigenschappen en noemden alle voordelen nog eens op. Zoonlief testte tot mijn ontzetting de remmen nog even bij het parkeren en we stootten beiden ons hoofd bij het uitstappen.

Glimlachend keek ik om naar ‘De Rationeel Verstandige Keuze’, verklaarde hem mijn onvoorwaardelijke liefde en vroeg me af hoe ik het toch in vredesnaam altijd weer voor elkaar krijg om mezelf zo gek te maken.

Rationeel Verstandige Keuze

Een reactie plaatsen

Middelbaar

Ontkennen, dat is over het algemeen mijn strategie, gewoon negeren. Flauwekul, geen zin in, ik doe er niet aan mee. De ellende is alleen, dat ik dat wel in mijn eentje kan beslissen maar dat de wereld om mij heen daar heel anders over denkt. Daar werd ik weer fijntjes met mijn neus op gedrukt toen ik deze maand jarig werd. Men ziet mij als ouder dan ik me voel. Het drong ineens tot mij door en raakte mij harder dan ik ooit van mijzelf verwacht had.

Het viel mij ineens op hoe erg het is. Op de radio hoorde ik een uitzending van 3FM waarbij verbaasd uitgeroepen werd: “Oooh! Er luistert iemand van VIJFTIG naar ons! Hoe is het mogelijk?” “Ja?” denk ik dan: “Hoezo?” Mag dat dan niet meer of zo?” Moet je als (bijna) vijftigjarige opeens naar een andere zender luisteren? Hoor je dan ineens bij omroep Max? Ben ik dan even blij dat ik nog twee jaar te gaan heb voordat het zover is!

De blik in de ogen bij mensen tot een jaar of vijfendertig zegt ook genoeg. Zo een blik van: “jij kunt wel denken dat je nog bij ons hoort maar je bent een oud wijf, of je wilt of niet”. Of minstens zo erg, dat ze er van uit gaan dat je als brave middelbare geboren bent of zo en dat zij pas cool en meeslepend leven. “Hé,” wil ik ze dan toeschreeuwen, “Done that, been there, hoor!” Maar doe dat maar zonder pathetisch over te komen.

Je zou er bijna van aan de botox gaan. Niet dat ik die rimpels zo erg vind maar wel dat men een bepaald gedrag bij mijn hangwangen verwacht. Gedrag waaraan ik weiger te voldoen. Niet uit een misplaatst gevoel van krampachtig jong blijven maar simpelweg omdat ik me niet middelbaar voel.

Het punt is dat leeftijd mij niets zegt. Niet alleen nu niet. Het heeft mij ook nooit iets gezegd toen ik nog piepjong was. Toen vond ik het al irritant dat ik niet serieus werd genomen puur en alleen door mijn leeftijd. Eigenlijk denk ik dat ik als dertiger geboren ben en dat ik dat altijd gebleven ben. Jong genoeg om nog af en toe volkomen debiel te doen en oud genoeg om verantwoordelijk in het leven te staan. Met zo nu en dan een uitschieter naar puberaal giechelen.

Als dat rare ouwe lijf nou maar eens mee wilde werken.